id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 september 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.595 Rolnummer: Zaak: Arrest 251595 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 23/09/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-10-04 Raadplegingen: 73 - laatst gezien 2026-06-11 07:42 Fiche Arrest nr 251.595 van 23 september 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 251.595 van 23 september 2021 in de zaken I A. é.252/VII-41.061 II. A. é.388/VII-41.082 In zake :
- Quirinus VAN DER HOEVEN
- Anouchka VAN DE POL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Gregory Verhelst en Emile Plas kantoor houdend te 2000 Antwerpen Bouwmeestersstraat 11 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Patrick Devers kantoor houdend te 9000 Gent Kouter 71-72 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vorderingen
- De vordering in de zaak sub I, ingesteld op 24 maart 2021, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “het besluit van de Beroepsinstantie OVB/2018/264bis inzake de openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie van 12 maart 2021, gericht tegen het besluit van de Vlaamse Landmaatschappij van 29 oktober 2018 tot gedeeltelijke openbaarmaking van de notulen van de raad van bestuur van de Vlaamse Landmaatschappij van 12 september 2018”. VII-41.061 & 41.082-1/4 De vordering in de zaak sub II, ingesteld op 8 april 2021, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “het besluit van de Beroepsinstantie inzake de openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie d.d. 7 april 2021 - OVB/2018/264ter, waarbij de beslissing van 12 maart 2021 (OVB/2018/264bis) wordt ingetrokken en het beroep van verzoekers gericht tegen het besluit van de Vlaamse Landmaatschappij van 29 oktober 2018 tot gedeeltelijke openbaarmaking van de notulen van de raad van bestuur van de Vlaamse Landmaatschappij van 12 september 2018 ongegrond wordt verklaard”. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 250.331 van 15 april 2021 worden de zaken gevoegd, verwerpt de Raad de vordering in de zaak sub I, is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van artikel 2 van de bestreden beslissing in de zaak sub II ingewilligd en wordt de verwerende partij verwezen in de kosten van de vorderingen. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 september
- Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Gregory Verhelst, die verschijnt voor de verzoekende partijen en advocaat Dieter Janssen, die loco advocaat Patrick Devers verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. VII-41.061 & 41.082-2/4 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Overeenkomstig artikel 17, § 4, derde lid, van zijn gecoördineerde wetten, is de Raad van State ertoe gehouden onmiddellijk de uitgesproken schorsing op te heffen die is bevolen vóór het indienen van het verzoekschrift tot nietigverklaring, als hij vaststelt dat binnen de in de procedureregeling vastgestelde termijn geen verzoekschrift tot nietigverklaring is ingediend waarin middelen worden aangevoerd die ze gerechtvaardigd hadden. Te dezen is de beslissing tot afwijzing van 7 april 2021 van de beroepsinstantie, na de schorsing ervan bij arrest nr. 250.331 van 15 april 2021, ingetrokken op 23 april
- Deze intrekking stelde een einde aan het bestaan van de beslissing tot afwijzing én derhalve ook aan de schorsing ervan. In de gegeven omstandigheden zou een beroep tot nietigverklaring van de bestreden beslissing in de zaak sub II noodzakelijk onontvankelijk zijn geweest. Uit een en ander volgt dat er geen grond is om de uitgesproken schorsing met toepassing van voormeld artikel 17, § 4, derde lid, op te heffen. BESLISSING Er is geen reden om artikel 17, § 4, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State toe te passen. VII-41.061 & 41.082-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig september tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Pierre Lefranc VII-41.061 & 41.082-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.595 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div