id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 september 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.674 Rolnummer: A. 233564/VII-41100 Zaak: Arrest 251674 - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen - 30/09/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-10-11 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-11 08:14 Fiche Arrest nr 251.674 van 30 september 2021 Sociale zaken en volksgezondheid - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 251.674 van 30 september 2021 in de zaak A. é.564/VII-41.100 In zake: Rahim BEEK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom Peeters kantoor houdend te 2600 Antwerpen Borsbeeksebrug 36 bus 9 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 3 mei 2021, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van “(d)e beslissing van de Vlaamse Overheid, Agentschap Zorg & Gezondheid van 3 maart 2021 waarbij de aanvraag van verzoeker tot erkenning als volwassenenpsychiater wordt geweigerd, aangevuld met het voorstel van een compenserende maatregel, bestaande uit een erkende stage in de volwassenenpsychiatrie gedurende 4 jaar, waarvan minimum 12 maanden in een erkende universitaire stagedienst, gekoppeld aan de voorwaarden van de voorlegging aan de erkenningscommissie van een stageplan, samen met een attest waaruit blijkt dat verzoeker door faculteit geneeskunde wordt aanvaard voor de discipline volwassenpsychiatrie, een opleidingsovereenkomst en een bewijs van inschrijving bij de Orde der Artsen, bijkomend gevolgd door een deelname aan het interuniversitair examen met afname van een interview en VII-41.100-1/9 voorlegging van een door peers gevalideerde wetenschappelijke studie in een gezaghebbend medisch tijdschrift”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 september
- Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Tom Peeters, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Bart Staelens, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoeker is geboren in Afghanistan waar hij is opgeleid en heeft gewerkt als psychiater. Hij heeft sinds 2012 de Belgische nationaliteit verworven. Sinds 2007 is hij werkzaam als zelfstandig psychotherapeut. VII-41.100-2/9 3.
- Bij ministerieel besluit van 14 februari 2018 is zijn diploma uit Afghanistan getiteld “Diploma Bachelor of M.D. – psychiatrie”, uitgereikt op 22 maart 1986 door de Kabul University als gelijkwaardig erkend met de Vlaamse graad van “Master of Medicine in de geneeskunde”. Het diploma is geviseerd op 8 mei
- Verzoeker is ingeschreven op de tabel van de Orde van Artsen en heeft een RIZIV-identificatienummer. 3.
- Op 20 juni 2019 dient verzoeker de aanvraag in voor de erkenning van de beroepskwalificatie als psychiater op basis van een diploma dat niet was behaald in de EU, EER of Zwitserland. 3.
- Op 24 september 2019 onderzoekt de erkenningscommissie de aanvraag van verzoeker: “In uw dossier is geen opleidingsprogramma voorhanden. Dit maakt het moeilijk om de opleidingen te kunnen vergelijken en de eventuele wezenlijke verschillen met de Belgische opleiding te bepalen. De erkenningscommissie kan op basis van de info in uw dossier enkel vaststellen dat u een 3-jarige opleiding gevolgd heeft. Daarom kan de erkenningscommissie uw erkenningsaanvraag nog niet adviseren en nodigt zij u uit op haar eerstkomende zitting van 10 december 2019 (…) Om een correct advies te kunnen formuleren vraagt de erkenningscommissie volwassenpsychiatrie dat u dit opleidingsprogramma en eventuele nieuwe actuele info sinds indiening van uw aanvraag, aan hen bezorgt uiterlijk 22 november
- (…)” 3.
- Verzoeker legt een samenvatting theoretisch studieprogramma specialisatieprogramma adolescentie- en volwassenenpsychiatrie, academiejaar 1986-87, 1987-88 en 1988-89 neer. 3.
- Op de vergadering van de erkenningscommissie van 22 september 2020 wordt verzoeker gehoord. VII-41.100-3/9 In vergadering van de erkenningscommissie van 18 december 2020 wordt negatief advies uitgebracht. 3.
- Op 3 maart 2021 deelt de Administrateur-generaal van het Agentschap Zorg & Gezondheid verzoeker mee dat zijn erkenning als volwassenenpsychiater wordt geweigerd en dat een compenserende maatregel wordt voorgesteld: “U dient, om aan de erkenningsvoorwaarden te voldoen, met succes nog 4 jaar erkende stage in de volwassenenpsychiatrie te volgen, waarvan minimum 12 maanden in een erkende universitaire stagedienst. U dient hiertoe een stageplan voor te leggen aan de erkenningscommissie samen met een attest waaruit blijkt dat u door een faculteit geneeskunde aanvaard bent voor de discipline volwassenenpsychiatrie, een opleidingsovereenkomst en een bewijs van inschrijving bij de Orde der Artsen. Bijkomend zal u moeten deelnemen aan het interuniversitair examen met afname van een interview. De erkenningscommissie verwacht dat u een door peers gevalideerde wetenschappelijke publicatie in een gezaghebbend medisch tijdschrift kunt voorleggen.” Het negatief van de erkenningscommissie psychiatrie is gevoegd als bijlage: “De erkenningscommissie psychiatrie heeft de aanvraag van dr. Rahim Beek onderzocht en geeft een negatief advies om volgende reden(en): Tijdens haar zitting van 24 september 2019 nam de erkenningscommissie psychiatrie een eerste maal kennis van de erkenningsaanvraag van dr. Rahim Beek op basis van zijn opleiding in Afghanistan. De erkenningscommissie adviseerde om bijkomende informatie op te vragen nl. een opleidingsprogramma en andere recente informatie sinds de indiening van zijn erkenningsaanvraag. Dr. Rahim Beek zou uitgenodigd worden tijdens de eerstkomende zitting van 10 december 2019 om meer toelichting te geven met betrekking tot deze opleiding. De universiteit in Kaboel meldde aan dr. Rahim Beek dat hij het opleidingsprogramma persoonlijk moest aanvragen en afhalen in Kaboel. Door de politieke instabiliteit in Afghanistan en het daarbij behorende gevaar, alsook door werkverplichtingen en de coronacrisis kon dr. Rahim Beek niet meteen de gevraagde informatie verkrijgen en indienen. Hij werd bijgevolg gehoord tijdens de zitting van 22 september
- De erkenningscommissie psychiatrie nam akte van de indiening van het opleidingsprogramma en besliste om het advies van de erkenningsaanvraag uit te stellen naar de eerstkomende zitting van 18 december
- VII-41.100-4/9 Tijdens de zitting van de erkenningscommissie van 18 december 2020 bracht de erkenningscommissie psychiatrie een definitief advies uit op basis van ingediende documenten en de toelichtingen tijdens de eerdere hoorzitting. De voorkennis van dr. Rahim Beek is slechts beperkt tot een heel specifiek deelgebied nl. de psychotherapie. De Belgische opleiding om erkend te worden in de psychiatrie behelst echter veel meer deelgebieden, die bij dr. Rahim Beek onderkend zijn: - de klinische psychologie en de algemene psychopathologie; - de anatomie en de pathologische anatomie, de fysiologie, de biochemie en de endocrinologie in hun relatie met de psychiatrie; - de klinische en biologische psychiatrie en de psychofarmacologie; - de sociale psychiatrie en de organisatie van de psychiatrische zorg binnen en buiten het ziekenhuis; de wettelijke aspecten van de psychiatrie; - de diagnose en de behandeling van psychiatrische aandoeningen bij kinderen, adolescenten, volwassenen en bejaarden; - de technische diagnoseprocédés die eigen zijn aan de psychiatrie en de interpretatie ervan; - de gerechtelijke psychiatrie, waar de wetenschappelijke en klinische deskundigheid van de psychiatrie toegepast wordt op de burgerrechtelijke en strafrechtelijke domeinen. Tijdens de hoorzitting in september 2020 werd aan de hand van vragen gepeild naar de kennis van de psychofarmacologie, aangezien dr. Rahim Beek geen medicatie voorschrijft. Deze bleek, net zoals de kennis over en de evolutie in de cognitieve gedragstherapie heel beperkt; de erkenningscommissie beoordeelt deze kennis bijgevolg als onvoldoende. Bijkomend merkt de erkenningscommissie psychiatrie op dat dr. Rahim Beek zich maar miniem bijschoolde of op de hoogte bleef van de psychiatrie/psychotherapie in de voorbije 10 jaar (slechts 3 cursussen). Omwille van de beperkte kennis om het beroep van psychiater volwaardig te kunnen uitoefenen, beslist de erkenningscommissie dat dr. Rahim Beek vooraf deelneemt aan het interuniversitair examen gepaard gaand met een interview. Er wordt een aanpassingsstage van 4 jaar opgelegd; deze moet minimum 12 maanden universitaire stage omvatten. Dr. Rahim Beek zal ook een door peers gevalideerde wetenschappelijke publicatie in een gezaghebbend medisch tijdschrift moeten kunnen voorleggen. Hij vermeldde dat hij wel wetenschappelijk werk verricht heeft (artikels, boek) maar het is niet duidelijk of het artikels als eerste auteur zijn en of deze in een peer reviewed tijdschrift verschenen zijn. Gezien de combinatie werk – privé – opleiding is de erkenningscommissie psychiatrie bereid om een stage in een deeltijds regime te aanvaarden, zijnde 8 jaar aan 50%.” VII-41.100-5/9 Dit is de bestreden beslissing. IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
- Luidens artikel 17, §1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de beslissing prima facie kan verantwoorden. Er kan geen rekening worden gehouden met wat over deze voorwaarden eventueel in latere stukken of op de terechtzitting nog wordt aangevoerd. De verwerende partij kan immers daarop niet meer schriftelijk reageren en de auditeur kan daarover niet op een deugdelijke wijze advies verlenen in een procedure die op grond van artikel 22 van de RvS-wet essentieel schriftelijk is. V. Spoedeisendheid
- Uiteenzetting van verzoeker: “Verzoeker is geboren in 1962 en is op het ogenblik van het indienen van het verzoekschrift bijna 59 jaar oud. Verzoeker wenst nog op nuttige wijze de specialisatie als psychiater te kunnen vervullen en toe te passen in zijn beroepsleven. Indien verzoeker zich zou beperken tot een vordering tot nietigverklaring dreigt verzoeker in afwachting daarvan noodgedwongen verplicht te worden om de voorgestelde compenserende maatregel te ondergaan, die een combinatie met zijn beroepsleven een volledige stageopleiding vereist, met alle bijhorende verplichtingen. Ook met een nietigverklaring gaat voor verzoeker veel nuttige tijd verloren, indien verzoeker de specialisatie niet kan inzetten met het oog op zijn nog resterende professionele carrière voorafgaand aan zijn pensioen.” VII-41.100-6/9 Beoordeling
- Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, 4°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. Dit houdt in dat het aan verzoeker toekomt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de gevolgen van een - voortdurende - tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. De spoedeisendheid “zal worden vastgesteld wanneer de verzoeker het resultaat van [de] procedure [ten gronde] niet kan afwachten om zijn beslissing te verkrijgen, op straffe zich in een toestand te bevinden met onherroepelijke schadelijke gevolgen” (memorie van toelichting, Parl. St. Senaat, 2012-13, nr. 5-227/1, 13). Bovendien mag een nieuwe vordering worden ingediend, indien die steunt op nieuwe elementen die de spoedeisendheid van deze vordering rechtvaardigen (artikel 17, § 2, derde lid, gecoördineerde wetten op de Raad van State). Uit wat voorafgaat, volgt dat niet zal volstaan te stellen dat de doorlooptijd van een annulatieprocedure te lang duurt of dat het resultaat van een annulatieprocedure niet kan worden afgewacht.
- In zoverre verzoeker aanvoert dat bij gebrek aan versnelde procedure hij noodgedwongen zijn beroepsleven zal moeten combineren met een stageopleiding, brengt hij de inhoud van de bestreden beslissing in herinnering. De ongemakken die hiermee gepaard gaan, laten zich begrijpen maar verantwoorden op zich niet de urgentie van de vordering. Het komt aldus aan verzoeker toe om aan te tonen dat bijzondere omstandigheden ertoe nopen anders te oordelen. VII-41.100-7/9 Met de verwijzing naar zijn leeftijd en met de vermelding dat bij gebrek aan een versnelde procedure zijn wens om op nuttige wijze de specialisatie als psychiater te kunnen vervullen, in het gedrang komt, refereert verzoeker in wezen aan de mogelijke duur van de annulatieprocedure. De leeftijd van verzoeker geldt te dezen niet als bijzondere omstandigheid die in relatie tot de duur van de annulatieprocedure de spoedeisendheid verantwoordt. Verzoeker toont in conclusie niet aan dat het tijdelijk ondergaan van de bestreden beslissing in afwachting van een uitspraak ten gronde zijn situatie definitief en onherroepelijk in gevaar dreigt te brengen, derwijze dat van hem niet mag worden verwacht dat hij de normale afwikkeling van het annulatieberoep afwacht. Er is derhalve niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, §1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn opdat een vordering tot schorsing zou kunnen worden toegewezen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. VII-41.100-8/9 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertig september tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-41.100-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.674 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.252.945 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div