← België

Arrest 251677 - Dierenwelzijn - 30/09/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 september 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.677 Rolnummer: A. 233817/VII-41139 Zaak: Arrest 251677 - Dierenwelzijn - 30/09/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-10-11 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-11 08:15 Fiche Arrest nr 251.677 van 30 september 2021 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 251.677 van 30 september 2021 in de zaak A. é.817/VII-41.139 In zake: Maher ABDALLAH bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Opsommer kantoor houdend te 9700 Oudenaarde Gentstraat 152 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jean-François De Bock en Valérie De Schepper kantoor houdend te 1180 Brussel Bosveldweg 70 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 7 juni 2021, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van de secretaris-generaal van het Departement Omgeving, afdeling strategie, internationaal beleid en dierenwelzijn - Inspectiedienst Dierenwelzijn d.d. 7 april 2021 betreffende de bestemming van de hond van verzoeker”. In ondergeschikte orde wordt gevraagd om voorlopige maatregelen te bevelen. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag opgesteld. VII-41.139-1/7 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 september
  3. Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Janna Bauters, die loco advocaat Jan Opsommer verschijnt voor verzoeker, en advocaat Valérie De Schepper, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. De motivering van de bestreden beslissing luidt: “Gelet op de vaststellingen van de lokale politie die erop wijzen dat er niet voldaan wordt aan de ethologische en fysiologische behoeften van de hond: - De hond werd bij vriestemperaturen tot -10°C constant buiten gehuisvest, met in zijn schuilhok enkel een bevroren matras als ligbed; - De hond had geen drinkwater ter beschikking; - De hond krijgt geen geoorloofd gedrag aangeleerd van betrokkenen; Gelet op de onaangepaste huisvesting op het moment van de inbeslagname; Gelet op het feit dat het een hond met een korte vacht betreft, die niet bestand is tegen een langdurige blootstelling aan zulke koude temperaturen; Gelet op het feit dat betrokkenen niet van mening zijn dat de leefomstandigheden van hond moeten veranderen; Gelet op het feit dat, ondanks vele tussenkomsten door politie, betrokkenen geen intentie tonen om de verzorging van en omgang met hun hond te verbeteren; Gelet op het feit dat uit bovenstaande kan geconcludeerd worden dat betrokkenen geen inzicht vertonen in het behoorlijk houden van honden en er als gevolg niet naar handelen; Gelet op feit dat er door ABDALLAH en BEN LETAIEF tegenstrijdige verklaringen worden afgelegd in hun verhoor; VII-41.139-2/7 Gelet op het feit dat BEN LETAIEF tegenstrijdige verklaringen aflegt: de spontane verklaringen tijdens de controle op 8-02-2021 wijken sterk af van de verklaring afgenomen tijdens het verhoor; Gelet op bovenstaande waaruit blijkt dat de verklaringen van ABDALLAH en BEN LETAIEF onwaarheden bevatten; Gelet op de tegenstrijdigheden en onwaarheden in de verklaringen van betrokkenen betreffende de verzorging, huisvesting en sociale omgang met de hond, hetgeen onzekerheid geeft over hun intenties en daadkracht in de toekomst; Gelet op de foto’s van de aangepaste huisvesting die bezorgd werden aan onze dienst, die geschikt ogen voor een hond mits correct gebruik en voorkomen van ontsnappen; Evenwel gelet op de tegenstrijdigheden en onwaarheden in de verklaringen van ABDALLAH en BEN LETAIEF waarbij zij hun tekortkomingen in de huisvesting en verzorging van de hond ontkennen of minimaliseren, hetgeen aangeeft dat zij geen schuldinzicht hebben of onwetend zijn over de werkelijke welzijnsbehoeften van hun hond, waardoor er geen garantie is voor correct gebruik van de aangepaste huisvestingsinfrastructuur; Gelet op de 3 getuigenverklaringen waaruit blijkt dat de hond mishandeld (geslagen met een stok) wordt; Gelet op het feit dat er veel tegenstrijdigheden zijn tussen de 3 getuigen- verklaringen enerzijds en de verhoren van de betrokkenen anderzijds; Gelet op de foto waaruit blijkt dat ABDALLAH naast zijn etende hond staat met een stok in de hand, hetgeen ABDALLAH en BEN LETAIEF met klem ontkennen in hun verhoor; Gelet op de getuigenissen van bijtincidenten met de hond, die wijzen op een gebrek aan inzicht bij betrokkenen over het gedrag van honden en gebrek aan verantwoordelijkheidszin als baas van de hond; Gelet op de informatie van het asiel; Gelet op de gedragingen van de hond, die niet overeenstemmen met wat men van een normaal gesocialiseerde hond verwacht; Gelet op het voorgaande waardoor het niet aangewezen is de hond terug te brengen in een omgeving waar het in zijn welzijn, wat betreft het uiten van normaal gedrag en het voorkomen van angst, stress en fysiek en mentaal lijden, gestoord wordt; Gelet op de aanhoudende contactopnamen van betrokkenen waaruit de wens van betrokkenen en de gezinsleden blijkt om de hond terug te krijgen, doch dat zij onvoldoende overtuigende elementen aanbrengen waaruit blijkt dat zij inzicht hebben in de behoeften van hun hond en dat de correcte verzorging van en omgang met de hond blijvend en op ieder moment gegarandeerd is; Gelet op het feit dat het om bovenstaande redenen onverantwoord zou zijn om de hond terug te geven; Gelet op het feit dat de kosten voor opvang en verzorging blijven oplopen; Gelet op de nakende uiterste termijn voor het nemen van de bestemmingsbeslissing. Gelet op het feit dat de hond geen reële verkoopwaarde, minstens geen waarde heeft die in verhouding staat tot de kosten van transport, opvang, huisvesting en verzorging overeenkomstig de ethologische en fysiologische behoeften”. VII-41.139-3/7 IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  6. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. V. Spoedeisendheid Standpunten van de partijen
  7. Verzoeker betoogt: “De bestreden beslissing heeft onweerlegbaar een zware impact op verzoeker en zijn familie. Door de bestreden beslissing wordt de hond van verzoeker onherroepelijk onttrokken aan het gezin van verzoeker. De bestreden beslissing gaf de hond van verzoeker immers definitief in volle eigendom af aan het dierenasiel. Verzoeker verwijst naar zijn vele mails in het administratief dossier die dateren van voor de bestreden beslissing. De bestreden beslissing stelt het dierenasiel in de mogelijkheid de hond van verzoeker onder meer (doch niet limitatief) te vervreemden of te laten euthanaseren, wat onomkeerbare gevolgen kan hebben. Indien Uw Raad zou beslissen tot de vernietiging van de bestreden beslissing en verzoeker aldus terug eigenaar zou worden van zijn hond Rex, zou deze intussen al kunnen geëuthanaseerd zijn. Door de betreden beslissing beschikt het dierenasiel immers over de volle eigendom zodat het zonder enige restrictie kan beschikken over de hond van verzoeker. Het betrokken dierenasiel zou in afwachting van een beslissing over het beroep tot nietigverklaring dus onomkeerbare beslissingen kunnen nemen aangaande de hond van verzoeker, reden de bestreden beslissing in afwachting van de behandeling van het annulatieberoep moet worden geschorst. Het dierenasiel kan actueel al dergelijke ingrijpende beslissingen nemen en uitvoeren, zodat het bevelen van de schorsing spoedeisend is”. VII-41.139-4/7
  8. De verwerende partij antwoordt in de nota met opmerkingen dat de bewering dat de hond zou kunnen worden geëuthanaseerd in de loop van de annulatieprocedure, louter een hypothetisch nadeel inhoudt. Een moreel nadeel kan bovendien worden weggenomen door een vernietigingsarrest. Met de summiere uiteenzetting in het verzoekschrift toont de verzoekende partij geen spoedeisendheid aan. Beoordeling
  9. Op grond van artikel 17, § 2, van de RvS-Wet moet het verzoekschrift een uiteenzetting van de feiten bevatten die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, 4°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. Dit houdt in dat het aan de verzoekende partij toekomt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, gelet op de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor haar persoonlijk veroorzaakt. Een verzoekende partij die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, moet dus in haar verzoekschrift concrete feiten aanvoeren die de spoedeisendheid verantwoorden. De spoedeisendheid van de zaak wordt niet vermoed, welke ook de aard van de bestreden beslissing is.
  10. Te dezen ontbreekt in het verzoekschrift een concrete uiteenzetting van de gegevens die de spoedeisendheid verantwoorden. Een uiteenzetting, beperkt tot algemeenheden of een loutere verwijzing naar de duur van de annulatieprocedure en zonder ook maar enig licht te doen schijnen op de onherroepelijke schadelijke gevolgen voor de verzoekende VII-41.139-5/7 partij bij een tenuitvoerlegging van de bestreden akte, volstaat niet om de spoedeisendheid aan te tonen. Er is op dit moment geen enkele indicatie dat de hond in kwestie zou worden geëuthanaseerd. Bovendien bepaalt artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State dat de schorsing “op elk moment” kan worden bevolen. Daarnaast kan een moreel nadeel in beginsel worden rechtgezet aan de hand van een vernietigingsarrest. Verzoeker maakt niet aannemelijk waarom het in het huidige geval anders zou zijn.
  11. Er is bijgevolg niet voldaan aan één van de voorwaarden van artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Dit volstaat om de vordering tot schorsing en de vraag tot het bevelen van voorlopige maatregelen te verwerpen zonder dat het nodig is de opgeworpen ontvankelijkheidsexceptie te onderzoeken. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing en de vraag tot het bevelen van voorlopige maatregelen. VII-41.139-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertig september tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-41.139-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.677 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.496 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.