id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 september 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.681 Rolnummer: A. 221526/VII-39921 Zaak: Arrest 251681 - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen - 30/09/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-10-11 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-11 08:16 Fiche Arrest nr 251.681 van 30 september 2021 Sociale zaken en volksgezondheid - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 251.681 van 30 september 2021 in de zaak A. 221.526/VII-39.921 In zake : Emine Kübra OKUR KAVAK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Hakan Hüsnü Erzurumlu kantoor houdend te 2890 Sint-Amands Halvemaanstraat 34 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 16 februari 2017, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de Administrateur-generaal van het Agentschap Zorg & Gezondheid van 12 december 2016 houdende “weigering van erkenning anesthesiologie - Voorstel van compenserende maatregel”. Verzoekster vordert een dwangsom “voor iedere dag nalatigheid een beslissing te nemen, vanaf dertig dagen na het tussen te komen arrest tot vernietiging, om de hoedanigheid van verzoekster te erkennen cfr. haar studies en specialisaties”. Verzoekster vordert tenslotte een schadevergoeding tot herstel “voor de schade die haar werd berokkend door deze onwettige akte”. VII-39.921-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 238.286 van 23 mei 2017 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. Verzoekster heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd An Eylenbosch heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. Verzoekster heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 september
- Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Bram Van Den Berghe, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd An Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- VII-39.921-2/4 III. Ontvankelijkheid van het beroep
- Na het indienen van de laatste memories werd het bestreden besluit ingetrokken bij besluit van het Agentschap Zorg & Gezondheid van de Vlaamse overheid van 10 februari
- Het beroep dat tegen dit besluit werd ingesteld werd verworpen bij arrest nr. 250.854 van 10 juni
- Het voorliggend beroep is bijgevolg zonder voorwerp, waardoor het doelloos is geworden. Deze vaststelling volstaat om het beroep in zijn geheel te verwerpen. IV. Kosten
- Gelet op de omstandigheden van de zaak past het de kosten ten laste te leggen van de verwerende partij. Gelet op het bepaalde in artikel 70, §1, vijfde lid, van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dient het rolrecht dat verband houdt met het verzoek om schadevergoeding tot herstel aan verzoekster te worden terugbetaald. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring en het verzoek om schadevergoeding tot herstel. VII-39.921-3/4
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro. Het onverschuldigde recht in verband met het verzoek om schadevergoeding tot herstel, begroot op 200 euro, dient aan verzoekster te worden terugbetaald. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertig september tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-39.921-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.681 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.286 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div