id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.717 Rolnummer: A. 228137/X-17499 Zaak: Arrest 251717 - Monumenten en Landschappen - 01/10/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-10-08 Raadplegingen: 78 - laatst gezien 2026-06-11 11:27 Fiche Arrest nr 251.717 van 1 oktober 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Monumenten en Landschappen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 251.717 van 1 oktober 2021 in de zaak A. 228.137/X-17.499 In zake : 1. de NV LINHOVE 2. Mark LEYSEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Yves Loix kantoor houdend te 2600 Berchem Borsbeeksebrug 36 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Cooreman kantoor houdend te 1082 Brussel Keizer Karellaan 586, bus 9 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 17 mei 2019, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Buitenlands Beleid en Onroerend Erfgoed van 14 maart 2019 ‘tot vaststelling van de inventaris bouwkundig erfgoed in de provincie Antwerpen’, in zoverre het betrekking heeft op het herenhuis “villa Henriette” aan de Kapelstraat 94 A-B te Hove. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. X-17.499-1/13 Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 juni 2021. Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Katrien Vergauwen, die loco advocaat Yves Loix verschijnt voor de verzoekende partijen en advocaat Joeri Leten, die loco advocaat Isabelle Cooreman verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. De eerste verzoekende partij, waarvan tweede verzoeker zaakvoerder is, is eigenaar van een herenhuis met conciërgewoning aan de Kapelstraat 94 A-B te Hove (hierna: de villa Henriette). 3.2. Ter verduidelijking is hierna een uittreksel afgebeeld uit een in het administratief dossier van het bestreden besluit opgenomen foto van de villa Henriette, die gemaakt werd op 16 februari 2018. X-17.499-2/13 4.1 In 2018 neemt de verwerende partij het initiatief om de inventaris van het bouwkundig erfgoed in de provincie Antwerpen vast te stellen. 4.2. Van 1 juni tot 30 juli 2018 wordt een openbaar onderzoek gehouden over de eventuele opname van onder meer de villa Henriette in de inventaris van het bouwkundig erfgoed. 4.3. Tweede verzoeker dient een bezwaarschrift in waarin hij vooreerst uiteenzet dat in casu de beweerde erfgoedwaarden van de villa Henriette op zeer summiere en nietszeggende wijze omschreven werden. Volgens het bezwaarschrift blijkt nergens dat er een afdoende en grondig onderzoek werd gedaan om met voldoende kennis van zaken de erfgoedwaarde van het goed te kunnen beoordelen. In voorliggend geval is slechts verwezen naar één enkele literaire bron, te weten de publicatie “Bouwen door de Eeuwen heen in Vlaanderen”, die overigens al meer dan twintig jaar oud is. De vereiste kritische toetsing werd niet doorgevoerd. Tweede verzoeker vervolgt in zijn bezwaarschrift dat louter wordt verwezen naar het bestaan van een vermeende “historische waarde” en “architecturale waarde”, zonder nadere specificering. Zo wordt nergens verduidelijkt waarom het goed een historische waarde zou hebben. Volgens X-17.499-3/13 tweede verzoeker is geen enkele verwijzing terug te vinden naar één van de vijf door de regelgeving opgelegde selectiecriteria, te weten “zeldzaamheid”, “herkenbaarheid”, “representativiteit”, “ensemblewaarde” en “contextwaarde”. De toetsing aan deze selectiecriteria wordt op geen enkele manier gemotiveerd. Als er al verwezen wordt naar bepaalde aspecten van erfgoedwaarden, dan bevat het bestreden besluit helemaal geen appreciatie van die waarden, nog minder gaat het om een actuele toetsing. Tweede verzoeker stelt in zijn bezwaarschrift dat zich een actuele beoordeling opdrong om na te gaan of de villa Henriette wel voldoende bewaard is gebleven. De actuele waarde van de villa en zijn omgeving zijn echter niet bekeken, noch nader onderzocht. De verwerende partij heeft de eigenaar nooit verzocht om de villa Henriette te komen bezoeken en bezichtigen. Volgens tweede verzoeker is de voorgenomen opname in de inventaris een “één-op-één overname” van de vorige erfgoedinventaris, die vastgesteld is vóór het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013. Tweede verzoeker voert in zijn bezwaarschrift verder aan dat de juridische en feitelijke aspecten van het dossier niet deugdelijk werden geïnventariseerd en gecontroleerd. Om aan te tonen dat onwettig gehandeld werd, verwijst tweede verzoeker naar een uitspraak van het Milieuhandhavingscollege waarin geoordeeld is dat een kwalificatie als historisch permanent grasland die volledig en uitsluitend gesteund is op de biologische waarderingskaart niet volstaat als bewijs van het bestaan van het milieumisdrijf bestaande in de omzetting van het zogezegde historisch permanent grasland in een maïsakker. Het bezwaarschrift van tweede verzoeker besluit dat het pand geen authentieke waarde meer heeft en niet beeldbepalend of uniek is in de buurt. De villa verkeert in slechte staat, zodat een opname niet opportuun en onterecht is. Een en ander blijkt overigens ook uit de foto’s op de tijdens het openbaar onderzoek ter inzage gelegde fiche. 5. Op 17 januari 2019 geeft de Vlaamse Commissie voor Onroerend Erfgoed advies. X-17.499-4/13 6.1. Met een besluit van 14 maart 2019 stelt de Vlaamse minister van Buitenlands Beleid en Onroerend Erfgoed de inventaris van het bouwkundig erfgoed in de provincie Antwerpen vast. Om reden van de architecturale en historische waarden wordt de villa Henriette er in opgenomen (hierna: de bestreden opname). 6.2. In verband met de bestreden opname vermelden de bijlagen bij het laatstgenoemde besluit het volgende: “Zogenaamde Villa Henriette (zie opschrift in schoudergevel). Herenhuis met rechthoekige plattegrond en vierkante toren aan westelijke zijgevel, van circa 1900 in eclectisch stijl met neo-Vlaamse renaissance-elementen, in omringende tuin. Zuidelijke voorgevel van vier traveeën en twee bouwlagen onder schilddak (kunstleien) met dakkapellen. Bakstenen gebouw op vernieuwde breukstenen plint. Rechter risaliet van drie traveeën onder schoudergevel met hardstenen aflijning en aediculum. Vierkante toren met pseudo-galmgaten, onder tentdak met lantaarnbekroning. Overvloedige natuur- en baksteenornamentiek onder meer puilijst, banden, boogvelden en zo meer. Rechthoekige vensters met arduinen dorpels, ontlastingsbogen; bovenverdieping met rondboogvormige ontlastingsbogen en verdiepte versierde velden. Rechthoekige deur in omlijsting van natuursteen met tussendorpel en rechthoekig bovenlicht onder driezijdig fronton; brede bordestrap. Bron: Plomteux G., Steyaert R. & Wylleman L. 1985: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Antwerpen, Arrondissement Antwerpen, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 10N2 (Ho-Ra), Brussel - Gent. Auteurs : Wylleman, Linda Datum : 1985”. IV. Onderzoek van de middelen Uiteenzetting van de middelen 7.1. De twee aangevoerde middelen zijn genomen uit de schending van de artikelen 4.1.1, 3°, 4.1.2 en 4.1.3 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, van de artikelen 4.1.1, 4.1.2 en 4.1.5 van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014 en van het ministerieel besluit van 17 juli 2015 ‘tot vaststelling van de inventarismethodologie voor de inventaris van bouwkundig erfgoed’ (hierna: het ministerieel besluit van 17 juli 2015), evenals van het X-17.499-5/13 materiëlemotiverings-, het zorgvuldigheids- en het redelijkheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. 7.2. In het verzoekschrift worden de middelen toegelicht met de in randnummer 4.3 aangehaalde argumenten. Daaraan wordt toegevoegd dat de stelling die de verwerende partij bij de weerlegging van het bezwaarschrift van tweede verzoeker heeft ingenomen als zou de vergelijking met de uitspraak van het Milieuhandhavingscollege niet relevant zijn, niet opgaat daar de onderhavige zaak wél vergelijkbaar is met deze uitspraak. 8.1. In hun memorie van wederantwoord stellen de verzoekende partijen dat er vragen rijzen over de betrouwbaarheid van de publicatie “Bouwen door de Eeuwen heen in Vlaanderen”. De auteur is immers, blijkens LinkedIn, een ambtenaar van het overheidsdepartement dat bepaalt welke panden op inventaris werden opgenomen. Bovendien heeft zij een diploma licentiate kunstgeschiedenis en beschikt zij niet over een kwalificatie als architecte. 8.2. In hun memorie van wederantwoord benadrukken de verzoekende partijen verder dat de verwerende partij er niet omheen kan dat zij nooit op het terrein zelf de actuele stand van zaken van het gebouw is nagegaan. 8.3. Tot slot wijzen de verzoekende partijen er in hun memorie van wederantwoord op dat tweede verzoeker in zijn tijdens het openbaar onderzoek ingediend bezwaarschrift aangevoerd heeft dat de villa Henriette in slechte staat verkeert, geen authentieke waarde meer heeft en niet beeldbepalend of uniek is in de buurt. 9. In hun laatste memorie schrijven de verzoekende partijen dat de foto van 16 februari 2018 waarop de verwerende partij zich beroept “niet op het terrein [werd] genomen, doch [gemaakt werd] vanaf de straatzijde [en] enkel een algemeen beeld van de voorgevel [weergeeft], zonder enig detail”. X-17.499-6/13 Beoordeling 10. Met de in randnummer 8.1 weergegeven argumentatie uit de memorie van wederantwoord geven de verzoekende partijen een laattijdige en bijgevolg onontvankelijke nieuwe grondslag aan hun middelen. 11. De beoordeling van opportuniteitskritiek behoort niet tot de bevoegdheid van de Raad van State, die een wettigheidsrechter is. In de uitoefening van zijn wettigheidscontrole mag de Raad van State zich niet in de plaats stellen van de overheid, die met betrekking tot de opname in een erfgoedinventaris beschikt over een ruime discretionaire bevoegdheid. De Raad van State is als rechter van de wettigheid wel bevoegd om, desgevraagd, na te gaan of de overheid is uitgegaan van werkelijk bestaande en relevante feitelijke gegevens die met de vereiste zorgvuldigheid werden vastgesteld, of zij die correct en met een zorgvuldige afweging heeft beoordeeld en of zij op grond daarvan binnen de perken van de redelijkheid tot haar besluit is kunnen komen. 12. Over het afwegingskader dat gehanteerd wordt om een onroerend goed te waarderen wordt in de bijlage bij het ministerieel besluit van 17 juli 2015 het volgende gesteld: “De inventaris van bouwkundig erfgoed bevat een selectie van het gebouwde patrimonium in Vlaanderen. De term ‘bouwkundig erfgoed’ wordt gehanteerd in de meest ruime zin van het woord […]. Naast de grote, monumentale gebouwen gaat er ook aandacht naar de meer bescheiden architectuur zoals woonhuizen […] Om een gedegen afweging te maken of een onroerend goed kan worden opgenomen in de inventaris, wordt rekening gehouden met de erfgoedwaarden en de selectiecriteria. Die waarden en criteria worden niet afzonderlijk beschouwd. De totale beoordeling vormt het uitgangspunt voor de evaluatie. Voor de opname in de inventaris wordt rekening gehouden met de geografische of de thematische context. Bij deze beoordeling wordt steeds een relevantie voor Vlaanderen voor ogen gehouden. a. De erfgoedwaarden […] Architecturale waarde: Een onroerend goed heeft architecturale waarde als het getuigt van een fase of aspect van de (landschaps)architectuur of de bouwkunst in het verleden. Het kan gaan om typologie, stijl, oeuvre of materiaalgebruik. […] X-17.499-7/13 Historische waarde: Een onroerend goed heeft historische waarde als het getuigt van een (maatschappelijke) ontwikkeling, gebeurtenis, figuur, instelling of landgebruik uit het verleden van de mens […] b. De selectiecriteria […] Herkenbaarheid geeft aan in hoeverre het onroerend goed een goed herkenbare uitdrukking is van zijn oorspronkelijke functie, uitzicht of vormgeving. Representativiteit geeft aan in hoeverre het onroerend goed typerend is voor een geografische of historische context of een welbepaalde typologie of een bepaald oeuvre. […].” 13. Met de woorden van het bestreden besluit, is de bestreden opname gemotiveerd door het feit dat de villa Henriette een “herkenbaar en authentiek voorbeeld vormt van een vroeg-20ste-eeuws losstaand herenhuis in eclectische stijl” en aldus “getuigt van een fase […] van de […]architectuur of de bouwkunst in het verleden”. De architecturale kwaliteiten van het “eclectisch herenhuis met neo-Vlaamserenaissance elementen” worden in het bestreden besluit gedetailleerd beschreven. Het blijkt niet dat de verwerende partij aldus geen correcte toepassing zou hebben gemaakt van de selectiecriteria “herkenbaarheid” en “representativiteit”. 14. Anders dan de verzoekende partijen beweren, heeft de verwerende partij wel degelijk rekening gehouden met de huidige toestand van de villa Henriette, wat bevestigd wordt door het feit dat in het administratief dossier een op 16 februari 2018 genomen foto van de villa opgenomen is (randnr. 3.2). Uit de gegevens van de zaak volgt dat het ten onrechte is dat de verzoekende partijen in hun laatste memorie voorhouden dat deze foto “enkel een algemeen beeld […] zonder enig detail” zou weergeven. Anders dan de verzoekende partijen blijkbaar menen, verhindert het enkele feit dat een foto van een woning genomen is vanaf de straat en niet op het terrein zelf, niet dat deze foto voldoende informatie geeft om een opname in de erfgoedinventaris te rechtvaardigen. X-17.499-8/13 15.1. In het verzoekschrift wordt de kritiek herhaald die tweede verzoeker heeft aangevoerd in zijn tijdens het openbaar onderzoek ingediend bezwaarschrift. De verwerende partij heeft deze kritiek als volgt weerlegd: “6. De inventarisatiemethodologie zoals deze blijkt uit de bijlage bij het ministerieel besluit van 17 juli 2015 werd volledig gevolgd. Deze bijlage vermeldt dat de Inventarisatiemethodologie voor de inventaris van bouwkundig erfgoed naast een inleiding volgende onderdelen bevat: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.