← België

Arrest 251733 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 04/10/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.733 Rolnummer: A. 233480/X-17927 Zaak: Arrest 251733 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 04/10/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-10-08 Raadplegingen: 73 - laatst gezien 2026-06-11 11:38 Fiche Arrest nr 251.733 van 4 oktober 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 251.733 van 4 oktober 2021 in de zaak A. é.480/X-17.927 In zake: de OPDRACHTHOUDENDE VERENIGING INTRADURA bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Cooreman kantoor houdend te 1082 Brussel Keizer Karellaan 586, bus 9 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de GEMEENTE GRIMBERGEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joost Bosquet kantoor houdend te 2650 Edegem Mechelsesteenweg 326 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 22 april 2021, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van : “- twee besluiten van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Grimbergen van 18 januari 2021 houdende 1) De intrekking van het besluit van de gemeenteraad van 25 februari 2016 – Wijziging besluit van de gemeenteraad van 23 maart 2017 – Goedkeuring 2) Gedeeltelijke toetreding voor de activiteiten ‘sluikstortbeleid’ en ‘beheer recyclageparken’ – Goedkeuring - twee gemeenteraadsbesluiten van de gemeente Grimbergen dd. 28 januari 2021 houdende: 3) De intrekking van het besluit van de gemeenteraad van 25 februari 2016 – Wijziging besluit van de gemeenteraad van 23 maart 2017 – Goedkeuring 4) Gedeeltelijke toetreding voor de activiteiten ‘sluikstortbeleid’ en ‘beheer recyclageparken’ – Goedkeuring.” X-17.927-1/7 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Adjunct-auditeur Benny De Sutter heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 10 september
  3. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Maxim Lecomte, die loco advocaat Isabelle Cooreman verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Gert Op de Beeck, die loco advocaat Joost Bosquet verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Benny De Sutter heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. De gemeenteraad van de gemeente Grimbergen keurt op 25 februari 2016 de beslissing goed om de uitbating van de recyclageparken uit te besteden aan Haviland Intercommunale. De betrokken (aanvullende) overeenkomst wordt nooit ondertekend. Op 23 maart 2017 beslist de gemeenteraad de beheersoverdracht aan verzoekster – die op 27 april 2017 wordt opgericht – goed te keuren voor de opdrachten waarvoor de gemeente “vandaag” reeds een beroep doet op Haviland Intercommunale. Vermeld wordt onder meer “uitbating recyclageparken”. X-17.927-2/7 Het college van burgemeester en schepenen beslist op 5 oktober 2020 principieel in te stemmen met de gedeeltelijke toetreding van de gemeente tot de intercommunale Incovo, voor het beheer van het recyclagepark en het sluikstortbeleid. Het college beslist op 28 december 2020 om de bekrachtiging van zijn beslissing van 5 oktober 2020 voor te leggen aan de gemeenteraad. Het college van burgemeester en schepenen beslist op 18 januari 2021 om de gemeenteraad voor te stellen de gemeenteraadsbeslissing van 25 februari 2016 in te trekken en die van 23 maart 2017 te wijzigen. Tevens beslist het, in het kader van de gedeeltelijke toetreding tot de intercommunale Incovo, om de grond van het recyclagepark aan de intercommunale over te dragen en om een begeleidende nota goed te keuren. Dit zijn de eerste twee bestreden beslissingen. Op 28 januari 2021 trekt de gemeenteraad zijn beslissing van 25 februari 2016 in en wijzigt hij de beslissing van 23 maart 2017 in die zin dat bij de afvalactiviteiten waarvoor reeds een beroep wordt gedaan op Haviland Intercommunale en waarvan het beheer aan verzoekster wordt overgedragen, niet meer “uitbating recyclageparken” wordt vermeld. Dit is de derde bestreden beslissing. Nog op 28 januari 2021 keurt de gemeenteraad, onder voorwaarden, de gedeeltelijke toetreding tot de intercommunale Incovo goed met beheersoverdracht voor de afvalactiviteiten ‘opruimen van sluikstort op openbaar domein en de handhaving daarvan’ en ‘beheer en exploitatie van het recyclagepark’. Dat is de vierde bestreden beslissing. IV. Regelmatigheid van de procedure
  6. In zijn verslag vraagt de auditeur aan verzoekster duidelijkheid te verschaffen over de rechtsgeldigheid van de beslissing om in rechte te treden. Verzoekster geeft daaraan gevolg met een nota die veel méér inhoudt (pp. 10-29) dan een antwoord op de vraag van de auditeur. In die mate wordt deze nota buiten het debat gehouden. X-17.927-3/7 V. Ontvankelijkheid
  7. Verwerende partij betwist de ontvankelijkheid “wegens laattijdigheid” en “bij gebrek aan mandaat”. Een onderzoek van en een uitspraak over de excepties zouden zich alleen opdringen indien voldaan mocht zijn aan de grondvoorwaarden voor een schorsing, wat zoals hierna zal blijken niet het geval is. VI. Schorsingsvoorwaarden
  8. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. VII. Schorsingsvoorwaarde van de spoedeisendheid Uiteenzetting van verzoekster
  9. Verzoekster staaft de beweerde spoedeisendheid met vijf elementen. In de eerste plaats zou de niet-schorsing “onmiddellijke en onherroepelijke reputatieschade” meebrengen. Die reputatieschade is al ingezet. Verdere reputatieschade moet worden vermeden, zo niet dreigt het geschonden vertrouwen onherstelbaar te worden. Voorts zal de niet-schorsing beweerdelijk een belangrijk precedent inhouden “in die zin dat ook andere gemeenten hun lidmaatschap zouden kunnen verminderen ondanks de duidelijke wil van de decreetgever om X-17.927-4/7 zulks niet toe te laten tijdens de bestaansduur van de vereniging”. Het volgen van het precedent door andere gemeenten zou het bestaan van verzoekster “op belangrijke wijze kunnen hypothekeren”. Tevens zal de niet-schorsing inhouden dat verzoekster “de beoogde schaalvoordelen voor haar leden (die net haar bestaansreden zijn) niet zal kunnen realiseren tijdens de doorlooptijd van de annulatieprocedure”. De versnippering, meersporenbeleid en meervoudige communicatie die hieruit voortvloeit, zal een belangrijke kost inhouden voor verzoekster en haar overige vennoten. De niet-schorsing zal ook onmiddellijk afbreuk doen aan de vooropgestelde gezamenlijke doelen van de leden: de intensifiëring van de samenwerking, het komen tot een geïntegreerde milieuzone, een verregaande coördinatie en integratie van het milieu- en afvalbeleid, de bundeling van voldoende middelen en kennis met het oog op een slagkrachtig preventie- en duurzaamheidsbeleid. Ten slotte zou de niet-schorsing eveneens “eventuele onderhandelingen tussen Intradura en de gemeente Grimbergen verhinderen”. Beoordeling
  10. In de visie van verzoekster onttrekt de verwerende partij twee activiteiten aan haar beheer, namelijk het opruimen van sluikstort en de handhaving ervan, en het beheer van de recyclageparken. Wat daar ook van zij, naar de Raad van State heeft begrepen, gaat het hoe dan ook om twee activiteiten die verzoekster nog niet daadwerkelijk, in de feiten, ten behoeve van de verwerende partij uitoefende.
  11. Wat de aangevoerde reputatieschade betreft, blijkt dat de bestreden beslissingen door de media al ruim gecommuniceerd zijn naar de inwoners van de verwerende partij en naar de andere gemeenten-vennoten en hun X-17.927-5/7 inwoners. Welke “verdere” reputatieschade een schorsing in voorkomend geval nog kan vermijden, is niet duidelijk. Voorts wordt aangenomen dat, administratiefrechtelijk bekeken, een nietigverklaring in voorkomend geval de reputatieschade in principe voldoende zal neutraliseren.
  12. Dat de bestreden beslissingen een belangrijk precedent inhouden doordat ze er ook andere gemeenten toe “zouden kunnen” brengen hun lidmaatschap te verminderen, wat dan het bestaan van verzoekster “zou kunnen” hypothekeren, komt voor niet meer dan een louter theoretische bespiegeling te zijn. Voor zoveel een andere gemeente-vennoot mocht menen in de bestreden beslissingen een toepasselijk precedent te kunnen vinden en er een argument te mogen aan ontlenen om jegens verzoekster een ongunstige beslissing te nemen die haar bestaan bedreigt, is het aan verzoekster om daar alsdan de gepaste actie tegen te ondernemen. Aangezien, gelet op artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, een schorsing “op elk moment” kan worden bevolen, zou die actie desgevallend zelfs een nieuwe vordering tot schorsing van de bestreden beslissingen kunnen omvatten.
  13. Het nadeel dat verzoekster niet de “beoogde schaalvoordelen” en “vooropgestelde gezamenlijke doelen” zal kunnen realiseren betreft in wezen de weinig (tot niet-) geconcretiseerde impact van de bestreden beslissingen op de toekomstige realisering van erg algemene inzichten en wensen. Het nadeel is essentieel hypothetisch. Verzoekster laat verstaan dat zelf eveneens te beseffen, maar zegt van mening te zijn dat ook toekomstige onzekere schade kan dienen ter verantwoording dat aan het vereiste van de spoedeisendheid is voldaan. Het ontslaat haar er niet van die schade minimaal inzichtelijk en aannemelijk te maken. Dat is hier niet gebeurd.
  14. Ten slotte moet worden vastgesteld dat een niet-schorsing geenszins eventuele onderhandelingen tussen verzoekster en de verwerende partij verhindert. Weliswaar zal een niet-schorsing die onderhandelingen niet faciliteren, X-17.927-6/7 maar deze vaststelling wijst op zich nog niet uit dat, en in welk opzicht, verzoekster hierdoor een nadeel lijdt dat dringend dient te worden verholpen.
  15. De conclusie uit het voorgaande is dat verzoekster vooralsnog niet doet aannemen dat haar zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring. Hieruit volgt dat alvast één van de cumulatieve grondvoorwaarden voor een schorsing niet vervuld is. Deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing in haar geheel te verwerpen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vier oktober tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.927-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.733 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.853 ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.844 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.