id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.784 Rolnummer: A. 222417/VII-40017 Zaak: Arrest 251784 - Milieuvergunningen - 07/10/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-10-14 Raadplegingen: 75 - laatst gezien 2026-06-11 12:13 Fiche Arrest nr 251.784 van 7 oktober 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 251.784 van 7 oktober 2021 in de zaak A. 222.417/VII-40.017 In zake : de VZW MILIEUFRONT OMER WATTEZ woonplaats kiezend te 9700 Oudenaarde Dijkstraat 75 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gwijde Vermeire kantoor houdend te 9000 Gent Voskenslaan 301 tegen :
- de BURGEMEESTER VAN DE STAD GERAARDSBERGEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Colin De Beir kantoor houdend te 9500 Geraardsbergen Pastorijstraat 19 bij wie woonplaats wordt gekozen
- het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Thomas Quintens en Steve Ronse kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de VZW VLAAMS ZWEEFVLIEGCENTRUM PHOENIX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart De Becker kantoor houdend te 8500 Kortrijk Loofstraat 39 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 15 juni 2017, strekt tot de nietigverklaring van: VII-40.017-1/9 “1) [h]et besluit van 5 mei 2017 van de burgemeester van de stad Geraardsbergen waarbij de bestuurlijke maatregel, opgelegd bij besluit van de burgemeester op 29 november 2016 aan vzw Vlaams Zweefvliegcentrum Phoenix, wordt opgeheven [….] 2) [h]et besluit van het afdelingshoofd van de afdeling handhaving van het departement omgeving van de Vlaamse Overheid d.d. 1 juni 2017 waarbij het beroep ingesteld door verzoekster tegen de beslissing van 5 mei 2017 van de burgemeester van de stad Geraardsbergen onontvankelijk wordt verklaard […]”. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 240.893 van 5 maart 2018 is het debat heropend en wordt de zaak verwezen naar de gewone rechtspleging. De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft op 23 oktober 2020 een verslag opgesteld. De verwerende partijen en de tussenkomende partij hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 mei
- Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. VII-40.017-2/9 Advocaat Gwijde Vermeire, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Matthijs De Bruyn, die loco advocaat Colin De Beir verschijnt voor de eerste verwerende partij, advocaat Thomas Quintens, die verschijnt voor de tweede verwerende partij en advocaat Bart De Becker, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- In Geraardsbergen, deelgemeente Overboelare, tussen de Dender en de Veldekenslaan, wordt sinds 1969 een vliegveld geëxploiteerd. De percelen krijgen later in het gewestplan de bestemming landschappelijk waardevol agrarisch gebied. Sinds 1996 wordt het vliegveld geëxploiteerd door de vzw Vlaams Zweefvliegcentrum Phoenix. De Raad van State heeft verscheidene milieuvergunningen voor de exploitatie van de inrichting vernietigd (zie arrest nr. 193.593 van 28 mei 2009, arrest nr. 220.586 van 13 september 2012, arrest nr. 224.600 van 10 september 2013, arrest nr. 228.685 van 7 oktober 2014 en arrest nr. 235.295 van 30 juni 2016). 3.
- Na het vernietigingsarrest van 30 juni 2016 weigert de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen de milieuvergunning. Daarop vraagt de verzoekende partij om bij bestuurlijke maatregel de exploitatie te laten stopzetten. 3.
- Ingevolge voormeld verzoek beslist de burgemeester van de stad Geraardsbergen op 29 november 2016 om als bestuurlijke maatregel aan de VII-40.017-3/9 vzw Vlaams Zweefvliegcentrum Phoenix op te leggen dat “uitsluitend klasse 3-activiteiten mogen worden uitgeoefend”. Het tegen die bestuurlijke maatregel ingesteld beroep wordt op 15 december 2016 door het afdelingshoofd van de afdeling Milieuhandhaving, Milieuschade en Crisisbeheer onontvankelijk verklaard. Tegen deze onontvankelijkheidsverklaring heeft de verzoekende partij een beroep tot nietigverklaring ingesteld bij de Raad van State (zaak A. 221.593/VII-39.929). 3.
- Op 16 januari 2017 dient de vzw Vlaams Zweefvliegcentrum Phoenix een nieuwe milieuvergunningsaanvraag in. 3.
- Bij besluit van 24 april 2017 verleent het college van burgemeester en schepenen van de stad Geraardsbergen de gevraagde vergunning voor een termijn van vijf jaar. In dit besluit wordt overwogen dat de inrichting “niet verenigbaar” is met de bestemming landschappelijk waardevol agrarisch gebied en dat “er een GRUP ‘Vliegveld Overboelare’ in opmaak is en de procedure binnen de 5 jaar afgerond zal zijn en tevens ook uitsluitsel zal geven over de herbestemming van het gebied”. 3.
- Vervolgens heft de burgemeester van de stad Geraardsbergen op 5 mei 2017 de bestuurlijke maatregel van 29 november 2016 op omdat door de milieuvergunning van 24 april 2017 “de rechtsgrond voor de opgelegde bestuurlijke maatregel [vervalt]”. Dit is de eerste bestreden beslissing. 3.
- Met een brief van 1 juni 2017 deelt het afdelingshoofd van de afdeling Handhaving aan de verzoekende partij mee dat het bij de Vlaamse minister van Omgeving ingestelde beroep tegen de beslissing van 5 mei 2017 onontvankelijk is. Dit is de tweede bestreden beslissing. VII-40.017-4/9 VII-40.017-5/9 IV. Ontvankelijkheid van het beroep Actueel belang van de verzoekende partij Exceptie
- De tussenkomende partij werpt in haar laatste memorie op dat de verzoekende partij geen actueel belang meer heeft bij de gevorderde nietigverklaring omdat zij vanaf 9 juli 2020 beschikt over een omgevingsvergunning die geldig is voor een termijn van vijf jaar. In de gegeven omstandigheden meent de tussenkomende partij dat de gebeurlijke vernietiging van de bestreden beslissing de verzoekende partij geen enkel voordeel kan opleveren.
- In haar laatste memorie merkt de verzoekende partij op dat tegen de omgevingsvergunning van 9 juli 2020 een beroep tot vernietiging werd ingesteld bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen en dat zij na de gebeurlijke nietigverklaring van de thans bestreden beslissingen “nog steeds de weigering van het treffen van bestuurlijke maatregelen [kan] betwisten mede omwille van de geachte onwettigheid van die omgevingsvergunning van 9 juli 2020 en de geachte onwettigheid van de opname van de 510 m start- en landingsbaan als vergund geacht in het vergunningenregister”. Beoordeling
- Het belang van de verzoekende partij steunt in essentie op haar streven dat aan de tussenkomende partij bestuurlijke maatregelen worden opgelegd wegens het exploiteren van een vergunningsplichtige inrichting zonder in het bezit te zijn van een geldige (milieu)vergunning. Meer bepaald heeft zij in haar beroepschrift tegen de eerste bestreden beslissing aangevoerd dat de burgemeester van de stad Geraardsbergen de bij besluit van 29 november 2016 opgelegde bestuurlijke maatregel niet mocht opheffen omdat de nadien in eerste aanleg verleende milieuvergunning van 24 april 2017 -in beroep bevestigd bij besluit van VII-40.017-6/9 de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 5 oktober 2017- onwettig is. Het actueel belang van de verzoekende partij bij voorliggend beroep moet beoordeeld worden in het licht van dit initiële streven.
- Bij arrest nr. 251.783 van heden (gewezen in de zaak é.986/VII-40.151) heeft de Raad van State het annulatieberoep verworpen dat de verzoekende partij heeft ingesteld tegen het besluit van de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 5 oktober 2017 waarbij het bestuurlijk beroep tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Geraardsbergen van 24 april 2017 houdende het verlenen aan de vzw Vlaams Zweefvliegcentrum Phoenix van de milieuvergunning voor het veranderen van het vliegveld, wordt afgewezen. Bijgevolg is de betwisting omtrent de wettigheid van de milieuvergunning van 5 oktober 2017 definitief beslecht. De herneming van de beroepsprocedure tegen de in eerste aanleg genomen beslissing van de burgemeester van de stad Geraardsbergen van 29 november 2016, kan er dan ook niet toe leiden dat alsnog zou worden aangenomen dat de op 5 oktober 2017 verleende milieuvergunning onwettig is en dat er sprake is van een milieumisdrijf waarvoor op grond van artikel 16.4.5 van het decreet van 5 april 1995 ‘houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid’ bestuurlijke maatregelen kunnen worden opgelegd.
- Bovendien wordt vastgesteld dat de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen op 9 juli 2020 een omgevingsvergunning heeft verleend aan de vzw Vlaams Zweefvliegcentrum Phoenix voor het verder exploiteren en veranderen van het zweefvliegcentrum. Deze omgevingsvergunning wordt aangevochten bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, zodat het niet aan de Raad van State toekomt om zich uit te spreken over de beweerde onwettigheid van die vergunningsbeslissing.
- Het beroep is niet ontvankelijk. VII-40.017-7/9 V. Kosten
- De verwerende partijen vragen elk de toekenning van een rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 700 euro.
- Wat de begroting van de omvang van de rechtsplegingsvergoeding betreft, bepaalt artikel 30/1, § 2, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State: “§
- De afdeling bestuursrechtspraak kan, bij met bijzondere redenen omklede beslissing, de vergoeding verlagen of verhogen, zonder echter de door de Koning voorziene maximale en minimale bedragen te overschrijden. In haar beoordeling houdt ze rekening met: 1° de financiële draagkracht van de in het ongelijk gestelde partij, om het bedrag van de vergoeding te verlagen; 2° de complexiteit van de zaak; 3° de kennelijk onredelijke aard van de situatie”.
- De verzoekende partij is sinds langer dan een decennium betrokken bij een aanslepende rechtsstrijd over de wettige exploitatie van het betrokken vliegveld (zie randnr. 3.1). De cascade aan onwettige overheidsbeslissingen rechtvaardigt het besluit dat er sprake is van een kennelijk onredelijke situatie die toelaat de verschuldigde rechtsplegingsvergoeding te beperken tot het wettelijke minimum van 140 euro dat is bepaald bij artikel 67, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. VII-40.017-8/9 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 140 euro, die verschuldigd is aan elk van de verwerende partijen. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeven oktober tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Eric Brewaeys VII-40.017-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.784 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.893 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div