id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.788 Rolnummer: A. 234695/IX-9954 Zaak: Arrest 251788 - Examens (onderwijs) - 07/10/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-10-08 Raadplegingen: 74 - laatst gezien 2026-06-18 20:10 Fiche Arrest nr 251.788 van 7 oktober 2021 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 251.788 van 7 oktober 2021 in de zaak A. 234.695/IX-9954 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christophe Vangeel kantoor houdend te 2018 Antwerpen Lange Lozanastraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door scholengroep Antwerpen bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Marc Stommels en Jan Fransen kantoor houdend te 2000 Antwerpen Amerikalei 220 bus 14 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 29 september 2021, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de beroepscommissie van de scholengroep Antwerpen van 13 september 2021 waarbij het aan XXXX toegekende oriënteringsattest C wordt bevestigd. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. IX-9954- 1/10 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 7 oktober 2021, om 11.00 uur. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Christophe Vangeel, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Jan Fransen, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Jurgen Neuts heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoekster is tijdens het schooljaar 2020-2021 leerling in het tweede jaar van de eerste graad, onderwijsvorm A, basisoptie kunst en creatie in de Kunsthumaniora te Antwerpen. Tijdens het schooljaar is verzoekster veelvuldig afwezig ten gevolge van een chronische ziekte. Wegens een ziekenhuisopname kan verzoekster niet deelnemen aan de eindexamens. 3.
- Omdat hij “[w]egens te veel afwezigheden […] niet over voldoende informatie [beschikt] om tot een eindbeslissing te komen”, beslist de delibererende klassenraad op het einde van het schooljaar om verzoekster aan bijkomende proeven voor Frans, wiskunde en algemene verbale vorming (AVV) te onderwerpen. Voor Nederlands wordt bovendien een vakantietaak opgelegd. IX-9954- 2/10 Met een e-mailbericht van 10 augustus 2021 laat de moeder van verzoekster aan de leerkracht Frans het volgende weten: “[…] hopelijk heeft [B.] al doorgegeven dat [verzoekster] vanaf maandag gedurende een maand in het revalidatiecentrum […] zal doorbrengen, en het strakke schema laat het haar helaas niet toe om de [examens] op de afgesproken momenten te doen. Er ging aan de directie gevraagd worden of dit eventueel naar midden september kon verplaatst worden, maar ik heb daar voorlopig geen antwoord op gekregen.” Verzoekster neemt niet deel aan de haar opgelegde bijkomende proeven en dient de vakantietaak niet in. Eind augustus beslist de delibererende klassenraad om verzoekster een oriënteringsattest C op te leggen. Overleg met de directie leidt tot een nieuwe bijeenkomst van de delibererende klassenraad, die op 3 september 2021 zijn beslissing handhaaft met volgende motivering: “Wij hebben de bijkomende informatie die je ouders hebben aangebracht toegevoegd aan alle gegevens en resultaten waarover wij op 30 augustus 2021 reeds beschikten. Wij vroegen ook advies aan de begeleiders […] in revalidatiecentrum […] waar [verzoekster] momenteel behandeld en begeleid wordt. De klassenraad begrijpt de argumentatie van de ouders over het sociaal aspect van over te gaan met de groep leerlingen waar zij nu mee heeft samengezeten. Maar de klassenraad is decretaal verplicht bij het beoordelen van de leerling uit te gaan van de vraag: Heeft deze leerling in voldoende mate de leerplandoelen van dit leerjaar behaal[d] om met kans op succes over te gaan naar een hoger leerjaar? De klassenraad oordeelde op 30 augustus op basis van de resultaten van een gans schooljaar met veel afwezigheden en op basis van het niet afleggen van de bijkomende proeven, dat [verzoekster] niet heeft kunnen aantonen dat zij die leerplandoelen in voldoende mate beheerst. In hun argumentatie van 2 september 2021 betwisten de ouders deze vaststelling niet. Zij vragen alleen om [verzoekster] de kans te geven om haar achterstand in de loop van volgend schooljaar in te halen. Dat zou betekenen dat [verzoekster] ondanks haar medische problematiek de leerstof van het derde jaar zou moeten verwerken en tegelijk de leerstof van het tweede jaar zou moeten leren. De begeleiders van […] geven duidelijk aan dat haar gezondheidsproblematiek op zich al heel veel energie zal IX-9954- 3/10 vragen aan [verzoekster] en dat er niet zoveel tijd naar schoolwerk en leerstof zal kunnen gaan. De klassenraad vindt in de argumenten van de ouders van [verzoekster] en in het verslag van de begeleiders van […] geen reden om hun beslissing te herzien. De delibererende klassenraad komt op basis van al deze elementen tot het besluit dat je kans op slagen in het volgende leerjaar te beperkt is. Daarom geeft de klassenraad je een C-attest.” Verzoekster stelt daarop een beroep in bij het schoolbestuur. 3.
- Over de hoorzitting door de beroepscommissie wordt het volgende genotuleerd: “De moeder situeert de context van haar dochter (ASS, ADHD, astma, syndroom van Titze, tijdelijk in rolstoel) en de tijdlijn inzake de medische toestand van [verzoekster]. De vakantietaak heeft [verzoekster] gemaakt, de moeder wenst deze ter zitting af te geven. De voorzitter wijst erop dat de commissie dit stuk niet meer kan bekijken. Deze taak was voorheen nog niet helemaal klaar. De herexamens werden niet gemaakt omdat de leerling aan het revalideren is in […]. De dochter is vanaf vandaag naar school gegaan, in het derde jaar, omdat de moeder dit wenste uit te proberen. Ze was heel blij dat dit kon (op basis van de regelgeving die dit toelaat in afwachting van een beslissing in beroep). De commissie wijst erop dat dit ook teleurstellend kan zijn als de beslissing gehandhaafd zou worden. Toch hecht de moeder veel belang aan dit lichtpuntje. Op de vraag of het welbevinden in een 3de jaar niet gefnuikt dreigt te worden door het gebrek aan basisleerstof, stelt de moeder dat ze hier niet bang voor is. De dochter heeft volgens haar intelligentie en capaciteiten genoeg, zeker als de boodschap gegeven wordt dat men in haar gelooft. De voorbije jaren liep het mis omdat er een grote zoektocht nodig was om een geschikte school en studierichting te vinden. Ze was het vertrouwen kwijt, maar dat is nu hersteld. Ze voelt zich helemaal op haar plaats in de Kunsthumaniora. Dit komt door de groep klasgenoten, maar ook door de studiekeuze zelf. De moeder betreurt dat de leerling zich niet heeft kunnen bewijzen tijdens de examens. Op de vraag van de voorzitter waarom dit ook eerder niet lukte, wat blijkt uit de zwakke DW-resultaten, geeft de moeder toe dat deze resultaten inderdaad zwak waren. Toch denkt ze dat haar dochter klaar is voor een overstap naar de tweede graad. Ze zou de volgende maanden de lessen deels kunnen volgen, gecombineerd met de verdere revalidatie. Ze is tot veel in staat, aldus de moeder.” IX-9954- 4/10 3.
- Op 13 september 2021 bevestigt de beroepscommissie het C-attest. Die beslissing is als volgt gemotiveerd: “De school heeft de leerling veel kansen gegeven en heeft de beslissing in juni uitgesteld om haar nog een bijkomende kans te geven. Pas nadat ook deze examens niet afgelegd werden, besloot de school uiteindelijk een C-attest te geven. Dit werd afdoende gemotiveerd en deze motivering wordt door de ouders ook niet betwist. De commissie heeft begrip voor de moeilijke medische situatie van de leerling. De commissie begrijpt dat de leerling graag wil overgaan naar een derde jaar, samen met haar klasgenoten. Door de vele – weliswaar gewettigde – afwezigheden, ook tijdens de examenperiode en tijdens de periode van de bijkomende proeven, kon de leerling op geen enkele wijze aantonen dat zij de leerplandoelen van de eerste graad beheerst. Door die vele afwezigheden heeft de leerling de lessen over deze leerstof weinig tot niet kunnen volgen. Dit hypothekeert de slaagkansen in een tweede graad in grote mate. Ook de resultaten voor de DW-periodes waarin ze wel aanwezig was, zijn zwak. De leerkrachten kunnen helder aantonen dat de doelen voor verschillende vakken niet beheerst worden. De verantwoordelijken van het revalidatiecentrum gaven aan dat overgaan naar een volgend leerjaar geen verstandige beslissing zou zijn omdat de leerling bepaalde leerstoornissen vertoont en momenteel niet […] toe is aan een volgende stap in haar huidige mentale toestand. Op basis van al deze vaststellingen door diverse experten is het volgens de commissie aangewezen de basis in de eerste graad eerst rustig verder te versterken door het jaar over te zitten. Dit zal de leerling allicht meer succeservaringen bieden dan het overgaan en volledig nieuwe leerstof te moeten verwerken zonder voldoende basis en in een complexe combinatie met de lange revalidatie die haar nog te wachten staat.” IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. IX-9954- 5/10 V. Uiterst dringende noodzakelijkheid
- De verwerende partij betwist terecht niet dat de voorwaarde van uiterst dringende noodzakelijkheid is aangetoond. VI. Ernst van het enige middel Uiteenzetting van het middel
- In een “eerste” – en tevens enig – middel voert verzoekster de schending aan van de “motiveringsplicht”, de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’, artikel 5, § 5, van het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2002 ‘betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs’ en het zorgvuldigheidsbeginsel. Verzoekster betoogt dat zij in de interne beroepsprocedure als “fundamentele kwestie” haar medische situatie heeft aangekaart, waardoor zij niet aan de examens in juni en evenmin aan de bijkomende proeven kon deelnemen. Zij voert aan dat uit haar bezwaarschrift “duidelijk” blijkt dat zij “alsnog solliciteert om de eerder opgelegde uitgestelde proeven toch te kunnen afleggen”. Zij citeert: “[verzoekster] kon niet deelnemen aan de examenperiode van juni vermits ze gedurende die periode in het ziekenhuis lag. Vervolgens werden 3 herexamens voorgesteld die zouden doorgaan eind augustus, en tijdens deze periode was [verzoekster] opgenomen in het Revalidatiecentrum, waardoor ze eveneens niet deel kon nemen aan deze examenperiode. Gedurende de vakanties zijn er ook geen leerkrachten aanwezig in het Revalidatiecentrum die haar hierbij zouden kunnen begeleiden. Woensdag 08/09 vernemen we of ze daar voorlopig kan blijven, wat een opnamen zou inhouden van enkele maanden. De kans is erg groot dat dit ook effectief zal doorgaan.” Dat had zij trouwens al eerder gevraagd aan de directie, aldus verzoekster, en met die vraag moest de beroepscommissie ook rekening houden. IX-9954- 6/10 De bestreden beslissing biedt daarop echter geen antwoord. De beroepscommissie erkent wel de medische problemen, maar zij houdt volgens verzoekster geen rekening met de essentie van het dossier en de vraag tot het uitstellen, dan wel het opnieuw opleggen van de bijkomende proeven. Enige motivering waarom de bijkomende proeven niet konden worden uitgesteld, ontbreekt. Nochtans mocht verzoekster een antwoord verwachten op dit pertinente argument. Waarom de beroepscommissie het dossier thans wel volledig acht, is voor verzoekster evenmin duidelijk. Beoordeling
- Verzoekster verwijt de beroepscommissie, wezenlijk, niet te hebben aangegeven waarom zij, vanwege verzoeksters verblijf in een revalidatiecentrum, de bijkomende proeven niet heeft uitgesteld tot midden september. 8.
- Verzoekster gaat ervan uit dat zij met haar bezwaarschrift voor de beroepscommissie “duidelijk” heeft “gesolliciteerd” voor een uitstel van die bijkomende proeven. Dat uitgangspunt faalt, zo lijkt. 8.
- De moeder van verzoekster heeft weliswaar op 10 augustus 2021 in een e-mailbericht aan de leerkracht Frans aangegeven dat “aan de directie [ging] gevraagd worden of [de bijkomende proeven] eventueel naar midden september [konden] verplaatst worden”. Een ondubbelzinnig bewijs van die vraag aan de directie ligt op het eerste gezicht evenwel niet voor. Daarenboven lijkt verzoekster naderhand – om redenen haar eigen – dat pad te hebben verlaten. Zoals de Raad van State het beroepschrift aan het schoolbestuur leest, lijkt het geen enkel uitdrukkelijk spoor van die vraag te bevatten, ook niet in de passus die verzoekster aanhaalt. IX-9954- 7/10 De moeder van verzoekster heeft, integendeel, in het beroepschrift prima facie het geweer van schouder veranderd. Daarin staat immers geschreven wat volgt: “Ons voorstel is het volgende: - We zouden u willen verzoeken om deze beslissing [van de delibererende klassenraad] te herzien en [verzoekster] alsnog te laten starten in 3 Woord, waarbij ze de kans krijgt om zich gedurende de eerste twee maanden te bewijzen. Indien blijkt dat ze in staat is om haar taken en toetsen naar behoren te vervullen, kan ze haar derde jaar vervolledigen. Indien blijkt dat ze na twee maanden niet mee is met de leerstof, kan ze alsnog inpikken in het tweede jaar, waarbij niets verloren is vermits ze de leerstof reeds gezien heeft.” En ook voorheen al, na de beslissing van de klassenraad van 30 augustus 2021, formuleerde zij datzelfde voorstel aan de directeur in een e-mail van 2 september
- Dat verklaart, zo lijkt, dat de opnieuw bijeengekomen klassenraad op 3 september 2021 het heeft over “de argumentatie van de ouders over het sociaal aspect van over te gaan met de groep leerlingen waar zij nu mee heeft samengezeten” en ervan uitgaat dat de ouders “[alleen] vragen […] om [verzoekster] de kans te geven om haar achterstand in de loop van volgend schooljaar in te halen”. Op de hoorzitting ten slotte, heeft de moeder van verzoekster op het eerste gezicht alweer enkel gesproken over de mogelijkheid om het volgende jaar te volgen en niet over extra bijkomende proeven. In de beroepsfase voor de beroepscommissie lijkt verzoekster dan ook enkel die vraag om te mogen overgaan te handhaven – en dus per definitie niet de vraag om de bijkomende proeven op een later tijdstip te doen plaatsvinden. 8.
- Mocht het al zo zijn dat begin augustus aan de directie uitdrukkelijk was gevraagd om de bijkomende proeven op een later tijdstip te laten plaatsvinden, dan lijkt verzoekster met haar bezwaarschrift – waarin nog slechts IX-9954- 8/10 sprake is van het voormelde “voorstel” – en haar uiteenzetting tijdens de hoorzitting impliciet maar duidelijk aan te geven dat haar eerdere vraag voor onbestaande mocht worden gehouden. Verzoekster lijkt voor haar middel dan ook vanuit een verkeerde vooronderstelling te zijn vertrokken.
- Voorts heeft de vraag van verzoekster – zoals zij die wél heeft geformuleerd in het beroepschrift – wel een antwoord gekregen. De beroepscommissie heeft uitdrukkelijk toegelicht waarom zij zich niet kon vinden in het “voorstel” van verzoekster om haar het eerste jaar van de volgende graad te laten “proberen”. Zij heeft verwezen naar de leerplandoelen waarvan verzoekster niet heeft aangetoond ze te hebben behaald, de hypotheek die zulks legt op haar slaagkansen in de tweede graad, de zwakke resultaten voor dagelijks werk waaruit de leerkrachten hebben afgeleid dat zij de doelen voor verschillende vakken niet beheerst en het standpunt van de verantwoordelijken van het revalidatiecentrum. Die motieven betwist verzoekster dan weer niet, zo lijkt. In die omstandigheden kan aan de beroepscommissie dan ook bezwaarlijk worden verweten over het al dan niet slagen van verzoekster te hebben beslist. De vraag van verzoekster betrof, zoals gezien, niet langer een nieuwe kans om de bijkomende proeven af te leggen, maar wel het laten overgaan naar een volgend leerjaar, zij het met een mogelijke terugkeer – daargelaten of dat juridisch toelaatbaar is – indien zij na een zekere periode niet zou blijken te voldoen.
- Het middel is niet ernstig. IX-9954- 9/10 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeven oktober tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Geert Van Haegendoren IX-9954- 10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.788 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div