id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.797 Rolnummer: A. 228653/X-17548 Zaak: Arrest 251797 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 08/10/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-10-12 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-11 12:22 Fiche Arrest nr 251.797 van 8 oktober 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Vernietiging Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 251.797 van 8 oktober 2021 in de zaak A. 228.653/X-17.548 In zake :
- de NV CALLEWAERT
- de BVBA NORELIS
- de NV CALLEWAERT ENGINEERING bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Steven Vanden Bossche kantoor houdend te 8530 Harelbeke Vredestraat 21 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen :
- de STAD HARELBEKE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Rasschaert kantoor houdend te 9420 Erpe-Mere Schoolstraat 20 bij wie woonplaats wordt gekozen
- het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Bronders kantoor houdend te 8400 Oostende Zandvoordestraat 444/b1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 22 juli 2019, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de gemeenteraad van de stad Harelbeke van 15 april 2019 “waarbij het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Bloemenwijk-Vaarnewijk’ definitief werd vastgesteld, het rooilijnplan werd vastgesteld en het verordenend plan werd goedgekeurd”, en van de beslissing van de dienst Milieueffectrapportage van de Vlaamse overheid van 17 december 2013 “houdende ontheffing van de verplichting tot opmaak van een plan-MER” voor het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Bloemenwijk-Vaarnewijk’. X-17.548-1/12 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een verslag opgesteld. De verwerende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De verzoekende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 24 september
- Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Steven Vanden Bossche, die verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Karel Verbestel, die loco advocaat Wim Rasschaert verschijnt voor de eerste verwerende partij, en advocaat Peter De Roover, die loco advocaat Bart Bronders verschijnt voor de tweede verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest gedeeltelijk eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- X-17.548-2/12 III. Feiten 3.
- Het bestreden gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan heeft betrekking op een gebied van ongeveer 38 hectare groot, gelegen op het grondgebied van de stad Harelbeke. Het wordt in het noorden begrensd door de N36 en de zuidelijke perceelsgrens van de woningen langs de Afspanningsstraat, in het oosten door de Leie, in het zuiden door de Overleiestraat en in het westen door de Bavikhoofsestraat. 3.
- De derde verzoekende partij is eigenaar van een bedrijfssite, gelegen in het noordelijke deel van het plangebied, en kadastraal bekend als Harelbeke, derde afdeling, sectie D, nr. 117/p. De eerste verzoekende partij least de voormelde bedrijfssite van de derde verzoekende partij en is gespecialiseerd in industriële elektriciteit. De tweede verzoekende partij is eigenaar van het aanpalende perceel, kadastraal bekend als Harelbeke, derde afdeling, sectie D, nr. 117/r. Op een deel van dit perceel zijn parkeerplaatsen voorzien ten behoeve van het bedrijf van de eerste verzoekende partij. Op een ander deel ervan wenst de tweede verzoekende partij de aanwezige woning te slopen en een aantal bomen te rooien, teneinde de grond bouwrijp te maken en een uitbreiding van de aanpalende bedrijfssite mogelijk te maken. 3.
- Het plangebied is overeenkomstig het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde gewestplan Kortrijk bestemd tot woongebied, gebied voor milieubelastende industrie, parkgebied, gebied voor gemeenschaps- en openbare nutsvoorzieningen, gebied voor ambachtelijke bedrijven en kmo’s, agrarisch gebied, gebied voor lijninfrastructuur, reservatie- en erfdienstbaarheidsstrook, en gebied voor waterweg. Daarnaast zijn ook de stedenbouwkundige voorschriften van het in 1992 goedgekeurde bijzonder plan van aanleg (BPA) nr. 46 ‘Vaarnewijk Industriepark’ en het in 2000 goedgekeurde BPA nr. 45a ‘Bloemenwijk’ op het plangebied van kracht. X-17.548-3/12 3.
- Het stadsbestuur van Harelbeke neemt op 29 mei 2012 de principiële beslissing om voor het gebied een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Bloemenwijk-Vaarnewijk’ (hierna: het gemeentelijk RUP) op te maken. Daarbij is het de bedoeling om de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden af te bakenen voor het industriepark, de inrichtings- en bebouwingsvoorschriften voor de verschillende woonzones in de Bloemenwijk te herzien, en de voorschriften voor het gebied te laten sporen met de gewenste opwaardering van de Leieboorden. 3.
- De intercommunale Leiedal maakt een eerste voorontwerp van het gemeentelijk RUP op. 3.
- Met de tweede bestreden beslissing van 17 december 2013 bevestigt de dienst-Mer “dat het voorgenomen plan geen aanleiding geeft tot aanzienlijke negatieve milieugevolgen en dat de opmaak van een plan-MER niet nodig is”. De dienst Mer wijst er in haar beslissing op dat de stad Harelbeke “de screeningsnota samen met deze beslissing [dient] te voegen bij het voorontwerp van RUP [en] dit te doen voorafgaand aan de organisatie van de plenaire vergadering en uiterlijk voor de voorlopige vaststelling van het plan”. 3.
- Op 6 januari 2014 vindt een eerste plenaire vergadering over het voorontwerp van het gemeentelijk RUP plaats. 3.
- Naar aanleiding van de voormelde plenaire vergadering wordt besloten om een tweede en aangepast voorontwerp van het gemeentelijk RUP op te maken. Op 4 september 2018 vindt een plenaire vergadering over dit tweede voorontwerp van het gemeentelijk RUP plaats. 3.
- Op 19 november 2018 stelt de gemeenteraad van de stad Harelbeke het ontwerp van het gemeentelijk RUP voorlopig vast. Aan het bestemmingsplan wordt een ontwerp van rooilijnplan ‘Vaarnewijkstraat’ X-17.548-4/12 gekoppeld, dat betrekking heeft op de gelijknamige straat die zich ter hoogte van de bedrijfsterreinen van de verzoekende partijen situeert. 3.
- Gedurende het openbaar onderzoek, dat van 30 november 2018 tot en met 28 januari 2019 wordt gehouden, worden dertien bezwaarschriften ingediend. Ook de eerste verzoekende partij dient een bezwaarschrift in, waarin zij zich er onder meer over beklaagt dat de plan-MER-screening niet ter inzage ligt. 3.
- De gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening van de stad Harelbeke (hierna: de Gecoro) verleent op 27 februari 2019 een advies over het dossier. Met betrekking tot het bezwaar van de eerste verzoekende partij antwoordt zij dat de plan-MER-screening niet in openbaar onderzoek ligt maar op eenvoudig verzoek “raadpleegbaar/verkrijgbaar” is bij de stad Harelbeke, dat de plan-MER-databank van de Vlaamse overheid ook deze informatie “ontsluit”, en dat alle formaliteiten inzake de plan-MER-screening zijn vervuld. 3.
- Met het eerste bestreden besluit van 15 april 2019 stelt de gemeenteraad van de stad Harelbeke het gemeentelijk RUP definitief vast. Hierna volgt een weergave van het grafisch plan ervan, met benaderende aanduidingen: X-17.548-5/12 eigendom tweede verzoekende partij zone voor eigendom derde bedrijvigheid verzoekende partij/bedrijfssite eerste verzoekende partij IV. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunt van de partijen 4.
- De verzoekende partijen zetten in hun verzoekschrift, wat hun belang betreft, uiteen dat het feit dat hun percelen “gesitueerd zijn binnen de contouren van het plangebied, volstaat om te kunnen gewagen van het rechtens vereiste belang”. Het bestreden gemeentelijk RUP voorziet in “een gedeeltelijke herbestemming van hun eigendom/perceel […] naar zone openbare wegenis, waarbij dit deel zal worden ingenomen om de Vaarnewijkstraat door te trekken en een nieuwe ontsluiting te voorzien naar de nieuwe loskade en zone voor watergebonden bedrijvigheid”. Er zou op die manier een kleine 1.000 m² oppervlakteverlies zijn, waardoor ongeveer 40 parkeerplaatsen en een elektriciteitscabine moeten verdwijnen. De stedenbouwkundige voorschriften van X-17.548-6/12 het gemeentelijk RUP leggen bovendien op dat voortaan op eigen terrein voldoende parkeerruimte moet aanwezig zijn, wat de verzoekende partijen nog verder in de problemen brengt. Zowel de huidige exploitatie als de uitbreidingsplannen komen door het gemeentelijk RUP in gevaar. 4.
- De eerste verwerende partij betwist in haar memorie van antwoord het belang van de verzoekende partijen. Zij betoogt dat deze partijen zich ter staving van hun belang “enkel en alleen” beroepen op het verlies van ongeveer 40 parkeerplaatsen, terwijl er slechts 36 parkeerplaatsen zullen verdwijnen en er nog 26 parkeerplaatsen zullen resteren. Voor zwaar verkeer blijft er sowieso een zeer ruime circulatiemogelijkheid bestaan. Ook onder de gelding van het BPA ‘Vaarnewijk’ bestonden reeds voorschriften inzake het parkeren op eigen terrein. De eerste verwerende partij meent dat de verzoekende partijen parkeerplaats in overvloed hebben. Zij lijden geen nadeel door het bestreden gemeentelijk RUP en kunnen uit de vernietiging ervan geen voordeel halen. Beoordeling 5.
- De percelen van de verzoekende partijen situeren zich binnen het beheersingsgebied van het bestreden gemeentelijk RUP. Daardoor alleen al doen zij in beginsel blijken van het rechtens vereiste belang bij de nietigverklaring van dit plan. Het onder randnummer 4.2 weergegeven betoog van de eerste verwerende partij doet niet anders besluiten. 5.
- De exceptie wordt verworpen. V. Onderzoek van het eerste onderdeel van het eerste middel Uiteenzetting van de partijen 6.
- De verzoekende partijen voeren in een eerste middel de schending aan van “artikel 2.2.2, § 1, 6°, [van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO)], artikel 2.2.14 VCRO juncto de artikelen 4.1.4, 4.2.1 en 4.2.3, §§ 2-3 [van het decreet van 5 april 1995 ‘houdende algemene bepalingen inzake X-17.548-7/12 milieubeleid’], [en van] het zorgvuldigheids- en materiëlemotiveringsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur”. In een eerste middelonderdeel bekritiseren zij dat de plan-MER-screeningsnota en de ontheffingsbeslissing van de dienst Mer niet ter inzage lagen tijdens het openbaar onderzoek over het ontwerp van het gemeentelijk RUP. Zij wijzen er in dit verband op dat de dienst-Mer uitdrukkelijk heeft verzocht om de screeningsnota samen met de ontheffingsbeslissing aan het ontwerp van het gemeentelijk RUP toe te voegen. De samenvatting van de plan-MER-screeningsnota die wel bij het dossier was gevoegd, is “hoe dan ook ontoereikend […] om op een nuttige manier hun recht op inspraak te doen gelden”. Dat de mogelijkheid bestaat om ontbrekende delen van de screeningsnota op te vragen, “doet hier niets aan af en gaat zelfs volledig in tegen de doelstelling van een openbaar onderzoek, namelijk het inspraakrecht van derde-belanghebbenden garanderen”. Het antwoord van de Gecoro op deze problematiek voldoet niet, nu dit erop neerkomt dat het dan maar de burger toekomt “het werk van de plannende overheid [te] doen in het kader van het openbaar onderzoek en zo zelf te gaan grasduinen in de diverse stukken die in verband staan met het voorgenomen RUP, om het dossier dat in openbaar onderzoek ligt te gaan vervolledigen”. 6.
- De eerste verwerende partij repliceert in haar memorie van antwoord dat een samenvatting van de plan-MER-screeningsnota bij het in openbaar onderzoek gelegde ontwerp van het gemeentelijk RUP werd gevoegd. Zij meent dat er geen verplichting bestaat om de plan-MER-screeningsnota tijdens het openbaar onderzoek ter inzage te leggen. De bekendmaking van deze nota is op de wettelijk voorgeschreven wijze gebeurd (onder andere via de website van de dienst-Mer). De Gecoro heeft het argument van de verzoekende partijen in dezelfde zin beantwoord. 6.
- De verzoekende partijen betogen in hun memorie van wederantwoord dat uit de richtlijnen van de dienst Mer zelf blijkt dat de plan-MER-screeningsnota tijdens het openbaar onderzoek ter inzage moet liggen. X-17.548-8/12 6.
- In haar laatste memorie doet de eerste verwerende partij nog gelden dat de dienst Mer enkel wilde dat de deelnemers aan de plenaire vergadering voorafgaand aan de plenaire vergadering van de plan-MER-screeningsnota kennis konden nemen. De dienst Mer vroeg met het oog op het openbaar onderzoek enkel om “via aanplakking op de aanplakplaatsen van de gemeente, via de website van de gemeente en via publicatie in het gemeentelijk infoblad” te melden dat de plan-MER-screeningsnota op haar website kon geraadpleegd worden. 6.
- De verzoekende partijen betogen in hun laatste memorie dat de Raad van State reeds eerder heeft geoordeeld dat een beperkte samenvatting van de plan-MER-screeningsnota ontoereikend is om derde-belanghebbenden toe te laten hun recht op inspraak met kennis van zaken uit te oefenen. Beoordeling 7.
- Terecht voeren de verzoekende partijen aan dat het openbaar onderzoek over het ontwerp van het gemeentelijk RUP er onder meer toe strekt derde-belanghebbenden inspraak te garanderen in het voorgenomen plan. 7.
- Betwist wordt niet dat de plan-MER-screeningsnota tijdens het openbaar onderzoek niet ter inzage lag en dat de verzoekende partijen zich daarover in hun bezwaarschrift hebben beklaagd. De tijdens het openbaar onderzoek wél ter inzage gelegde toelichtende nota bij het gemeentelijk RUP bevat een hoofdstuk 6.1 ‘Screening plan-MER’, dat vier bladzijden (p. 47-50 van de nota) telt. Slechts één van die bladzijden (p. 47) houdt een toelichting met betrekking tot de situering, de basisinformatie en het verloop van de screening in, terwijl de overige bladzijden een aantal kaarten tonen. De beperkte samenvatting in de toelichtingsnota bij het gemeentelijk RUP van de 30 pagina’s tellende screeningsnota komt de Raad van X-17.548-9/12 State als ontoereikend voor om derde-belanghebbenden toe te laten hun recht op inspraak met kennis van zaken uit te oefenen. 7.
- De dienst Mer blijkt voorts zelf om de voeging van de plan-MER-screeningsnota bij het ontwerp van het gemeentelijk RUP te hebben verzocht, maar daar is niet op ingegaan. De eerste verwerende partij overtuigt er niet van dat de dienst Mer met haar vraag enkel heeft gewild dat de deelnemers aan de plenaire vergadering voorafgaand aan die vergadering van de plan-MER-screeningsnota kennis zouden kunnen nemen. Integendeel heeft de dienst Mer gevraagd om de plan-MER-screeningsnota “uiterlijk voor de voorlopige vaststelling van het plan” bij het voorontwerp van het gemeentelijk RUP te voegen, wat er eerder op wijst dat deze dienst vooral de terinzagelegging van de screeningsnota tijdens het openbaar onderzoek, en de daarmee gepaard gaande garantie op inspraak door derde-belanghebbenden, heeft beoogd. 7.
- Het antwoord van de Gecoro op het bezwaar van de eerste verzoekende partij, te weten dat de plan-MER-screeningsnota elders te raadplegen is, vermag een en ander niet goed te praten. Het openbaar onderzoek dient immers op zichzelf het inspraakrecht van de verzoekende partijen te garanderen. 7.
- Het eerste onderdeel van het eerste middel is in de aangegeven mate gegrond. Het verantwoordt de vernietiging van de eerste bestreden beslissing, zijnde de eindbeslissing en de enige van de bestreden beslissingen die van aard is uit zichzelf de bestaande rechtsorde te wijzigen. 7.
- Aangezien het onderzoek van deze eerste bestreden beslissing niet leidde tot de vaststelling van de onwettigheid van de tweede bestreden beslissing, en die tweede bestreden beslissing louter voorbereidend is, wordt het beroep ertegen verworpen. V. Kosten
- Bij arrest nr. 22/2020 van 13 februari 2020 heeft het Grondwettelijk Hof de woorden “per verzoekende partij” vernietigd in artikel 4, X-17.548-10/12 § 4, eerste en derde lid, van de wet van 19 maart 2017 “tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand”, zoals het is ingevoegd bij de wet van 26 april
- Dit betekent dat de bijdrage, bedoeld in voormeld artikel slechts éénmaal is verschuldigd per verzoekschrift, ongeacht het aantal partijen. Bijgevolg is er aanleiding om de terugbetaling te bevelen van de onterecht betaalde bijdrage. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt het besluit van 15 april 2019 van de gemeenteraad van de stad Harelbeke houdende de definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Bloemenwijk-Vaarnewijk’. De Raad van State verwerpt het beroep voor het overige.
- Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit.
- De eerste verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 600 euro, een bijdrage van 20 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verzoekende partijen gezamenlijk. De verzoekende partijen worden veroordeeld tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro aan de tweede verwerende partij. De door de verzoekende partijen onterecht betaalde bijdrage van 40 euro wordt aan hen terugbetaald. X-17.548-11/12 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van acht oktober tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.548-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.797 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div