← België

Arrest 251799 - Monumenten en Landschappen - 08/10/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.799 Rolnummer: A. 228138/X-17500 Zaak: Arrest 251799 - Monumenten en Landschappen - 08/10/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-10-12 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-11 12:25 Fiche Arrest nr 251.799 van 8 oktober 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Monumenten en Landschappen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 251.799 van 8 oktober 2021 in de zaak A. 228.138/X-17.500 In zake : de NV COPEM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Emmanuel Plavsic kantoor houdend te 2000 Antwerpen Meir 22-24, bus 2 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Cooreman kantoor houdend te 1082 Brussel Keizer Karellaan 586, bus 9 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 17 mei 2019, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Buitenlands Beleid en Onroerend Erfgoed van 14 maart 2019 ‘tot vaststelling van de inventaris bouwkundig erfgoed in de provincie Antwerpen’, in zoverre het betrekking heeft op de oostelijke grote schuur van de “Belhoeve” aan de Ooievaarsdreef 1 te Schoten. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. X-17.500-1/8 Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 juni
  3. Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Christian Lesaffer, die loco advocaat Emmanuel Plavsic verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Joeri Leten, die loco advocaat Isabelle Cooreman verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Op het historische domein “Belhoeve” aan de Ooievaarsdreef 1 te Schoten, dat meerdere hectaren groot is, bevinden zich een zevental constructies die alle een agrarische- of woonfunctie hebben, zoals een toegangspoort, een woonhuis en meerdere schuren. De verzoekende partij koopt in 1983 onder meer een perceel van dit domein waarop zich een grote schuur met schilddak (hierna: de grote schuur) bevindt.
  6. Op 28 november 2014 neemt de administrateur-generaal van het agentschap Onroerend Erfgoed het besluit ‘houdende de vaststelling van de inventaris van het bouwkundig erfgoed’. Het domein “Belhoeve” te Schoten is in X-17.500-2/8 de inventaris opgenomen.
  7. In 2018 neemt de verwerende partij het initiatief om de inventaris van het bouwkundig erfgoed in de provincie Antwerpen bij ministerieel besluit vast te stellen. 6.
  8. Van 1 juni tot 30 juli 2018 wordt een openbaar onderzoek gehouden over de eventuele opname in de inventaris van het bouwkundig erfgoed van onder meer het domein “Belhoeve”. 6.
  9. De verzoekende partij dient een bezwaarschrift in waarin zij vooreerst uiteenzet dat de grote schuur gelegen is in woonparkgebied, zodat de opname in de inventaris een potentieel nadelig effect heeft op de voorgenomen verkaveling en bebouwing van haar perceel. De verzoekende partij vraagt in haar bezwaarschrift om de grote schuur niet op te nemen in de inventaris, daar “deze geen enkele erfgoedwaarde heeft, nu deze pas na 1970 op het terrein werd geplaatst”. Verder noemt de verzoekende partij de grote schuur bouwvallig en neemt zij in haar bezwaarschrift een recente foto op waaruit blijkt dat ongeveer een kwart van de dakpannen van het achterste gedeelte van het dak van de grote schuur verdwenen is (hierna: de in verzoekers bezwaarschrift opgenomen recente foto).
  10. Op 17 januari 2019 geeft de Vlaamse Commissie voor Onroerend Erfgoed advies. 8.
  11. Met een besluit van 14 maart 2019 stelt de Vlaamse minister van Buitenlands Beleid en Onroerend Erfgoed de inventaris van het bouwkundig erfgoed in de provincie Antwerpen vast. Om reden van de historische en de architecturale waarden wordt het domein “Belhoeve”, met inbegrip van de grote schuur, er in opgenomen. X-17.500-3/8 8.
  12. Het laatstgenoemde besluit stelt over het domein “Belhoeve” het volgende: “Voormalige afhankelijkheid van het kasteel van Brasschaat. Een 19de-eeuwse hoeve met losse bestanddelen, namelijk woonhuis, ten westen schuur en bakhuis en grote verderop gelegen schuur ten oosten; omgevende naald- en loofbossen (onder andere veel berken); recente afsluiting. Woonhuis van vijf traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (mechanische pannen, nok loodrecht op de straat) met lager aanbouwsel aan de achterzijde. Witgeschilderde bakstenen lijstgevel op gepikte plint met rechthoekige beluikte vensters. Het kleine langsschuurtje onder schilddak en het bakhuis onder zadeldak (beide met riet, nok parallel aan de straat), eveneens van witgeschilderde baksteen met rechthoekige muuropeningen. De grote oostelijke schuur onder schilddak (pannen, nok loodrecht op de straat); opengebroken oostwand. Sterk vernieuwd zie omringende villawijk. Bron: Plomteux G., Steyaert R. & Wylleman L. 1985: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Antwerpen, Arrondissement Antwerpen, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 10N3 (Ru-Z), Brussel - Gent. Auteurs: Plomteux, Greet Datum: 1985.” IV. Onderzoek van het middel Uiteenzetting van het enige middel 9.
  13. In het enige middel wordt de schending aangevoerd van artikel 4.1.1 van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014 en van het ministerieel besluit van 17 juli 2015 ‘tot vaststelling van de inventarismethodologie voor de inventaris van bouwkundig erfgoed’ (hierna: het ministerieel besluit van 17 juli 2015), evenals van de materiëlemotiveringsplicht en van het zorgvuldigheidsbeginsel. 9.
  14. Volgens de verzoekende partij is ten onrechte geoordeeld dat de grote schuur erfgoedwaarde heeft. Er is geen enkel bronnenonderzoek gevoerd, ook geen plaatsbezoek. Het tijdens het openbaar onderzoek ingediende bezwaarschrift van de verzoekende partij is niet gevolgd, zonder te motiveren wat de erfgoedwaarden van de grote schuur zouden zijn of waarom de beweerde vermoedelijk 18de-eeuwse oorsprong reëel zou zijn. De verwerende partij heeft zich beperkt tot vage overwegingen. Nochtans heeft de verzoekende partij in haar X-17.500-4/8 bezwaarschrift aangetoond dat de grote schuur in de 19de eeuw zeker niet behoorde tot het domein “Belhoeve”. De door de verwerende partij ingezamelde informatie is niet kritisch getoetst daar de al dan niet vervallen staat van de schuur uitsluitend is beoordeeld op basis van foto’s van de buitenkant, zonder foto’s van de binnenkant en zonder plaatsbezoek. De verwerende partij heeft ten onrechte aangenomen dat de grote schuur voldoende bewaard zou zijn, nu de in verzoekers bezwaarschrift opgenomen recente foto duidelijk het tegendeel aantoont. 10.
  15. In haar memorie van wederantwoord herhaalt de verzoekende partij dat er tijdens de bestuurlijke voorbereiding van het bestreden besluit geen plaatsbezoek heeft plaatsgevonden. Nochtans had een ambtenaar van het Vlaamse Gewest een dergelijk plaatsbezoek kunnen doen, daar de grote schuur geen particuliere woning of bedrijfslokaal is in de zin van artikel 4.1.1 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli
  16. 10.
  17. In haar memorie van wederantwoord benadrukt de verzoekende partij dat er een groot verschil in bouwfysische toestand bestaat tussen het woonhuis van de “Belhoeve” en de grote schuur: daar waar het woonhuis gaaf bewaard is, geldt dit niet voor de grote schuur. Tussen beide bestaat er ook geen visuele link want er ligt een tennisveld tussen evenals een afstand van om en bij de 100 meter. Verder hebben zich in de omgeving belangrijke residentiële ontwikkelingen voorgedaan, waardoor er vragen kunnen gesteld worden over de mate waarin het noodzakelijk zou zijn om de grote schuur te bewaren. Zo zijn er de laatste jaren in de omgeving tal van villa’s met een hedendaagse en moderne bouwstijl bijgekomen. De grote schuur heeft dan ook haar ruimtelijke identiteit verloren. Beoordeling
  18. De beoordeling van opportuniteitskritiek behoort niet tot de bevoegdheid van de Raad van State, die een wettigheidsrechter is. In de uitoefening van zijn wettigheidscontrole mag de Raad van State zich niet in de plaats stellen van de overheid, die met betrekking tot de opname in een erfgoedinventaris beschikt over een ruime discretionaire bevoegdheid. De Raad X-17.500-5/8 van State is als rechter van de wettigheid wel bevoegd om, desgevraagd, na te gaan of de overheid is uitgegaan van werkelijk bestaande en relevante feitelijke gegevens die met de vereiste zorgvuldigheid werden vastgesteld, of zij die correct en met een zorgvuldige afweging heeft beoordeeld en of zij op grond daarvan binnen de perken van de redelijkheid tot haar besluit is kunnen komen.
  19. Vooreerst moet worden vastgesteld dat de verwerende partij wel degelijk rekening heeft gehouden met de huidige toestand van de grote schuur. Onder meer op basis van de in verzoekers bezwaarschrift opgenomen recente foto heeft de verwerende partij – bij de weerlegging van dit bezwaarschrift – geoordeeld dat de “erfgoedkenmerken en -elementen van [de grote schuur] nog voldoende goed bewaard bleven”. Uit hetgeen de verzoekende partij aanvoert blijkt niet dat de verwerende partij met dit oordeel de grenzen van de redelijkheid te buiten is gegaan of de aangevoerde rechtsregels anderszins zou hebben geschonden.
  20. Verder is het ten onrechte dat in het verzoekschrift wordt voorgehouden dat voor de opname van de grote schuur in de erfgoedinventaris “geen enkel bronnenonderzoek werd uitgevoerd”. Uit het administratief dossier blijkt immers dat de verwerende partij als bron gebruik heeft gemaakt van de – op een plaatsbezoek steunende – wetenschappelijke publicatie “Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen” en van meerdere foto’s, waaronder de in verzoekers bezwaarschrift opgenomen recente foto. De verzoekende partij maakt niet aannemelijk dat de verwerende partij, om de aangevoerde rechtsregels te eerbiedigen, tijdens de bestuurlijke voorbereiding van het bestreden besluit een (nieuw) plaatsbezoek had dienen te doen of foto’s van de binnenkant van de grote schuur had dienen op te nemen in het dossier. Verder blijkt niet dat de verwerende partij zich gesteund zou hebben op een onjuist feitelijk gegeven door te wijzen op “de relatieve ouderdom en vermoedelijk 18de-eeuwse oorsprong van deze historische constructie”. Terecht is door de verwerende partij opgemerkt dat het enkele feit dat de historische grote schuur pas na 1970 overgebracht is naar het domein “Belhoeve”, “op generlei wijze aantoont dat voornoemde schuur geen erfgoedwaarde bezit”. Er anders over X-17.500-6/8 oordelen zou er immers op neerkomen dat bijvoorbeeld geen enkele van de naar het openluchtmuseum Bokrijk overgebrachte hoeves erfgoedwaarde heeft, wat klaarblijkelijk onjuist is.
  21. Uit de gegevens van de zaak blijkt dat de gebouwen op het domein “Belhoeve” – met de term van de verwerende partij – omschreven kunnen worden als een “hoevecomplex”, zijnde een samengesteld geheel van gebouwen met een agrarische- of woonfunctie. Met de in het randnummer 10.2 aangehaalde omstandigheden toont de verzoekende partij niet aan dat het onterecht zou zijn dat de verwerende partij aangenomen heeft dat de grote schuur “bijdraagt tot de herkenbaarheid” van dit geheel.
  22. De conclusie is dat de verzoekende partij niet aannemelijk maakt dat het bestreden besluit niet zou steunen op deugdelijke motieven of anderszins onwettig zou zijn.
  23. Het enige middel wordt verworpen. BESLISSING
  24. De Raad van State verwerpt het beroep.
  25. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. X-17.500-7/8 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van acht oktober tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.500-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.799 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.