id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.802 Rolnummer: A. 234570/XII-9135 Zaak: Arrest 251802 - Overheidsopdrachten - 11/10/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-10-12 Raadplegingen: 76 - laatst gezien 2026-06-11 12:27 Fiche Arrest nr 251.802 van 11 oktober 2021 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 251.802 van 11 oktober 2021 in de zaak A. 234.570/XII-9135 In zake: de NV PROGRESO HR SOFTWARE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Laura Kempeneers kantoor houdend te 3700 Tongeren Piepelpoel 13 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD MECHELEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steven Van Garsse en Simon Verhoeven kantoor houdend te 2600 Antwerpen Prins Boudewijnlaan 18 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 16 september 2021, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de beslissing d.d. 30 augustus 2021 van [de stad Mechelen], waarbij besloten werd de offerte van [de nv Progreso HR Software] nietig te verklaren en te weren wegens de onregelmatigheid ervan en waarbij de opdracht ‘Implementatie soft HR stad Mechelen’ […] werd gegund aan Flexso For People nv”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 5 oktober 2021, om 11.00 uur. XII-9135-1/17 Staatsraad Pierre Barra heeft verslag uitgebracht. Advocaat Laura Kempeneers, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaten Simon Verhoeven en Koen De Metsenaere, die verschijnen voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verwerende partij schrijft een overheidsopdracht uit voor de aanneming van diensten met als voorwerp “Implementatie soft HR stad Mechelen”. De verwerende partij treedt voor deze opdracht ook op als aankoopcentrale voor het OCMW Mechelen en Zorgbedrijf Rivierenland. 3.
- Op 1 maart 2021 maakt de verwerende partij een vooraankondiging inzake de opdracht bekend. De aankondiging van de opdracht wordt bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen van 31 maart 2021 en in het Supplement op het Publicatieblad van de Europese Unie van 2 april
- 3.
- De plaatsingswijze is de mededingingsprocedure met onderhandeling. 3.
- Op 10 mei 2021 worden de verzoekende partij, de nv Flexso For People, de nv AFAS Belgium, de nv Dileoz en de nv SD Worx Belgium geselecteerd en uitgenodigd om een offerte in te dienen. XII-9135-2/17 3.
- Het bestek met referte 2021-OO-PERS-790 is van toepassing. Hierin worden de volgende gunningscriteria vermeld: Nr Beschrijving Gewicht 1 Prijs 35 […] 2 Na-verkoop: service, onderhoud, dienstverlening 15 […] 3 Kwaliteit van de voorgestelde oplossing 35 Met dit criterium willen we beoordelen in welke mate de oplossing voldoet aan de vereisten die gesteld zijn in het bestek. Het gaat hierbij om de functionele vereisten, de niet-functionele vereisten en de technische vereisten. Bij de beoordeling van de functionele vereisten zullen deze die aangegeven zijn als 'Moet' in de puntenscore zwaarder doorwegen dan deze die aangegeven zijn als 'Gewenst'. De inschrijver met het beste antwoord krijgt het maximum van de punten, de andere inschrijvers krijgen dan verhoudingsgewijs minder 4 Projectaanpak 15 […] In het bestek worden ook de volgende doelstellingen vermeld: De offertes dienen te worden ingediend uiterlijk op 28 mei
- Ook wordt voorzien in een toelichtingssessie waarop de inschrijver zijn offerte kan toelichten en demonstreren. XII-9135-3/17 3.
- De verzoekende partij, de nv Flexso For People, de nv Dileoz en de nv SD Worx Belgium dienen een offerte in. Na ontvangst van de offertes worden de digitale toelichtingssessies of demo’s georganiseerd. 3.
- Na de toelichtingssessies stelt de verwerende partij aan de inschrijvers schriftelijk nog bijkomende vragen en op 6 augustus 2021 nodigt de verwerende partij de inschrijvers uit om een BAFO in te dienen uiterlijk op 11 augustus
- 3.
- De nv Flexso For People dient een BAFO in net als de nv Dileoz. De verzoekende partij en de nv SD Worx Belgium bevestigen hun initiële offerte. 3.
- Op 17 augustus 2021 wordt het gunningsverslag opgesteld waarin wordt besloten tot de nietigheid van de offerte van de verzoekende partij: XII-9135-4/17 De in het verslag van nazicht vermelde afzonderlijke nota luidt: XII-9135-5/17 XII-9135-6/17 XII-9135-7/17 3.
- Op 30 augustus 2021 gunt de verwerende partij de opdracht aan de nv Flexso For People. Het verslag van nazicht maakt integraal deel van de beslissing. Dit is de bestreden beslissing. In de bestreden beslissing wordt over de offerte van de verzoekende partij als volgt gemotiveerd: “• Volgende offerte wordt door het bestuur nietig verklaard: Nr. Naam Motivering Onderzoek van de niet-substantiële onregelmatigheid: De aanbesteder beslist de offerte van de indiener Progreso HR Software als substantieel onregelmatig te beschouwen en nietig te verklaren, omdat: - deze niet voldoet niet aan de eisen, voorwaarden en criteria, vermeld in de aankondiging van de opdracht en de opdrachtdocumenten. Dit betekent dat de 3 PROGRESO HR SOFTWARE aanbesteder zich een andere manier van werken moet aanmeten wat tijd en kosten met zich meebrengt die niet in de vergelijking kunnen meegenomen worden. - dit de beoordeling van de offerte van de inschrijver of de vergelijking ervan met de andere offertes zal verhinderen. Uitgebreide motivatie in afzonderlijke nota. ” 3.
- Op 2 september 2021 stelt de verwerende partij de verzoekende partij in kennis van de bestreden beslissing. Op 13 september 2021 ontvangt de raadsman van de verzoekende partij op haar verzoek de integrale gunningsbeslissing en de video-opname van de demo. XII-9135-8/17 IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, gelezen in samenhang met artikel 15 van de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies’, moet enkel worden onderzocht of in de voorliggende vordering tot schorsing die is ingesteld volgens de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, een ernstig middel of een klaarblijkelijke onwettigheid wordt aangevoerd.” V. Onderzoek van het eerste middel A. Eerste onderdeel Standpunt van de partijen
- De verzoekende partij voert de schending aan van artikel 83 van de wet van 17 juni 2016 ‘inzake overheidsopdrachten’, artikel 76 van het koninklijk besluit van 18 april 2017 ‘plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren’, de bepalingen van de opdrachtdocumenten en het beginsel patere legem quam ipse fecisti, de materiële motiveringsplicht, het zorgvuldigheidsbeginsel en het redelijkheidsbeginsel als beginselen van behoorlijk bestuur. De verzoekende partij vat het onderdeel als volgt samen: “De bestreden gunningsbeslissing is onwettig omdat verwerende partij in haar motivering voor het nietig verklaren van de offerte van verzoekende partij onterecht stelt dat de werking vanuit positiebeheer als basis van de softwaretoepassing, die wordt voorgesteld in de offerte van verzoekende partij, leidt tot de substantiële onregelmatigheid van de offerte van verzoekende partij, omdat: • De werking vanuit positiebeheer als basis van de voorgestelde toepassing door verzoekende partij geenszins in strijd is met de minimale eisen en de vereisten die als substantieel worden aangemerkt in de opdrachtdocumenten (eerste middelenonderdeel); XII-9135-9/17 • De werking vanuit positiebeheer als basis van de voorgestelde toepassing door verzoekende partij geenszins de beoordeling van de offerte van verzoekende partij of de vergelijking ervan met andere offertes verhindert (eerste middelenonderdeel).” In de toelichting bij het eerste onderdeel laat de verzoekende partij in essentie gelden dat de verwerende partij geen bestekseis aanwijst waarmee de werking vanuit positiebeheer strijdig zou zijn. De verzoekende partij benadrukt dat de door haar voorgestelde software-toepassing conform de bestekseisen is. Ook de doelstellingen waarnaar de verwerende partij verwijst, bevatten volgens de verzoekende partij geen minimale eisen, voorwaarden of technische vereisten waaraan wel of niet is voldaan. De doelstelling inzake de vermindering van de administratieve werklast is een algemeen criterium waaraan offertes zouden kunnen worden getoetst. Dit kan door een gunningscriterium in die zin in het bestek op te nemen. Dat de verwerende partij dit niet heeft gedaan, maakt van de betrokken doelstelling nog geen minimale eis of substantiële vereiste. Voorts licht de verzoekende partij nader toe dat de door haar voorgestelde oplossing werklastverlagend is. Ook wijst zij erop dat zijzelf voor de implementatie van de toepassing zorgt. Omdat er volgens de verzoekende partij aldus geen sprake is van extra tijd en kosten – minstens licht de verwerende partij zulks niet toe – is het besluit van de verwerende partij dat de beoordeling van de offerte van de verzoekende partij of de vergelijking ervan met de andere offertes wordt verhinderd, onjuist. Overigens, zo vervolgt de verzoekende partij, indien de door haar voorgestelde toepassing toch tijd en kosten met zich mee zou brengen, valt niet in te zien op welke manier de beoordeling van haar offerte aan de hand van de in het bestek bepaalde gunningscriteria zou worden verhinderd. Door te stellen dat de implementatie tijd en kosten met zich meebrengt, houdt verwerende partij in wezen rekening met een element dat geen onderdeel is van de vooropgestelde gunningscriteria. Ten slotte voert de verzoekende partij nog aan dat de afzonderlijke nota en het gunningsverslag tegenstrijdig gemotiveerd zijn. In de XII-9135-10/17 afzonderlijke nota wordt de indruk gewekt dat de werking vanuit positiebeheer een substantiële onregelmatigheid betreft terwijl in het gunningsverslag wordt opgemerkt dat haar offerte meerdere niet-substantiële onregelmatigheden bevat waarvan de cumulatie of combinatie leidt tot de substantiële onregelmatigheid.
- De verwerende partij betoogt hiertegenover dat zij naar aanleiding van het onderzoek van de offertes tot de vaststelling is gekomen dat op de verzoekende partij na, alle inschrijvers een softwareoplossing hebben aangeboden die werkt met beheer op medewerkersniveau in plaats van op het niveau van een positie of arbeidsplaats. Welnu, de verwerende partij beoogt met de opdracht het systeem op medewerkersniveau. De softwaretoepassing van de verzoekende partij zou dus niet de “omslag” betekenen die de verwerende partij wil bereiken met deze opdracht en aldus haaks staan op de door de verwerende partij in het bestek vermelde doelstellingen. Bijkomend zou de in het bestek vereiste vlotte integratie met de reeds bestaande tools niet kunnen worden gerealiseerd. Voorts merkt de verwerende partij op dat zij tijdens de demo aan de verzoekende partij expliciet duidelijk heeft gemaakt dat software op grond van positiebeheer niet is wat zij zoekt. De verzoekende partij werd volgens de verwerende partij de kans geboden om haar offerte te verbeteren, wat zij echter heeft nagelaten. Beoordeling
- In de eerste plaats wordt opgemerkt dat in de mate dat de verwerende partij in de bestreden beslissing, het nazichtsverslag of de afzonderlijke nota verwijst naar opdrachtdocumenten waarin eisen, voorwaarden en criteria zouden zijn opgenomen waaraan de offerte van de verzoekende partij niet zou voldoen, zij zich lijkt te beperken tot de voornoemde doelstellingen. In haar nota met opmerkingen verwijst de verwerende partij echter ook naar de toelichting bij de beschrijving van de opdracht in het bestek onder I.1 ‘Beschrijving van de opdracht’ waarin wordt vermeld dat “de oplossing […] in staat [is] de hele employee lifecycle te kunnen volgen, van werving tot onboarding, van learning tot succession planning, van competentiemanagement tot evaluaties” XII-9135-11/17 en “zich vlot [kan] integreren in de bestaande architectuur en de huidige HR tools voor core HR, tijdsregistratie, planning en loonadministratie)”. Mocht de door de verzoekende partij voorgestelde oplossing al incongruent zijn met deze beschrijving, dan moet in elk geval worden vastgesteld dat uit het bestreden besluit, het nazichtsverslag of de afzonderlijke nota niet blijkt dat de verwerende partij zich hierop heeft gesteund. De door de verzoekende partij voorgestelde oplossing die vertrekt van positiebeheer zou volgens de verwerende partij er aanleiding toe geven dat zij op een andere manier zou moeten werken wat extra tijd en kosten zou meebrengen. Bijgevolg zou deze oplossing niet vergelijkbaar zijn. Met de verwerende partij kan weliswaar op het eerste gezicht worden aangenomen dat een manifeste tekortkoming aan een fundamentele besteksbepaling — te dezen, volgens haar, het voorstellen van een oplossing die haaks staat op wat wordt verwacht — aanleiding kan geven tot wering van de offerte (en niet tot toetsing aan de gunningscriteria). Dit lijkt dan evenwel om een substantiële onregelmatigheid te gaan, rechtsfiguur waar de verwerende partij zich niet lijkt op te beroepen, aangezien zij in haar motivering uitdrukkelijk stelt dat hier geen sprake is van substantiële tekortkomingen doch enkel van niet-substantiële onregelmatigheden die alle samengenomen een substantiële onregelmatigheid uitmaken. Overigens, vaststellen dat het aanbod helemaal niet voldoet aan wat wordt gevraagd en op die grond concluderen tot de onregelmatigheid van de offerte, lijkt aanleiding te moeten geven tot een motivering waarin op een precieze wijze wordt geduid wat deze fundamentele tekortkoming(en) zijn en dit in de regel aan de hand van duidelijk omschreven bepalingen uit de opdrachtdocumenten waaraan zou zijn gemankeerd. Niets van dit alles lijkt hier aan de orde. Voor zover er al sprake is van een gebrek aan vergelijkbaarheid – de verzoekende partij betwist dit – lijkt dit toe te schrijven aan lacuneuze opdrachtdocumenten. De verwerende partij lijkt er immers niet in te slagen aan te XII-9135-12/17 tonen dat zij bij het nemen van haar beslissing een bepaling uit de opdrachtdocumenten voor ogen had die een oplossing met positiebeheer duidelijk uitsloot. De verwerende partij heeft zich in haar motivering niet op bepalingen uit de omschrijving van het voorwerp van de opdracht, noch op eisen, in het bijzonder functionele eisen, gesteund die haar zouden toelaten te concluderen tot een aperte mismatch tussen wat zij vroeg en wat de verzoekende partij bood. De verwerende partij beperkt zich in haar motivering tot een verwijzing naar een vage doelstelling, namelijk “de administratieve werklast drastisch te verlagen”, waarvan zij, zo lijkt, niet eens een weerklank aanwijst in de gunningscriteria. Indien de verwerende partij meent dat deze doelstelling enkel kan worden gerealiseerd met een oplossing gegrond op een toepassing met beheer op werknemersniveau, dan lijkt het dat zij dit in de opdrachtdocumenten duidelijk had moeten vermelden. In elk geval slaagt de verwerende partij er niet in bepalingen van dergelijke strekking aan te wijzen. De omstandigheid dat de verzoekende partij geen BAFO heeft ingediend en haar initiële offerte heeft bevestigd, kan haar in het licht van dit alles niet worden verweten aangezien, zo lijkt, haar niet onmiddellijk een bepaling uit de opdrachtdocumenten moet zijn bekend geweest die haar oplossing fundamenteel bezwaarde en uitsloot. Waar de verwerende partij erop wijst dat zij de verzoekende partij naar aanleiding van de toelichtingssessie voldoende duidelijk maakte – als dat al het geval is geweest – dat zij een oplossing die werkt vanuit positiebeheer, niet wenste, rijst de vraag of de verwerende partij binnen de wettelijke contouren van de door haar gekozen plaatsingsprocedure de op het eerste gezicht vastgestelde onvolkomen formulering van het voorwerp in haar bestek wel mocht aankaarten. In die omstandigheden lijkt de verwerende partij de in het middel aangehaalde bepalingen en beginselen te hebben geschonden. Het eerste onderdeel is ernstig. Dit ernstig bevinden verantwoordt op zich reeds de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Immers, in tegenstelling tot wat de verwerende partij onder randnummer 38 van haar nota met opmerkingen doet gelden maar verder in die nota weerspreekt, beschouwt de verwerende partij XII-9135-13/17 zelf in haar bestreden beslissing dit motief tot wering van de offerte van de verzoekende partij als gegrond op een niet-substantiële onregelmatigheid. Dit betekent dat, mocht worden aangenomen dat het tweede motief tot wering dat hierna in het tweede onderdeel aan bod komt en dat volgens de verwerende partij ook een niet-substantiële onregelmatigheid betreft, de kritiek van de verzoekende partij kan weerstaan, er geen sprake meer is van een samenloop van niet-substantiële onregelmatigheden die samen een substantiële onregelmatigheid kunnen uitmaken. B. Tweede onderdeel Standpunt van de partijen
- De verzoekende partij voert de schending aan van dezelfde bepalingen en beginselen als aangevoerd in het eerste onderdeel. Zij vat het onderdeel als volgt samen: “De bestreden gunningsbeslissing is tevens onwettig omdat verwerende partij in haar motivering voor het nietig verklaren van de offerte van verzoekende partij onterecht stelt dat er niet voldaan zou zijn aan vereiste t14 (Moet bold) van de vereistentabel van verwerende partij en omdat verwerende partij de offerte van verzoekende partij ook niet had mogen nietig verklaren omwille van het zogenaamd niet voldaan zijn aan de vereiste t14 op basis van haar eigen bestek. Zelfs als er niet voldaan zou zijn geweest aan deze vereiste dan had dit louter aanleiding mogen geven tot een lagere score in het kader van de beoordeling aan de hand van de gunningscriteria (tweede middelenonderdeel).” In een toelichting bij het onderdeel doet de verzoekende partij in essentie gelden dat in de afzonderlijke nota bij het verslag van nazicht (waarin er uitgebreider wordt gemotiveerd over de onregelmatigheid van de offerte van de verzoekende partij) er een tweede motief inzake de onregelmatigheid opduikt, namelijk het niet voldoen aan de bestekseis t
- Deze eis, die een ‘moet’-eis is wat betekent dat “deze functionaliteit moet ondersteund worden door de oplossing”, schrijft voor dat de voorgestelde toepassing moet toelaten om in functie van het type gesprek actoren XII-9135-14/17 (zoals medewerker, leidinggevende, personeelsdienst, tweede evaluator, algemeen directeur) te laten participeren en te informeren in een afgeschermde omgeving. In de afzonderlijke nota van de verwerende partij wordt opgemerkt dat uit de demo van de verzoekende partij in de module ‘Evaluaties – coaching & feedback’ blijkt dat de 360°-feedback de privacy niet garandeert en dus de bestekseis t14 niet in acht neemt. De verzoekende partij merkt in de eerste plaats op dat de verwerende partij hierbij een feitelijke misslag begaat. De 360°-feedback is enkel een optie in het kader van formele gesprekken en binnen die feedback hebben de inputgevers geen zicht op het rapport, zodat de verwerende partij ten onrechte concludeert dat de bestekseis t14 niet wordt gerespecteerd. Overigens, zo vervolgt de verzoekende partij, zou tijdens de demo de 360°-feedback helemaal niet aan bod zijn gekomen. Tijdens de demo ging het met betrekking tot die problematiek immers over informele gesprekken waar het in de regel logisch is dat andere dan de betrokken personen de inhoud ervan kennen. Zo de verwerende partij dit anders ziet, was er volgens de verzoekende partij de mogelijkheid tot maatwerk. Voorts wijst zij erop dat het begrip ‘afgeschermde omgeving’ vaag is en dat volgens het bestek de eis t14 dient te worden beoordeeld in het kader van het gunningscriterium ‘kwaliteit’. Door anders te oordelen, wat leidde tot de conclusie van een niet-substantiële onregelmatigheid, heeft de verwerende partij, aldus de verzoekende partij, haar bestek niet nageleefd.
- De verwerende partij merkt in de eerste plaats op dat het begrip ‘afgeschermde omgeving’ strikt moet worden opgevat in de zin dat onder andere inputgevers niet de input van andere inputgevers kunnen zien. Voorts betwist zij dat zij de oplossing van de verzoekende partij verkeerd heeft begrepen. Ten slotte betoogt zij dat het gegeven dat het al dan niet voldoen aan technische of functionele vereisten wordt getoetst in het kader van de gunningscriteria niet belet dat de aanbestedende overheid een offerte onregelmatig mag verklaren en weren als nietig wegens niet-conformiteit met deze vereisten. XII-9135-15/17 Beoordeling
- In de gunningsbeslissing zelf is er geen sprake van het motief inzake de t14-eis om de offerte van de verzoekende partij onregelmatig te verklaren. Evenmin, zo lijkt, komt dit in het verslag van nazicht aan bod. Pas in de afzonderlijke nota waarnaar in het verslag van nazicht wordt verwezen, is er een paragraaf waar de problematiek van de t14-eis aan bod komt. Het besluit in die nota waarin wordt geconcludeerd tot de onregelmatigheid, lijkt echter op het eerste gezicht geen steun te zoeken in het motief inzake de t14-eis, maar enkel in het eerste motief inzake de bijkomende werklast en kosten. In die omstandigheden toont de verwerende partij niet aan dat haar beslissing ook berust op een motief inzake de t14-eis. De verzoekende partij lijkt haar onderdeel dan ook te steunen op een onbestaand beslissingsmotief zodat het niet ernstig is.
- Voor zover zou mogen worden aangenomen dat het motief inzake de t14-eis toch de bestreden beslissing schraagt, merkt de Raad van State ten overvloede nog het volgende op. De verwerende partij meent dat de tekortkoming aan de t14-eis tot een niet-substantiële onregelmatigheid leidt. Een dergelijke conclusie waarbij tot de onregelmatigverklaring en wering van de offerte wordt besloten eerder dan tot de toetsing aan het voor de hand liggende gunningscriterium ‘kwaliteit’, lijkt te moeten steunen op een afdoende en pertinente motivering. Dit is hier niet het geval, zodat, zo lijkt, minstens de materiële motiveringsplicht is geschonden. In die zin lijkt ook het tweede onderdeel ernstig. C. Conclusie met betrekking tot het middel
- Het middel is ernstig. XII-9135-16/17 BESLISSING De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van 30 augustus 2021 van de stad Mechelen waarbij de offerte van de nv Progreso HR Software wordt nietig verklaard en de opdracht wordt gegund aan de nv Flexso For People. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van elf oktober tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Pierre Barra, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Pierre Barra XII-9135-17/17 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.802 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.330 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.