id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.816 Rolnummer: A. 226661/X-17372 Zaak: Arrest 251816 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 12/10/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-10-15 Raadplegingen: 75 - laatst gezien 2026-06-11 12:40 Fiche Arrest nr 251.816 van 12 oktober 2021 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 251.816 van 12 oktober 2021 in de zaak A. 226.661/X-17.372 In zake : Gertjie DE SADELEER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Cies Gysen kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de GEMEENTE MELLE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom De Sutter kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 12 november 2018 strekt tot de nietigverklaring van “[d]e beslissing van de gemeenteraad van 28 mei 2018 houdende de aanstelling van mevr. Lena De Smaele als algemeen directeur van de gemeente en het OCMW van Melle met ingang vanaf 1 juni 2018” en van “[d]e (impliciete) beslissing van de gemeenteraad van 28 mei 2018 om verzoekende partij niet aan te stellen als algemeen directeur van de gemeente en het OCMW van Melle en haar de waarborgregeling te doen genieten van artikel 589 Decreet Lokaal Bestuur”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. X-17.372-1/15 Eerste auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld. Verzoekster heeft een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 7 mei
- Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Wouter Rubens, die loco advocaat Cies Gysen verschijnt voor verzoekster, en advocaat Tom De Sutter, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Het decreet van 22 december 2017 ‘over het lokaal bestuur’ (hierna: decreet lokaal bestuur) vervangt de bestaande decreten die de organisatie en de werking van de Vlaamse lokale besturen regelen. Het voorziet onder meer in het nieuwe ambt van de algemeen directeur, die in de plaats treedt van zowel de gemeentesecretaris als de OCMW-secretaris. Op 16 april 2018 keurt de gemeenteraad van de gemeente Melle de functiebeschrijving van algemeen directeur goed. Tevens beslist hij “om de zittende secretarissen overeenkomstig artikel 583, §1, Decreet Lokaal Bestuur op te roepen om zich kandidaat te stellen binnen een termijn van dertig dagen na oproeping voor het ambt van algemeen directeur”, en voorziet hij in zes X-17.372-2/15 “beoordelingscriteria die zullen worden aangewend voor de vergelijking van de titels en verdiensten”. Zowel Lena De Smaele, gemeentesecretaris, als verzoekster, OCMW-secretaris, stellen zich kandidaat. Op 28 mei 2018 keurt de gemeenteraad de invoering goed van de functie van afdelingshoofd Leven en Welzijn A4a-A4b en voegt hij de betrokken functiebeschrijving toe aan (de bijlagen van) de rechtspositieregeling. Nog op 28 mei 2018 beslist de gemeenteraad Lena De Smaele aan te stellen als algemeen directeur. Dit is de eerste bestreden beslissing. De “(impliciete) beslissing” om verzoekster niet aan te stellen is het tweede voorwerp van het beroep. Op verzoeksters bezwaar van 29 juni 2018 tegen de eerste bestreden beslissing, in het kader van het algemeen bestuurlijk toezicht, antwoordt de gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen op 13 september 2018 dat er geen redenen zijn die zijn optreden zouden rechtvaardigen. IV. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel Standpunt van verzoekster
- Verzoekster leidt een eerste middel af “uit een schending van artikel 583, §1 Decreet Lokaal Bestuur, de rechtsplicht tot vergelijking van titels en verdiensten, en het zorgvuldigheids-, fair play-, onafhankelijkheids-/onpartijdigheids- en materiële motiveringsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur”. In de eerste plaats licht verzoekster toe dat de verwerende partij, voorafgaand aan de bestreden beslissingen, als waarborg voor de niet-gekozen X-17.372-3/15 functiehouder, de betrekking van afdelingshoofd Leven en Welzijn heeft gecreëerd, “dewelke opmerkelijk meer – doch onvoldoende – aansluiting vindt bij het profiel van verzoekende partij”. Zo blijkt uit de functieomschrijving dat het afdelingshoofd instaat voor de coördinatie en dagelijkse leiding van alle diensten van het OCMW Melle, de OCMW-diensten extern vertegenwoordigt en verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van een integraal en kwalitatief gemeentelijk sociaal beleid. Verzoekster maakt daaruit op: “In de gegeven omstandigheden is het niet voor geredelijke betwisting vatbaar dat de verwerende partij zich (quasi-)verplicht zag de vergelijking van titels en verdiensten te schrijven in het voordeel van de (ex-)collega gemeentesecretaris van klager, zodanig dat deze vergelijking duidelijk werd opgemaakt vanuit een ontoelaatbare vooringenomenheid.” In de tweede plaats argumenteert verzoekster dat ook uit de beoordeling van enkele van de beoordelingscriteria “kennelijk” blijkt dat de verwerende partij zich ertoe gehouden zag de decretale vergelijking van titels en verdiensten in het voordeel van Lena De Smaele te schrijven. Het “[m]eest frappant – en illustrerend –” is het feit dat Lena De Smaele beter zou scoren op het criterium ‘relevante ervaring in een (lokale) bestuurscontext waaruit een organisatiebrede aansturing, het organiseren van de ambtelijke werking, het uittekenen en onderhouden van efficiënte werkstromen en het opzetten van een organisatiebeheersingssysteem blijkt’. Die beoordeling gaat de redelijkheid te buiten vermits verzoekster 25 jaar ervaring heeft als OCMW-secretaris en Lena De Smaele slechts een achttal jaren ervaring als gemeentesecretaris heeft. Dezelfde “artificiële beoordeling” viel volgens verzoekster ook het beoordelingscriterium ‘relevant professioneel netwerk’ te beurt: “Daar waar in de kandidaatstelling van mevr. Lena De Smaele vnl. relaties werden aangehaald die een rechtstreeks gevolg zijn van/verbonden zijn aan haar functie als gemeentesecretaris, werd bij de beoordeling zonder meer voorbijgegaan aan het (jarenlang) actief lidmaatschap van verzoekende partij bij de VVSG, (diverse refertegroepen van) de VVOS, de commissie voor juridische bijstand (arrondissement Gent), …”
- In de memorie van wederantwoord merkt verzoekster “aanvullend” op “dat zij evenzeer sterke vragen stelt bij de wettigheid/objectiviteit X-17.372-4/15 van het beoordelingscriterium ‘integratiebereidheid’”. Zij heeft zich hiertegen nooit kunnen “verdedigen” aangezien zij er pas weet van kreeg nadat zij haar kandidatuur moest indienen.
- Verzoekster benadrukt in de laatste memorie dat “de taken en verantwoordelijkheden van het Afdelingshoofd ‘Leven en Welzijn’ sterk focussen op de OCMW-taakstellingen, waarbij de gemeentelijke taakstellingen uiterst ondergeschikt en bijkomstig zijn”. Beweren dat de betrokken betrekking evenzeer had kunnen worden ingevuld door Lena De Smaele “is de waarheid manifest geweld aandoen”. Door voor de niet-gekozen secretaris te voorzien in de betrekking van afdelingshoofd ‘Leven en Welzijn’, “stond het derhalve bij voorbaat vast dat de vergelijking van titels en verdiensten geschreven diende te worden in het voordeel van mevr. Lena De Smaele”. Tevens gaat verzoekster er in de laatste memorie toe over om, wat zowel het beoordelingscriterium van de relevante ervaring in een bestuurscontext betreft als dat inzake een relevant professioneel netwerk, de titels en verdiensten van verzoekster en Lena De Smaele in detail naast mekaar te zetten en tegen mekaar af te zetten. Beoordeling
- De beslissing om de overblijvende functiehouder aan te stellen als afdelingshoofd Leven en Welzijn (A4a-A4b) gaat terug op een voorstel van CC Consult, waarbij het college van burgemeester en schepenen zich op 10 april 2018 aansluit. De aangelegenheid komt aan bod in het bijzonder onderhandelingscomité op 27 april
- Ter zake wordt onder meer uitgelegd: “Voor het hele integratieverhaal [integratie van gemeente en OCMW] heeft het bestuur [een] beroep gedaan op consultancybureaus: CC Consult en A&S. De resultaten van de quick scan van CC Consult (opgemaakt op 25 november 2016) werden aan het college van burgemeester en schepenen in zitting van 13 december 2016 voorgelegd. X-17.372-5/15 Zij stelden drie organisatiemodellen voor. Het eerste scenario leek voor het managementteam en het college van burgemeester en schepenen het meest haalbare. Hier worden drie grote afdeling voorgesteld: de afdeling wonen en werken, de afdeling vrije tijd en ontspanning en de afdeling leven en welzijn. De ondersteunende diensten interne zaken en financiën staan onderaan en ondersteunen alle diensten. Uit het rapport van CC Consult blijkt dat dergelijk model er voor zorgt dat er een integratie gebeurt van burgerzaken en welzijn in één afdeling (waardoor beleidsthema’s zoals vreemdelingen op elkaar afgestemd worden en er een clustering van kerntaken gemeente en OCMW ontstaat) en er schaalvoordelen ontstaan voor de ondersteunende diensten. In zitting van 10 april 2018 heeft het college van burgemeester en schepenen beslist dit organisatievoorstel verder uit te werken. In het huidig organogram staat er aan het hoofd van de afdeling wonen en werken een diensthoofd technische uitvoering (A4a-A4b) en aan de afdeling vrije tijd een diensthoofd (A1a-A3a). Met het oog op de verdere integratie en rekening houdende met de overgangsbepalingen van het decreet lokaal bestuur opteert het college van burgemeester en schepenen om als passende functie voor de niet-gekozen kandidaat de functie van afdelingshoofd leven en welzijn (A4a-A4b) te geven. Deze zou de hiërarchische leiding krijgen over de diensten burgerzaken, bevolking, pensioenen, welzijn en ontwikkelingssamenwerking (diensten van de gemeente) en over de diensten van het OCMW. Het afdelingshoofd leven en welzijn zal deel uitmaken van het gemeenschappelijke managementteam.” Blijkens het protocol gaan de aanwezigen, onder wie ook verzoekster, akkoord. Finaal keurt de gemeenteraad op 28 mei 2018 zonder relevante bijkomende overwegingen de invoering van de functie van afdelingshoofd Leven en Welzijn goed, evenals de betrokken functiebeschrijving.
- Gelet op het traject dat er aan voorafgaat, kan deze gemeenteraadsbeslissingen niet ontzegd worden op kenbare en duidelijke motieven te berusten. Verzoekster brengt die motieven niet in het gedrang en doet niet aannemen dat de beslissingen wezenlijk beogen voor te sorteren op haar aanstelling in die functie, en dus van de aanstelling van Lena De Smaele als algemeen directeur. X-17.372-6/15 Het gaat dan ook niet op de gemeenteraad wégens die beslissingen te verwijten dat de aanstelling van Lena De Smaele als algemeen directeur van een “ongeoorloofde vooringenomenheid” doet blijken, omdat beweerdelijk, gelet op de “terugvalpositie voor de niet-gekozen secretaris”, de gemeenteraad wel de voorkeur voor de functie van algemeen directeur aan Lena De Smaele moest geven en daartoe de vergelijking van titels en verdiensten in haar voordeel moest schrijven.
- De gemeenteraad heeft op 16 april 2018 zes beoordelingscriteria vastgesteld, die hij zich voornam te hanteren bij de selectie van de algemeen directeur. Ze komen alle zes aan bod in de beslissing tot aanstelling van de algemeen directeur. In het middel, zoals in het verzoekschrift aangevoerd, wordt de beoordeling van twee ervan op de korrel genomen, als onredelijk en illustratief voor de beweerde vooringenomenheid. Voor het eerst in de memorie van wederantwoord oefent verzoekster ook kritiek uit op het (deel)criterium inzet en initiatief met betrekking tot de voorbereiding van de inkanteling van de gemeente en het OCMW. Die kritiek, die ook al in het verzoekschrift kon zijn aangebracht, is te laat.
- Met betrekking tot het criterium ‘relevante ervaring in een (lokale) bestuurscontext waaruit een organisatiebrede aansturing, het organiseren van de ambtelijke werking, het uittekenen en onderhouden van efficiënte werkstromen en het opzetten van een organisatiebeheerssysteem blijkt’, vermeldt de eerste bestreden beslissing: “Overwegende dat mevrouw Lena De Smaele in dienst is van het gemeentebestuur van Melle sinds 2000, oorspronkelijk als diensthoofd algemene zaken en sinds 2010 als gemeentesecretaris; dat zij voordien is tewerkgesteld als (contractueel) bestuurssecretaris bij de provincie Oost-Vlaanderen (1994-2000) na een kortstondige periode te hebben gewerkt als assistent bestuurswetenschappen aan de Erasmus Hogeschool (Brussel); dat mevrouw Lena De Smaele ook de taak van ambtenaar noodplanning op zich heeft genomen; Overwegende dat mevrouw Gertjie De Sadeleer sinds 1993 is tewerkgesteld als OCMW-secretaris, oorspronkelijk in Sint-Martens-Latem (1993-1999) en vervolgens in Melle (1999-heden); X-17.372-7/15 Overwegende dat beide kandidaten vanuit hun functie als respectievelijk gemeente- en OCMW-secretaris meer dan voldoende de bedoelde relevante ervaring kunnen laten blijken in een lokale bestuurscontext; Overwegende dat mevrouw Gertjie De Sadeleer een ruimere anciënniteit heeft in de functie van secretaris; dat anciënniteit weliswaar een beoordelingselement kan uitmaken, maar niet het enige of beslissende criterium kan zijn; dat ruimere anciënniteit in de functie van secretaris van mevrouw Gertjie De Sadeleer overigens meer dan wordt gecompenseerd door de bredere en meer diverse ervaring binnen de ruimere gemeentelijke organisatie ten opzichte van deze kleinere van het OCMW; dat uit de kandidaatstelling van mevrouw Lena De Smaele in haar hoedanigheid van gemeentesecretaris blijkt dat zij niet enkel op administratief vlak, maar des te meer op inhoudelijke materies een ruimere en bredere ervaring heeft dan mevrouw Gertjie De Sadeleer in haar hoedanigheid van OCMW-secretaris; Overwegende dat mevrouw Lena De Smaele op dit beoordelingscriterium beter scoort dan mevrouw Gertjie De Sadeleer.” Verzoeksters lange staat van dienst als secretaris van het OCMW waarborgt veel ervaring, al past daarbij de kanttekening, zoals de Raad ook al in het arrest nr. 250.486 van 30 april 2021 opmerkte, dat na verloop van ettelijke jaren de ervaring die in eenzelfde functie wordt opgedaan minder nieuw is en minder toegevoegde waarde heeft. Maar ook Lena De Smaele blijkt veel “relevante ervaring in een (lokale) bestuurscontext” te hebben. Dat daarbij alleen haar ervaring als gemeentesecretaris in aanmerking zou mogen worden genomen, zoals verzoekster doet gelden, wordt niet gevolgd. Uiteindelijk slaat naar het oordeel van de verwerende partij de balans door naar de zijde van Lena De Smaele omdat haar ervaring ruimer en breder is. Verzoekster doet in het verzoekschrift niet aannemen dat dit oordeel de grenzen van de redelijkheid te buiten gaat of anderszins onwettig is. De gedetailleerde vergelijking waartoe verzoekster pas in de laatste memorie overgaat, maakt een onontvankelijke uitbreiding van het middel uit. X-17.372-8/15
- Wat het criterium ‘uitgebouwd professioneel netwerk dat de werking van de gemeente en/of het OCMW ten goede komt’ wordt in de eerste bestreden beslissing gemotiveerd: “Overwegende dat uit beide kandidaatstellingen blijkt dat zowel mevrouw Lena De Smaele, gemeentesecretaris, als mevrouw Gertjie De Sadeleer, OCMW-secretaris, een professioneel netwerk hebben uitgebouwd dat de werking van de gemeente en/of het OCMW ten goede komt; Overwegende dat mede vanuit de aard van de functie van gemeentesecretaris het extern professioneel netwerk van mevrouw Lena De Smaele als uitgebreider en gediversifieerder kan worden beschouwd; dat mevrouw Lena De Smaele in dat opzicht ook wijst op haar veelvuldige deelname aan examenjury’s bij gemeenten, OCMW’s, maar ook externe bureaus; Overwegende dat mevrouw Lena De Smaele op dit beoordelingscriterium beter scoort dan mevrouw Gertjie De Sadeleer.” De kritiek hierop kan niet overtuigen. Het is niet spontaan duidelijk en het wordt in het verzoekschrift evenmin uitgelegd waarom het feit dat de professionele relaties waarop Lena De Smaele zich beroept “voornamelijk” gelieerd zijn aan haar functie als gemeentesecretaris, bezwaarlijk zou zijn. Tevens komt het onjuist voor dat de gemeenteraad “zonder meer” is voorbijgegaan aan verzoeksters merites ter zake. Integendeel bevestigt de gemeenteraad uitdrukkelijk dat verzoekster een professioneel netwerk heeft uitgebouwd dat de werking van de gemeente en/of het OCMW ten goede komt. Ook wat dit criterium betreft, wordt niet bijgevallen dat de beoordeling ervan onwettig is. Dat belet niet dat misschien ook een gúnstiger beoordeling van verzoekster op dit criterium denkbaar ware geweest en in voorkomend geval evenmin onwettig zou zijn geweest. Maar het is nu eenmaal eigen aan de uitoefening van een discretionaire beoordelingsbevoegdheid, zoals bij de beoordeling te dezen aan de orde was, dat ze aanleiding kan geven tot verschillende zienswijzen die, ofschoon uiteenlopend, niettemin elk binnen de grenzen van de wettigheid – inbegrepen die van de redelijkheid – blijven.
- Het eerste middel wijst niet uit dat de gemeenteraad bij het nemen van zijn beslissing tot aanstelling van Lena De Smaele getuigde van een onwettig vooroordeel en de redelijkheid te buiten ging, of anderszins de in het X-17.372-9/15 middel aangevoerde rechtsregels heeft geschonden. Het wordt in zijn geheel verworpen. B. Tweede middel Standpunt van verzoekster
- Een tweede middel wordt genomen “uit een schending van artikel 583, §1 Decreet Lokaal Bestuur, de rechtsplicht tot vergelijking van titels en verdiensten, evenals het zorgvuldigheids-, onafhankelijkheids-/onpartijdigheids- en materiële motiveringsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur”. Verzoekster licht toe dat meerdere beoordelingscriteria “allerminst objectief en voor beide kandidaten gelijk waren”. De vergelijking van titels en verdiensten werd uitgevoerd met toepassing van enkele ontoelaatbare beoordelingscriteria die “kennelijk op maat van de gemeentesecretaris werden geschreven”. Minstens steunt de verwerende partij op overwegingen die de bestreden beslissing niet kunnen schragen “in het licht van de redelijkheid en objectiviteit”. Wat minstens twee beoordelingscriteria betreft, heeft de gemeenteraad “wars van alle titels en verdiensten” geoordeeld dat Lena De Smaele beter zou scoren “louter op basis uit de aard van haar functie als gemeentesecretaris”. De verwerende partij gaf aldus te kennen “dat het louter uit de aard van de functie van gemeentesecretaris volgt dat mevr. Lena De Smaele zou beschikken over (i) een meer uitgebouwd relevant professioneel netwerk dat de werking van de gemeente en/of het OCMW ten goede komt en (ii) betere vaktechnische en kennistechnische competenties, vermeld in het functieprofiel”.
- In de laatste memorie betoogt verzoekster dat zij niet ontkent “dat de in casu geviseerde beoordelingscriteria inderdaad relevant-/pertinent kunnen zijn voor de decretaal voorgeschreven vergelijking van titels en verdiensten” en dat zij niet betwist “dat alle door verwerende partij vooropgestelde en toegepaste beoordelingscriteria in casu op een gelijke wijze zijn toegepast op de X-17.372-10/15 beide secretarissen-kandidaten”. Maar zij betwist wel de wijze waarop de verwerende partij “in abstracto en quasi automatisch” aanneemt dat Lena De Smaele beter scoort op de criteria met betrekking tot het uitgebouwd professioneel netwerk en tot de vaktechnische en kennistechnische competenties, “louter uit de aard van haar functie als gemeentesecretaris”. Beoordeling
- Als “ontoelaatbare beoordelingscriteria” identificeert verzoekster er in het verzoekschrift twee, meer bepaald het criterium ‘uitgebouwd relevant professioneel netwerk dat de werking van de gemeente en/of het OCMW ten goede komt’ (zie sub 11) en het criterium ‘beoordeling van de vaktechnische en kennistechnische competenties vermeld in het functieprofiel’. Met betrekking tot dat laatste criterium wordt in de eerste bestreden beslissing geoordeeld: “Overwegende vooreerst dat beide kandidaten worden verondersteld te voldoen aan de vereiste vaktechnische en kennistechnische competenties; dat zulks ook blijkt uit de kandidaatstellingen waarin beide kandidaten hun verdiensten op elk van de vaktechnische en de kennistechnische competenties aannemelijk toelichten; Overwegende dat er – mede gezien de beoordeling van de voorgaande beoordelingscriteria – geen noodzaak bestaat om uitgebreid in te gaan op elke competentie; Overwegende volledigheidshalve dat mevrouw Gertjie De Sadeleer, OCMW-secretaris, aangeeft over de vereiste parate kennis te beschikken op elk van de competenties en bereid is zich hierin verder te scholen; dat parate kennis in die zin in elk geval kan worden omgezet in een grondige kennis; dat de functiebeschrijving ook voorschrijft dat de algemeen directeur kennis heeft over de aangehaalde onderwerpen of bereid is om zich hierin bij te scholen; dat de kandidaatstelling dan ook beantwoordt aan de vereisten van dit beoordelingscriterium; Overwegende dat mevrouw Lena De Smaele zonder tegenindicaties aangeeft over een grondige kennis te beschikken van het Decreet Lokaal Bestuur, wetgeving overheidsopdrachten, lokale personeelsreglementen, en de beleids- en beheerscyclus; dat uit het geheel van de initiatieven en gevolgde navorming evenzeer blijkt dat mevrouw Lena De Smaele beantwoordt aan de vereisten van elk van de competenties; dat zij evenzeer blijk geeft van de bereidheid om zich permanent te blijven bijscholen; dat de kennis van de regelgeving die van toepassing is op de verschillende diensten op dit ogenblik vanuit de aard van de functie van X-17.372-11/15 gemeentesecretaris groter is dan deze van mevrouw Gertjie De Sadeleer, OCMW-secretaris; dat zulks andermaal leidt tot structureel voordeel bij de beoordeling en meer garanties op het vlak van continuïteit.”
- Niet de criteria op zich blijken verzoekster een doorn in het oog, maar de beoordeling ervan, waarbij “wars” van elke vergelijking van de merites van de kandidaten, quasi automatisch, de voorkeur naar Lena De Smaele zou zijn gegaan, om reden van de aard van haar functie als gemeentesecretaris. Die kritiek komt voor te kort door de bocht te zijn. Anders dan verzoekster laat uitschijnen, worden de merites van Lena De Smaele met betrekking tot die criteria niet beter beoordeeld louter omdat zij de functie van gemeentesecretaris uitoefent, maar worden ze als uitgebreider en gediversifieerder beschouwd, waarvoor de verwerende partij dan een verklaring zoekt in het feit dat immers de functie die zij uitoefende uitgebreider en gediversifieerder is dan die van verzoekster. Voorts wordt de betere score van Lena De Smaele wat het uitgebouwde professioneel netwerk betreft inzonderheid beargumenteerd met haar veelvuldige deelname aan examenjury’s bij gemeenten, OCMW’s én “ook externe bureaus”. Wat de vaktechnische en kenniscompetenties aangaat, stelt de verwerende partij bij verzoekster de vereiste “parate kennis” vast, die kan worden omgezet in een “grondige kennis”. Anders dan verzoekster evenwel – die in haar kandidaatstelling met betrekking tot het decreet lokaal bestuur verklaarde: “Het decreet lokaal bestuur is nog nieuw, dat heb ik bestudeerd, maar ik ben bereid om me zeker verder bij te scholen, zeker wanneer aanpassingen zich voordoen.” – beschikt Lena De Smaele volgens de verwerende partij reeds over die grondige kennis. Niet bijgevallen wordt bijgevolg dat de verwerende partij “wars van de concrete titels en verdiensten” van de kandidaten zou hebben geoordeeld.
- Verder dan deze algemene en lapidaire kritiek komt verzoekster niet. Zij kende nochtans de kandidaatstelling van Lena De Smaele, die zij als haar stuk 5 bijbrengt, en was derhalve in de mogelijkheid om, als de X-17.372-12/15 verdiensten van Lena De Smaele effectief niet uitgebreider en gediversifieerder waren dan de hare, dat meer in concreto toe te lichten. Het is niet gebeurd.
- Het tweede middel wordt verworpen. C. Derde middel Standpunt van verzoekster
- In een derde middel, afgeleid uit “een schending van artt. 2 en 3 Wet Formele Motivering Bestuurshandelingen”, voert verzoekster aan dat de vergelijking van titels en verdiensten “(mede-) is gesteund op [en] is gemotiveerd door verwijzing naar een quickscan en e-mail van A&S van 24 mei 2018 dewelke verzoekende partij nooit zijn medegedeeld noch gekend zijn”. De motivering bij verwijzing moet aan vier cumulatieve voorwaarden voldoen, wat hier niet het geval is.
- In de memorie van wederantwoord voegt verzoekster daar aan toe dat uit de motivering van de bestreden beslissingen duidelijk blijkt dat “inzet en initiatief”/“integratiebereidheid” van de kandidaten “in grote mate (zo niet exclusief)” werd beoordeeld op basis van de quickscan en e-mail van A&S van 24 mei 2018, “zodanig dat hieraan een gewichtig belang is gehecht teneinde te komen tot een betere score voor mevr. Lena De Smaele op dit bewuste onderdeel”.
- Volgens de laatste memorie, ten slotte, kan de verwerende partij uit geen enkel ander stuk dan de geviseerde quickscan en e-mail van A&S van 24 mei 2018 haar beoordeling inzake “inzet en initiatief” en “integratiebereidheid”, “zoals thans weergegeven in de bestreden beslissing”, afleiden. X-17.372-13/15 Beoordeling
- De formelemotiveringsverplichting strekt ertoe de rechtszoekende een zodanig inzicht te verschaffen in de motieven van de beslissing dat hij in staat is nuttig, met kennis van zaken, voor zijn rechten op te komen.
- Wat het deelcriterium van de inzet en het initiatief met betrekking tot de voorbereiding van de inkanteling van de gemeente en het OCMW aangaat, wordt in de beslissing tot aanstelling van Lena De Smaele gemotiveerd wat volgt: “Overwegende dat met betrekking tot de voorbereiding van de inkanteling van de gemeente en het OCMW mevrouw Lena De Smaele, gemeentesecretaris, meer dan mevrouw Gertjie De Sadeleer, OCMW-secretaris, daadwerkelijk aan de kar heeft getrokken en initiatief heeft genomen; dat mevrouw Gertjie De Sadeleer weliswaar aangeeft lid te zijn van talrijke werkgroepen, maar alleszins minder dan mevrouw Lena De Smaele [blijk] geeft van eigen initiatief met het oog op een snelle inkanteling dan wel integratie van de gemeente en OCMW; dat voor zover als nodig deze vaststelling wordt bevestigd door de quick-scan en de e-mail van 24 mei 2018 van A&S-solutions waarin wordt meegedeeld dat de veranderingsdynamiek vooral vanuit de gemeente komt en het OCMW zich eerder behoudsgezind opstelt; dat deze houding is gekoppeld aan de persoon van de respectieve secretarissen.”
- Naar blijkt, doet de verwerende partij in het citaat met voldoende precisie kennen wat de quickscan en de e-mail precies inhouden. In de eerste plaats wordt vermeld dat ze “bevestigen” dat verzoekster minder blijk geeft van eigen initiatief ter zake van een snelle inkanteling of integratie van de gemeente en het OCMW. In de tweede plaats wordt de inhoud ervan zelfs in substantie in de formele motivering weergegeven: de veranderingsdynamiek komt vooral vanuit de gemeente en dat hangt samen met de respectieve secretarissen, de personen die de verantwoordelijkheid dragen. Dit volstaat ten aanzien van de formelemotiveringsverplichting. De tegenwerping dat de geciteerde beoordeling louter op de quickscan en e-mail berusten, betreft de deugdelijkheid van die beoordeling, niet de formele motivering ervan. X-17.372-14/15
- Ook het derde middel wordt verworpen. D. Conclusie
- Er is bijgevolg reden om het beroep te verwerpen, wat er ook zij van de ontvankelijkheidsexcepties van de verwerende partij. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep, begroot op het rolrecht 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een aan de verwerende partij verschuldigde rechtsplegingsvergoeding van 700 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twaalf oktober tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.372-15/15 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.816 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.