← België

Arrest 251834 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 12/10/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.834 Rolnummer: A. 228793/X-17554 Zaak: Arrest 251834 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 12/10/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-10-19 Raadplegingen: 77 - laatst gezien 2026-06-11 12:53 Fiche Arrest nr 251.834 van 12 oktober 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 251.834 van 12 oktober 2021 in de zaak A. 228.793/X-17.554 In zake: de BVBA LODEWIJK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Katia Bouve kantoor houdend te 8420 De Haan Mezenlaan 9 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen:

  1. de STAD IZEGEM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Pieter-Jan Defoort en Ruben Vansteenkiste kantoor houdend te 8020 Oostkamp Hertsbergsestraat 4 bij wie woonplaats wordt gekozen
  2. het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Bram Van Den Berghe en Jürgen Vanpraet kantoor houdend te 8820 Torhout Oostendestraat 306 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 9 augustus 2019, strekt tot de nietigverklaring van “het Besluit van de Gemeenteraad van de Stad IZEGEM betreffende de definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan RUP CENTRUM na schorsing, d.d. 23 april 2019”, en van “het Besluit van de Afdeling Gebiedsontwikkeling, Omgevingsplanning en -projecten bij het Departement Omgeving, betreffende de bepaling over de plan MER-plicht van het RUP CENTRUM in IZEGEM, d.d. 5 juni 2018, en waarbij wordt geoordeeld […] dat de opmaak van een plan-MER niet noodzakelijk is”. X-17.554-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 20 juli
  5. Op 9 september 2021 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Beoordeling
  7. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. X-17.554-2/4 Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
  8. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. BESLISSING
  9. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
  10. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan elk van de verwerende partijen. X-17.554-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twaalf oktober tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.554-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.834 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.