← België

Arrest 251854 - Examens (onderwijs) - 15/10/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.854 Rolnummer: A. 234743/IX-9957 Zaak: Arrest 251854 - Examens (onderwijs) - 15/10/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-10-18 Raadplegingen: 77 - laatst gezien 2026-06-11 13:06 Fiche Arrest nr 251.854 van 15 oktober 2021 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 251.854 van 15 oktober 2021 in de zaak A. 234.743/IX-9957 In zake: Attila RAES bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Manik Peferoen kantoor houdend te 9420 Erpe-Mere Schoolstraat 20 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door scholengroep 19 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Marc Stommels en Jan Fransen kantoor houdend te 2000 Antwerpen Amerikalei 220 bus 14 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 6 oktober 2021, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de beroepscommissie van scholengroep 19 van het Gemeenschapsonderwijs van 26 augustus 2021, waarbij aan Attila Raes een oriënteringsattest B wordt toegekend met clausulering voor ASO, TSO, KSO, Kantoor BSO en Verkoop BSO en met ongunstig advies overzitten. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. IX-9957-1/10 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 oktober 2021, om 10.30 uur. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Manik Peferoen, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Jan Fransen, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Wendy Depester heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten
  4. Verzoeker is tijdens het schooljaar 2020-2021 ingeschreven als leerling in het eerste jaar van de tweede graad Kantoor (BSO) in de Handelsschool te Aalst. Op het einde van het schooljaar kent de delibererende klassenraad aan verzoeker een oriënteringsattest B toe, met clausulering voor Kantoor BSO en Verkoop BSO en met ongunstig advies overzitten. Na overleg wordt de delibererende klassenraad opnieuw samengeroepen op 30 juni 2021, maar hij komt niet terug op zijn vroegere beslissing. IX-9957-2/10 Hierop stelt verzoeker op 1 juli 2021 beroep in bij het schoolbestuur. De beroepscommissie beslist op 26 augustus 2021 om het B-attest te handhaven. Dat is de bestreden beslissing. IV. Ontvankelijkheid van de vordering 4.
  5. De verwerende partij werpt op dat verzoeker minderjarig is “en aldus onbekwaam om in eigen naam de vordering [in] te stellen”. 4.
  6. De vordering is ingesteld voor verzoeker door zijn raadsman, die luidens artikel 19, zesde lid, RvS-wet behoudens bewijs van het tegendeel geacht wordt gemandateerd te zijn door de handelingsbekwame persoon die hij beweert te vertegenwoordigen. Op het verzoekschrift is, anders dan de verwerende partij lijkt te beweren, niet te lezen dat verzoeker beweert op te treden “in eigen naam”. De raadsman van verzoeker is blijkens een verklaring van de regiovoorzitter van het Bureau voor Juridische Bijstand (BJB) aangesteld in het kader van de tweedelijnsrechtsbijstand “om de belangen van mevrouw Raes te behartigen”, wat hij op de terechtzitting ook bevestigt. De verwerende partij brengt geen bewijs van het tegendeel. Vooralsnog lijkt de exceptie – die ervan uitgaat dat verzoeker optreedt “in eigen naam” en zonder te zijn vertegenwoordigd door wie het gezag uitoefent over zijn persoon – feitelijke grond te missen. Ze vertoont niet de vereiste ernst opdat ze in de huidige stand van de rechtspleging kan worden aangenomen. IX-9957-3/10 V. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  7. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. VI. Uiterst dringende noodzakelijkheid Standpunt van de verwerende partij
  8. De verwerende partij verwijt verzoeker te lang gewacht te hebben met het instellen van zijn vordering. Die proceshouding spreekt de beweerde hoogdringendheid tegen, aldus de verwerende partij. Beoordeling
  9. Verzoeker heeft het georganiseerd administratief beroep bij het schoolbestuur ingesteld op 1 juli 2021, daags na de tweede samenkomst van de klassenraad. De beroepscommissie heeft over dat beroep pas uitspraak gedaan op 26 augustus
  10. De verwerende partij, die twee maanden nodig heeft om zich over een beroep uit te spreken en de leerling ondertussen in het ongewisse laat over zijn schooltoekomst, is wel bijzonder slecht geplaatst om verzoeker een gebrek aan diligent handelen te verwijten. IX-9957-4/10 8.
  11. Niettemin moet de Raad van State steeds onderzoeken of de voorwaarde van uiterst dringende noodzakelijkheid is vervuld, opdat hij de vordering mag inwilligen. 8.
  12. Verzoeker heeft de bestreden beslissing op 31 augustus 2021 ontvangen en huidige vordering ingesteld op 6 oktober
  13. Dit tijdsverloop lijkt de ingeroepen uiterst dringende noodzakelijkheid tegen te spreken. Vastgesteld moet worden, evenwel, dat verzoeker een beroep heeft gedaan op het BJB voor juridische bijstand. Hij kreeg een raadsman toegewezen op 10 september 2021, die zich op 1 oktober 2021 heeft laten vervangen. De huidige raadsman heeft dan het verzoekschrift op 6 oktober 2021 ingediend. De keuze om een zaak zelf te behartigen of om zich te laten bijstaan door een raadsman maakt iedere partij voor zich en zij draagt in principe ook de gevolgen van die keuze – met inbegrip van de gevolgen die voortvloeien uit de proceshouding van die raadsman. Dit uitgangspunt verdient het evenwel te worden genuanceerd in het voorliggende geval. Een verzoekende partij die een beroep doet op de juridische tweedelijnsbijstand bevindt zich in een kwetsbare situatie en kiest niet zelf wie haar als advocaat vertegenwoordigt. De toelichting die verzoeker geeft over het concrete optreden van de eerste, niet vrijwillig door hem gekozen raadsman – die zich onbereikbaar hield, niet inging op herhaald telefonisch aandringen en dan uiteindelijk na drie weken de opdracht teruggaf aan het BJB – is van aard om die periode niet aan verzoeker toe te rekenen. Mede gelet op de verklaring die hij voorlegt van de regiovoorzitter van het BJB is er vooralsnog geen reden om aan de uitleg van verzoeker te twijfelen. In de zeer bijzondere omstandigheden van deze zaak mag verzoeker geen gebrek aan diligentie worden verweten. 8.
  14. Voor het overige beroept verzoeker zich terecht op de vaste rechtspraak van de Raad van State dat de voorwaarde van uiterst dringende IX-9957-5/10 noodzakelijkheid geacht mag worden vervuld te zijn, gelet op het dreigende verlies van de normale voortzetting van de schoolloopbaan in een door de leerling gekozen studierichting. VII. Ernst van het enige middel Standpunt van de partijen
  15. Het enige middel is genomen, onder meer, uit de schending van de formelemotiveringsplicht als bedoeld bij de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’. Verzoeker herinnert eraan dat de zin van de beroepsprocedure erin bestaat dat de motivering blijk geeft van het in overweging genomen zijn van de bezwaren die hij en zijn moeder aan de commissie hebben voorgelegd. De beroepscommissie is evenwel niet verder gekomen dan een synthese en herneming van de argumenten die door de delibererende en herdelibererende klassenraad in aanmerking zijn genomen. De beslissing laat niet toe te begrijpen waarom met zijn argumenten geen rekening is gehouden. Verzoeker benadrukt, zich louter te verzetten tegen de clausulering voor Verkoop BSO en zich te kunnen vinden in het B-attest met clausulering voor ASO, TSO, KSO, Kantoor BSO en met ongunstig advies overzitten.
  16. De verwerende partij verwijst in de nota met opmerkingen naar de motivering van de klassenraadbeslissing, die “in het bijzonder de nadruk legt op de niet behaalde leerplandoelstellingen voor bepaalde vakken die in het volgende jaar terugkomen in de richtingen Verkoop en Kantoor, leerplandoelstellingen die ook nadrukkelijk omschreven worden”. Zij antwoordt voorts dat verzoeker een IX-9957-6/10 onderscheid ziet tussen Verkoop en Kantoor, doch louter omwille van het feit dat hij beweert enkel interesse te hebben in de eerste richting, met uitsluiting van alle andere studierichtingen. Vervolgens vergelijkt de verwerende partij de lestabel van beide richtingen en herinnert zij aan een reeks vaststellingen in het leerlingvolgsysteem. Beoordeling
  17. Ook in de procedure voor de beroepscommissie heeft verzoeker enkel en specifiek gevraagd om de clausulering voor Verkoop BSO te heroverwegen. Daartoe werden de volgende argumenten door de moeder van verzoeker voorgelegd: “Mijn zoon heeft het al langer moeilijk om zich te motiveren en naar school te gaan. Hij dubbelt 3 kantoor. We zijn samen met het CLB heel erg zoekend geweest en stonden op een wachtlijst voor hulpverlening. Op vrijdag 23 april hadden we onze eerste kennismaking met de contextbegeleidster […]. Er is een positieve samenwerking en ik merk dat zijn motivatie voor school stijgt. Dit gevoel wordt versterkt door een laatste rapport van PE5 waar de resultaten terug in stijgende lijn zijn. Mijn zoon […] wil zich heel graag inschrijven voor verkoop en heeft geen andere motivatie. Wij kregen al vaker te horen dat Attila beschikt over de mogelijkheden, maar de motivatie vaak miste. Naar school gaan en de combinatie met afstandsonderwijs was niet evident voor hem. Maar hij lijkt de draad terug opgepikt te hebben. Er zijn 3 jaartekorten. Frans, toegepaste economie en boekhouden. In de richting verkoop valt boekhouden weg. Voor het keuzegedeelte dat bij de richting verkoop hoort, behaalt Attila mooie resultaten voor Engels, Nederlands, toegepaste informatica en dactylografie. Verkoop wordt een nieuw vak. lk wil u ook vragen om de rapporten van mijn zoon te bekijken doorheen het schooljaar, want daar kan u zien dat hij voor heel wat vakken doorheen het schooljaar ook schitterende resultaten heeft behaald. Rekening houdend met zijn leeftijd, de huidige begeleiding die nog niet zo lang geleden is opgestart en die naar mijn aanvoelen een positieve impact heeft, de motivatie die er momenteel is en toekomstperspectief dat mijn zoon nodig heeft, wil ik graag de vraag stellen of de clausulering herbekeken kan worden.” Verzoeker voegde daaraan het volgende toe: IX-9957-7/10 “Ik heb er absoluut geen probleem mee dat ik een B-attest heb met uitsluiting voor de richting kantoor. Maar wel voor de richting verkoop. Die richting is de enige optie voor mij. Er is geen enkele andere richting die mij interesseert. Ik heb ook reeds werkervaring in de verkoop en ik doe dit echt graag. Ik hoop dan ook dat jullie mij de kans geven om die richting te kunnen volgen. Ik besef dat ik een grote fout heb gemaakt door zolang niet naar school te gaan. Ik wil me herpakken en bewijzen dat ik het kan. Er komt sinds kort een thuisbegeleidster langs bij ons en daar hebben we veel aan. Ik denk dat ik met de nodige begeleiding er zal in slagen om terug naar school te gaan.”
  18. Verzoeker verwees, samengevat, naar de behaalde resultaten tijdens het schooljaar en hun evolutie, naar het vakkenpakket van Verkoop BSO en naar gewijzigde omgevingsfactoren.
  19. In de bestreden beslissing mocht verzoeker hierop het volgende antwoord lezen: “De beroepscommissie nam kennis van de bezwaren in het verweerschrift van de moeder van Attila Raes en van de vraag om aan Attila de mogelijkheid te geven het 4de jaar Kantoor BSO te kunnen aanvangen. De beroepscommissie nam kennis van alle elementen uit het dossier van Attila Raes die school loopt in GO! Handelsschool Aalst (rapporten, overzicht van de afwezigheden, remediëringsvoorstellen, examens, toetsen, notulen, adviezen, aanbevelingen en processen-verbaal van de klassenraden, communicatie tussen leerkrachten en leerling en ouders, etc). De beroepscommissie is van oordeel dat er voldoende elementen in het dossier van Attila Raes aanwezig zijn om tot een beslissing te komen. De beroepscommissie verneemt uit het dossier dat de resultaten van Attila Raes inderdaad ontoereikend zijn om een wijziging van de clausulering toe te staan. De vakken waarvoor Attila Raes een onvoldoende behaalde, zullen ook aan bod komen in het 4de jaar Kantoor BSO. Daarenboven wordt vastgesteld dat Attila Raes het eerste leerjaar van de tweede graad Kantoor BSO afgelopen schooljaar reeds dubbelde.”
  20. De Raad van State vraagt zich af of de beroepscommissie de argumenten van verzoeker wel gelezen heeft, ook al schrijft zij “kennis van de bezwaren” te hebben genomen. Alleszins is op het eerste gezicht niet te achterhalen waarom die argumenten niet hebben kunnen overtuigen en op welke gronden de beroepscommissie meent ze te kunnen weerleggen en de clausulering voor Verkoop BSO te moeten handhaven. De commissie lijkt integendeel een onderzoek uitgevoerd te hebben naar de clausulering voor Kantoor BSO “om aan IX-9957-8/10 Attila de mogelijkheid te geven het 4de jaar Kantoor BSO te kunnen aanvangen”, wat in het geheel niet de vraag was van verzoeker. Aldus schiet de beroepscommissie schromelijk tekort in de op haar rustende formelemotiveringsplicht.
  21. Of de beroepscommissie zich heeft willen aansluiten bij de motivering van de klassenraad is niet zonder meer duidelijk. Maar zo de beroepscommissie inderdaad die motivering tot de hare wou maken, moet worden geoordeeld, zo lijkt, dat de beroepscommissie niet kan volstaan met het louter bijvallen van een klassenraadbeslissing op die punten van de motivering die in beroep precies worden betwist. Er valt immers op het eerste gezicht niet in te zien hoe de motieven van een klassenraad waar de beroepscommissie aansluiting bij zoekt, reeds een evident antwoord zouden kunnen zijn op de later concreet ingeroepen argumenten van verzoeker die net geen antwoord hebben gekregen in die klassenraadbeslissing.
  22. Met de nieuwe argumenten die de verwerende partij in de nota neerschrijft, mag de Raad van State geen rekening houden aangezien uit niets blijkt dat ze aan de beroepscommissie toegeschreven kunnen worden.
  23. Het middel is ernstig, zodat de beide schorsingsvoorwaarden vervuld zijn. BESLISSING De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van de beroepscommissie van scholengroep 19 van het Gemeenschapsonderwijs van 26 augustus 2021, waarbij aan Attila Raes een oriënteringsattest B wordt toegekend met clausulering voor ASO, TSO, KSO, Kantoor BSO en Verkoop BSO en met ongunstig advies overzitten. IX-9957-9/10 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijftien oktober tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-9957-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.854 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.061 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.