id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.855 Rolnummer: A. 234744/IX-9958 Zaak: Arrest 251855 - Examens (onderwijs) - 15/10/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-10-18 Raadplegingen: 76 - laatst gezien 2026-06-11 13:07 Fiche Arrest nr 251.855 van 15 oktober 2021 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 251.855 van 15 oktober 2021 in de zaak A. 234.744/IX-9958 In zake: Leandro PAZIENZA bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sam De Nyn en Chris De Nyn kantoor houdend te 1840 Londerzeel Oudemanstraat 25 bus 3 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VZW SINT-GOEDELE BRUSSEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jim Deridder kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 210A bus 10 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 6 oktober 2021, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van: “- de beslissing, genomen op 24 juni 2021 door de delibererende klassenraad van het vierde jaar wetenschappen van het Sint-Jozefscollege vzw, waarbij aan Leandro Pazienza een oriënteringsattest C werd toegekend en; - de beslissing, genomen op 17 september 2021 door de beroepscommissie van het Sint-Jozefscollege vzw, waarbij de voormelde beslissing van de delibererende klassenraad tot toekenning van een oriënteringsattest C [aan] Leandro Pazienza werd bevestigd en gehandhaafd.” II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. IX-9958-1/11 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 oktober 2021, om 10.30 uur. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Chris De Nyn, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Simon De Buyser, die loco advocaat Jim Deridder verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Verzoeker is tijdens het schooljaar 2020-2021 ingeschreven als leerling in het tweede jaar van de tweede graad wetenschappen aan het Sint-Jozefscollege in Sint-Pieters-Woluwe. Op het einde van het jaar tekent hij zeven jaartekorten op – aardrijkskunde (47%), biologie (38,8%), chemie (42,2%), fysica (37,3%), geschiedenis (44,2%), Nederlands (47,5%) en wiskunde (43,7%). De delibererende klassenraad kent hem een oriënteringsattest C toe. Na overleg meldt de directeur op 6 juli 2021 dat er geen elementen zijn die een nieuwe bijeenkomst van de delibererende klassenraad rechtvaardigen. Hierop stelt verzoeker een beroep in bij het schoolbestuur. IX-9958-2/11 Op 17 september 2021 beslist de beroepscommissie om het C-attest te handhaven. IV. Ontvankelijkheid van de vordering
- Zoals de verwerende partij terecht opmerkt in de nota met opmerkingen, komt de beslissing van de beroepscommissie in de plaats van de beroepen beslissing van de delibererende klassenraad, zodat de vordering in de mate waarin ze betrekking heeft op die klassenraadbeslissing zonder voorwerp is. Die klassenraadbeslissing is immers al uit het rechtsverkeer verdwenen. Deze exceptie vertoont de vereiste ernst opdat ze in de huidige stand van de rechtspleging kan worden bijgevallen. De vordering is in zoverre niet ontvankelijk. V. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. VI. Uiterst dringende noodzakelijkheid
- De verwerende partij betwist terecht niet dat de voorwaarde van uiterst dringende noodzakelijkheid vervuld is. IX-9958-3/11 VII. Ernst van de middelen A. Eerste middel Uiteenzetting van het middel
- Het eerste middel is genomen uit de schending van artikel 123/15 van de Codex Secundair Onderwijs (VCSO), artikel 3.6.4.3, vierde lid, van het schoolreglement, het patere-legembeginsel en het legaliteits-, zorgvuldigheids- en redelijkheidsbeginsel. Verzoeker voert aan dat de bestreden beslissing is genomen na 15 september, hetgeen in strijd is met de ingeroepen bepalingen. Het standpunt van de beroepscommissie dat dit een ordetermijn is en dat op de overschrijding ervan geen sanctie staat, kan niet worden gevolgd en zou neerkomen op het geven van “carte blanche” aan het schoolbestuur om beroepsprocedures zo lang mogelijk te laten aanslepen zodat zij de facto zonder voorwerp worden omdat het schooljaar bij het nemen van de beslissing al zo ver gevorderd is dat de leerling niet meer kan aansluiten in het volgende schooljaar. Verzoeker betoogt dat indien binnen de voorgeschreven termijn geen beslissing is genomen het beroep moet worden geacht te zijn ingewilligd. Beoordeling
- De Raad van State deelt de bekommernis van verzoeker “dat beroepen tegen attesteringen […] met de nodige spoed worden afgehandeld”. Uit dat oogpunt kan het ingeroepen voorschrift van artikel 123/15 VCSO en het schoolreglement, dat de beroepscommissie “uiterlijk op 15 september” van het daaropvolgende schooljaar beslist, voor de betrokken leerling al ruim laat zijn om zekerheid te geven over zijn openstaande opties. IX-9958-4/11
- Die verzuchting neemt niet weg, zo lijkt, dat de decreetgever aan de overschrijding van de termijn van 15 september geen gevolg heeft gehecht. De termijn is bijgevolg, zoals aangegeven in de bestreden beslissing, een termijn van orde. Verzoeker heeft recht op een vaststaande uitslag en mag dus van de beroepscommissie een beslissing verwachten. Nergens is in de regelgeving te lezen, zo lijkt, dat het verzuim om uiterlijk 15 september te beslissen ertoe leidt dat de beroepscommissie haar bevoegdheid verliest – zodat enkel de klassenraadbeslissing overeind blijft – of dat het beroep geacht moet worden te zijn ingewilligd.
- Het middel is niet ernstig. B. Tweede middel Uiteenzetting van het middel
- Het tweede middel is genomen uit de schending van de hoorplicht en artikel 3.6.4.3, tweede lid, van het schoolreglement, het patere-legembeginsel en het legaliteitsbeginsel. Verzoeker voert aan dat in de uitnodiging voor de hoorzitting van 17 september 2021 niet is vermeld wie de leden van de beroepscommissie waren. Verzoeker heeft dit op de hoorzitting zelf vernomen zodat hij “geen nuttige controle” kon uitoefenen op de samenstelling van de beroepscommissie. Beoordeling
- Verzoeker geeft zelf aan dat hij bij aanvang van de hoorzitting de samenstelling van de beroepscommissie mocht vernemen. De namen en hoedanigheden van de leden van de beroepscommissie zijn ook vermeld op de bestreden beslissing. IX-9958-5/11
- Verzoeker heeft ondertussen ruimschoots de tijd gehad om na te gaan of de samenstelling van de beroepscommissie bezwaar oplevert. Hij schrijft daarover evenwel niets in het verzoekschrift. Het valt niet te zien welk belang verzoeker dan heeft bij dit middel.
- Het middel is niet ernstig. C. Derde middel Uiteenzetting van het middel
- Het derde middel is genomen uit de schending “van de algemene bestuurlijke beginselen van redelijkheid, proportionaliteit- en zorgvuldigheid”. Verzoeker meent dat de toekenning van een C-attest onredelijk is daar er geen rekening is gehouden met de zeer moeilijke context van het schooljaar. Verzoeker verwijst naar het afstandsonderwijs, de veelvuldige afwezigheden van leerkrachten en de afgelaste lessen en benadrukt dat hij voorheen geen moeilijkheden heeft gehad. De toekenning van een C-attest na een zeer moeilijk schooljaar, zonder de mogelijkheid te bieden om in het vijfde jaar te starten in een andere richting, door de uitreiking van een B-attest, is niet verzoenbaar met het redelijkheids- en evenredigheidsbeginsel. Er is verzoeker nooit een voorafgaande waarschuwing gegeven zoals vermeld in artikel 3.6.3 van het schoolreglement. Verzoeker stelt niet te betwisten dat hij de leerplandoelstellingen van de tweede graad wetenschappen ASO niet heeft behaald, maar vindt het disproportioneel om hiervoor meteen een C-attest toe te kennen en hem zelfs niet de gelegenheid te gunnen om op basis van een B-attest zijn vijfde jaar in een andere studierichting, desgevallend in het TSO-onderwijs, aan te vatten. Verzoeker heeft aangegeven dat hij in het vijfde jaar niet in een richting van het ASO wilde starten, IX-9958-6/11 maar in een TSO-richting die specifiek gericht is op informatica en programmeren. Verzoeker haalde een jaarscore van 73,6% voor het vak informatica, zodat men hem door het toekennen van een B-attest perfect toelating kan geven om aan te sluiten in het vijfde jaar, in een richting waarvoor hij meer dan voldoende competenties heeft om succesvol te zijn. Van een redelijke en gematigde beroepscommissie mag volgens verzoeker worden verwacht dat zij, gezien de specifieke omstandigheden tijdens het schooljaar 2020-2021, kiest voor een maatregel die de minst schadelijke gevolgen voor de betrokken leerling met zich meebrengt. Er is geen enkele gegronde reden waarom verzoeker, gezien zijn uitstekende resultaat voor het vak informatica, niet zou kunnen starten in een TSO-richting die hierop is toegespitst. Het niet bereiken van de leerplandoelstellingen voor een wetenschappelijke ASO-richting vormt hiervoor geen beletsel. Beoordeling
- Verzoeker voert in dit middel op het eerste gezicht niét de schending aan van de formele-, dan wel materiëlemotiveringsplicht. Ook in de toelichting bij het middel beweert hij niet dat in de elf bladzijden tellende, uitvoerig gemotiveerde beslissing van de beroepscommissie sommige van zijn grieven zonder antwoord zijn gebleven (formelemotiveringsplicht). Evenmin argumenteert hij dat de motieven die de beroepscommissie veruitwendigt in haar beslissing niet stroken met het dossier of dat dit dossier onvolledig zou zijn (materiëlemotiveringsplicht). Wat verzoeker wel aanvoert, is dat de beroepscommissie een disproportionele beslissing neemt door hem in de “moeilijke context” van het afgelopen schooljaar een C-attest te geven, nadat hij de vorige studiejaren steeds IX-9958-7/11 een A-attest kreeg, hij niet is gewaarschuwd overeenkomstig het schoolreglement en hij graag wil starten in een informaticarichting in het TSO.
- Van een schending van het redelijkheidsbeginsel is slechts sprake wanneer een beslissing berust op feitelijk juiste en rechtens relevante motieven, maar er een kennelijke wanverhouding bestaat tussen die motieven en de inhoud van de beslissing.
- De beroepscommissie gaat in de eerste plaats na of de leerling in kwestie het leerjaar “met vrucht” heeft beëindigd, wat betekent dat die leerling de leerplandoelstellingen van het voorbije leerjaar in voldoende mate heeft behaald, zodat hij zijn studies kan voortzetten in het volgende leerjaar. Het zogenaamde “prospectieve” onderdeel van de evaluatie sluit daarop aan, als de beroepscommissie onderzoekt of dit slagen niettemin gepaard moet gaan met bepaalde clausuleringen, dan wel of bepaalde clausuleringen haar ertoe kunnen brengen de leerling geslaagd te verklaren. Nog anders geformuleerd, zoals de verwerende partij het doet in haar nota: “In eerste instantie derhalve, retrospectief, moet de leerling voor het voorbije jaar geslaagd worden verklaard – met andere woorden: de leerplandoelstellingen in voldoende mate hebben bereikt – alvorens, prospectief, kan worden gemotiveerd dat zulks er evenwel niet kan toe leiden dat de leerling toegang verkrijgt tot álle studierichtingen in het hogere leerjaar.” Verzoeker geeft toe dat hij de leerplandoelstellingen van de tweede graad niet heeft behaald. Hij betwist zijn tekorten niet: zeven jaartekorten, waarbij vijf profielbepalende vakken. Het zijn bovendien geen minieme tekorten. De beroepscommissie handelt niet onredelijk, zo lijkt, door uit die jaartekorten te concluderen “dat de studieresultaten van de leerling genoegzaam aantonen dat de leerling de doelstellingen van de tweede graad ASO wetenschappen niet heeft behaald. Hij behaalt teveel en te zware tekorten om hier IX-9958-8/11 anders over te oordelen” en, dus, dat verzoeker het afgelopen leerjaar niet met vrucht heeft beëindigd. Dat betekent dat hij niet geslaagd is. Hij voldoet dan ook niet, zo lijkt, aan de voorwaarden om een B-attest te krijgen.
- Het schoolreglement geeft aan dat een leerling een waarschuwing “kan” krijgen. Nergens is vooropgesteld, zo lijkt, dat een C-attest enkel toegekend kan worden aan een leerling op voorwaarde dat die leerling tijdens het schooljaar een waarschuwing kreeg. Louter ten overvloede daarom, moet worden vastgesteld dat verzoekers resultaten niet plotseling en onverwacht waren. Zoals de beroepscommissie opmerkt, waren de resultaten op het kerstrapport ook ondermaats en is aangegeven dat het moeilijk zou zijn om een A-attest te behalen. Ook is verzoeker op het einde van het eerste jaar van de tweede graad wel een A-attest toegekend, maar met het uitdrukkelijke advies om de studies voort te zetten in een richting met minder wiskunde die beter aansluit bij zijn interesses.
- De moeilijke omstandigheden van het voorbije schooljaar, zoals het afstandsonderwijs, hebben mogelijk bijgedragen tot het zwakke studieresultaat. In de eerste plaats lijkt de uitbraak van corona bezwaarlijk aan de verwerende partij verwijtbaar te zijn. Hoe dan ook wijst verzoeker zo op een mogelijke oorzaak van zijn falen. Dat maakt zijn resultaten er niet beter op. Hij beweert ook niet dat, bijvoorbeeld wegens corona, sommige resultaten waarop de beroepscommissie steunt niet representatief zouden zijn en hij daarom bijkomende proeven moet kunnen afleggen. Zoals de beroepscommissie opmerkt, kunnen de covid-crisis en de maatregelen die ermee gepaard gingen mogelijk een rol hebben gespeeld in de slechte resultaten, maar neemt dit niet weg dat de resultaten zijn wat ze zijn en tonen deze aan dat de leerplandoelstellingen voor de tweede graad niet werden behaald. Evenmin doet het goede resultaat voor informatica afbreuk aan de IX-9958-9/11 vaststelling dat verzoeker voor zeven vakken – zowel richtingspecifieke als algemene vakken – jaartekorten heeft. Verzoeker overtuigt vooralsnog niet waarom dit de beroepscommissie ertoe moest brengen zijn cijfers plotsklaps beter te maken dan ze zijn.
- Verzoeker overtuigt niet ervan dat geen enkele andere naar kennis en kunde redelijk bekwame en naar feitelijk optreden redelijk handelende beroepscommissie, geplaatst voor dezelfde feitelijke gegevens en op grond van de haar toekomende beoordelingsbevoegdheid, tot een C-attest zou besluiten. De schending van de aangevoerde beginselen is vooralsnog niet aangetoond.
- Het middel is niet ernstig, zodat de tweede schorsingsvoorwaarde niet is vervuld. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. IX-9958-10/11 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijftien oktober tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-9958-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.855 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.252.916 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.