← België

Arrest 251881 - Politie, uitgezonderd personeelszaken - 19/10/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.881 Rolnummer: A. 233476/X-17925 Zaak: Arrest 251881 - Politie, uitgezonderd personeelszaken - 19/10/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-10-22 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-11 13:24 Fiche Arrest nr 251.881 van 19 oktober 2021 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Politie, uitgezonderd personeelszaken Beslissing : Verwerping dwangsom Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 251.881 van 19 oktober 2021 in de zaak A. é.476/X-17.925 In zake : XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Arne Vandaele kantoor houdend te 1540 Herne Kwatemstraat 7 bij wie woonplaats wordt gekozen en eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kris Wagner kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 137 bus 12 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing die woonplaats kiest bij de Federale Politie DGR/Jur/CTX gevestigd te 1050 Brussel Kroonlaan 145 A -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp

  1. De vordering, ingesteld op 22 april 2021, strekt ertoe om de verwerende partij het bevel te horen opleggen dat zij binnen veertien dagen na de betekening van het tussen te komen arrest een antwoord moet formuleren op de vraag die verzoeker bij brief van 8 augustus 2017 stelde, onder verbeurte van een dwangsom van 2500 euro per dag vertraging. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. X-17.925-1/6 Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 24 september
  3. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Arne Vandaele, die verschijnt voor verzoeker, en adviseur Jana Mouton, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Nadat verzoeker door de organisatie van het evenement Tomorrowland, editie 2017, meegedeeld kreeg dat hij niet zou worden toegelaten omdat de federale politie een negatief advies over hem en zijn aankoop van een ticket had uitgebracht, deelt de federale politie hem op 14 juli 2017 mee dat er “geen mogelijke foute inschattingen zijn gebeurd” en dat zij bij haar “eerste beslissing” blijft. 3.
  6. Met een aangetekend schrijven van 8 augustus 2017 vraagt verzoeker de federale politie haar standpunt van 14 juli 2017 te heroverwegen en een “kopie te mogen ontvangen van iedere administratieve beslissing en van ieder document dat de motivering vormt voor de beslissing van [de] weigering”. Meegedeeld wordt dat het schrijven een verzoek in de zin van artikel 8, § 2, van de wet van 11 april 1994 ‘betreffende de openbaarheid van bestuur’ (hierna: de wet van 11 april 1994) is en dat overeenkomstig die bepaling aan de commissie voor de X-17.925-2/6 toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten om een advies wordt gevraagd. In haar antwoord van 28 augustus/4 september 2017 merkt de commissaris-generaal van de federale politie op dat de vraag reeds eerder is voorgelegd, door O. J., aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken. Zij wenst “dan ook” te verwijzen naar het antwoord erop van de minister van 24 juli 2017, dat zij als bijlage toevoegt en waarbij zij verklaart zich volledig aan te sluiten. Tevens deelt zij mee de behandeling te willen afwachten van de vraag tot openbaarheid van bestuur die vervat zit in verzoekers dagvaarding voor de rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 18 juli
  7. 3.
  8. Op 28 september 2017 richt verzoeker zich ook tot de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken met een vraag tot overlegging van iedere administratieve beslissing en van ieder document dat de motivering vormt voor de beslissing tot weigering van verzoeker tot het Tomorrowlandfestival. De minister antwoordt op 22 november 2017 niet op de vraag te kunnen ingaan. Op 15 december 2017 gevraagd “om overeenkomstig artikel 8, § 2 [van de wet van 11 april 1994] het standpunt [in zijn] brief van 22 november 2017 te heroverwegen”, antwoordt de minister uiteindelijk op die vraag met een brief van 14 maart
  9. 3.
  10. De beslissing van de commissaris-generaal van de federale politie van 28 augustus/4 september 2017 wordt op vordering van verzoeker door de Raad van State vernietigd bij arrest nr. 248.992 van 20 november
  11. 3.
  12. Met een brief van 22 februari 2021 vraagt verzoeker aan de federale politie om, gelet op deze vernietiging, te antwoorden op zijn brief van 8 augustus 2017 waarin werd verzocht om de beslissing van 14 juli 2017 te heroverwegen en een “kopie te mogen ontvangen van iedere administratieve X-17.925-3/6 beslissing en van ieder document dat de motivering vormt voor de beslissing van de weigering”. Omdat een beslissing uitblijft, stelt verzoeker de voorliggende vordering in tot het opleggen van het bevel om een nieuwe beslissing te nemen, onder verbeurte van een dwangsom. De commissaris-generaal van de federale politie antwoordt alsnog in een brief van 5 mei 2021 dat hij verwijst naar de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 14 maart 2018 en dat hij aan de gestelde vraag tot toegang tot de beoogde documenten geen gevolg kan verlenen. IV. Ontvankelijkheid van de vordering 4 Volgens de verwerende partij is, gelet op het antwoord van 5 mei 2021, de voorliggende vordering tot het opleggen van een bevel zonder voorwerp.
  13. Verzoeker betwist dat. Er is volgens hem geen sprake van een nieuwe, maar van een bevestigende beslissing, en de federale politie moet een eigen beslissing nemen en mag er niet mee volstaan te verwijzen naar een beslissing van de minister.
  14. Verzoeker kan niet worden gevolgd. Zoals verzoeker uit het arrest nr. 248.992 van 20 november 2020 kan opmaken, is het de commissaris-generaal van de federale politie niet verboden om zich, ter beantwoording van een verzoek tot heroverweging als bedoeld in artikel 8, § 2, van de wet van 11 april 1994, aan te sluiten bij redenen die de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken eerder formuleerde. Terwijl de commissaris-generaal van de politie zich initieel, in de vernietigde beslissing van 28 augustus/4 september 2017, verklaarde aan te sluiten bij de redenen die de minister in een brief van 24 juli 2017 meedeelde, doet de commissaris-generaal in de brief van 5 mei 2021 kennen dat hij zich wenst aan X-17.925-4/6 te sluiten bij de redenen in de brief van de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken van 14 maart
  15. Zoals de Raad van State al in het arrest 248.992 van 20 november 2020 (sub 7) heeft geoordeeld, zijn deze redenen niet gelijk aan die in de beslissing van 28 augustus/4 september
  16. De verwerende partij betwist dan ook terecht de ontvankelijkheid van de vordering omdat zij, hangende die vordering, alsnog een expliciete beslissing genomen heeft. De vordering wordt dan ook verworpen. Wel komt in de concrete omstandigheden van de zaak een rechtsplegingsvergoeding aan verzoeker toe. BESLISSING
  17. De Raad van State verwerpt de vordering tot het opleggen van een bevel onder verbeurte van een dwangsom.
  18. De Raad van State veroordeelt de verwerende partij tot de betaling aan verzoeker van een rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 700 euro.
  19. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoeker niet bekendgemaakt. X-17.925-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien oktober tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.925-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.881 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.