id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.890 Rolnummer: A. 232153/X-17830 Zaak: Arrest 251890 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 20/10/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-10-22 Raadplegingen: 78 - laatst gezien 2026-06-11 13:30 Fiche Arrest nr 251.890 van 20 oktober 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Voortzetting gewone procedure Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 251.890 van 20 oktober 2021 in de zaak A. 232.153/X-17.830 In zake :
- Anita GILLIS
- Jan VERHAMME
- Peter LEYSEN
- Yves VANDERMARLIERE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marleen Ryelandt kantoor houdend te 8200 Brugge Gistelsesteenweg 472 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen :
- de STAD IEPER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Meindert Gees kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27, bus B bij wie woonplaats wordt gekozen
- het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 2 november 2020, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de gemeenteraad van de stad Ieper van 6 juli 2020 houdende de definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Zuiderring’. X-17.830-1/5 II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 250.029 van 9 maart 2021 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verzoekende partijen hebben een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. Op 16 juni 2021 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partijen de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 71, vierde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: het algemeen procedurereglement). Met toepassing van artikel 90, § 1, vierde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, is de zaak verwezen naar een kamer met drie leden. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 8 oktober
- Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Marleen Reyelandt, die verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Hanne Biebaut, die loco advocaat Meindert Gees verschijnt voor de eerste verwerende partij, en advocaat Bram Van Den Berghe, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de tweede verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een eensluidend advies gegeven. X-17.830-2/5 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Overeenkomstig artikel 70, § 1, eerste lid, 2°, van het algemeen procedurereglement geeft het instellen van een beroep tot nietigverklaring aanleiding tot de betaling van een rolrecht van 200 euro. Volgens artikel 66, 6°, van hetzelfde besluit omvatten de kosten ook “de bijdrage bedoeld in artikel 4, § 4, van de wet van 19 maart 2017 ‘tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand’”. Die bijdrage is slechts éénmaal verschuldigd per verzoekschrift, ongeacht het aantal partijen. Gelet op artikel 71, eerste lid, van voormeld besluit van de Regent moeten het rolrecht en de bijdrage worden gekweten door middel van een overschrijving of een storting op de in die bepaling genoemde bankrekening, geopend bij de dienst die binnen de federale overheidsdienst Financiën is aangewezen als bevoegd om de rechten en de bijdrage die betaald moeten worden in het kader van een voor de Raad van State ingediende procedure te innen, en zendt de hoofdgriffier daartoe aan de schuldenaar een overschrijvingsformulier dat een gestructureerde mededeling bevat die het mogelijk maakt om de te verrichten betaling in verband te brengen met de proceshandeling waarop ze betrekking heeft. Artikel 71, vierde lid, van het algemeen procedurereglement schrijft voor dat, indien de in het eerste lid bedoelde rekening niet gecrediteerd is binnen de termijn van dertig dagen na de ontvangst van het overschrijvingsformulier, het ingestelde beroep naargelang van het geval als niet verricht zal worden beschouwd of van de rol worden geschrapt. X-17.830-3/5 Omdat de verzoekende partijen samen met het beroep tot nietigverklaring een administratief kort geding instelden, is, gelet op artikel 70, § 1, tweede lid, van het algemeen procedurereglement, hun betaling voor het verzoekschrift tot nietigverklaring slechts verschuldigd bij het instellen van de vordering tot voortzetting van de procedure nadat de vordering tot schorsing werd afgewezen.
- Ofschoon de hoofdgriffier uitdrukkelijk melding heeft gemaakt van het genoemde artikel 71, vierde lid, in het aangetekend schrijven waarmee hij aan de verzoekende partijen de gegevens meedeelde die voor het overschrijven van de kosten verschuldigd voor het beroep tot nietigverklaring vereist zijn, hebben zij de betrokken rekening slechts ten bedrage van 615 euro gecrediteerd, welk bedrag alleen volstaat voor twee verzoekende partijen.
- Naar de raadsvrouw van de verzoekende partijen ter terechtzitting uitlegt, is de betaling in eerste instantie voor Jan Verhamme en Yves Vandermarliere gebeurd en dient ze dan ook aan hen ten goede te komen.
- Uit wat voorafgaat volgt dat het beroep tot nietigverklaring als niet verricht moet worden beschouwd wat de eerste en de derde verzoekende partij betreft. BESLISSING
- Het beroep ingesteld door de eerste en de derde verzoekende partij wordt als niet verricht beschouwd.
- Aan de eerste verzoekende partij wordt 195 euro terugbetaald.
- Ten aanzien van de overige partijen wordt de gewone rechtspleging vervolgd. X-17.830-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twintig oktober tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.830-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.890 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.029 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.473 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div