← België

Arrest 251911 - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan - 22/10/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.911 Rolnummer: A. 224515/XIV-37635 Zaak: Arrest 251911 - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan - 22/10/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-10-26 Raadplegingen: 77 - laatst gezien 2026-06-11 13:44 Fiche Arrest nr 251.911 van 22 oktober 2021 Openbaar ambt - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIVe KAMER nr. 251.911 van 22 oktober 2021 in de zaak A. 224.515/XIV-37.635 In zake : Johan RENDERS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Willem Van Betsbrugge en Els Vandebempt kantoor houdend te 3300 Tienen Vierde Lansierslaan 70 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de POLITIEZONE 5391 BIERBEEK-BOUTERSEM-HOLSBEEK-LUBBEEK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom De Gendt kantoor houdend te 3000 Leuven Koning Leopold I-straat 32 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 12 februari 2018, strekt tot de nietigverklaring van: - de beslissing van 26 oktober 2017 van de selectiecommissie – commissaris interventie, ordehandhaving en verkeer en recherche-, mobiliteitscyclus 2017-03, reeksnr. 0763, betreffende de beslissing tot ongeschiktverklaring van verzoeker voor de positie van commissaris interventie, ordehandhaving en verkeer en recherche; - de beslissing van 27 november 2017 van de selectiecommissie – commissaris interventie, ordehandhaving en verkeer en recherche-, mobiliteitscyclus 2017-03, reeksnr. 0763, betreffende de verklaring dat het bezwaarschrift van verzoeker tegen de verklaring van ongeschiktheid door dezelfde selectiecommissie als XIV-37.635-1/14 ontvankelijk doch ongegrond werd vastgesteld en waarbij de beslissing van 26 oktober 2017 wordt bevestigd; - de beslissing van 6 december 2017 van de Politieraad “betreffende de niet-aanstelling van een commissaris”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Adjunct-auditeur Frederick Ongena heeft een verslag opgesteld. Verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 september
  3. Staatsraad Kaat Leus heeft verslag uitgebracht. Advocaat Charlotte Van Tigchelt, die loco advocaten Willem Van Betsbrugge en Els Vandebempt verschijnt voor verzoeker en advocaat Tom De Gendt, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. XIV-37.635-2/14 III. Feiten 3.
  5. Verzoeker is inspecteur van politie bij de politiezone Bierbeek-Boutersem-Holsbeek-Lubbeek. Hij beschikt over een brevet van officier van politie en heeft zich meermaals kandidaat gesteld voor het ambt van commissaris van politie. 3.
  6. Een eerste keer voor de functie van “Commissaris van politie - Interventie, Ordehandhaving en Verkeer en Recherche” in het kader van de mobiliteitscyclus 2016-01 (oproep tot kandidaatstelling met reeksnummer 0759) waarbij hij in het kader van de selectieprocedure door de selectiecommissie “ongeschikt” werd bevonden. Tegen de eindbeslissing van de selectiecommissie dient verzoeker op 13 juni 2016 bij de Raad van State een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en een beroep tot nietigverklaring in, waarbij hij de Raad van State verzoekt “bij toepassing van de bestuurlijke lus aan de selectiecommissie op te leggen haar ongeldig adviesbeslissing te hervormen naar de enige geldige beslissing die ze kan nemen, nl. verzoeker als meest geschikte kandidaat te adviseren voor de Politieraad, zonder verdere commentaren. Desgevallend bij wijze van voorlopige maatregel de selectiecommissie op te leggen dit aangepaste advies over te maken aan de Politieraad op straffe van een dwangsom van 5.000 € per dag van de uitspraak van het arrest.” Deze zaak is bij de Raad van State gekend onder het nummer A.219.468/XIV-37.
  7. Na verwerping in die zaak van de vordering tot schorsing bij zijn arrest nr. 235.134 van 20 juni 2016, spreekt de Raad van State bij zijn arrest nr. 244.849 van 19 juni 2019 – na toepassing van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State –, de afstand van geding uit. 3.
  8. Op 21 juni 2017 beslist de politieraad van de politiezone Bierbeek-Boutersem-Holsbeek-Lubbeek tot het openstellen van de vacature van XIV-37.635-3/14 “Commissaris van politie – Interventie, Ordehandhaving en Verkeer en Recherche” in het kader van de mobiliteitscyclus 2017-03 (oproep tot kandidaatstelling met reeksnummer 0763). Uitsluitend verzoeker heeft zich kandidaat gesteld. Op 26 oktober 2017 wordt verzoeker gehoord door de selectiecommissie. Na dit gesprek verklaart de selectiecommissie verzoeker op unanieme wijze “ongeschikt” . Dit is de eerste bestreden beslissing. 3.
  9. Na van deze beslissing in kennis te zijn gesteld, dient verzoeker er bezwaar tegen in bij de selectiesommissie. De selectiecommissie antwoordt op dit bezwaar en beslist 27 november 2017 om de ongeschiktverklaring van verzoeker te handhaven. Dit is de tweede bestreden beslissing. 3.
  10. Op 6 december 2017 neemt de politieraad kennis van de eerste en de tweede bestreden beslissing en stelt vervolgens vast dat er geen commissaris van politie kan worden aangesteld. Dit is de derde bestreden beslissing. 3.
  11. Nog op 6 december 2017 beslist de politieraad over te gaan tot het openstellen van een vacature “Commissaris van politie – Operationele Operaties” in het kader van de mobiliteitscyclus 2018-
  12. Er wordt een oproep tot kandidaatstelling (met reeksnummer 0659 – “CP Operaties”) gepubliceerd. Verzoeker is geen kandidaat. XIV-37.635-4/14 3.
  13. Vervolgens wordt een vacature opengesteld van “Commissaris van politie - Coördinator Operaties” in het kader van de mobiliteitsoproep 2018-
  14. Er wordt een oproep tot kandidaatstelling (met reeksnummer 0681 – “Commissaris Coördinator Operaties”) gepubliceerd. Verzoeker stelt zich opnieuw, als enige, kandidaat. Hij wordt in het kader van die aanstellingsprocedure door de selectiecommissie op 9 november 2018 “ongeschikt” bevonden. Na ook tegen die beslissing een bezwaar te hebben ingediend bij de selectiecommissie, handhaaft deze op 14 februari 2019 haar beslissing. Vervolgens beslist de politieraad op 5 juni 2019, wat de mobiliteitsoproep 2018-03 reeksnummer 0681 betreft, dat hij “kennis [neemt] van de beslissing van de selectiecommissie d.d. 14.02.2019” en dat hij er tevens kennis van neemt “dat er geen geschikte kandidaat is”. Op 6 april 2020 wordt aan verzoeker kennis gegeven van voormelde beslissing van de politieraad van 5 juni 2019 waarbij hem tevens de modaliteiten worden meegedeeld waaronder en de termijn waarbinnen een beroep tot nietigverklaring kan worden ingediend (zie punt 3.6 van het infra in punt 3.8 vermelde schorsingsarrest nr. 248.917 van 13 november 2020). 3.
  15. Tot slot, is verzoeker opnieuw kandidaat voor het ambt van “Commissaris van politie - Officier Operaties” in het kader van de mobiliteitsoproep 2019-03, reeksnummer
  16. Verzoeker stelt zich, samen met een andere belanghebbende, kandidaat. Beide kandidaten worden gehoord door de selectiecommissie, die op 24 september 2019 verzoeker “ongeschikt” beoordeelt voor de vacante functie “CP-Officier Operaties” en de andere kandidaat, met name H.V. “geschikt”. Op 27 november 2019 beslist de politieraad dat de geschikt bevonden kandidaat, dit is H.V., “in plaats [wordt] gesteld in de politiezone XIV-37.635-5/14 Lubbeek in het kader van de mobiliteitscyclus 2019-03 reeksnummer 0667 als commissaris van politie - officier operaties”, met dien verstande dat deze zijn ambt zal opnemen na het beëindigen van zijn officiersopleiding, ten vroegste op 1 maart
  17. Nadat verzoeker met een interne e-mail van 2 maart 2020 kennis krijgt van deze beslissing, wordt deze hem op 6 april 2020 nog betekend met vermelding van de modaliteiten waaronder en de termijn waarbinnen een beroep tot nietigverklaring kan worden ingediend. Zoals supra onder punt 3.7 is gebleken, wordt verzoeker diezelfde dag (op 6 april 2020) met een afzonderlijk schrijven ook kennis gegeven van de in sub 3.
  18. genoemde beslissing van de politieraad van 5 juni 2019 in het kader van de mobiliteitsronde 2018-03 waarbij hem tevens de modaliteiten worden meegedeeld waaronder en de termijn waarbinnen een beroep tot nietigverklaring kan worden ingediend. Verzoeker heeft op 30 maart 2020 bij de Raad van State een vordering tot schorsing ingediend tegen “[h]et besluit van de Politieraad van de Politiezone Bierbeek/Boutersem//Holsbeek/Lubbeek om de heer [H.V.] te benoemen tot Commissaris van politie”. Hij vraagt met datzelfde verzoekschrift tevens om de vernietiging van die beslissing, evenals van “[h]et besluit van de Politieraad van de Politiezone Bierbeek/Boutersem/Holsbeek/Lubbeek om stilzwijgend te weigeren [verzoeker] te benoemen tot Commissaris van politie”. Deze zaak is bij de Raad van State gekend onder het nummer A. 230.452 /XIV-38.
  19. De vordering tot schorsing in die zaak (gericht tegen de beslissing van de politieraad om H.V. tot commissaris van politie te benoemen en door verzoeker uitdrukkelijk daartoe beperkt) is verworpen bij ’s Raads arrest nr. 248.917 van 13 november
  20. XIV-37.635-6/14 Het beroep tot vernietiging in die zaak, gericht eensdeels tegen de beslissing van de politieraad om H.V. tot commissaris van politie te benoemen en anderdeels tegen de (stilzwijgende) weigering om verzoeker tot commissaris van politie te benoemen, werd door de Raad van State verworpen bij zijn arrest nr. 251.457 van 10 september 2021, na toepassing te hebben gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent. De benoeming van H.V. tot commissaris van politie is daarmee definitief. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Exceptie wegens gebrek aan belang Standpunt van de partijen
  21. In haar memorie van antwoord werpt de verwerende partij een exceptie van niet-ontvankelijkheid op. Zij voert aan dat verzoeker het rechtens vereiste belang bij het voorliggende annulatieberoep ontbeert omdat “de inschrijvingstermijn voor de (opnieuw) gepubliceerde vacature commissaris van politie (in het kader van mobiliteitscyclus 2018-01) binnen het korps Lokale Politie Lubbeek sinds vrijdag 16 maart 2018 [is] verstreken” en verzoeker “deze keer geen stukken heeft ingediend om zich kandidaat te stellen voor de te begeven functie”. Volgens de verwerende partij kan niet worden ingezien welk belang verzoeker nog heeft bij de nietigverklaring van de bestreden beslissingen “terwijl hij zijn interesse voor een benoeming als commissaris klaarblijkelijk heeft laten varen”.
  22. In zijn memorie van wederantwoord repliceert verzoeker, wat hij in zijn laatste memorie herneemt, dat de vacature waarnaar de verwerende partij verwijst niet dezelfde vacature betreft. Verzoeker heeft zich kandidaat gesteld voor het ambt van “Commissaris van politie interventie, ordehandhaving en verkeer en recherche”. Hij stelt dat de vacature waarnaar de verwerende partij in haar XIV-37.635-7/14 memorie van antwoord verwijst, “duidelijk een ander ambt (stuk 17 verwerende partij) betreft”. Dat verzoeker zich niet opnieuw heeft kandidaat gesteld voor die betrekking, doet volgens verzoeker dan ook “niet ter zake”. Volgens verzoeker betreft het voorliggende geschil “de kandidaatstelling namens verzoeker dd. 17.08.2017”. Verzoeker heeft er aldus wel degelijk nog belang bij dat de bestreden beslissingen worden vernietigd en dat de politieraad een nieuwe beslissing omtrent zijn kandidaatstelling van 17 augustus 2017 neemt. Sterker nog, aldus verzoeker, “de vraag kan gesteld worden in welke mate de politieraad rechtmatig handelt door de vacature opnieuw te publiceren zonder het arrest van de Raad van State in huidige procedure af te wachten”. Verzoeker meent dat zijn belang “buiten kijf [staat] en evident [is]”. In zijn laatste memorie benadrukt verzoeker nog dat hij “[b]ij verzoekschrift reeds [stelde] dat [hij] rechtstreeks getroffen werd door de bij bestreden beslissing bepaalde ongeschiktheidsverklaring van de selectiecommissie én vervolgens niet beoordeling van de kandidatuurstelling door de politieraad voor de functie van commissaris interventie, ordehandhaving en verkeer en recherche, zodat [hij] beschikt over een evident belang”. Hij voert voorts nog aan dat niet kan worden verwezen “naar de nieuwe vacature van 06.12.2017 (mobiliteitscyclus 2018-01)” omdat zulks volgens hem niet kan resulteren in enig verlies aan belang “daar op deze vacature geen enkele kandidatuurstelling volgde”. Verder stelt hij dat waar in het auditoraatsverslag wordt gesteld dat “het belang van verzoeker erin bestaat om betracht benoemd te worden in de functie ‘commissaris van politie operationele operaties’, hij [lees: de auditeur] dus verkeerdelijk van oordeel [is] dat een rechtsherstel in natura niet meer mogelijk zou zijn” zodat zijn beroep wel degelijk ontvankelijk is. Hij stelt dat hij zich trouwens opnieuw kandidaat heeft gesteld voor de vergelijkbare functie in de mobiliteitscyclus 2018-03 en nadien ook in de mobiliteitscyclus 2019-03 waaruit blijkt, aldus verzoeker, dat hij “dus duidelijk nog steeds de betrekking commissaris van politie in de politiezone Bierbeek, Boutersem, Holsbeek, Lubbeek [ambieert]”. XIV-37.635-8/14 Beoordeling
  23. Gelet op artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, kan het beroep tot nietigverklaring bedoeld bij artikel 14 van deze wet, voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State worden gebracht “door elke partij welke doet blijken van een benadeling of van een belang”. Die vereiste is erop gericht de rechtszekerheid te dienen en een goede rechtsbedeling te verzekeren (RvS (A.V.) 22 maart 2019, nr. 244.015, Moors). Een verzoekende partij beschikt over dit rechtens vereiste belang indien twee voorwaarden vervuld zijn: vooreerst dient zij door de bestreden administratieve rechtshandeling een persoonlijk, rechtstreeks, zeker, actueel en wettig nadeel te lijden; voorts moet de eventueel tussen te komen nietigverklaring van die rechtshandeling haar een direct en persoonlijk voordeel verschaffen, hoe miniem ook (RvS (A.V.) 15 januari 2019, nr. 243.406, Van Dooren). Het belang moet niet alleen bestaan bij het instellen van het beroep maar moet voortduren tot aan de sluiting van het debat (RvS (A.V.) 22 maart 2019, nr. 244.015, Moors), zonder dat de verzoekende partij noodzakelijk elk belang bij de nietigverklaring verliest wanneer zij het initiële voordeel niet meer kan ambiëren (cf. GwH 9 juli 2020, nr. 105/2020, punt B.11.
  24. en B.12.2). Het staat aan de Raad van State te oordelen of de verzoekende partij die een zaak voor de Raad brengt, doet blijken van een belang bij haar beroep. De Raad van State dient er over te waken dat het belangvereiste niet op een buitensporig restrictieve of formalistische wijze wordt toegepast (GwH 30 september 2010, nr. 109/2010, punt 4.3; GwH 9 juli 2020, nr. 105/2020, punt B.9.3.; EHRM 17 juli 2018, Vermeulen t. België, punten 42 e.v.). Er is voor een verzoekende partij geen stelplicht om haar belang bij het beroep te omschrijven of toe te lichten. Echter, wordt dit belang in twijfel XIV-37.635-9/14 getrokken, dan valt het haar toe bij de eerstvolgende procedurele gelegenheid hierover opheldering te verschaffen en haar belang te staven.
  25. Verzoeker verliest niet noodzakelijk zijn belang bij de nietigverklaring indien hij, zoals te dezen, niet kandideert voor een na het geambieerde ambt opengevallen ambt doch, zoals hiervoor is gebleken, komt het hem dan wel toe daaromtrent opheldering te verschaffen. De oproep tot kandidaatstelling voor de mobiliteitscyclus 2017-03 met reeksnummer 0763 die aan de basis ligt van het voorliggende annulatieberoep, draagt de titel “Commissaris van politie Interventie, Ordehandhaving en Verkeer en Recherche”. De oproep beschrijft een algemeen en specifiek functiepakket. Wat het specifiek functiepakket betreft, worden daarin eensdeels “Interventie” en anderdeels “Lokale recherche” vermeld. Daarnaast beschrijft deze oproep ook het gewenst profiel (zowel algemeen als specifiek). Als gewone plaats van het werk vermeldt voormelde oproep: “Politiezone Lubbeek, Gellenberg 18, 3210 Lubbeek (hoofdcommissariaat)”. Uit artikel 1 van de notulen van de politieraad van 6 december 2017 blijkt evenwel dat wordt beslist tot het openstellen van de volgende vacature voor de lokale politie van de politiezone Lubbeek: “een personeelslid commissaris van politie operationele operaties”. Uit de voorafgaande overwegingen blijkt, onder meer, (i) dat de tweede oproep [lees: bedoeld wordt de oproep in het kader van de mobiliteitscyclus 2017-03, de eerste oproep betrof immers de mobiliteitscyclus van 2016-01 (zie supra, punt 3.2)] van vacant verklaring van de functie voor commissaris van politie geen invulling kent, (ii) dat het officierenkorps nood heeft aan een onmiddellijke invulling gezien het tekort bij het personeel de werking van de politiezone in het gedrang brengt en, derhalve, (iii) dat de Lokale Politie Lubbeek de mogelijkheid heeft om de plaats voor één commissaris van politie vacant te verklaren voor de mobiliteitscyclus 2018-01, februari. De oproep tot kandidaatstelling met reeksnummer 0659 die hieraan uitvoering geeft, betreft de vacature voor het ambt “CP Operaties” in het kader van XIV-37.635-10/14 de mobiliteitscyclus 2018-01 (zie supra, punt 3.6). Ook deze oproep beschrijft een algemeen en specifiek functiepakket. Het specifiek functiepakket omvat evenzo twee luiken : “Interventie” en “Lokale recherche” waarvan de inhoud overeenstemt met de oproep tot kandidaatstelling met reeksnummer 0763 die aan de basis ligt van het voorliggende beroep. Ook het algemeen functiepakket stemt grotendeels overeen met dien verstande dat er uitdrukkelijk wordt gespecificeerd dat de betrokkene “verantwoordelijk is voor het geheel van operaties” en de “afstemming operaties [bepaalt] met functionaliteit wijkwerking en onthaal”. Daarnaast beschrijft deze oproep ook het gewenst profiel (zowel algemeen als specifiek). Het gewenst profiel stemt integraal overeen met dat zoals beschreven in de oproep tot kandidaatstelling 0763 die aan de basis ligt van het voorliggende annulatieberoep. Ook de oproep met reeksnummer 0659 tot kandidaatstelling vermeldt “Politiezone Lubbeek, Gellenberg 18, 3210 Lubbeek (hoofdcommissariaat)” als gewone plaats van het werk.
  26. Verzoeker betwist niet dat hij zich geen kandidaat heeft gesteld naar aanleiding van de voormelde oproep tot kandidaatstelling met reeksnummer
  27. In zijn memorie van wederantwoord meent verzoeker dat zulks niet ter zake doet en dat de oproep tot kandidaatstelling met reeksnummer 0659 “duidelijk een ander ambt betreft […] ‘CP Operaties’”. Volgens verzoeker stelde hij zich kandidaat voor de vacature “commissaris van politie interventie, ordehandhaving en verkeer en recherche” (mobiliteitscyclus 2017-03, reeksnummer 0763), dit is de oproep die aan de basis ligt van het voorliggende beroep terwijl de daaropvolgende oproep met reeksnummer 0659 niet dezelfde vacature betreft. Daargelaten nog dat verzoeker niet concreet aantoont noch redelijkerwijze aannemelijk maakt dat beide oproepen cq. ambten zouden verschillen, volgt uit de vergelijking van de notulen van de politieraad en van de oproepen tot kandidaatstelling met betrekking tot eensdeels de vacature reeksnummer 0763 “Commissaris van politie - Interventie, Ordehandhaving en Verkeer en Recherche” (mobiliteitscyclus 2017-03) en anderdeels de vacature met reeksnummer 0659 “CP Operaties” (mobiliteitscyclus 2018-01) dat verzoeker XIV-37.635-11/14 geenszins kan worden bijgevallen als zouden beide vacatures duidelijk verschillen. De oproep met reeksnummer 0659 beschrijft net als de oproep met reeksnummer 0763 een algemeen en specifiek functiepakket. Het specifiek functiepakket omvat evenzo twee luiken: “Interventie” en “Lokale recherche” waarvan de inhoud overeenstemt met de oproep met reeksnummer 0763 die aan de basis ligt van het voorliggende beroep. Ook het algemeen functiepakket stemt grotendeels overeen met dien verstande dat er uitdrukkelijk wordt gespecificeerd dat de betrokkene “verantwoordelijk is voor het geheel van operaties” en de “afstemming operaties [bepaalt] met functionaliteit wijkwerking en onthaal”. Daarnaast beschrijft deze oproep ook het gewenst profiel (zowel algemeen als specifiek). Het gewenst profiel stemt integraal overeen met dat zoals beschreven in de oproep tot kandidaatstelling 0763 die aan de basis ligt van het voorliggende annulatieberoep. Ook de oproep met reeksnummer 0659 tot kandidaatstelling vermeldt “Politiezone Lubbeek, Gellenberg 18, 3210 Lubbeek (hoofdcommissariaat)” als gewone plaats van het werk. Nu blijkt dat beide vacatures eenzelfde functie beschrijven en een gelijk profiel vooropstellen en verzoeker gelet op de op hem rustende stelplicht, verzuimt te verduidelijken waarom de (beperkte) verschillen tussen beide oproepen voor hem dermate determinerend waren om niet te kandideren voor het met reeksnummer 0659 vacant verklaarde ambt, ontbeert verzoeker het vereiste actuele belang bij het voorliggende beroep. Te dezen is verzoekers belang bij het voorliggend beroep zoals hij zelf uitdrukkelijk aangeeft en beklemtoont in zijn laatste memorie, immers verbonden met zijn betrachting om zelf te worden benoemd in de bewuste betrekking van commissaris van politie in het operationeel (officiers)kader bedoeld in de oproep met reeksnummer
  28. In die omstandigheden biedt een eventuele vernietiging van de bestreden beslissing geen voordeel nu die niet langer vermag het uitzicht op een mogelijke benoeming in het geambieerde ambt open te houden. XIV-37.635-12/14 Verzoekers argument in zijn laatste memorie ter adstructie van zijn volgehouden belang bij het voorliggende annulatieberoep dat rechtsherstel in natura nog steeds mogelijk is, hierbij uitdrukkelijk refererend aan zijn (latere) kandidaatstellingen in het kader van de mobiliteitscyclus 2018-03 en deze in het kader van de mobiliteitscyclus 2019-03, overtuigt niet. De Raad van State kan er inderdaad niet aan voorbijgaan dat verzoeker zich (opnieuw) kandidaat heeft gesteld naar aanleiding van de oproep tot kandidaatstelling met reeksnummer 0667 “Commissaris van politie – Officier Operaties” in het kader van de mobiliteitscyclus 2019-03 en dat, naast hem, ook H.V. kandidaat was voor dat ambt en in dat ambt werd benoemd. Zoals evenwel supra onder punt 3.
  29. is gebleken, is de benoeming van H.V. in dat ambt inmiddels definitief. De Raad van State heeft immers in zijn eindarrest nr. 251.457 van 10 september 2021 naar aanleiding van het annulatieberoep dat verzoeker tegen de benoeming van H.V. had ingediend (zaak met rolnummer A.230.452/XIV-38.308), vastgesteld dat verzoeker in die zaak had nagelaten om tijdig een memorie van wederantwoord neer te leggen zodat de Raad van State beslist om het vernietigingsberoep in die zaak te verwerpen omdat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbrak. Er valt dan ook niet in te zien gegeven de definitieve benoeming van H.V. in de functie van commissaris van politie - officier operaties hoe nog enig herstel kan worden verleend. Uit wat voorafgaat blijkt niet dat verzoeker nog een belang, moreel of materieel, hoe miniem ook, behouden heeft bij de vernietiging erga omnes van de thans bestreden beslissing nu niet blijkt dat de nietigverklaring ervan hem nog een direct en persoonlijk voordeel kan verschaffen, hoe miniem ook. De exceptie is in de aangegeven mate gegrond.
  30. Het beroep is niet ontvankelijk. XIV-37.635-13/14 BESLISSING
  31. De Raad van State verwerpt het beroep.
  32. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tweeëntwintig oktober tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, Carlo Adams, kamervoorzitter, Kaat Leus, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Geert Debersaques XIV-37.635-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.911 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.