id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.935 Rolnummer: A. 226491/X-17362 Zaak: Arrest 251935 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 26/10/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-11-05 Raadplegingen: 76 - laatst gezien 2026-06-11 14:00 Fiche Arrest nr 251.935 van 26 oktober 2021 Openbaar ambt - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 251.935 van 26 oktober 2021 in de zaak A. 226.491/X-17.362 In zake : Roger ELSHOECHT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk De Greef kantoor houdend te 1700 Dilbeek Eikelenberg 20 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de GEMEENTE ANDERLECHT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jérôme Sohier en Manoël De Keukelaere kantoor houdend te 1170 Brussel Terhulpsesteenweg 181/24 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het verzoekschrift, ingediend op 23 oktober 2018, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Anderlecht van 28 augustus 2018 waarbij aan verzoeker de tuchtstraf van de berisping wordt opgelegd. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld. X-17.362-1/6 De verwerende partij en verzoeker hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 3 september
- Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Dirk De Greef, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Manoël De Keukelaere, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Verzoeker was ten tijde van de bestreden beslissing werkzaam als deskundige bij de Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk (hierna: IDPBW) van de gemeente Anderlecht.
- De preventieadviseur van de IDPBW stelt op 16 april 2018 een nota omtrent het gebrekkig functioneren van verzoeker op, waarvan de gemeentesecretaris op dezelfde dag op de hoogte wordt gebracht.
- De gemeentesecretaris maakt op 17 april 2018 een verslag op.
- Verzoeker wordt uitgenodigd om te worden gehoord op 18 april
- Op vraag van verzoeker wordt de hoorzitting uitgesteld naar 16 mei
- X-17.362-2/6
- Na het horen van verzoeker, doet de gemeentesecretaris op 28 mei 2018 afstand van de tuchtprocedure omdat een zware tuchtsanctie wordt overwogen en het college van burgemeester en schepenen hiertoe de bevoegde tuchtoverheid is. Verzoeker wordt hiervan met een brief van 28 mei 2018 op de hoogte gebracht en uitgenodigd om te worden gehoord op 19 juni
- Deze hoorzitting wordt op vraag van verzoeker uitgesteld naar 21 augustus
- Verzoeker dient een verweernota in waarin hij onder meer het volgende vraagt: “[Verzoeker] wenst zich te verdedigen in de Nederlandse taal en heeft het recht begrepen te worden door alle leden van het college, ook door degenen die de Nederlandse taal niet machtig zijn. [Verzoeker] vraagt dan ook de nodige maatregelen op de hoorzitting teneinde zijn verklaringen begrijpbaar te maken voor alle leden van het college. [Verzoeker] vraagt dan ook dat een vertaling in de Franse taal zou ter beschikking zijn van alle stukken in het Nederlands die als informatie of als overtuigingsstuk of procedurestuk ter beschikking van het college worden gesteld.”
- Met een besluit van 28 augustus 2018 legt het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Anderlecht aan verzoeker de tuchtstraf van de berisping op. Dit is de bestreden beslissing. IV. Het eerste middel Standpunt van de partijen 10.
- Het eerste middel is genomen uit de schending van de rechten van de verdediging. 10.
- Verzoeker licht toe dat meerdere leden van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Anderlecht onvoldoende kennis van het Nederlands hebben om alle nuances van een verweernota en een pleidooi in het Nederlands te begrijpen. In zijn verweernota en nogmaals mondeling alvorens zijn pleidooi aan te vatten – hetgeen werd geacteerd in het proces-verbaal van de hoorzitting – heeft verzoeker gevraagd dat alle stukken, die als informatie of als X-17.362-3/6 overtuigingsstuk ter beschikking werden gesteld van het college in het Nederlands vertaald zouden worden naar het Frans en dat tevens een tolk aanwezig zou zijn. Verzoeker verwijst naar rechtsleer en rechtspraak van de Raad van State waaruit blijkt dat de rechten van verdediging manifest worden geschonden nu zijn verdediging niet door alle leden van het college werd begrepen en alle leden zijn zaak niet op dezelfde wijze hebben kunnen beoordelen.
- In haar memorie van antwoord stelt de verwerende partij dat het niet duidelijk is op welke wetsbepaling of rechtsgrond de these van verzoeker steunt dat de burgemeester en schepenen tot bewijs van het tegendeel niet tweetalig zouden kunnen zijn en zelfs geen afdoende kennis zouden kunnen hebben van de tweede taal. Volgens de verwerende partij waren de aanwezige burgemeester en schepenen wel degelijk bij machte om op afdoende wijze het verweer en de elementen van het tuchtdossier te begrijpen. Het tegendeel wordt geenszins aangetoond. De burgemeester en schepenen zijn als verantwoordelijken van een tweetalige gemeente uiteraard gewend om te werken met een tweetalige administratie en ten dienste te staan van een tweetalige bevolking. Ze waren er zich bovendien zeer goed van bewust dat ze een vertaling of een tolk hadden kunnen vragen indien ze dit nodig hadden geacht. In de mate dat ze dit niet hebben verzocht blijkt de facto dat ze de mening waren toegedaan dat ze de nodige kennis hadden om over de zaak te beslissen.
- In haar laatste memorie stelt de verwerende partij dat hun verkiezing als lid van een tweetalig orgaan impliceert dat de burgemeester en schepenen vermoed worden een afdoende kennis te hebben van zowel het Frans als het Nederlands. Per analogie kan men overigens ook verwijzen naar de ratio legis van de pacificatiewet die voor de faciliteitengemeenten een vermoeden van taalkennis instelt. In onderhavige zaak is geen enkel begin van bewijs geleverd van enig gebrek aan kennis van het Nederlands. Beoordeling
- Zoals de Raad van State onder meer in het arrest nr. 202.431 van 29 maart 2010 heeft gesteld, impliceert het recht van verdediging dat iedere X-17.362-4/6 persoon die in een tuchtzaak een tweetalig collectief orgaan toespreekt het recht heeft om begrepen te worden door alle leden van dat collectief orgaan. De leden van dat orgaan hebben de plicht te begrijpen wat hun wordt medegedeeld door het personeelslid dat voor hen verschijnt. Dit betekent dat een tweetalig orgaan, dat bestaat uit politieke mandatarissen waarvan de taalkennis niet vast staat, slechts rechtsgeldig in een tuchtzaak beslissingen kan nemen wanneer blijkt, enerzijds, dat de verklaringen van de ambtenaar door een tolk vertaald worden opdat die verklaringen voor de leden van de beide taalgroepen in al hun nuances begrijpbaar zouden zijn en, anderzijds, dat de bescheiden die als informatie of als overtuigingsstuk ter beschikking van het collectief orgaan worden gesteld in vertaling voorhanden zijn.
- De taalwetgeving legt geen verplichting op aan de politieke mandatarissen om de twee officiële talen van Brussel-Hoofdstad te kennen. Voor deze mandatarissen bestaat er noch een wettelijk, noch een feitelijk vermoeden dat ze tweetalig zijn. Verzoeker wijst er op dat bepaalde leden van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Anderlecht de Nederlandse taal niet machtig zijn. De verwerende partij laat na enig concreet gegeven over de taalkennis van deze mandatarissen naar voor te brengen. De door de verwerende partij aangehaalde omstandigheden overtuigen er niet van dat de kennis van het Nederlands vast zou staan in hoofde van de burgemeester en schepenen die bij het nemen van de bestreden beslissing aanwezig waren of dat tenminste het gebrek aan kennis van het Nederlands zou zijn ondervangen door verzoekers verklaringen door een tolk te laten vertalen en door de overtuigingsstukken in Franse vertaling ter beschikking te stellen.
- Het middel is gegrond. X-17.362-5/6 BESLISSING
- De Raad van State vernietigt het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Anderlecht van 28 augustus 2018 waarbij aan verzoeker de tuchtstraf van de berisping wordt opgelegd.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan verzoeker. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zesentwintig oktober tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.362-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.935 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.