id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.950 Rolnummer: A. 224802/X-17194 Zaak: Arrest 251950 - Varia (openbaar ambt) - 26/10/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-11-05 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-11 14:10 Fiche Arrest nr 251.950 van 26 oktober 2021 Openbaar ambt - Varia (openbaar ambt) Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 251.950 van 26 oktober 2021 in de zaak A. 224.802/X-17.194 In zake : Wim PROOST woonplaats kiezend te 2300 Turnhout Winkel 47 tegen : de HULPVERLENINGSZONE TAXANDRIA bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Marc Stommels en Jan Fransen kantoor houdend te 2000 Antwerpen Amerikalei 220/14 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 17 maart 2018, strekt tot de nietigverklaring van “[d]e beslissing weergegeven in punt 13.2 van de notulen van de zitting van de zoneraad van de hulpverleningszone Taxandria d.d. donderdag 23 augustus 2017 en ondertekend in de zoneraad van 28 september
- Dit met betrekking tot de bevordering tot adjudant vrijwilligers kader door verhoging van graad”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. X-17.194-1/9 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 juni
- Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Verzoeker en advocaat Jan Fransen, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- De zoneraad van de hulpverleningszone Taxandria verklaart op 29 maart 2017 twee functies van adjudant vrijwilliger vacant, te begeven bij bevordering. Het zonecollege stelt op 26 april 2017 het selectiereglement vast. Het voorziet in een bevorderingsproef, bestaande uit twee examenonderdelen. Om te slagen moeten de kandidaten minstens 50 % op elk onderdeel behalen en 60 % op het totaal van de punten. Een eerste examenonderdeel is een “Geschiktheidsproef met praktische case”. Een tweede examenonderdeel is een “Mondelinge proef en rollenspel”. Voorafgaand aan de mondelinge proef kan in een assessmentonderzoek worden voorzien door een externe HRM-deskundige, met betrekking tot persoonlijkheid en leidinggevende capaciteiten. Het resultaat van dit onderzoek wordt niet gequoteerd, maar dient ter ondersteuning van de mondelinge proef. X-17.194-2/9 De oproep tot kandidaten, die de omschrijving van de bevorderingsproef in het selectiereglement herneemt en ook een omschrijving van de functie van adjudant omvat, wordt op 2 mei 2017 gepubliceerd. Er dienen zich drie kandidaten aan: verzoeker, N. B. , en Johan Verheijen. De drie kandidaten slagen in het eerste examenonderdeel. Hun assessment, door een consultant van Ascento, heeft plaats op 26 juni
- In zijn rapporten evalueert de consultant de competenties ‘zelfmanagement en motivatie (loyaal – leerbereid – stressbestendigheid)’, ‘probleemoplossende vaardigheden (analyse en synthese – oplossingsgericht)’, ‘communicatie en relationele vaardigheden (klantgerichtheid – assertiviteit – samenwerken – communicatie)’, en ‘leidinggeven (motiveren – evalueren – richting geven/sturen)’. Alle kandidaten worden geschikt bevonden voor de functie van vrijwillig adjudant. Op 3 juli 2017 heeft het tweede examenonderdeel plaats. Verzoeker scoort 20 op 50 punten. Het besluit van de jury luidt: “Wim is een kandidaat die op menselijk vlak veel mee heeft en goed in de groep ligt. Hij heeft duidelijk bijscholing nodig in verband met de technisch[e] aspecten. Hij geeft de indruk zeker te zijn van zijn stuk maar de antwoorden die hij geeft zijn niet juist. Blijft heel oppervlakkig in antwoorden en ontwijkt vragen. Geeft duidelijke steun aan [N. B.] als adjudant en vindt zichzelf ook heel goed. Accentueert duidelijk het verschil tussen beroeps en vrijwilligers. Geeft dikwijls sociaal wenselijke antwoorden tijdens het jurygesprek. Uit het assessment blijkt dat hij niet altijd even sociaal is en soms minder op anderen gericht is. Lijkt status van de functie belangrijker te vinden dan de functie zelf. Antwoordt niet altijd ‘to the point’ tijdens het jurygesprek.” Op 23 augustus 2017 neemt de zoneraad kennis van de resultaten van de bevorderingsproef. Alleen N. B. is geslaagd; verzoeker en Johan Verheyen hebben geen 60 % behaald op het totaal van de punten. De zoneraad keurt de bevordering goed van N. B. tot adjudant in het vrijwilligerskader bij de hulpverleningszone Taxandria. X-17.194-3/9 Met een brief van 17 januari 2018 wordt verzoeker formeel ter kennis gebracht dat hij niet slaagde in het geheel der proeven en dus niet in aanmerking komt voor bevordering tot adjudant vrijwilliger. IV. Precisering van het voorwerp
- Volgens de verwerende partij, in de memorie van antwoord, is het precieze voorwerp van het beroep onduidelijk, is er na de benoeming van N. B. nog een plaats vacant voor bevordering tot adjudant, en dient de weigeringsbeslissing om verzoeker te bevorderen als het voorwerp van het beroep te worden beschouwd. In de memorie van wederantwoord reageert verzoeker dat hij de besluitvorming viseert waardoor hij niet werd bevorderd tot adjudant. In haar verslag concludeert de eerste auditeur dat het voorwerp van het beroep de beslissing is waarbij verzoeker niet wordt bevorderd. Verzoeker dient geen laatste memorie in.
- Gelet op wat voorafgaat, preciseert de Raad van State als voorwerp van het beroep, de beslissing van de zoneraad van de hulpverleningszone Taxandria van 23 augustus 2017 om verzoeker niet geslaagd te verklaren in het bevorderingsexamen tot adjudant in het vrijwilligerskader, zodanig dat hij niet in aanmerking komt om te worden bevorderd. V. Verzoek tot tussenkomst
- Na de sluiting van het debat vraagt Johan Verheijen in de zaak te mogen tussenkomen, opdat met zijn belang “in de oplossing / uitspraak omtrent dit geschil” rekening wordt gehouden.
- Voorliggend geschil betreft alleen de weigering om verzoeker geslaagd te verklaren in het bevorderingsexamen van adjudant vrijwilliger. De X-17.194-4/9 weigering om Johan Verheijen geslaagd te verklaren behoort niet tot het voorwerp van het beroep. Overigens zou een toelating van de tussenkomst de procedure vertragen. Aan het verzoek wordt geen gevolg gegeven. VI. Onderzoek van het enige middel Standpunt van de partijen
- Verzoeker voert in een enig middel onder meer aan dat de bestreden beslissing is aangetast door onzorgvuldigheden die onder meer plaatsvonden tijdens het bevorderingsexamen. Verzoeker meent op geen enkele wijze beoordeeld te zijn op de bekwaamheid tot het opnemen van een aantal managementtaken, specifiek voor de functie van adjudant en zoals vermeld in de functieomschrijving. Er is ver afgeweken van het doel dat vooraf door de zoneraad werd bepaald. Er werd een geïmproviseerd interview afgenomen dat geenszins de vooropgestelde competenties of de ervaring toetste. In dit verband is in het verzoekschrift nog te lezen: “Het tweede examenonderdeel vond plaats op maandag 3 juli
- De informatie die vooraf werd verstrekt was zeer gedetailleerd en ondubbelzinnig. Volgens deze informatie zou het tweede examenonderdeel bestaan uit een rollenspel en een interview, waarin vooraf bepaalde competenties werden getoetst. Deze proef werd gequoteerd op 50 punten. Het rollenspel werd tot verzoekers grote verbazing niet afgenomen en tijdens het interview werden de vooropgestelde competenties niet getoetst. Tijdens het feedbackgesprek overhandigde de juryvoorzitter kapitein [L.] de verzoeker een samenvatting van het afgenomen interview […]. Het mag duidelijk zijn dat de inhoud niet overeenstemt met de vooropgestelde proef en het beoogde doel. Hierdoor werden de vooropgestelde competenties niet onderworpen aan een proef en werden andere competenties bevraagd waarop de verzoeker zich niet kon voorbereiden. Ook overhandigde kapitein [L.] de verzoeker een besluit van de jury […]. Ook hier mag het duidelijk zijn dat de focus van de jury geenszins bij het vooropgestelde doel lag. Bovendien wijst de jury naar elementen uit het assessment onderzoek die in het rapport van de HRM deskundige […] zelfs niet voorkomen of dit tegenspreken.” X-17.194-5/9
- De verwerende antwoordt in de memorie van antwoord dat de managementtaken in elk van de proeven die verzoeker aflegde, getest werden. Dat gebeurde onder meer tijdens het assessment waarin er een onderdeel ‘people-management interactieoefening – leidinggevend rollenspel’ was. Waar het assessment van verzoeker leidt tot de bevinding ‘geschikt’, komt de jury “op basis van deze bevindingen in combinatie met de eigen vaststellingen tijdens het interview” tot de conclusie dat verzoeker niet geschikt is. De jury stelde vast dat verzoeker niet aangeeft hoe hij de bestaande spanningen zou oplossen, dat verzoekers technische kennis onvoldoende was, en dat hij herhaaldelijk ontwijkende antwoorden gaf. In het interview dat de jury afnam, werden een aantal op voorhand bepaalde criteria afgetoetst (technische kennis, meerwaarde adjudant versus sergeant, bespreking assessment, en motivatie). Het was niet geïmproviseerd.
- In de laatste memorie argumenteert de verwerende partij dat het tweede examenonderdeel uit twee delen bestaat, een rollenspel en een mondelinge proef. De kandidaat weet vanaf de oproep dat hij zich, na het slagen in de schriftelijke proef, behoort voor te bereiden op een rollenspel en een mondelinge verdediging. Het blijkt alvast niet uit de oproep tot kandidaten dat de beide delen van het tweede examenonderdeel door een jury beoordeeld moeten worden. In casu werd het rollenspel beoordeeld door een assessmentcenter. Verzoeker werd als geschikt beoordeeld. Zijn “grote verbazing” dat er niet ook een tweede rollenspel bij de jury was, overtuigt volgens de verwerende partij niet. Voorts doet de verwerende partij nog gelden dat aan een assessmentcenter kan worden opgedragen een onderzoek te doen met betrekking tot de persoonlijkheid en leidinggevende capaciteiten. Een dergelijke opdracht staat los van de organisatie van het tweede examenonderdeel en heeft ook effectief plaatsgevonden. Het is ter ondersteuning gebruikt van het rollenspel en om de jury in te lichten, die het assessment expliciet met verzoeker heeft besproken. X-17.194-6/9 Beoordeling
- Blijkens het selectiereglement en de oproep tot kandidaten bestaat de bevorderingsproef tot adjudant vrijwilliger uit twee examenonderdelen. Onder meer wordt gestipuleerd: “Tweede examenonderdeel = Mondelinge proef en rollenspel Vooraf aan het interview dient de kandidaat een rollenspel voor te bereiden. In het mondeling gesprek dient de kandidaat een rollenspel met een medewerker uit te voeren. De leidinggevende competenties en het rollenspel worden in het gesprek met de kandidaat besproken. De motivatie, ervaring en onderstaande competenties worden bevraagd. - Bevelvoering (leidinggeven, coachen) - Communiceren en inlevingsvermogen - Samenwerken - Oordelen - Resultaatgerichtheid en daadkracht. Deze proef wordt gequoteerd op 50 punten. Voorafgaandelijk aan de mondelinge proef kan een assessment-onderzoek door een externe HRM-deskundige voorzien worden, met betrekking tot persoonlijkheid en leidinggevende capaciteiten. Het resultaat van dit onderzoek wordt niet gequoteerd, doch dient ter ondersteuning van de mondelinge proef.”
- Het citaat is duidelijk. Het rollenspel wordt uitgevoerd in het mondeling gesprek of interview. Aangezien de mondelinge proef of het interview door de jury wordt afgenomen, dringt het zich op dat ook het rollenspel ten overstaan van de jury gebeurt, die vervolgens dat rollenspel behoort te bespreken met de kandidaat. Het is in voorliggend geval evenwel anders gegaan. Het rollenspel met verzoeker had plaats in het kader van het assessment, waarna de consultant van Ascento zich uitsprak over alle aspecten die door de jury in het interview behoren te worden bevraagd. Hij oordeelde dat verzoeker in voldoende mate over alle onderzochte competenties – ‘zelfmanagement en motivatie (loyaal – leerbereid – stressbestendigheid)’, ‘probleemoplossende vaardigheden (analyse en synthese – oplossingsgericht)’, ‘communicatie en relationele vaardigheden (klantgerichtheid – assertiviteit – samenwerken – communicatie)’, en ‘leidinggeven (motiveren – evalueren – richting geven/sturen)’ – beschikte. X-17.194-7/9 Met andere woorden heeft de jury minder gedaan dan voorgeschreven en de consultant meer.
- Tevens blijkt niet dat de jury tenminste kon beschikken over een voldoende precieze en gedetailleerde beschrijving van het rollenspel zoals dat met verzoeker concreet is verlopen, noch dat zij naar behoren aandacht heeft geschonken aan de vaststellingen die de consultant bij het rollenspel deed en in zijn rapport verdisconteerde. De enkele wetenschap dat de kandidaat bij het rollenspel in een situatie geplaatst werd, gelijkaardig aan de functie, dat hij zich mocht voorbereiden en dat er na de gespreksoefening een bespreking volgde, laat de jury op geen enkele manier toe een, zelfs maar minimale, kijk te hebben op het precieze verloop van het rollenspel met verzoeker en hoe hij het er daarbij in concreto van afbracht. Waar de consultant verzoeker voor alle competenties, uitgezonderd de vaktechnische waarover geen uitspraak wordt gedaan, met “voldoende” bedenkt, geeft de jury verzoeker, mede op grond van het rapport van de consultant, ruim onvoldoende, 20 op
- Dat is kennelijk in niet geringe mate toe te schrijven aan verzoekers kennis van “de technische aspecten”. Dat die kennis (ook) in het tweede examenonderdeel getoetst zou worden, blijkt nochtans niet, alleszins niet voldoende duidelijk, uit het selectiereglement en de oproep tot kandidaten. Het selectiereglement geeft wel aan dat in het tweede examenonderdeel de leidinggevende competenties een significant punt van bespreking zullen vormen. Maar daar wordt in het jurybesluit dan weer geen aandacht aan besteed.
- De conclusie is dat verzoeker terecht doet gelden dat het bevorderingsexamen niet correct is verlopen en dat het middel in de besproken mate gegrond is. X-17.194-8/9 BESLISSING
- De Raad van State vernietigt de beslissing van de zoneraad van de hulpverleningszone Taxandria van 23 augustus 2017 om Wim Proost niet geslaagd te verklaren in het bevorderingsexamen tot adjudant in het vrijwilligerskader.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het geding, begroot op het rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zesentwintig oktober tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.194-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.950 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.