id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.989 Rolnummer: A. 233707/VII-41124 Zaak: Arrest 251989 - Natuurbehoud - Vergunningen - 28/10/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-11-09 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-11 14:37 Fiche Arrest nr 251.989 van 28 oktober 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Natuurbehoud - Vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 251.989 van 28 oktober 2021 in de zaak A. é.707/VII-41.124 In zake: Raf HERMANS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Hendrik Baumans kantoor houdend te 3000 Leuven Diestsevest 32, bus 0d bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Filip Vincke kantoor houdend te 9600 Ronse Grote Markt 33 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 23 mei 2021, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme van 23 maart 2021 waarbij het bestuurlijk beroep ingesteld tegen de beslissing van het Agentschap voor Natuur en Bos van 10 december 2020 houdende het opleggen aan verzoeker van bestuurlijke maatregelen, ongegrond wordt verklaard. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft op 30 juni 2021 een verslag opgesteld. VII-41.124-1/7 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 oktober
- Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Hendrik Baumans, die verschijnt voor verzoeker en advocaat Filip Vincke, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoeker exploiteert een rundveebedrijf aan de Antwerpseweg 179 te Beerse (Vlimmeren). 3.
- Op 22 juni 2020 voert het Agentschap voor Natuur en Bos een controle uit op een aantal percelen die verzoeker gebruikt. De volgende vaststellingen worden gedaan: “Perceel 316/K0: Op dit perceel staat een bomenrij met grote eiken. Deze eiken zijn zwaar op gesnoeid, er zijn zware takken afgezaagd. De bodem rond deze eiken zijn bewerkt en omwoeld door een graafmachine. Grote delen van het wortelgestel zijn afgesneden (zie fotodossier). Dit heeft grote gevolgen voor de bomen en kan leiden tot afsterven van takken en zelfs tot afsterven van de boom. Ongeveer in het midden van het perceel ziet opsteller op een recente luchtfoto
(2019)een gracht die uit komt op een poel. Van deze gracht en poel is niks meer terug te vinden op het perceel. Dit perceel is gelegen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied. Perceel 316 L0 Aan de westzijde van dit perceel stelt opsteller vast dat de houtkant bewerkt is met herbicide. VII-41.124-2/7 Dit is zichtbaar aan de bruine bladeren van de jonge bomen. Het gaat om ongeveer 40 meter houtkant. Het perceel is ook gelegen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied. Perceel 316 F0 Aan de westzijde van het perceel is ook de houtkant bewerkt met herbicide. Nu gaat het over een lengte van 100 meter. Aan de zuidzijde staat ook een houtkant. In deze houtkant lopen runderen er dwars doorheen en vernielen ze door vraat en vertrapping de houtkant. Perceel 316 H0 In dit bosperceel stel ik vast dat er runderen in het bos lopen. Dit is duidelijk te zien aan de plat gelopen vegetatie. De uitwerpselen van de dieren vindt men ook terug in het bos. Dit perceel ligt volgens de ruimteboekhouding in habitatrichtlijngebied nl. Bos- en heidengebieden ten oosten van Antwerpen. Voor dit perceel is in 2016 een kapmachtiging afgeleverd aan de vorige eigenaar (KMPB/AN/16/0076 - zie bijlage 7). Hierin staat dat er een dunningskap mocht worden uitgevoerd. Dit lijkt goed uitgevoerd. Perceel 316 G0 Dit is ook een bosperceel gelegen in dezelfde habitatrichtlijngebied. Ook voor dit perceel is een kapmachtiging afgeleverd waarin staat dat aan de zuidzijde van dit bosperceel een strook van 10 meter gekapt mag worden om zo een bosrand te krijgen met struiken. Deze bosrand moest voor 31/03/ /2021 op geplant zijn of natuurlijk verjongd zijn. Opsteller stelt vast dat er gras is in gezaaid en dat zo het perceel is omgevormd naar weiland. Perceel 316 E0 Dit perceel grenst met de zuidzijde aan een bosperceel. Dit bos is gelegen in VEN-gebied. Men ziet dat er ook in het VEN-gebied planten met herbicide bewerkt zijn. Opsteller stelt ook vast dat de prikkeldraad in het bos staat en zo het weiland uitbreid. Dit gaat om ongeveer 238 meter. Perceel 316/03 D0, C0 en perceel 316/02 T0 Deze percelen grenzen aan de zuidzijde tegen het VEN-gebied aan. De prikkeldraad staat hier ook enkele meters in het bos. Op bepaalde plekken staat de prikkeldraad bijna 15 meter in het bos. De runderen grazen in het bos. Daardoor is er geen kruid en struiklaag meer aanwezig. Opsteller stelt vast dat er op deze percelen verschillende bomen gekapt zijn. De boomstammen van de eiken liggen nog ter plaatse”. 3.
- Het Agentschap voor Natuur en Bos beslist op 10 december 2020 om aan verzoeker de volgende bestuurlijke maatregelen op te leggen: “Voor alle percelen moet men naar de toekomst 1 meter van de grachten en alsook van de hout -en boskanten blijven met herbicide. Voor elk perceel worden de maatregelen afzonderlijk beschreven: Perceel 316 K0 VII-41.124-3/7 De bomenrij moet met rust gelaten worden. De poel en gracht moet men terug in oorspronkelijk staat brengen. Perceel 316 F0 Ervoor zorgen dat de runderen niet meer door de houtkant kunnen lopen en geen vraatschade meer kunnen aanrichten. Perceel 316 H0 De runderen uit het bos houden. Perceel 316 G0 De runderen uit het bos houden, de bosrand aanplanten zoals beschreven staat in de kapmachtiging KMPB/AN/16/
- Perceel 316 E0 De prikkeldraad terug voor de bomen plaatsen zodat de runderen niet meer in het bos kunnen en dat zo de kruid- en struiklaag terug kan opschieten. Perceel 316/03 D0,C0 en perceel 316/02 T0 De prikkeldraad terug voor de bomen plaatsen. Stoppen met bomen te kappen zonder vergunning. Voor wat alle percelen betreft Verbod op het gebruik van herbiciden in het bos en op de aanwezige Kleine Landschapselementen (hagen, houtkanten, grachten) […] Uitvoeringstermijn: - Het herbicidegebruik TEN ALLE TIJDEN - de afzonderlijke maatregelen per perceel vóór 31 MAART 2021”. 3.
- Tegen deze beslissing stelt verzoeker bestuurlijk beroep in bij de bevoegde Vlaamse minister. 3.
- De afdeling Handhaving adviseert op 19 februari 2021 tot de verwerping van het ingestelde beroep. 3.
- Met het thans bestreden besluit van 23 maart 2021 verklaart de Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme het beroep van verzoeker ongegrond en bevestigt zij de beroepen beslissing van het Agentschap voor Natuur en Bos. IV. Schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één VII-41.124-4/7 ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. Spoedeisendheid Uiteenzetting van verzoeker
- Verzoeker staaft de spoedeisendheid van de vordering als volgt: “[…] Verzoekende partij is de enige partij die getroffen wordt door de Bestreden Beslissing en door de Bestreden Beslissing schade lijdt. […] Voorts dient verzoekende partij vast te stellen dat zij wel degelijk vreest voor schade van enig belang, en zelfs voor ernstige nadelen, door de Bestreden Beslissing. De Bestreden Beslissing bevestigt het besluit van 10 december 2020, waardoor verzoekende partij de opgelegde bestuurlijke maatregelen in voormeld besluit diende uit te voeren vóór 31 maart 2021 en op heden nog steeds (deels) dient te doen. Een aantal van die opgelegde bestuurlijke maatregelen zijn evenwel opgelegd op basis van foutieve en onzorgvuldige vaststellingen. Zo werd wat betreft perceel met nummer 0316/K0 aan verzoekende partij opgelegd om de poel en de gracht terug in oorspronkelijke staat te brengen. Ook andere zaken werden foutief vastgesteld, zoals blijkt in de bespreking van het enige middel. Het verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de Bestreden Beslissing is dan ook gegrond. Verzoekende partij kan niet gehouden zijn bestuurlijke maatregelen uit te voeren die hem schade toe brengen omdat de vaststellingen foutief en onzorgvuldig werden uitgevoerd. Bovendien kan op basis van de foutieve en onzorgvuldige vaststellingen binnen afzienbare tijd door de toezichthouder een administratieve boeteprocedure worden opgestart overeenkomstig de artikelen 16.4.31 e.v. van het DABM. Dit nadeel dient voorkomen te worden. Tevens werd het resultaat van de controle van 22 juni 2020 door de toezichthouder verzonden aan het departement Landbouw & Visserij omdat er zogenaamd sprake zou zijn van het scheuren van historisch permanent grasland. Die vaststellingen worden alleszins niet vermeld in het proces-verbaal van 10 december
- Verzoekende partij riskeert op dit ogenblik evenwel dat het departement Landbouw & Visserij dat controlerapport zal aanwenden om zijn premierechten in te korten, hetgeen uiteraard een financieel nadeel inhoudt voor verzoekende partij”. VII-41.124-5/7 Beoordeling
- Een zaak is spoedeisend, en dus vatbaar voor beoordeling in kort geding, zodra de vrees voor schade van enig belang, of zelfs voor ernstige nadelen, een onmiddellijke beslissing wenselijk maakt. Het doel is dan ook het kort geding te hanteren wanneer het geschil niet met de gewone procedure binnen de gewenste tijdspanne opgelost kan worden. Naar eis van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak spoedeisend is op aan om van die urgentie te overtuigen. Zij dient daartoe aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, gelet op de nadelige gevolgen die een -voortdurende- tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor haar persoonlijk veroorzaakt.
- Uit wat voorafgaat volgt dat het niet volstaat te stellen dat de doorlooptijd van een annulatieprocedure te lang duurt of dat het resultaat van een annulatieprocedure niet kan worden afgewacht. Om die reden kan verzoeker niet met goed gevolg verwijzen naar het feit dat de bestreden bestuurlijke maatregelen uiterlijk tegen 31 maart 2021 moesten worden uitgevoerd.
- Tot slot wordt vastgesteld dat de uiteenzetting in het verzoekschrift louter uitgaat van algemeen theoretische beschouwingen die geen concreet inzicht bieden in de wijze waarop de persoonlijke toestand van verzoeker of van zijn bedrijvigheid direct worden geraakt door de bestreden bestuurlijke maatregelen. Die beschouwingen blijken bovendien enkel gestoeld te zijn op de beweerde ernst en gegrondheid van de aangevoerde middelen. VII-41.124-6/7
- Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achtentwintig oktober tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Peter Sourbron VII-41.124-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.989 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.412 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div