← België

Arrest 251993 - Dierenwelzijn - 28/10/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.993 Rolnummer: A. 234063/VII-41161 Zaak: Arrest 251993 - Dierenwelzijn - 28/10/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-11-09 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-11 14:39 Fiche Arrest nr 251.993 van 28 oktober 2021 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 251.993 van 28 oktober 2021 in de zaak A. 234.063/VII-41.161 In zake:

  1. XXXX
  2. XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Matthias Coppens kantoor houdend te 9200 Dendermonde Noordlaan 78/3 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Cooreman kantoor houdend te 1082 Brussel Keizer Karellaan 586, bus 9 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 18 juni 2021, strekt tot de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 16 april 2021 waarbij een hond, een konijn, een paard en een pony in toepassing van artikel 42, § 2 van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren op bevel van de dienst Dierenwelzijn, definitief in volle eigendom worden gegeven aan erkende dierenasielen, die daarmee instemmen. II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partij heeft een nota ingediend. VII-41.161-1/11 Eerste auditeur Anja Somers heeft op 8 september 2021 een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: algemeen procedurereglement), en over de vordering tot schorsing met toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 oktober
  5. Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Matthias Coppens, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Maxim Lecomte, die loco advocaat Isabelle Cooreman verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Feiten 3.
  7. Op 12 maart 2021 voert de inspectiedienst Dierenwelzijn een controle uit bij de verzoekende partijen ter opvolging van de maatregelen die bij eerdere controles werden opgelegd. De historiek van de voorgaande controles en maatregelen wordt weergegeven in de bestreden beslissing. Op 18 maart 2021 wordt een proces-verbaal opgesteld. VII-41.161-2/11 3.
  8. Op basis van de gedane vaststellingen, beslist de verwerende partij over te gaan tot de inbeslagname van de dieren 3.
  9. Vervolgens werden de dieren voorlopig ondergebracht in twee verschillende asielen en onderzocht door een dierenarts. 3.
  10. Uit de verslagen blijkt dat de dieren niet voldoende (aangepaste) voeding en medische verzorging kregen, dan wel in onhygiënische omstandigheden verbleven. 3.
  11. De verzoekende partijen werden verhoord. Hieruit blijkt volgens de verwerende partij dat de verzoekende partijen wel van goede wil zijn maar nalaten om de vereiste maatregelen te nemen. Er werd een navolgend proces-verbaal opgesteld op 31 maart
  12. 3.
  13. Op 16 april 2021 werd besloten de vermelde dieren in volle eigendom te geven aan de asielen die daarmee instemmen. De motieven luiden: “Gelet op het feit dat […] en […] reeds gekend zijn voor feiten van dierenverwaarlozing. Zie historiek: op 25/03/2019, 29/07/2019, 22/10/2019, 3/02/2020 en 3/11/2020 werden reeds controles uitgevoerd waarbij telkens maatregelen opgelegd werden om het welzijn van de aanwezige dieren te verbeteren. Gelet op de vaststellingen d.d. 12/03/2021, geacteerd in PV met nummer G-21-1177/InV/18-03-2021: - Er ligt een groot aantal uitwerpselen in de ren van de hond, - De hond beschikt slechts over een bodempje drinkwater, - Er ligt een kadaver van een konijn naast de ren van het konijn, - Het konijn beschikt niet over drinkwater noch hooi, - Het paard en de pony beschikken niet over ruwvoeder. - De pony beschikt niet over drinkwater. - Onvoldoende (medische) verzorging paard (mok, slechte staat gebit en hoeven, slechte conditie) - Er ligt veel rommel in de tuin en in de paddock, waaraan de dieren zich kunnen kwetsen, Wat erop wijst dat de dieren niet gehouden werden volgens hun fysiologische en ethologische behoeften - het niet beschikken over drinkwater (pony en konijn), een primaire levensbehoefte, VII-41.161-3/11 - het huisvesten van de hond in een onhygiënische omgeving, wat het risico op gezondheidsproblemen vergroot, waardoor hun welzijn ernstig geschaad was; Gelet op de ernst van de feiten; Gelet op de herhaling van de feiten en het onvoldoende gevolg geven aan de maatregelen; Gelet op het verhoor van […] d.d. 31/03/2021 waarin hij onderstaande verklaart: - De dieren zijn van hen, behalve het paard is van zijn broer Janik; het gezin staat in voor de verzorging; - Hij had de ochtend van de inbeslagname nog drinkwater gegeven; - De uitwerpselen van de hond moesten opgekuist worden door de kinderen, maar dit gebeurde niet; - Hij was bezig met het herstellen van de watertoevoer - Zijn dochter wandelt dagelijks met de hond, samen doen ze dat twee keer; - Hij weet de naam niet van de hoefsmid noch wanneer deze en de dierenarts laats langs kwamen; - Ze hadden niet opgemerkt dat het paard proppen maakt in de mond; - Hij wenst geen afstand te doen van de dieren; - Ze hebben voldoende tijd en middelen en hij vindt dat de dieren goed verzorgd zijn; Hetgeen erop wijst dat […]: - onvoldoende inzicht heeft in de noden en verzorging van de dieren, - onvoldoende inspanningen heeft gedaan om het welzijn te verbeteren door de maatregelen op te volgen; Gelet op het verhoor van […] d.d. 12/04/2021 waarin zij onderstaande verklaart: - Zij heeft in de week een kleiner aandeel in de verzorging maar compenseert dit in het weekend; - Het konijn kreeg ‘s middags resten groenten, en namiddag hooi en drinkwater. Ze kochten een professionele flessenhouder en automatische voederbak maar deze werden nog niet geïnstalleerd; - Het andere konijn is zonder gekende oorzaak gestorven, ze wilden nog uitzoeken waar naartoe met het kadaver; - De ren van de hond wordt wekelijks gekuist (uitwerpselen ruimen, reinigen met water en zeep); - De hond wordt dagelijks (kort) gewandeld, en 1 of 2x/week een grote wandeling; - Paard en pony krijgen ’s morgens pulp en krachtvoer, ’s middags hooi, namiddag krachtvoer en ’s avonds laat terug hooi voor de nacht; - De pony had de wateraansluiting stuk gebeten, deze moest hersteld worden; - Laatste nazicht door de dierenarts was in augustus bij de inentingen en ontworming; - Hoefverzorging weet ze niet meer, maar ze had gemerkt dat de hoeven sneller groeiden; VII-41.161-4/11 - Ze had de proppen in de mond van het paard niet opgemerkt Ze was van plan het gebit te laten nakijken door Michelle Clarisse; - Het paard krijgt dagelijks 20L bietenpulp, 1 portie groeten en fruit pulp, 2x 1 baal hooi, 1 schep gemicroniseerd lijnzaad, 2x 3 scheppen red fibre D’Hooghe, 2x 12 L hippoluz D’Hooghe, 1x droog brood; - Jaarlijks wordt er bloed genomen, dit was dit jaar in orde; - […] loopt de hele middag in de tuin op te ruimen en te klussen; - De weide in Opwijk wordt momenteel niet gebruikt omdat het er te drassig werd; - Zij educeren zichzelf, hebben een trainingsplaats gevonden en kochten een camion om paard en pony te vervoeren. Ze vragen mensen om extra tips i.v.m. voeding; - Ze was van plan om na corona met de hond naar de hondenschool te gaan; - Hun dieren en kinderen krijgen steeds voorrang qua gezondheid en eten, zij zullen nooit laten een dierenarts te bellen. […] zou meer thuis zijn doordat er hulp in haar zaak komt; - Ze wenst de dieren niet vrijwillig af te staan; - De kosten van de inbeslagname zijn overbodig gemaakt, en deze zijn zeer hoog voor hen; Wat erop wijst dat het […] niet ontbreekt aan goede bedoelingen, doch deze niet tot het gewenste resultaat leiden; Gelet op het gebrek aan inzicht en daadkracht; Gelet op het feit dat het opleggen van maatregelen in het verleden onvoldoende tot het gewenste resultaat heeft geleid waardoor het welzijn van de dieren niet kan gegarandeerd worden bij teruggave; Gelet op het dierenartsverslag van het paardenasiel: - De voedingsstaat van de pony is ok, de hoeven moeten dringend gekapt worden, - Het paard is zeer mager, duidelijk in slechte conditie en heeft een vuile doffe onverzorgde vacht, - De hoeven van het paard moeten dringend gekapt worden één van de hoeven is gescheurd; - Het paard heeft mok, - De tanden moeten dringend nagekeken en verzorgd worden; het paard zit met proppen in de mond, - Bij het paard wordt ook een sterke hartruis vastgesteld, Gelet op het verslag van de tandarts van het opvangcentrum: - De tanden van de pony waren in redelijke conditie, de wolfstanden werden getrokken onder verdoving, - De tanden van de merrie hadden zeer scherpe kanten met als gevolg diepe wonden aan de binnenkant van beide wangen; tandverzorging was dringend nodig; Waaruit blijkt dat de dieren niet de nodige (dringende) dagelijkse en medische verzorging kregen; Gelet op het dierenartsverslag van het asiel m.b.t het konijn: - Het konijn oogt gezond en alert, gedraagt zich normaal maar is traag in zijn bewegingen en reacties, VII-41.161-5/11 - Het konijn is uiterst mager, Waaruit blijkt dat het dier niet de nodige (medische) verzorging en onvoldoende (aangepaste) voeding kreeg. Gelet op het dierenartsverslag van het asiel m.b.t. de hond: - Er wordt een bilaterale conjunctivitis met etterophoping in de mediale ooghoeken opgemerkt. - Op de huid zijn meerdere kleine verwondingen ter hoogte van de drukpunten op carpi en tarsi. - Zowel op de voor- als achterpoten is smurrie aanwezig tussen de tenen, het dier werd gewassen. Waaruit blijkt dat de hond niet de nodige (medische) verzorging kreeg en gehouden werd in onhygiënische omstandigheden. Gelet op het feit dat om bovengenoemde redenen onverantwoord zou zijn om de dieren terug te geven; Gelet op het feit dat de kosten voor opvang en verzorging blijven oplopen; Gelet op het feit dat de dieren geen reële verkoopwaarde, minstens geen waarde hebben die in verhouding staat tot de kosten van transport, opvang, huisvesting en verzorging overeenkomstig hun ethologische en fysiologische behoeften”. IV. Ontvankelijkheid van het beroep
  14. De verwerende partij verzoekt de Raad van State ambtshalve na te gaan of het voorliggend verzoekschrift tijdig werd ingediend.
  15. De bestreden beslissing werd genomen op 16 april 2021 en verstuurd via aangetekende zending en per gewone post aan betrokkenen. De zending werd op 19 april 2021 aangeboden aan de verzoekende partijen. De termijn verstreek op 18 juni
  16. Het verzoekschrift werd aangetekend verstuurd op 18 juni
  17. Het is tijdig ingediend. VII-41.161-6/11 V. Onderzoek van het enige middel Standpunten van de partijen
  18. De verzoekende partijen voeren de schending aan van de materiële motiveringsplicht, het zorgvuldigheidsbeginsel, het proportionaliteitsbeginsel en het redelijkheidsbeginsel. Zij betwisten de volgende vaststellingen: 1) in de ren van de hond liggen veel uitwerpselen; 2) de hond beschikte slechts over een bodempje drinkwater; 3) de tuin en de paddock liggen vol rommel waaraan de dieren hun kwetsen; 4) paard en pony beschikken niet over ruwvoeder; 5) gebrek aan drinkwater van de pony; 6) gebrek aan medische verzorging van de paarden; 7) het konijn heeft geen hooi of water; 8) het plots gestorven konijn wijst op een gebrek aan medische zorg of aangepaste voeding. Zij menen dat het om momentopnames gaat die niet op structurele en ernstige wijze zouden wijzen op een gebrek aan zorg, onderhoud of hygiëne. De rommel is volgens de verzoekende partijen materiaal terwille van de verbetering van de infrastructuur en er is geen reële mogelijkheid dat de dieren zich kunnen kwetsen. Met betrekking tot de voeding en het drinkwater zetten de verzoekende partijen in wezen uiteen dat de verwerende partij het voedingsplan niet begrijpt. Zij menen ook dat voldoende medische zorg niet onmiddellijk garandeert dat er geen medische kwaaltjes meer aanwezig kunnen zijn. Zij beweren op buitenproportionele manier aangepakt te zijn door de verwerende partij terwijl zij zeer constructief meewerken. VII-41.161-7/11 De verzoekende partijen achten het zorgvuldigheidsbeginsel geschonden doordat er geen rekening wordt gehouden met de maatregelen die zij wel hebben genomen. Tot slot maken de verzoekende partijen een vergelijking met de Vlaamse veeteelt en huisdieren op appartementen of in stadswoningen om de onredelijkheid van de beslissing te onderstrepen.
  19. De verwerende partij meent vooreerst dat het middel niet ontvankelijk is bij gebrek aan concrete omschrijving van de geschonden geachte rechtsregels en in het bijzonder de wijze waarop die regel door de bestreden beslissing zou zijn geschonden. Voorts zet de verwerende partij uiteen dat het middel ongegrond is omdat er kritiek wordt gegeven op de motieven zonder deze te weerleggen. De verzoekende partijen tonen goede wil maar getuigen niet van inzicht in hun fouten. Met betrekking tot het disproportioneel karakter van de sanctie verwijst de verwerende partij naar de ernst van de overtredingen die in het verleden werden vastgesteld, het feit dat de maatregelen niet worden opgevolgd en tot slot de vaststelling dat er nieuwe overtredingen werden begaan. Beoordeling
  20. De verzoekende partijen betwisten de motieven van de bestreden beslissing. Zij voeren hiermee de schending van de materiëlemotiveringsplicht aan. Voorts voeren ze de schending van het redelijkheidsbeginsel aan omdat ze de sanctie disproportioneel vinden. De verwerende partij lijkt het middel ook zo begrepen te hebben gelet op het verweer in de nota. Het middel is ontvankelijk. VII-41.161-8/11
  21. De verzoekende partijen maken niet aannemelijk dat de feitelijke gegevens waarop de bestreden beslissing berust, niet correct zouden zijn. De bestreden beslissing verwijst naar zes processen-verbaal met vermelding van de vastgestelde feiten en opgelegde maatregelen. Deze processen-verbaal bevinden zich in het administratief dossier. Uit deze stukken blijkt dat er zich een herhaling van feiten en overtredingen heeft voorgedaan en er onvoldoende gevolg werd gegeven aan de maatregelen. De standpunten die de verzoekende partijen innemen ten aanzien van de vaststellingen van 12 maart 2021, vermeld in PV G-21-1177/InV/18-03/2021, getuigen weliswaar van een eigen appreciatie van deze feiten, maar tonen niet aan dat de verwerende partij de grenzen van de redelijkheid zou zijn te buiten gegaan door de gevolgtrekkingen die zij daaraan heeft verbonden, namelijk dat een teruggave van de dieren onverantwoord zou zijn. Een louter ontkennen van de vaststellingen of de bewering dat het om een momentopname gaat, volstaat niet om deze vaststellingen te weerleggen. Uit de beweringen van de verzoekende partijen blijkt niet dat er drinkwater, hooi of ruwvoeder aanwezig was, dat er geen rommel lag, dat er geen uitwerpselen lagen, dat er geen dood konijn lag, dat de medische verzorging voldoende was. Dat er onvoldoende medische zorg werd voorzien wordt gestaafd door drie dierenartsenverslagen. Het dierenartsenverslag met betrekking tot het paard en de pony besluit dat uit de vaststellingen blijkt dat de dieren niet de nodige (dringende) dagelijkse en medische verzorging kregen. Het dierenartsenverslag met betrekking tot het konijn besluit dat het dier niet de nodige medische verzorging en voldoende (aangepaste) voeding kreeg. Tot slot besluit het dierenartsenverslag over de hond dat deze niet de nodige (medische) verzorging kreeg en gehouden werd in onhygiënische omstandigheden. VII-41.161-9/11 Een verder doorgedreven onderzoek van het middel zou de Raad van State er toe nopen in de feitelijke beoordeling van de zaak te treden, waartoe hij niet bevoegd is. De Raad van State kan in het kader van zijn wettigheidstoezicht immers wel nagaan of de ingeroepen feiten werkelijk bestaan en of de appreciatie daarvan met de vereiste zorgvuldigheid is gebeurd, maar het komt hem daarbij niet toe het feitenonderzoek over te doen om zich aldus, wat de appreciatie van de zaak betreft, in de plaats te stellen van het bestuur. Uit het administratief dossier blijken de vaststellingen zoals weergegeven in de bestreden beslissing. Uit het verhoor op respectievelijk 31 maart 2021 en 12 april 2021 van de verzoekende partijen blijkt dat eerste verzoeker vindt dat de dieren goed verzorgd zijn en dat tweede verzoekster wel plannen en goede bedoelingen heeft maar dat deze door gebrek aan inzicht en daadkracht niet tot het gewenste resultaat leiden. Het louter ontkennen van de vaststellingen of de bezorgdheid omtrent de Vlaamse veeteelt en dieren gehouden op appartementen en stadswoningen toont niet aan dat de verwerende partij te dezen de grenzen van de redelijkheid zou zijn te buiten gegaan door de gevolgtrekkingen die zij daaruit heeft gedaan, namelijk dat het opleggen van maatregelen in het verleden onvoldoende tot het gewenste resultaat heeft geleid waardoor het welzijn van de dieren niet kan worden gegarandeerd bij teruggave. Het middel is niet gegrond.
  22. Vermits korte debatten volstaan om te komen tot de bovenvermelde conclusie, kan in het huidige geval de zaak op grond van artikel 93 van het algemeen procedurereglement definitief worden beslecht. VII-41.161-10/11 BESLISSING
  23. De Raad van State verwerpt het beroep.
  24. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
  25. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partijen niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achtentwintig oktober tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-41.161-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.993 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.