id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.995 Rolnummer: A. 234278/VII-41189 Zaak: Arrest 251995 - Dierenwelzijn - 28/10/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-11-09 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-11 14:41 Fiche Arrest nr 251.995 van 28 oktober 2021 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 251.995 van 28 oktober 2021 in de zaak A. 234.278/VII-41.189 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Liselotte Rector kantoor houdend te 3000 Leuven J.P. Minckelersstraat 164 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Joy Moens en Jean-François De Bock kantoor houdend te 1180 Brussel Bosveldweg 70 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 9 juli 2021, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van “de beslissing tot beslagname van de Vlaamse overheid - departement Omgeving, afdeling Strategie, Internationaal beleid en Dierenwelzijn van 10 mei 2021 waarbij [verzoeksters] hond in toepassing van artikel 42, §1 van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren definitief in volle eigendom wordt gegeven aan het erkend dierenasiel, dat daarmee instemt.” Met het verzoekschrift wordt ook een schadevergoeding tot herstel gevorderd ten bedrage van 25 euro per dag vanaf de datum van inbeslagname. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. VII-41.189-1/5 Eerste auditeur Anja Somers heeft op 22 september 2021 een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 oktober
- Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Gautier De Wachter, die loco advocaat Liselotte Rector verschijnt voor verzoekster, en advocaat Joy Moens, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 (hierna: RvS-wet). III. Feiten 3.
- Er vindt op 13 maart 2021 een politiecontrole plaats om de toestand en de leefomstandigheden van de hond van verzoekster na te gaan. Hiervan wordt PV LE.63.LF.002658/2021 opgesteld. 3.
- Op 29 maart 2021 vindt een tweede controle plaats. De toestand die wordt aangetroffen wordt beschreven in PV G-20-5648/AnS/6-04-
- Er wordt beslist om de hond in beslag te nemen. 3.
- Verzoekster wordt op 23 april 2021 gehoord. VII-41.189-2/5 3.
- Op 10 mei 2021 beslist de verwerende partij om de hond van verzoekster definitief in volle eigendom aan een dierenasiel te geven, dat daarmee instemt. 3.
- Dit is de bestreden beslissing. Beoordeling
- Krachtens artikel 17, § 1, van de RvS-wet kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen indien, onder meer, “de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring”.
- Volgens artikel 17, § 2, van de RvS-wet moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’. Dit houdt in dat het aan de verzoekende partij bij de Raad van State toevalt om aan de zaak eigen en specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de gevolgen van een (voortdurende) tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing.
- Hieruit volgt dat een verzoekende partij die de schorsing van de tenuitvoerlegging van een bestreden beslissing beoogt te verkrijgen, ertoe gehouden is in haar verzoekschrift een uiteenzetting op te nemen die betrekking heeft op de voorwaarde van de spoedeisendheid waarin zij aan de hand van concrete, precieze en dienstige gegevens uitlegt in welke mate zij onherroepelijke schadelijke gevolgen zou ondergaan indien het resultaat van het beroep tot nietigverklaring zou moeten worden afgewacht. De spoedeisendheid van de zaak wordt niet vermoed, welke ook de aard van de bestreden beslissing is. VII-41.189-3/5
- Verzoekster heeft in haar inleidende akte geen afzonderlijke uiteenzetting aan de voorwaarde van de spoedeisendheid gewijd. Het blijkt bovendien ook niet dat zij in enig ander onderdeel van haar verzoekschrift aannemelijk probeert te maken dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring. In het eerste middel wordt enkel vermeld dat het slechter gaat met de mentale gezondheid van verzoekster sinds de hond in beslag werd genomen. Deze opmerking in het kader van de uiteenzetting van een middel, zonder enige nadere toelichting, concrete gegevens of stukken, volstaat niet om aan te tonen dat aan de voorwaarden van de spoedeisendheid werd voldaan.
- De afwezigheid van enige uiteenzetting over de voorwaarde van de spoedeisendheid in het verzoekschrift noopt tot het besluit dat de spoedeisendheid van de vordering alleszins niet wordt aangetoond. De fysieke aanwezigheid van verzoekster ter terechtzitting vermag niet dit procedureel gebrek goed te maken.
- Er is bijgevolg niet voldaan aan alvast één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de RvS-wet die cumulatief vervuld moeten zijn opdat een vordering tot schorsing zou kunnen worden ingewilligd.
- Het verzoek tot schadevergoeding tot herstel, dat een accessorium vormt van het annulatieberoep, komt pas aan de orde indien in het arrest dat uitspraak doet over de gevorderde nietigverklaring een onwettigheid werd vastgesteld. In de huidige stand van de zaak kan hierover aldus nog geen uitspraak worden gedaan. BESLISSING 1.De Raad van State verwerpt de vordering.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoekster niet bekendgemaakt. VII-41.189-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achtentwintig oktober tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-41.189-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.995 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.151 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.