← België

Arrest 252086 - Monumenten en Landschappen - 09/11/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 november 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.252.086 Rolnummer: A. 228144/X-17504 Zaak: Arrest 252086 - Monumenten en Landschappen - 09/11/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-11-19 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-11 17:44 Fiche Arrest nr 252.086 van 9 november 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Monumenten en Landschappen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 252.086 van 9 november 2021 in de zaak A. 228.144/X-17.504 In zake : Louis MORIS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gregory Verhelst kantoor houdend te 2000 Antwerpen Bouwmeestersstraat 11 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Cooreman kantoor houdend te 1082 Brussel Access Building Keizer Karellaan 586 bus 9 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het verzoekschrift, ingediend op 17 mei 2019, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Buitenlands Beleid en Onroerend Erfgoed van 14 maart 2019 ‘tot vaststelling van de inventaris bouwkundig erfgoed in de provincie Antwerpen’. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld. X-17.504-1/8 De verwerende partij en verzoeker hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 17 september
  3. Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Bert D’hondt, die loco advocaat Gregory Verhelst verschijnt voor verzoeker, en advocaat Joeri Leten, die loco advocaat Isabelle Cooreman verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. In de gemeente Nijlen ligt aan de straat Bogaertsheide een historisch domein (hierna: het betrokken domein) dat meer dan een hectare groot is en waarop zich onder meer een historisch bakhuis in verankerde baksteenbouw en een boerenschans bevinden. Boerenschansen zijn vrijwel zonder uitzondering in de periode 1568-1648 opgetrokken wallen en grachten ter verdediging tegen plunderende bendes en legereenheden. Voorts bevindt er zich op het betrokken domein een hoeve waarvan de gevels – blijkens de stukken van het bij het bestreden besluit horende administratief dossier – uitgevoerd zijn in verankerde baksteenbouw en die uit twee aaneengesloten gedeeltes bestaat (hierna: het betrokken hoevegebouw). Links is het woongedeelte met – blijkens dezelfde stukken – in de voorgevel vier X-17.504-2/8 traveeën met speklagen en raam- en deuromlijstingen van (imitatie)zandsteen. De speklagen lopen door in de zijgevel van het woongedeelte. Rechts bestaat de voorgevel van het stalgedeelte uit vijf traveeën. Verzoeker is eigenaar van het perceel waarop zich het betrokken hoevegebouw bevindt.
  6. In 2018 neemt de verwerende partij het initiatief om de inventaris van het bouwkundig erfgoed in de provincie Antwerpen bij ministerieel besluit vast te stellen. 5.
  7. Van 1 juni tot 30 juli 2018 wordt een openbaar onderzoek gehouden over de eventuele opname in de inventaris van het bouwkundig erfgoed van onder meer het betrokken domein. 5.
  8. Verzoeker dient een bezwaarschrift in waarin hij wijst op zijn stedenbouwkundige vergunning van 13 augustus 2012 en stelt dat er aan het betrokken hoevegebouw geen historische waardevolle elementen (meer) zijn.
  9. Op 17 januari 2019 geeft de Vlaamse Commissie voor Onroerend Erfgoed advies.
  10. Met het bestreden besluit stelt de Vlaamse minister van Buitenlands Beleid en Onroerend Erfgoed de inventaris van het bouwkundig erfgoed in de provincie Antwerpen vast. Om reden van de historische, de architecturale en de industrieel-archeologische waarden wordt het betrokken domein er in opgenomen. X-17.504-3/8
  11. In verband met het betrokken domein vermelden de bijlagen bij het bestreden besluit het volgende: “In 1983 gerestaureerde hoeve met 17de-eeuwse kern die behoort tot een concentratie van hoevegebouwen op de Popp- en Vandermaelenkaarten zogenaamd ‘De Hoeven’, mogelijk ook opklimmend tot de zogenaamde hoeve Ten Dyke. Achterin gelegen hoevegebouw met bewaarde schans ten oosten, imposant bakhuis ten zuiden […]. Sterk aangepast woonstalhuis van vier + vijf traveeën onder zadeldak (mechanische pannen), met in linker zijgevel vermelding ‘Anno 1374/1983’. Voorheen witgekalkte, verankerde baksteenbouw met gebruik van imitatiezandsteen voor nieuw aangebrachte speklagen en omlijstingen in het woonhuisgedeelte; enkele resterende van de oude hoek- en negblokken van zandsteen. […] Ten zuiden van de toegangsweg: opmerkelijk groot 19de-eeuws bakhuis onder zadeldak (nok parallel aan de weg, Vlaamse pannen). Verankerde baksteenbouw met rechthoekige muuropeningen, achtergevel met gedichte oculi. Bewaarde oven. Bron: Kennes H. & Steyaert R. 1997: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Antwerpen, Arrondissement Mechelen, Kantons Duffel - Heist-op-den-Berg, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 13N4, Brussel - Turnhout. Auteurs: Steyaert, Rita Datum: 1997”. IV. Onderzoek van het middel Uiteenzetting van het enige middel 9.
  12. In het enige middel wordt de schending aangevoerd van het ministerieel besluit van 17 juli 2015 ‘tot vaststelling van de inventarismethodologie voor de inventaris van bouwkundig erfgoed’, van artikel 4.1.2 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, van de artikelen 4.1.5 en 4.1.6 van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014 en van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’, evenals van het zorgvuldigheidsbeginsel en van de materiëlemotiveringsplicht. 9.
  13. Volgens verzoeker is op geen enkel ogenblik een afdoende motivering gegeven op basis van welke erfgoedwaarden en selectiecriteria het X-17.504-4/8 betrokken hoevegebouw is opgenomen in de inventaris. In de mate dat er verwezen is naar het bakhuis en de boerenschans, geven deze elementen niet aan waarom het volledige betrokken hoevegebouw is opgenomen, zonder nader onderzoek aangaande de toestand ervan. Er is onvoldoende informatie over de toestand van het betrokken hoevegebouw. Volgens verzoeker heeft de verwerende partij zich gesteund op foutieve gegevens. In zijn tijdens het openbaar onderzoek ingediend bezwaarschrift heeft verzoeker er immers op gewezen dat de hoeve verbouwd werd in 1983 en in 2011-
  14. Uit de behandeling van verzoekers bezwaarschrift blijkt dat de verwerende partij beslist heeft op basis van achterhaalde informatie. Verzoeker benadrukt dat de verwerende partij heeft nagelaten een plaatsbezoek te doen en niet beschikte over recente informatie over de aanwezige erfgoedwaarden die zijn overgebleven na de verbouwingen. De inventarisatie berust op een ongefundeerd oordeel. 10.
  15. In zijn memorie van wederantwoord herhaalt verzoeker dat de verwerende partij zich gesteund heeft op achterhaalde gegevens. Hij noemt dit opmerkelijk nu uit de vergelijking van de in het dossier opgenomen foto’s blijkt dat het betrokken hoevegebouw duidelijk werd verbouwd in de periode tussen 1996 en
  16. In zoverre de verwerende partij oppert dat er rekening is gehouden met de huidige werkelijke toestand, is dit niets meer dan een loutere blote bewering die niet kan worden gestaafd. 10.
  17. In zijn memorie van wederantwoord voegt verzoeker toe dat de lyrische beschrijving van de verwerende partij als zou het gaan om een “hoeve met 17de-eeuwse kern die behoort tot een concentratie van hoevegebouwen op de Popp- en Vandermaelenkaarten zogenaamd ‘De Hoeven’, mogelijk ook opklimmend tot de zogenaamde hoeve Ten Dyke”, wellicht met een korreltje zout moet genomen worden. Immers, is het een raadsel waarom in dat geval enkel het grondig verbouwde betrokken hoevegebouw op de inventaris wordt geplaatst.
  18. In zijn laatste memorie noemt verzoeker het vreemd dat het kaleien van de voorgevel zonder verder onderzoek kan afgedaan worden als irrelevant met het oog op de beoordeling van de erfgoedwaarde. X-17.504-5/8 Verzoeker neemt in zijn laatste memorie een recente foto op van de voorgevel van het stalgedeelte van het betrokken hoevegebouw evenals een recente foto van de zijgevel van het woongedeelte. Volgens verzoeker blijkt uit die foto’s dat er van het oorspronkelijke uitzicht niets meer overblijft. Beoordeling
  19. De beoordeling van opportuniteitskritiek behoort niet tot de bevoegdheid van de Raad van State, die een wettigheidsrechter is. In de uitoefening van zijn wettigheidscontrole mag de Raad van State zich niet in de plaats stellen van de overheid, die met betrekking tot de opname in een erfgoedinventaris beschikt over een ruime discretionaire bevoegdheid. De Raad van State is als rechter van de wettigheid wel bevoegd om, desgevraagd, na te gaan of de overheid is uitgegaan van werkelijk bestaande en relevante feitelijke gegevens die met de vereiste zorgvuldigheid werden vastgesteld, of zij die correct en met een zorgvuldige afweging heeft beoordeeld en of zij op grond daarvan binnen de perken van de redelijkheid tot haar besluit is kunnen komen.
  20. Vooreerst moet worden vastgesteld dat de verwerende partij de historiek van het betrokken hoevegebouw als volgt heeft geduid: “[…] hoeve met 17de-eeuwse kern die behoort tot een concentratie van hoevegebouwen op de Popp- en Vandermaelenkaarten zogenaamd ‘De Hoeven’, mogelijk ook opklimmend tot de zogenaamde hoeve Ten Dyke”. Het verzoekschrift bevat geen kritiek op deze historische duiding. Wel argumenteert verzoeker in zijn memorie van wederantwoord dat ze “lyrisch” is en “wellicht” met een korreltje zout genomen moet worden. Enige onwettigheid wordt met deze argumentatie niet aangetoond.
  21. De belangrijkste historisch-architecturale erfgoedelementen van het betrokken hoevegebouw die in aanmerking werden genomen zijn – met de woorden van de verwerende partij – “[de] verankerde baksteenbouw met gebruik van imitatiezandsteen voor […] speklagen en omlijstingen in het X-17.504-6/8 woonhuisgedeelte; enkele resterende van de oude hoek- en negblokken van zandsteen” (hierna: de in aanmerking genomen erfgoedelementen). 15.
  22. Uit het administratief dossier blijkt dat de inventarisatie van het betrokken hoevegebouw onderbouwd is door de – op een plaatsbezoek steunende – wetenschappelijke publicatie “Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen” en door meerdere foto’s van het betrokken hoevegebouw, ook van ná de tussen 1996 en 2012 uitgevoerde verbouwingen. 15.
  23. Terecht merkt de verwerende partij op dat niet valt in te zien hoe door de uitvoering van de stedenbouwkundige vergunning van 13 augustus 2012 enig in aanmerking genomen erfgoedelement verdwenen zou zijn, nu deze vergunning louter betrekking heeft op het kaleien – dit is volgens een oude techniek schilderen – van de gevels. Dat de verwerende partij uit is gegaan van werkelijk bestaande gegevens wordt bevestigd door de in verzoekers’ laatste memorie opgenomen recente foto’s waarop te zien is dat alle in aanmerking genomen erfgoedelementen van de gefotografeerde gevels bewaard zijn. 15.
  24. Uit niets blijkt dat de verwerende partij zich gesteund zou hebben op achterhaalde gegevens. Verzoeker toont niet aan dat de verwerende partij zijn bezwaarschrift onterecht heeft afgewezen door te overwegen dat “een deel van de hoeve inderdaad is aangepast”, maar dat uit de stukken van het dossier “geconcludeerd [kan worden] dat de erfgoedwaarden nog voldoende aanwezig zijn om een opname van de volledige hoeve in de vastgestelde inventaris te motiveren”. Verzoeker maakt niet aannemelijk dat de verwerende partij, om de aangevoerde rechtsregels te eerbiedigen, tijdens de bestuurlijke voorbereiding van het bestreden besluit een (nieuw) plaatsbezoek had dienen te doen of het administratief dossier anderszins had moeten vervolledigen. X-17.504-7/8
  25. De conclusie is dat de verzoekende partij niet aannemelijk maakt dat het bestreden besluit niet zou steunen op deugdelijke motieven of anderszins onwettig zou zijn.
  26. Het enig middel wordt verworpen. BESLISSING
  27. De Raad van State verwerpt het beroep.
  28. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen november tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.504-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.252.086 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.