← België

Arrest 252092 - Overheidsopdrachten - 09/11/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 november 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.252.092 Rolnummer: A. 228803/XII-8780 Zaak: Arrest 252092 - Overheidsopdrachten - 09/11/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-11-23 Raadplegingen: 75 - laatst gezien 2026-06-11 17:48 Fiche Arrest nr 252.092 van 9 november 2021 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : heropening debatten Voortzetting gewone procedure Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 252.092 van 9 november 2021 in de zaak A. 228.803/XII-8780 In zake:

  1. de BV DE COCK & PARTNERS
  2. de BV VERBRUGGEN samen vormend een maatschap bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Vicky Verlent kantoor houdend te 2600 Antwerpen Posthofbrug 6 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de CV VLAAMSE MAATSCHAPPIJ VOOR WATERVOORZIENING (de WATERGROEP) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Barteld Schutyser kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 99 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 12 augustus 2019, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de Watergroep van 7 juni 2019 om de thv De Cock-Verbruggen evenals de leden ervan, zijnde de bv De Cock & Partners en de bv Verbruggen, met ingang van 31 januari 2019 en voor een periode van drie jaar, uit te sluiten van deelname aan toekomstige overheidsopdrachten. II. Verloop van de rechtspleging XII-8780-1/5
  4. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Inge Vos heeft een verslag opgesteld. Op 4 mei 2021 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partijen hebben gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 oktober 2021 om 10.00 uur. Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht. Advocaat Vicky Verlent, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Barteld Schutyser, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Thomas Maes heeft een advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  5. III. Beoordeling XII-8780-2/5
  6. In het auditoraatsverslag wordt de nietigverklaring van de bestreden beslissing voorgesteld. Gelet op artikel 30, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (algemeen procedurereglement) kan de beslissing waarvan de nietigverklaring gevorderd wordt volgens een versnelde rechtspleging nietig worden verklaard indien de verwerende partij geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag van de auditeur waarin de nietigverklaring wordt voorgesteld. De verwerende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
  7. Krachtens artikel 85bis, § 4, van het algemeen procedurereglement heeft de verwerende partij te dezen gekozen voor de elektronische procesvoering. Overeenkomstig artikel 85bis, § 13, van het algemeen procedurereglement deelt de Raad van State de processtukken alsook de betekeningen, kennisgevingen en oproepingen mee via neerlegging in het elektronisch dossier. De dossierbeheerders en hun gedelegeerden worden per elektronisch bericht van deze neerlegging op de hoogte gebracht. De termijnen die deze berichten doen ingaan, nemen een aanvang wanneer de bestemmeling het stuk voor het eerst raadpleegt, ongeacht het de dossierbeheerder dan wel een van zijn gedelegeerden betreft. Wanneer een stuk door de bestemmeling ervan niet is geraadpleegd binnen drie werkdagen na het versturen van het bericht, wordt een elektronisch herinneringsbericht verstuurd. Wanneer het stuk niet is geraadpleegd, wordt het geacht ter kennis zijn gebracht bij het verstrijken van de derde werkdag nadat het elektronisch herinneringsbericht is verstuurd. XII-8780-3/5
  8. In zijn vraag om te worden gehoord en ter terechtzitting erkent de raadsman van de verwerende partij dat zijn confrater, die de balie inmiddels heeft verlaten, haar hoedanigheid van dossierbeheerder niet heeft overgedragen waardoor het eerste bericht van de griffie van de Raad van State, neergelegd in het elektronisch dossier, haar niet heeft bereikt. Evenwel zou het elektronisch herinneringsbericht, dat overeenkomstig artikel 85bis, § 13, vierde lid, van het algemeen procedurereglement dient te worden verstuurd wanneer een stuk door de bestemmeling ervan niet is geraadpleegd binnen drie werkdagen na het versturen van het (eerste) bericht, noch zijn confrater, noch hem hebben bereikt, en een dergelijk bericht zou in ieder geval niet uit het elektronisch dossier af te leiden zijn.
  9. Uit nazicht van het elektronisch dossier blijkt dat de verwerende partij “wordt geacht” het auditoraatsverslag op 10 maart 2021 in ontvangst te hebben genomen. Er blijkt evenwel ook dat door een technisch probleem het elektronisch herinneringsbericht tegelijkertijd met het eerste bericht werd verzonden op 5 maart 2021, zodat er te dezen geen sprake is van een herinneringsbericht in de zin van artikel 85bis, § 13, vierde lid, van het algemeen procedurereglement. Het auditoraatsverslag kan bijgevolg evenmin worden geacht aan de verwerende partij ter kennis te zijn gebracht bij het verstrijken van de derde werkdag nadat het elektronisch herinneringsbericht is verstuurd. In die concrete omstandigheden, eigen aan de zaak, kan worden aangenomen dat de wijze waarop de kennisgeving van het auditoraatsverslag door de griffie van de Raad van State is gedaan, tot gevolg heeft dat de verwerende partij mogelijks een procedurele waarborg is ontnomen.
  10. Er bestaat dan ook aanleiding om de behandeling van de zaak niet volgens de versnelde rechtspleging van artikel 14quinquies van het algemene XII-8780-4/5 procedurereglement af te doen, maar ze volgens de gewone rechtspleging voort te zetten, waarbij de verwerende partij en vervolgens de verzoekende partijen een laatste memorie kunnen indienen. Met het oog daarop wordt het debat heropend. BESLISSING
  11. Het debat wordt heropend.
  12. De zaak wordt voortgezet volgens de gewone procedure. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen november tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Patricia De Somere, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Patricia De Somere XII-8780-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.252.092 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.131 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.