id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 november 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.252.122 Rolnummer: A. 233367/XIV-38651 Zaak: Arrest 252122 - Niet begeleide minderjarigen - 16/11/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-11-24 Raadplegingen: 73 - laatst gezien 2026-06-11 18:08 Fiche Arrest nr 252.122 van 16 november 2021 Vreemdelingen - Niet begeleide minderjarigen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 252.122 van 16 november 2021 in de zaak A. é.367/XIV-38.651 In zake : Qand Agha SHINWARI bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sylvie Micholt kantoor houdend te 8000 Brugge Maria van Bourgondiëlaan 7B bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ine De Cneudt kantoor houdend te 3054 Oud-Heverlee Maurits Noëstraat 145 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 2 april 2021, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de Federale Overheidsdienst Justitie, dienst Voogdij, van 9 februari 2021 waarbij wordt beslist verzoeker te beschouwen als ouder dan 18 jaar en dat verzoeker geen voogd zal krijgen. II. Verloop van de rechtspleging
- Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. XIV-38.651-1/10 Overeenkomstig artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de voorzitter van de XIVe kamer bij beschikking van 16 september 2021 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 27 oktober
- Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Verzoeker komt België binnen en hij dient op 25 november 2020 een verzoek om internationale bescherming in. Hij verklaart alsdan van Afghaanse nationaliteit te zijn en geboren te zijn op 30 november
- Verzoeker wordt onder de hoede geplaatst door de dienst Voogdij doch de dienst Vreemdelingenzaken uit twijfels over de leeftijd van betrokkene. In het Algemeen Ziekenhuis Sint-Jan Brugge-Oostende, campus Brugge, ondergaat verzoeker op 29 januari 2021 een medisch onderzoek om na te gaan of hij al dan niet leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. De arts besluit dat verzoeker “ouder dan 18 jaar [is], vermoedelijk 20.14 jaar, met een standaarddeviatie van 1.59 jaar”. XIV-38.651-2/10 Op 9 februari 2021 beslist de dienst Voogdij verzoeker te beschouwen als ouder dan 18 jaar en dat verzoeker geen voogd zal krijgen. Dit is de bestreden beslissing. IV. Onderzoek van de middelen Enig middel Uiteenzetting van het middel
- Verzoeker werpt in een enig middel de schending op van de artikelen 1 tot 4 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van administratieve bestuurshandelingen’, van artikel 7, § 1 en § 3, van Titel XIII, Hoofdstuk 6 ‘Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen’ van de programmawet (I) van 24 december 2002 (hierna: de voogdijwet), van artikel 3 van het koninklijk besluit van 22 december 2003 ‘tot uitvoering van Titel XIII, Hoofdstuk 6 “Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen” van de programmawet (I) van 24 december 2002’ (hierna: het koninklijk besluit van 22 december 2003), van “de algemene beginselen van behoorlijk bestuur” en van “de appreciatiebevoegdheid”. Hij licht dit toe als volgt: “Schending motiveringsplicht De bestreden beslissing waarin besloten wordt dat de voogdij van rechtswege eindigt op datum van de kennisgeving van de beslissing wordt gesteund op slechts één gegeven: de resultaten van het medisch onderzoek dat op 29 januari 2021 werd uitgevoerd. Echter wordt er in de beslissing geen melding gemaakt van de verschillende resultaten van deze medische onderzoeken. Gezien er in de beslissing op geen enkele manier wordt aangetoond hoe de testen geleid hebben tot de beslissing dat verzoekende partij op 9 februari 2021 een leeftijd van 20,14 jaar zou hebben, heeft verzoekende partij geenszins kennis van de beslissingsvorming van verwerende partij. Uit de bestreden beslissing kan dus geenszins afgeleid worden op welke wijzen en op grond waarvan verzoekende partij als meerderjarig wordt beschouwd! Bovendien werd bij de besluitvorming geen rekening gehouden met de afgelegde verklaringen van verzoekende partij omtrent zijn leeftijd. Evenmin werden er, in strijd met artikel 3, lid 1 van het K.B. van 22 december 2003, inlichtingen gevraagd aan de bevoegde consulaire of diplomatieke posten. Er dient in dit opzicht verwezen te worden naar een arrest van uw Raad van 28 maart 2019, waarin uw Rand besloot dat verwerende partij, door gebrek aan uitleg, haar motiveringsplicht schond: XIV-38.651-3/10 ‘Eu égard aux résultats des trois tests et à la circonstance qu'au regard du résultat de l'examen dentaire dont les conclusions sont rappelées ci-dessus, il ne peut être exclu que le requérant ait moins de dix-huit ans et à l'absence d'explication sur ce point dans la conclusion générale du rapport médical, la motivation de l'acte attaqué, qui se fonde sur la conclusion finale du rapport médical, ne permet pas de comprendre pourquoi la partie adverse a conclu que l'âge du requérant pouvait être estimé à 20,2 ans avec un écart-type de d'un an et demi. Il convient également de souligner que l'écart-type qui assortit l'examen dentaire est compatible avec l'âge déclaré par le requérant. Dans la mesure où la partie adverse fonde la motivation de l'acte attaqué sur un rapport médical dont le requérant ne peut comprendre la conclusion, il y a lieu de considérer qu'en tant qu'il est pris de la violation des articles 2 et 3 de la loi du 29 juillet relative à la motivation formelle des actes administratifs, le moyen unique est sérieux dans ses première et deuxième branche. Vrije vertaling: Gelet op de resultaten van de drie tests en de omstandigheid dat in het licht van de resultaten van het tandheelkundig onderzoek waarvan de conclusies hierboven zijn genoemd, niet kan worden uitgesloten dat de verzoeker jonger is dan achttien jaar en omwille van het gebrek aan uitleg op dit punt in de algemene conclusie van het medische rapport, verklaart de motivatie van de bestreden beslissing, die is gebaseerd op de definitieve conclusie van het medische rapport, niet waarom de tegenpartij heeft geconcludeerd dat de leeftijd van de verzoeker geschat kan worden op 20,2 jaar met een standaardafwijking van anderhalf jaar. Er moet ook worden opgemerkt dat de standaardafwijking bij het tandheelkundig onderzoek verenigbaar is met de door de aanvrager opgegeven leeftijd. Voor zover de tegenpartij de redenering van de bestreden beslissing baseert op een medisch rapport waarvan de verzoeker de conclusie niet kan begrijpen, moet worden vastgesteld dat, voor zover wordt vastgesteld dat deze in strijd is met artikelen 2 en 3 van de wel van 29 juli betreffende de formele motivering van administratieve beslissingen, is enige middel ernstig in zijn eerste en tweede takken.’ (Arrest Raad van State nummer 244.050 van 28 maart 2019) Gezien er in de bestreden beslissing enkel wordt verwezen naar de resultaten van de medische onderzoeken en hieromtrent geen verdere informatie wordt verschaft, schendt de bestreden beslissing de formele motiveringsplicht overeenkomstig artikel 2 en 3 van de wet van 1991 betreffende de formele motivering van administratieve beslissingen. 3.1.
- Onbetrouwbaarheid medisch onderzoek Daarnaast moet de nadruk gelegd worden op het feit dat de uitgevoerde medische testen ernstig bekritiseerd worden door de rechtsleer én bovendien een zeer zwak wetenschappelijk niveau hebben. De medische testen zijn bijzonder controversieel en vertonen overigens een standaarddeviatie, zoals tevens erkend wordt in de bestreden beslissing. Ze kunnen dan ook onmogelijk als betrouwbaar gezien worden. Huidige beslissing kent een deviatie van 2,6 jaar. De Raad van Europe maande de lidstaten in september 2017 al aan om puur medische methodes te vervangen door een meer betrouwbare holistische aanpak. Wat betreft het eigenlijke onderzoek dient er dus aangemerkt te worden dat de 3 onderzoeken die gevoerd werden ernstig bekritiseerd worden vanuit de vakliteratuur en op supranationaal niveau. ‘[Het Europese Parlement] betreurt het dat de medische technieken die in sommige lidstaten worden gehanteerd om de leeftijd vast te stellen ongepast en opdringerig zijn en trauma's kunnen veroorzaken, betreurt het eveneens dat sommige, op botontwikkeling of gebitsmineralisatie gebaseerde methodes omstreden bleven en een grote foutenmarge kennen; verzoekt de Commissie om in de strategische richtsnoeren op beste praktijken gebaseerde gemeenschappelijke normen op te nemen voor de methode waarmee de leeftijd wordt bepaald, waarbij deze beoordeling multidimensionaal en multidisciplinair moet zijn en door onafhankelijke, gekwalificeerde beroepsbeoefenaars en deskundigen uitgevoerd moet worden op een wetenschappelijke, veilige, gender- en kindvriendelijke en eerlijke XIV-38.651-4/10 manier, met bijzondere aandacht voor meisjes; herinnert eraan dat de leeftijdsbepaling moet worden verricht onder eerbiediging van de rechten en fysieke integriteit van het land en van de menselijke waardigheid, en dat minderjarigen altijd het voordeel van de twijfel gegeven moet worden; wijst er tevens op dat medische onderzoeken alleen moeten worden uitgevoerd wanneer andere beoordelingsmethodes zijn uitgeput en dat het mogelijk moet zijn om tegen de uitkomsten van deze beoordeling in beroep te gaan; looft de werkzaamheden van EASO op dit vlak, en is van mening dat deze aanpak voor alle minderjarigen zou moeten worden veralgemeend.’ (stuk 4, Resolutie van het Europese Parlement van 12 september 2013 over de situatie van niet-begeleide minderjarigen in de Europese Unie (2012/2263(INI), verzoekende partij zet vet) ‘De techniek van de botleeftijdsbepaling mat enkel toe de leeftijd van het skelet vast te stellen; het overeenstemmen met de burgerlijke leeftijd van de persoon is een diagnostische beoordeling. […] Voorts schuilt een moeilijkheid in de reproduceerbaarheid van de interpretatie van de onderzoeken tussen de verschillende deskundigen. Schatting houdt altijd een onnauwkeurigheidsfactor in en kan bijgevolg slechts leiden tot een betrouwbaarheidsinterval. Twijfel moet altijd uitvallen in het voordeel van de persoon die verklaart minderjarig te zijn. (...) Verschillende factoren (etnische, genetische, endocriene, sociaaleconomische, nutritionele, medische, ...) kunnen de groei van een individu beïnvloeden. De tabellen voor de botleeftijdsbepaling die als referentie dienen, zijn opgemaakt op grond van een bepaalde bevolking; de meest gebruikte zijn gebaseerd op de westerse blanke bevolking. Opdat de verwijzing relevant zou zijn, dient de persoon op wie ze toegepast worden tot dezelfde bevolking te behoren. De dentale criteria hangen in het bijzonder af van de etnische oorsprong en van het sociaaleconomisch en nutritioneel niveau van het individu. [...) De Nationale Raad meent om de hierboven uiteengezette redenen dat de andere indicatoren die leeftijdsbepaling van het individu mogelijk maken niet verwaarloosd mogen worden.’ (stuk 5, Nationale Raad van de Orde der Artsen, Testen voor leeftijdsbepaling bij niet-begeleide minderjarige vreemdelingen, advies van 20 februari 2010, https://www.ordomedic.be/nl/adviezen/advies/testen-voor-leeftijdsbepaling-bij-niet-bege leide-minderjarige vreemdelingen, verzoekende partij zet vet) De onderzoeken zijn onvoldoende nauwkeurig en zijn volledig geijkt op een westers publiek. Met betrekking tot kinderen die in armoede zijn opgegroeid, en kinderen die uit Azië komen, zijn er doorslaggevende indicaties dat de resultaten van de huidig gebruikte testen er jaren naast kunnen zitten. De Orde der Artsen wijst daar zelf ook op: ‘We merken op dat geen enkele van de gebruikte methodes werd uitgewerkt en getest op jongeren afkomstig uit de landen waar de NBMV vandaan komen. Als deze methodes geen rekening houden met de betreffende referentiegroepen, is hier dan geen sprake van foute premissen?’ (...) ‘Uit verschillende onderzoeken blijkt dat de permanente tanden en wijsheidstanden op zeer variabele leeftijden uitgroeien en dat er een risico bestaat op het van overschatten van de leeftijd. De onderzoekers Solheim en Sondnes kwamen tot de volgende conclusie: ‘een schatting van de leeftijd werd uitgevoerd op 100 tanden volgens verschillende methodes: alle methodes leverden een overschatting van de gebitsleeftijd bij de onderzoeken die werden gedaan op tanden bij mannen jonger dan 40 jaar.’ (…) ‘4.6 Etnische variaties De huidige procedures van leeftijdsschatting houden geen rekening met de etnische afkomst van de jongeren. In de wetenschappelijke literatuur wordt er nochtans gewezen op aanzienlijke verschillen. We vermelden hieronder enkele van de talrijke studies. In een onderzoek van Koshy en Tandon over de leeftijdsschatting van kinderen in het zuiden van XIV-38.651-5/10 India op basis van de methode van Demirjian werd vastgesteld dat de leeftijd voor meisjes met 2,82 jaar en jongens met 3,04 jaar werd overschat. (...) Wij concluderen hier dat er meer onderzoek vereist is naar de invloed van etnische afkomst op de betrouwbaarheid van de huidige methodes om botscans te interpreteren. Hiermee moet rekening gehouden worden wanneer de leeftijd geschat wordt.’ (stuk 6, Platform Kinderen op de Vlucht, Leeftijdsschatting van niet-begeleide minderjarigen (NBMV) in vraag: Probleemstelling, analyse en aanbevelingen, september 2017, pg.18-21-26., verzoekende partij zet vet en onderlijnt) Op 27 september 2018 sprak de VN-commissie voor de Rechten van het kind zich in een individuele zaak duidelijk uit over de wetenschappelijke tekortkomingen van de leeftijdstest die ook in België wordt gebruikt: ‘Verder stelt het CRK vast dat radiologisch bewijs, gebaseerd op de Greulich en Pyle atlas, niet beschouwd Iran worden als precies, aangezien de foutenmarge groot blijft. Bijgevolg kan deze methode niet gehanteerd worden als enige methode bij leeftijdsonderzoek.’ (stuk 7, ELENA update, VN Kinderrechtencommissie over individuele berichtgeving omtrent leeftijdsbepaling in Spanje, 9 november 2018 — vrije vertaling uit het Engels, verzoekende partij zet vet) Het Europees Comité voor Sociale Rechten, een organisatie in de schoot van de Raad van Europa, uitte in haar behandeling van een klacht tegen Frankrijk eveneens striemende kritiek op de onbetrouwbaarheid van radiologisch onderzoek: ‘
- Het Comité stelt vast dat zowel in Franrijk, als op internationaal niveau, het gebruik van dergelijke medische tests zéér gecontesteerd is, omwille van hun onbetrouwbaarheid en omdat ze de fysieke integriteit en de waardigheid van een kind schaden. (stuk 8, Europees Comité voor Sociale Rechten, klacht nimmer 114/2015 EUROCEF t. Frankrijk; 24 januari 2018, vrij vertaald uit het Engels, verzoekende partij zet vet) In een paper van Vivien Feltz omtrent de leeftijdsbepaling van niet-begeleide minderjarigen worden de pijnpunten van de medische tests nogmaals aangehaald. Zowel Frankrijk als het Verenigd Koninkrijk nemen het standpunt in dat de polsscan als onbetrouwbaar gezien moet worden, omwille van de grote standaardafwijking die met de resultaten gepaard gaan. Omtrent de tandscans moet verwezen worden naar het standpunt van Nederland, dat de resultaten van de tandscans als dubieus beschouwd, gezien de enorme verschillen die er bestaan in het rijpingsproces. Ten slotte wordt in het artikel benadrukt dat de x-ray van het sleutelbeen enkel efficiënt is om na te gaan of een persoon al dan niet ouder is dan 21 jaar, en dus niet 18 jaar zoals in casu noodzakelijk (stuk 9, Vivien Feltz, Age assessment for unaccompanied minors: when European countries deny children their childhood, 28 augustus 2015, te consulteren op: https://mdmeuroblog.files.wordpress.com/2014/01/age-determination-def.pdf, p. 5-7). Het is duidelijk dat er effectief gerede twijfel bestaat over de nauwkeurigheid van de testen en dat de resultaten er jaren van kunnen zitten. Op zijn minst diende de socio-economische achtergrond, nutritioneel niveau en de etnische herkomst van verzoekende partij mee in rekening gebracht te worden om tot een nauwkeuriger resultaat te kunnen komen. Artikel 3 laatste lid van het KB van 22 december 2003 stelt dan ook terecht dat het medische onderzoek niet enkel radiografisch onderzoek dient te bevatten maar onder meer ook psycho-affectieve tests kan omvatten, wat de nauwkeurigheid ongetwijfeld ten goede zou komen. In het Verenigd Koninkrijk wordt niet langer gebruik gemaakt van medische testen om geschillen omtrent leeftijdsbepaling op te lossen. In plaats van medische onderzoeken vindt er een gesprek plaats tussen de minderjarige en een sociaal werker. Op basis hiervan wordt de leeftijd bepaald (stuk 9, Vivien Feltz, Age assessment for unaccompanied minors: when European countries deny children their childhood, 28 augustus 2015, te consulteren op: https://mdmeuroblog.files.wordnress.com/2014/01/ane-determination-def.pdf p. 8).” XIV-38.651-6/10 Beoordeling
- Wat het medisch onderzoek betreft, is de bestreden beslissing formeel afdoende gemotiveerd wanneer het resultaat van dat onderzoek in die beslissing wordt vermeld. Te dezen geeft de bestreden beslissing de conclusie van dat onderzoek weer, waaruit blijkt dat verzoeker meer dan 18 jaar oud is. Het is hierbij niet vereist dat de beslissing eveneens aangeeft welke medische onderzoeken werden uitgevoerd noch dat de resultaten van het medisch onderzoek samen met de bestreden beslissing worden betekend. Het verslag van het deskundig onderzoek maakt deel uit van het administratief dossier. Verzoeker voert niet aan, en maakt a fortiori niet aannemelijk, dat hij er geen kennis van heeft kunnen nemen. Dit klemt des te meer nu de bestreden beslissing uitdrukkelijk de mogelijkheid vermeldt om een kopie van de resultaten op te vragen. Verzoeker toont geen schending aan van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’.
- Naar luid van artikel 7, § 1, van de voogdijwet laat de dienst Voogdij, indien hij twijfel koestert omtrent de leeftijd van de betrokken persoon, onmiddellijk een medisch onderzoek door een arts uitvoeren teneinde na te gaan of die persoon al dan niet jonger is dan 18 jaar. Nu de wet zelf het medisch onderzoek als bewijsmiddel heeft ingesteld wanneer twijfel over de leeftijd van de betrokkene bestaat, blijkt geen schending van een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur uit het feit dat de dienst Voogdij de bestreden beslissing heeft genomen op grond van dergelijk leeftijdsonderzoek. Verzoeker weidt uit over de voorgehouden onnauwkeurigheid van medische onderzoeken voor leeftijdsbepaling. Hij beperkt zich tot algemene kritiek doch hij toont niet aan dat het medisch onderzoek te dezen ondeskundig, onbetrouwbaar of niet correct is. Zo blijkt dat de arts eventuele afwijkingen ten gevolge van genetische, etnische of andere factoren heeft opgevangen door, waar XIV-38.651-7/10 nodig, een standaarddeviatie te hanteren. De wetgever heeft met de medische leeftijdstest overigens niet de bedoeling gehad de exacte leeftijd van de betrokkene te laten achterhalen doch enkel uitsluitsel te krijgen of de betrokkene al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Meer concreet blijkt dat de arts zich steunt op een meervoudig onderzoek, waarvan elk deelonderzoek individueel wordt geïnterpreteerd en waarna een algemene conclusie wordt getrokken met de eigenlijke leeftijdsschatting. Bij het bepalen in de bestreden beslissing of verzoeker al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, is de eindconclusie van de arts op basis van die deelonderzoeken relevant en niet het resultaat van een afzonderlijk deelonderzoek. Die eindconclusie, en niet de conclusie van ieder deelonderzoek afzonderlijk, is derhalve ook bepalend voor de in het voornoemde artikel 7, § 3, van de voogdijwet bedoelde “jongste leeftijd”. Indien de arts voor zijn eindconclusie een deviatiefactor vermeldt, wordt de ondergrens daarvan in aanmerking genomen voor het bepalen van de leeftijd. Te dezen gaat het dus op datum van 29 januari 2021 om een leeftijd van “ouder dan 18 jaar, vermoedelijk 20.14 jaar, met een standaarddeviatie van 1.59 jaar” (en geen deviatie van 2,6 jaar, zoals verzoeker in het middel vermeldt). Verzoeker ontkracht aldus niet dat het medisch onderzoek met de vereiste deskundigheid is gebeurd en dat de arts bij de beoordeling van de objectieve gegevens die hem voorlagen, rekening heeft gehouden met alle gegevens die in de huidige stand van de wetenschap gemeenzaam worden aanvaard. Verder komt het de Raad van State niet toe zijn eigen interpretatie van de onderzoeksresultaten in de plaats te stellen van deze in het deskundig verslag. Verzoeker maakt geen schending aannemelijk van artikel 7 van de voogdijwet noch van de “appreciatiebevoegdheid” waarmee de materiëlemotiveringsplicht als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur lijkt te zijn bedoeld. XIV-38.651-8/10
- Naar luid van artikel 3, eerste lid, van het koninklijk besluit van 22 december 2003 “[gaat] de dienst Voogdij […] over tot de identificatie van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling en controleert zijn verklaringen betreffende zijn naam, nationaliteit en leeftijd inzonderheid door middel van zijn officiële documenten of van de inlichtingen verstrekt door de consulaire of diplomatieke posten van het land van herkomst of van doorvoer, of van elke andere inlichting […]”. De voornoemde bepaling verzet er zich niet tegen dat in geval van twijfel aan de opgegeven leeftijd, te dezen op grond van het fysieke voorkomen van verzoeker, wordt overgegaan tot een leeftijdsonderzoek dat, zoals hoger reeds is aangehaald, door de wet zelf is ingesteld.
- Artikel 3, tweede lid, van het koninklijk besluit van 22 december 2003 voorziet weliswaar de mogelijkheid van psycho-affectieve tests, doch er is geenszins sprake van een verplichting bij het uitvoeren van een medisch onderzoek. Noch deze laatste bepaling, noch een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur is derhalve geschonden door het niet uitvoeren van psycho-affectieve tests nu de uitslag van het uitgevoerd medisch onderzoek duidelijk is en door verzoeker niet wordt ontkracht met de algemene bewering van het tegendeel.
- Het enige middel is ongegrond. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 140 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. XIV-38.651-9/10 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zestien november tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-38.651-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.252.122 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div