← België

Arrest 252140 - Dierenwelzijn - 18/11/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 november 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.252.140 Rolnummer: A. 223519/VII-40107 Zaak: Arrest 252140 - Dierenwelzijn - 18/11/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-11-25 Raadplegingen: 74 - laatst gezien 2026-06-11 18:21 Fiche Arrest nr 252.140 van 18 november 2021 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 252.140 van 18 november 2021 in de zaak A. 223.519/VII-40.107 In zake : René BOOM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Donkers kantoor houdend te 1745 Opwijk Nanovestraat 26 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Filip Vincke kantoor houdend te 9600 Ronse Grote Markt 33 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 13 oktober 2017, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing tot inbeslagname van 10 augustus 2017 en het bijhorende proces-verbaal, waarbij 4 ezels van verzoekende partij in beslag werden genomen en waarbij aan verzoeker maatregelen werden opgelegd […], evenals tegen de beslissing van 2 oktober 2017 waarbij de planning van voornoemde opgelegde maatregelen werd gewijzigd […] en ten slotte tegen de beslissing tot bestemming van 3 oktober 2017, waarbij de 4 ezels werden toegekend aan het opvangcentrum voor ezels VZW Anegria […]”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 239.488 van 23 oktober 2017 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissingen verworpen. VII-40.107-1/8 Bij arrest nr. 249.059 van 26 november 2020 heropent de Raad van State het debat en wordt het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat gelast met het verder onderzoek van de zaak. Eerste auditeur Anja Somers heeft een aanvullend verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 28 oktober
  3. Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jan Donkers, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Filip Vincke, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Wat de feiten betreft kan worden verwezen naar arrest nr. 249.059 van 26 november 2020, waarbij het debat werd heropend wat betreft de eerste en de derde bestreden beslissing, en een aanvullend onderzoek werd bevolen. VII-40.107-2/8 IV. Onderzoek van het eerste middel Derde bestreden beslissing Standpunten van de partijen
  6. Verzoeker voert in een eerste middel de schending aan van artikel 105 van de Grondwet samengelezen met artikel 42, § 2 van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren (hierna: dierenwelzijnswet), en van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen. Hij betoogt dat de bestreden beslissing werd genomen door een inspecteur-dierenarts, statutair personeelslid van de “Inspectiedienst Dierenwel- zijn”, onderafdeling van de afdeling Strategie, Internationaal Beleid en Dierenwelzijn van het Departement Omgeving van de Vlaamse overheid. Verzoeker citeert artikel 42, § 2, van de dierenwelzijnswet, op grond waarvan de derde bestreden beslissing werd genomen. In die bepaling worden de inspecteur-dierenartsen evenwel niet vermeld. Hij stelt dat het volgens deze bepaling de federale overheidsdienst (FOD) bevoegd voor dierenwelzijn is die de beslissing tot bestemming dient te nemen. Uit geen enkele rechtsregel volgt volgens verzoeker dat deze bevoegdheid zou zijn toegewezen aan de inspecteur-dierenartsen van de Inspectiedienst Dierenwelzijn. Dit zou overigens “de nogal eigenaardige situatie scheppen dat dezelfde persoon bevoegd is of minstens zou kunnen zijn om zowel de beslissing tot inbeslagname als de beslissing tot bestemming te nemen, wat duidelijk niet de bedoeling van de Wetgever is geweest”.
  7. In haar laatste memorie gedraagt de verwerende partij zich, met verwijzing naar het arrest van de Raad van State nr. 246.897 van 30 januari 2020 “in een quasi identiek geval”, naar de wijsheid van de Raad. VII-40.107-3/8 Beoordeling
  8. Artikel 34, § 1, eerste lid, van de wet van 14 augustus 1986 bepaalde in zijn op de zaak toepasselijke versie, dat de overtredingen op deze wet werden opgespoord en vastgesteld door onder andere de statutaire en contractuele dierenartsen van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. Met de zesde staatshervorming wordt “dierenwelzijn” naar de gewesten overgeheveld. Artikel 94, § 1, van de BWHI bepaalt: “onverminderd het bepaalde in artikel 83, §2 en 3, blijven de overheden die door de wetten en verordeningen met bevoegdheden belast zijn die onder de Gemeenschappen en de Gewesten ressorteren, die bevoegdheden uitoefenen volgens de procedures door de bestaande regels bepaald, zolang hun Parlementen en hun Regeringen die regels niet hebben gewijzigd of opgeheven”.
  9. Het proces-verbaal van vaststelling van overtreding is opgesteld door een inspecteur-dierenarts bij de inspectie Dierenwelzijn van het departement Omgeving. Bij koninklijk besluit van 19 december 2014 tot overdracht van personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu naar de Vlaamse regering werd dit personeelslid van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, sinds 1 januari 2015, overgedragen naar de Vlaamse regering. De derde bestreden beslissing werd genomen op 3 oktober 2017 door een inspecteur-dierenarts, Teamhoofd van de Inspectiedienst Dierenwelzijn van het Departement Omgeving van de Vlaamse Overheid, Afdeling Strategie, Internationaal Beleid en Dierenwelzijn, ter kennis gebracht per gewone zending gedateerd op 5 oktober
  10. VII-40.107-4/8 Artikel 4, § 5, van de wet van 14 augustus 1986 machtigt de in artikel 34 van die wet bedoelde overheidspersonen om de nodige maatregelen te treffen of op te leggen om de verplichtingen voortvloeiend uit artikel 4, §§ 1 tot en met 4, onverwijld te doen naleven. In de memorie van toelichting bij het ontwerp dat heeft geleid tot de dierenwelzijnswet, wordt inzake die bepaling vermeld: “Paragraaf 5 maakt het mogelijk dringende maatregelen op te leggen ten einde het lot der dieren te verbeteren zonder een vonnis van de rechtbank te moeten afwachten, bijvoorbeeld in geval teveel dieren per oppervlakte- eenheid worden gehouden: in dat geval zou de verbaliserende overheid de houder kunnen bevelen onmiddellijk deze toestand te verhelpen”. Deze wetsbepaling biedt geen rechtsgrond voor een inspecteur-dierenarts om een dier definitief in volle eigendom te geven aan een asiel dat daarmee instemt. Er is aan de Raad geen delegatiebeslissing bekend waarbij de bevoegdheid om de bestreden beslissing te nemen, wordt gedelegeerd aan het personeelslid dat de derde bestreden beslissing heeft genomen. Eerste bestreden beslissing Ontvankelijkheid Standpunten van de partijen
  11. De verwerende partij werpt op dat het beroep zonder voorwerp is in zoverre het is gericht tegen de inbeslagname, aangezien het beslag met toepassing van artikel 42, § 3, van de dierenwelzijnswet van rechtswege is opgeheven door de bestemmingsbeslissing.
  12. Verzoeker stelt in zijn memorie van wederantwoord dat de opheffing van het beslag enkel gevolg heeft voor de toekomst, en dat het feit dat het beslag niet meer “bestaat” niet betekent dat het beroep ertegen zonder VII-40.107-5/8 voorwerp is: “De teweeg gebrachte rechtsgevolgen vanaf de datum van beslissing tot de opheffing blijven immers bestaan”. Beoordeling
  13. In het tussenarrest nr. 249.059 van 26 november 2020 wordt geoordeeld dat de exceptie van de verwerende partij ten aanzien van de eerste bestreden beslissing verband houdt met de rechtsgeldigheid van de bestemmingsbeslissing, die als derde beslissing eveneens het voorwerp uitmaakt van het voorliggend beroep, en dat de exceptie bijgevolg verbonden is met de grond van de zaak. Overeenkomstig artikel 42, § 3, van de dierenwelzijnswet is het beslag van rechtswege opgeheven door de in paragraaf 2 bedoelde beslissing of, bij het uitblijven van dergelijke beslissing, na een termijn van twee maand te rekenen vanaf de datum van inbeslagname. Het beslag was van rechtswege opgeheven door de bestreden bestemmingsbeslissing. Het eerste middel met betrekking tot de derde bestreden beslissing werd gegrond bevonden, zodat deze beslissing vernietigd wordt en bijgevolg geacht wordt nooit te hebben bestaan. Bijgevolg kan deze vernietigde beslissing ook het effect van de inbeslagname niet doen vervallen. Hoewel de termijn van twee maanden te rekenen vanaf de datum van inbeslagname verstreken is, bestaat de beslissing tot inbeslagname nog formeel. Ten behoeve van de duidelijkheid in het rechtsverkeer en de rechts- zekerheid is er aanleiding om die beslissing uitdrukkelijk te vernietigen. De exceptie wordt verworpen. VII-40.107-6/8 Tweede bestreden beslissing Standpunt van verzoeker
  14. Verzoeker voert aan dat de inspecteur-dierenarts, statutair personeelslid van de Afdeling Strategie, Internationaal Beleid en Dierenwelzijn van het Departement Omgeving van de Vlaamse Overheid, niet bevoegd is om de bestreden beslissing te nemen. Hij verwijst naar artikel 42, § 1, en artikel 34, § 1, van de dierenwelzijnswet. Uit deze rechtsbepalingen blijkt niet dat de inspecteur-dierenarts in kwestie over deze bevoegdheid zou beschikken. Beoordeling
  15. Ook deze beslissing is genomen door een inspecteur-dierenarts bij de inspectie Dierenwelzijn van het departement Omgeving.
  16. Het betrokken personeelslid werd bij koninklijk besluit van 19 december 2014 tot overdracht van personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu naar de Vlaamse regering, sinds 1 januari 2015 overgedragen naar de Vlaamse regering. Om de redenen aangegeven bij de beoordeling van het beroep tegen de derde bestreden beslissing, kwam het niet toe aan de optredende inspecteur-dierenarts om de bestreden beslissing te nemen. Het middel is in die mate gegrond. VII-40.107-7/8 BESLISSING
  17. De Raad van State vernietigt de beslissing tot inbeslagname van 10 augustus 2017 en het bijhorende proces-verbaal, waarbij 4 ezels van verzoeker in beslag werden genomen en waarbij aan verzoeker maatregelen werden opgelegd, en de beslissing tot bestemming van 3 oktober 2017, waarbij de 4 ezels werden toegekend aan het opvangcentrum voor ezels VZW Anegria.
  18. Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als de vernietigde besluiten.
  19. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 840 euro, die verschuldigd is aan verzoeker. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van *, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.107-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.252.140 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.488 ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.059 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.