← België

Arrest 252162 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 19/11/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 november 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.252.162 Rolnummer: A. 230364/X-17684 Zaak: Arrest 252162 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 19/11/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-11-25 Raadplegingen: 80 - laatst gezien 2026-06-11 18:36 Fiche Arrest nr 252.162 van 19 november 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 252.162 van 19 november 2021 in de zaak A. 230.364/X-17.684 In zake : de NV STEVENS RECYCLING bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Opsommer kantoor houdend te 9700 Oudenaarde Gentstraat 152 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het BRUSSELSE HOOFDSTEDELIJKE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Camille Courtois en Frédéric De Muynck kantoor houdend te 1000 Brussel Koningsgalerij 30 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 3 maart 2020, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de gemachtigde ambtenaar van de Brusselse Hoofdstedelijke regering van 24 december 2019 houdende toekenning van een stedenbouwkundige vergunning aan de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel – Brussel Mobiliteit voor de herinrichting van de Havenlaan en de Claessensstraat te Brussel en Sint-Jans-Molenbeek. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur An Van den broeck heeft een verslag opgesteld. X-17.684-1/11 De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 10 september
  3. Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Janna Bauters, die loco advocaat Jan Opsommer verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Camille Courtois, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur An Van den broeck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Op 28 september 2017 dient de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel – Brussel Mobiliteit een stedenbouwkundige vergunningsaanvraag in voor de herinrichting van de Havenlaan en het deel van de Claessensstraat tussen de Havenlaan en de brug over het Vergotedok, op het grondgebied van de gemeente Sint-Jans-Molenbeek en de stad Brussel. Het project heeft betrekking op de aanleg van een dubbelrichtingfietspad aan de oostzijde en een enkelrichtingfietspad aan de westzijde van de Havenlaan, de herstelling van voetpaden, de aanplant van een dubbele rij iepen na de kap van een enkele rij platanen, de wijziging van het wegdek en de vervanging van de nutsvoorzieningen in de Havenlaan en de Claessensstraat. X-17.684-2/11 Ten noorden van het Redersplein zal de bestaande rijbaan van de Havenlaan ongeveer vijf meter versmald worden, zodat aan de oostzijde een dubbelrichtingfietspad en een strook met een tweede rij iepen kunnen worden aangelegd. De verzoekende partij baat een metaalrecuperatiebedrijf uit langs de westzijde van de Groendreef, die van noord naar zuid langs het Vergotedok loopt.
  6. Op 3 oktober 2017 verklaart de gemachtigde ambtenaar het effectenverslag volledig.
  7. Tijdens het openbaar onderzoek, dat loopt van 19 oktober tot 17 november 2017, worden 57 bezwaarschriften ingediend.
  8. Op 29 november 2017 verleent de overlegcommissie een voorwaardelijk gunstig advies, onder het voorbehoud dat technische maatregelen genomen worden om het risico op conflicten tussen fietsers en vrachtwagens maximaal te beperken op de toegangspunten tot de bedrijfssites.
  9. Met een besluit van 18 januari 2018 verleent de gemachtigde ambtenaar de gevraagde vergunning onder voorwaarden.
  10. Nadat de Raad van State bij arrest nr. 241.942 van 26 juni 2018 een tegen het laatstgenoemde besluit gericht middel ernstig heeft bevonden, trekt de gemachtigde ambtenaar dit besluit op 19 oktober 2018 in.
  11. Op 26 oktober 2018 legt de aanvrager wijzigingsplannen neer, samen met een aangepast aanvraagformulier en een beschrijvende nota.
  12. Bij besluit van 24 december 2019 verleent de gemachtigde ambtenaar de gevraagde vergunning. Dit is het bestreden besluit. X-17.684-3/11 X-17.684-4/11 IV. Vraag tot samenvoeging en verwijzing
  13. In haar memorie van antwoord verzoekt de verwerende partij om de samenvoeging met de beroepen met rolnummers A. 230.360/XV-4.387 en A. 230.403/XV-4.393 en de verwijzing naar de tweetalige kamer. In haar laatste memorie insisteert de verwerende partij op haar vraag, daar voorkomen moet worden dat er tegenstrijdige uitspraken zouden zijn over, enerzijds het derde en het vierde middel in de onderhavige zaak en, anderzijds, de gelijkaardige middelen in de zaak A. 230.360/XV-4.
  14. In de zaken met rolnummers A. 230.360/XV-4.387 en A. 230.403/XV-4.393 is nog geen auditoraatsverslag opgesteld en wordt noch het hierna gegrond bevonden derde middel van de onderhavige zaak, noch een met dit middel gelijkaardig middel aangevoerd. Naar het oordeel van de Raad van State zou de gevraagde voeging en verwijzing niet in het belang zijn van een efficiënte afhandeling van de beroepen. V. Ontvankelijkheid De aangevoerde exceptie
  15. In haar memorie van antwoord werpt de verwerende partij als exceptie op dat de verzoekende partij niet aantoont dat zij over het rechtens vereiste belang beschikt. De verzoekende partij beweert wel dat het bestreden besluit een grote mobiliteitsimpact zal hebben voor haar bedrijf, maar stelt dit risico op een misleidende manier voor. De aanvoer naar dit bedrijf gebeurt immers voornamelijk met auto’s en bestelwagens en niet met grote vrachtwagens. Het merendeel van de afvoer verlaat dit bedrijf via het kanaal. Volgens de verwerende partij maakt de verzoekende partij niet aannemelijk dat de toegang tot haar bedrijf sowieso via de Havenlaan moet lopen, noch dat de verkeersdoorstroming zal verminderen. De verwerende partij stelt verder dat de actuele situatie amper X-17.684-5/11 verandert en dat de bedekking van de Havenlaan meer comfortabel zal worden voor vrachtwagens. Het beweerde belang van de verzoekende partij is hoogstens hypothetisch, en bovendien is het onrechtstreeks. Hetzelfde geldt wat de toegang voor hulpdiensten tot het bedrijfsterrein van de verzoekende partij betreft.
  16. In haar laatste memorie stelt de verwerende partij dat niet is aangetoond dat een eventuele toename van de transporttijd directe negatieve gevolgen zou hebben voor de bedrijfsprocessen van de verzoekende partij. Voorts zal de verdere verzadiging van de Havenlaan voortvloeien uit de ontwikkeling van sites zoals Tour en Taxi’s en niet uit het bestreden besluit. De verwerende partij voegt er aan toe dat het feit dat het vrachtverkeer dat momenteel gebruik maakt van de Havenlaan “doorverwezen” wordt naar de Groendreef, niet voortspruit uit het bestreden besluit, maar het logische gevolg is van het plan “Iris II”, waarin de Groendreef ingedeeld is als grootstedelijke weg. Beoordeling
  17. Uit de gegevens van de zaak blijkt dat de Groendreef opgesplitst is in een westelijke rijbaan en een oostelijke rijbaan, die van elkaar afgescheiden zijn door een verhoogde middenberm. Dat – zoals de verwerende partij suggereert – brandweerwagens over deze verhoogde middenberm kunnen rijden is mogelijk, maar het is hoe dan ook niet aannemelijk dat personenvoertuigen – inbegrepen deze van de hulpdiensten – en vrachtwagens dit zouden kunnen. Redelijkerwijze moet met de verzoekende partij worden aangenomen dat een substantieel deel van het personen- en vrachtverkeer dat vanuit het zuiden het bedrijf van de verzoekende partij wil bereiken, gebruik maakt van de Havenlaan, de Claessensstraat en de brug over het Vergotedok. Gelet op het voorgaande, doen de door de verwerende partij aangehaalde omstandigheden geen afbreuk aan het feit dat de verzoekende partij een rechtstreeks belang heeft bij het aanvechten van het bestreden besluit, waardoor de bestaande rijbaan van de Havenlaan met ongeveer vijf meter versmald wordt. X-17.684-6/11 De aangevoerde exceptie wordt verworpen. VI. Het derde middel Standpunt van de partijen 16.
  18. Het derde middel is onder meer genomen uit de schending van artikel 124 van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (hierna: BWRO) en uit de schending van het zorgvuldigheidsbeginsel als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur. 16.
  19. De verzoekende partij voert aan dat er ten onrechte geen voorafgaand advies werd ingewonnen van de dienst Brandweer en Dringende Medische Hulp (hierna: de urgentiedienst), terwijl het voor de openbare veiligheid absoluut noodzakelijk is dat de urgentiedienst en andere hulpdiensten vlot gebruik kunnen maken van een belangrijke verbindingsweg zoals de Havenlaan. De verzoekende partij is van mening dat hetgeen door het bestreden besluit werd vergund niet valt onder de lijst van handelingen en werken die vrijgesteld zijn van een voorafgaand advies. Zij voegt er aan toe dat alleen reeds op grond van het zorgvuldigheidsbeginsel een advies van de urgentiedienst had moeten worden ingewonnen, nu het gaat om de toegankelijkheid van de haven en industriezone langs het Vergotedok, waar er steeds een verhoogd risico op calamiteiten bestaat. 17.
  20. In haar memorie van antwoord citeert de verwerende partij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke regering van 10 juni 2004 ‘houdende vaststelling van de handelingen en werken die aan een stedenbouwkundige vergunning onderworpen zijn maar vrijgesteld van het voorafgaand advies, van het controlebezoek en van het gelijkvormigheidsattest van de Dienst voor Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp’ (hierna: het besluit van 10 juni 2004). Volgens de verwerende partij betreft het door het bestreden besluit vergunde de “aanleg van openbare […] ruimten”, die krachtens artikel 2, 3°, van het besluit van 10 juni 2004 vrijgesteld is van het advies van de urgentiedienst. X-17.684-7/11 17.
  21. Verder stelt de verwerende partij in haar memorie van antwoord dat de urgentiedienst die het terrein van de verzoekende partij wil bereiken geen enkele reden heeft om de Havenlaan te gebruiken en “meer waarschijnlijk de Groendreef [zal] nemen”. Volgens de verwerende partij zal de bestreden heraanleg de doorstroming van de urgentiedienst in de Havenlaan geenszins bemoeilijken, daar deze dienst “altijd zijn blauwe knipperlichten kan gebruiken”. 18.
  22. In haar laatste memorie voert de verwerende partij een exceptie van onontvankelijkheid van het middel aan. Zij stelt dat de verzoekende partij geen belang heeft bij het middel daar het bestreden besluit de toegankelijkheid van haar bedrijfsterrein niet aantast. 18.
  23. Ten gronde stelt de verwerende partij in haar laatste memorie dat de door het bestreden besluit vergunde werken ook vrijgesteld zijn van het advies van de urgentiedienst krachtens het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke regering van 18 oktober 2018 ‘houdende vaststelling van de handelingen en werken die aan een stedenbouwkundige vergunning onderworpen zijn maar vrijgesteld van het voorafgaand advies, van het controlebezoek en van het gelijkvormigheidsattest van de Dienst voor Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp’ (hierna: het besluit van 18 oktober 2018). De Havenlaan heeft momenteel nul rijstroken, daar op de rijbaan ervan geen strepen getrokken zijn. Ter uitvoering van het bestreden besluit zullen er strepen worden getrokken, zodat dit besluit leidt tot een vermeerdering – en dus geen vermindering – van het aantal rijstroken. In de wegcode wordt een rijstrook immers gedefinieerd als een deel van de rijbaan die in haar langsrichting verdeeld is door strepen. Beoordeling
  24. De door de verwerende partij in de laatste memorie aangevoerde exceptie van onontvankelijkheid wordt verworpen, al was het maar om de in randnummer 15 uiteengezette redenen. X-17.684-8/11
  25. Artikel 124, § 1, tweede lid, BWRO luidt, in zijn toepasselijke versie, als volgt: “Het aanvraagdossier bevat het voorafgaand advies van [de urgentiedienst], tenzij het betrekking heeft op handelingen en werken die er door de Regering van zijn vrijgesteld wegens hun geringe omvang.”
  26. Er moet worden vastgesteld dat het besluit van 10 juni 2004 opgeheven is door artikel 3 van het op 1 januari 2019 in werking getreden besluit van 18 oktober
  27. Artikel 2, 3°, tweede lid, d), van het te deze toepasselijke besluit van 18 oktober 2018 bepaalt dat er een voorafgaand advies van de urgentiedienst moet worden ingewonnen voor handelingen en werken die strekken tot een “vermindering van het aantal rijstroken”. In de aanhef van het besluit van 18 oktober 2018 wordt het volgende gesteld: “Dat huidige besluit tot doel heeft de lijst met vrijstellingen voorzien in het besluit van 10 juni 2004 te actualiseren, op basis van de ervaring van [de urgentiedienst], aangezien de ervaring heeft aangetoond dat sommige elementen van de lijst tot problematische situaties leidden, met betrekking tot de afwezigheid van het voorafgaand advies van [de urgentiedienst] over de projecten […] voor de inrichting van wegen […] wat toegangsmoeilijkheden kan veroorzaken voor de hulpvoertuigen.”
  28. Gelet op de in de hiervoor geciteerde aanhef uitgedrukte doelstelling, moet het begrip “rijstrook” in het besluit 18 oktober 2018 ruim worden uitgelegd als zijnde een strook van een rijbaan die breed genoeg is voor de doorstroming van gemotoriseerd verkeer. De feitelijke afwezigheid van strepen op het wegdek verhindert dus niet dat een rijbaan uit meerdere aldus begrepen rijstroken kan bestaan.
  29. Er dient te worden vastgesteld dat het bestreden besluit de bestaande rijbaan van de Havenlaan met ongeveer vijf meter versmalt, wat leidt tot X-17.684-9/11 een vermindering van het aantal rijstroken. Aan deze laatste vaststelling wordt geen afbreuk gedaan door de door de verwerende partij ingeroepen omstandigheden, die aangehaald zijn in randnummer 17.2 hiervoor.
  30. De conclusie is dat het ten onrechte is dat voorafgaandelijk aan het bestreden besluit geen advies van de urgentiedienst werd ingewonnen.
  31. Het middel is in de aangegeven mate gegrond. BESLISSING
  32. De Raad van State vernietigt het besluit van de gemachtigde ambtenaar van de Brusselse Hoofdstedelijke regering van 24 december 2019 houdende toekenning van een stedenbouwkundige vergunning aan de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel – Brussel Mobiliteit voor de herinrichting van de Havenlaan en de Claessensstraat te Brussel en Sint-Jans-Molenbeek.
  33. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. X-17.684-10/11 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien november tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.684-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.252.162 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.