← België

Arrest 252201 - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan - 24/11/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 november 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.252.201 Rolnummer: A. 234996/IX-9971 Zaak: Arrest 252201 - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan - 24/11/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-11-25 Raadplegingen: 77 - laatst gezien 2026-06-11 19:02 Fiche Arrest nr 252.201 van 24 november 2021 Openbaar ambt - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 252.201 van 24 november 2021 in de zaak A. 234.996/IX-9971 In zake: Patrick VANDENBERGHE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kristien Vanderheiden kantoor houdend te 3000 Leuven Diestsevest 47 bus 001 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Defensie -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 12 november 2021, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van: “- het Koninklijk Besluit nr. 3648 van 25 september 2021 houdende benoemingen in de hogere graad in de categorie van de beroepsofficieren, in de vakrichting ‘informatievergaring’; - het Koninklijk Besluit nr. 3649 van 25 september 2021 houdende benoemingen in de hogere graad in de categorie van de beroepsofficieren, in de vakrichting ‘technieken van communicatie- en informatiesystemen’; en - het Koninklijk Besluit nr. 3650 van 25 september 2021 houdende benoemingen in de hogere graad in de categorie van de beroepsofficieren, in de vakrichting ‘militaire en burgergenie’; (…) - het verslag van 7 september 2021 van het bevorderingscomité Landmacht GP VR OFFR 3 (CI, CT, EN) => Landmacht – groep 3 (vakrichting “Technieken van communicatie- en informatiesystemen" (CT), “Informatievergaring” (CI) en “Militaire en burgergenie” (EN) kandidaturen in de graad van luitenant-kolonel (…) en - de impliciete weigeringsbeslissing die, volgend uit voornoemde besluiten en beslissingen, majoor militair administrateur Patrick IX-9971-1/13 VANDENBERGHE niet benoemt in de hogere graad in de categorie van de beroepsofficieren, in de vakrichting ‘technieken van communicatie- en informatiesystemen’.” II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op maandag 22 november 2021, om 11.45 uur. Staatsraad Bruno Seutin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Kristien Vanderheiden, die verschijnt voor de verzoekende partij en luitenant Pieter-Jan Tuts, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Geert Debleeckere heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten 3.
  4. Verzoeker is beroepshoofdofficier bij Defensie (landmacht). Hij is bekleed met de graad van majoor militair administrateur en ingeschreven in de vakrichting “Technieken van informatie- en communicatiesystemen” (“CT”). 3.
  5. Met toepassing van het koninklijk besluit van 7 april 1959 ‘betreffende de stand en bevordering van de beroepsofficieren’ wordt in 2020 de IX-9971-2/13 procedure aangevat voor de organisatie van bevorderingscomités beroepshoofdofficieren in
  6. Verzoeker postuleert voor de graad van luitenant-kolonel. Uit de lijst van de kandidaten luitenant-kolonels van de Landmacht – groep 3 – vakrichting ‘Technieken van communicatie- en informatiesystemen’ (CT), ‘informatievergaring’ (Cl) en ‘Militaire en burgergenie’ (EN) – blijkt dat er 57 kandidaten zijn (CT 29, CI 7 en EN 21). Verzoeker staat als eerste gerangschikt op de lijst CT. Hij heeft de hoogste anciënniteit in graad in deze vakrichting. 3.
  7. Op 10 november 2020 ontvangt verzoeker een afschrift van de beoordeling vanwege kolonel van het vliegwezen M.L., Managing Director bij de Belgian Pipeline Organisation (BPO) in het kader van de bevorderingsvoordracht luitenant-kolonel voor het bevorderingscomité
  8. Verzoeker krijgt een gunstig advies en een ‘zeer goed’ voor alle zes criteria. 3.
  9. Op 25 november 2020 ontvangt verzoeker een afschrift van de beoordeling vanwege Divisieadmiraal Y. D., chef van de Divisie Systems, ressorterende onder de algemene directie Material Resources, in het kader van de bevorderingsvoordracht luitenant-kolonel voor het bevorderingscomité
  10. Verzoeker krijgt opnieuw een gunstig advies en een ‘zeer goed’ voor alle zes criteria. 3.
  11. Op 4 april 2021 wordt via de nieuwsbrief news@Defence de lijst van kandidaten voor het bevorderingscomité ‘hoofdofficieren september 2021’ bekend gemaakt. 3.
  12. Op 4 augustus 2021 verklaart de minister van Defensie zich akkoord met de organisatie van het bevorderingscomité ‘hoofdofficieren september 2021’. IX-9971-3/13 3.
  13. Op 7 september 2021 beveelt het bevorderingscomité ‘hoofdofficieren luitenant-kolonel Landmacht GP VR OFFR 3 (CI, CT, EN)’ veertien majoors in voormelde vakrichtingen aan de minister van Defensie aan voor bevordering in de hogere graad van luitenant-kolonel, nadat de minister eerder veertien plaatsen had geopend in deze vakrichtingengroep. Verzoeker eindigt op de 31ste plaats. 3.
  14. Op 8 september 2021 wordt, via de nieuwsbrief news@Defence, de lijst bekendgemaakt van de kandidaten die door het bevorderingscomité ‘hoofdofficieren september 2021’ gunstig zijn voorgedragen aan de minister van Defensie. 3.
  15. Op 8 september 2021 deelt de algemene directie Human Resources aan verzoeker mee dat het bevorderingscomité ‘hoofdofficieren september 2021’ hem niet batig heeft gerangschikt en dat het niet mogelijk is geweest hem voor de hogere graad aan te bevelen, maar dat het uiteindelijke keuzerecht toekomt aan de koning. Dat is de vierde bestreden beslissing. Er wordt aan verzoeker ook nog medegedeeld dat hij voor verdere informatie contact kan opnemen met zijn individuele inspecteur (officier belast met de voordracht van de kandidaturen-OBVK) bij de algemene directie Human Resources. 3.
  16. De minister van Defensie sluit zich aan bij de aanbeveling van het bevorderingscomité ‘hoofdofficieren september 2021’. Bij koninklijk besluit nr. 3648 van 25 september 2021worden majoor militair administrateur L.C. en majoor stafbrevethouder C.D. (vakrichting informatievergaring) tot luitenant-kolonel benoemd. IX-9971-4/13 Dat is het eerste bestreden besluit. Bij koninklijk besluit nr. 3649 van 25 september 2021 worden de majoors J.V. en P.L., de majoor militair administrateur O.D.W., de majoors ingenieur van het militair materieel S.A., B.C. en T.B., de majoors stafbrevethouder T. F. en S.C. (vakrichting Technieken van communicatie- en informatiesystemen) tot luitenant-kolonel benoemd. Dat is het tweede bestreden besluit. Bij koninklijk besluit nr. 3650 van 25 september 2021worden de majoors D.L., E.S., C.C. en E.S. (vakrichting Militaire en burgergenie) tot luitenant-kolonel benoemd. Dat is het derde bestreden besluit. IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  17. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. V. Uiterst dringende noodzakelijkheid
  18. Verzoeker motiveert de uiterst dringende noodzakelijkheid van zijn zaak als volgt: IX-9971-5/13 “Verzoekende partij verwijst, voor wat betreft de verantwoording van de vernietiging van de bestreden besluiten, naar hetgeen hierna wordt toegelicht. […] Verzoekende partij wijst op het feit dat zij, zelfs door middel van de gewone procedure tot schorsing en vernietiging van de bestreden beslissing, onherroepelijke en onherstelbare schade zal lijden. Doordat verzoekende partij de toegang tot de graad van luitenant-kolonel reeds is ontzegd, wordt hij onmiddellijk in zijn morele en professionele belangen geschaad.
  19. I.c. moet worden vastgesteld dat de verzoekende partij voor de zevende keer deelneemt aan de bevorderingsronde voor luitenant-kolonel, dat het vanuit statutair oogpunt om zijn laatste kans gaat, en dat hij binnen de volledige groep 3 over de hoogste graadanciënniteit beschikt en ook als eerste voorkomt op de lijst van kandidaten die aan de bevorderingsronde deelnamen […]. Bovendien heeft de verzoekende partij van zijn hiërarchische overheden een advies “zeer goed” met lovende kritiek gekregen[…]. In deze omstandigheden tast het voorbijgaan aan zijn kandidatuur zijn imago zeer sterk aan. Ook Uw Raad oordeelt in een bij deze feiten nauw aansluitend arrest van 25 september 2006 dat omwille van de specifieke redenen van de zaak verzoekende partij niet langer dan strikt noodzakelijk dient te wachten om zijn geschil met het bestuur definitief beslecht te zien: ‘Te dezen moet vastgesteld worden dat de verzoeker voor de vijfde keer deelneemt aan de bevorderingsronde voor majoor, dat het vanuit statutair oogpunt om zijn laatste kans gaat, en dat hij binnen zijn korps over de hoogste graadanciënniteit beschikt en daarom als eerste voorkwam op de lijst van kandidaten die aan de bevorderingsronde deelnamen. Bovendien heeft de verzoeker van zijn hiërarchische meerderen een advies “zeer goed” met lovende kritiek gekregen. In die omstandigheden voert de verzoeker terecht aan dat het voorbijgaan aan zijn kandidatuur zijn imago sterk aantast. Omwille van deze specifieke redenen dient de […] verzoeker niet langer dan strikt noodzakelijk te wachten om zijn geschil met het bestuur definitief beslecht te zien. Op grond van deze beschouwingen aanvaardt de Raad van State dat er te dezen een moeilijk te herstellen ernstig nadeel is’. De verzoekende partij kan op dit ogenblik ook geen andere professionele keuze maken, nu hij gerechtigd is de focus op de graad van luitenant-kolonel vooralsnog te behouden en er geen enkele andere graad is die zijn verlies van die graad kan goedmaken, of zelfs maar verminderen. Hij kan de verloren graad op geen enkele doelgerichte wijze opvangen of compenseren.
  20. Indien verzoekende partij de gewone procedure tot schorsing volgt staat het vast dat er over de vordering allerminst snel eindoordeel wordt geveld. Iedere dag dat verzoekende partij niet benoemd is in de graad van luitenant-kolonel wordt hij de mogelijkheid ontnomen om zich professioneel (verder) te ontwikkelen in de door hem vooropgestelde graad. Van verzoekende partij kan niet worden verwacht dat hij blijft stilzitten en een gewone schorsingsprocedure afwacht, daar waar elke dag waarop hij IX-9971-6/13 niet benoemd is, hem in zijn belangen schaadt. Verzoekende partij heeft het recht om zo snel mogelijk een definitieve uitspraak te hebben. Zodoende krijgt hij, los van het resultaat, duidelijkheid en kan hij zich verder oriënteren in zijn professionele carrière zonder enige hangende onzekerheid. Alsook bestaat de kans dat bij een vernietiging van de bestreden besluiten en beslissingen de bevorderingsprocedure zal moeten worden overgedaan. De goede rechtsbedeling die efficiëntie en opportuniteit in zich draagt, staat er echter aan in de weg dat i.c. de gewone schorsingsprocedure zal worden toegepast, omdat er daardoor kostbare tijd zal verloren gaan. Zodoende zullen de in het geding zijnde belangen te lang aan onnodige schade worden blootgesteld.
  21. Deze vaststaande onomkeerbare belemmering brengt niet alleen schade toe aan het persoonlijk belang van verzoekende partij, maar ook aan het belang van de dienst, meer bepaalde aan de continuïteit, de kwaliteit en de efficiëntie ervan. Indien uit een nieuwe beslissing blijkt dat de rangschikking anders moet worden opgemaakt en dat andere kandidaten nu wel batig gerangschikt zijn, zal de continuïteit, de kwaliteit en de efficiëntie van de dienst geschaad zijn. Omdat de dienst niet meer zal kunnen beschikken over de opgedane kennis, ervaring van de oorspronkelijk benoemde kandidaat. De nieuw benoemde kandidaat zal zijn kennis en ervaring in deze geleidelijk aan moeten opbouwen in functie van de kwaliteit en de continuïteit van de dienst. Het betreft echter een ‘terug naar af’-scenario waarbij vanuit de dienst nieuwe, in dit geval dubbele, inspanningen moeten worden geleverd om de nieuw benoemde kandidaat van de nodige informatie en inwerkingstijd te voorzien, daar waar dat ook reeds het geval was voor de oorspronkelijk benoemde kandidaat. Ook de oorspronkelijk benoemde kandidaat die eerst wel batig gerangschikt is en nu niet meer, heeft evident een belang bij een snelle en efficiënte afhandeling van de zaak om, net zoals verzoekende partij, zekerheid te hebben in de verdere oriëntatie van zijn of haar professionele carrière. Naast het moreel belang bij het verhinderen van de imagoschade is ook het verlies van een kans op benoeming, daarmee gepaard gaand het verlies van een jaar opleiding/werk in een hogere graad, i.c. zelfs het nooit meer kunnen meedingen in een bevorderingsprocedure voor luitenant-kolonel, een geldig motief van spoedeisendheid UDN. Het betreft een dreigend nadeel waarvoor een gewone schorsingsprocedure onherroepelijk te laat zou komen om het nadeel op te vangen of de belangen van de verzoekende partij veilig te stellen. Dit naar analogie met het verlies van een opleidingsjaar op school: ‘Verzoeker beroept zich terecht op de vaste rechtspraak van de RvS dat het dreigende verlies van een schooljaar een nadeel uitmaakt dat met een gewone schorsingsprocedure niet tijdig kan worden afgewend. Voorts kan bezwaarlijk worden betwist dat verzoeker op 6 september 2021, de twaalfde dag nadat de BB hem is betekend, met gepaste voortvarendheid zijn vordering tot schorsing bij UDN bij de RvS heeft ingesteld. Aan de IX-9971-7/13 schorsingsvoorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid is derhalve voldaan’. Het uiterst dringende karakter van de zaak is meteen duidelijk. De verzoekende partij toont dit aan. Met precieze en concrete gegevens maakt de verzoekende partij het aannemelijk dat de schorsing van de tenuitvoerlegging, indien ze pas na het afwikkelen van de gewone schorsingsprocedure zou worden uitgesproken, onherroepelijk te laat zou komen om haar nadeel op te vangen of haar belangen veilig te stellen. Verzoekende partij gaat procesdiligent te werk. De koninklijke besluiten, die ook de impliciete weigeringsbeslissing in zich dragen, worden op 29 oktober 2021 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Het beroep wordt op 12 november 2021 ingediend. Het kan bezwaarlijk worden betwist dat verzoekende partij, de veertiende dag nadat hij kennis heeft genomen van de definitieve weigeringsbeslissing, met gepaste voortvarendheid zijn vordering tot schorsing bij UDN bij de RvS heeft ingesteld. Verzoekende partij heeft aan de bevoegde overheid een aantal dagen de tijd gegund om het persoonlijk dossier met daarin de motieven van de beslissing aan hem over te maken, quod non. Ook vanuit dat opzicht is het indienen op de veertiende dag na kennisname van de definitieve weigeringsbeslissing helemaal niet laattijdig. Verzoekende partij geeft blijk van de nodige diligentie, alertheid en spoed. De gevorderde schorsing is uiterst dringend noodzakelijk.” Beoordeling
  22. Er moet worden aan herinnerd dat de toepassing van de proce-dure ‘bij uiterst dringende noodzakelijkheid’ een ernstige verstoring teweegbrengt in het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State, dat ze de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een strikt minimum beperkt en de uitoefening van de rechten van verdediging van de verwerende partij aanzienlijk in het gedrang brengt. De aanwending van die procedure moet dan ook zeer uitzonderlijk blijven in die zin dat ze slechts mag worden aangewend in die enkele gevallen dat door de verzoekende partij op een duidelijke en onomstootbare wijze wordt aangetoond dat de zaak uiterst dringend is. Luidens artikel 16, § 1, eerste lid, 7°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de IX-9971-8/13 Raad van State’ bevat het verzoekschrift waarin de uiterst dringende noodzake-lijkheid wordt aangevoerd, daartoe “een uiteenzetting van de feiten die de uiterst dringende noodzakelijkheid rechtvaardigen”. Dit betekent dat een verzoekende partij aan de hand van precieze en concrete gegevens in haar inleidend verzoekschrift aannemelijk moet maken dat de schorsing van de tenuitvoerlegging, indien ze pas na het afwikkelen van een gewone schorsingsprocedure zou worden uitgesproken, onherroepelijk te laat zou komen om het nadeel op te vangen dat haar ingevolge de onmiddellijke tenuit-voerlegging van de bestreden beslissing treft of dreigt te treffen. Maar er is meer. Immers, niet anders dan het geval is in een gewone schorsingsprocedure, is vereist dat de verzoekende partij het resultaat van de procedure ten gronde niet kan afwachten, op gevaar af zich in een toestand te bevinden waarin schadelijke gevolgen van de bestreden beslissing niet meer door een eventueel vernietigingsarrest of in het kader van het rechtsherstel na een dergelijk arrest kunnen worden goedgemaakt. 7.
  23. Verzoeker voert in dit geval vooreerst aan dat de bestreden be-sluiten het hem onmogelijk maken nog in de graad van luitenant-kolonel benoemd te worden vermits het zijn laatste kans betrof. Dat standpunt kan niet worden bijgevallen. Ingevolge het beroep tot nietigverklaring zijn de bestreden besluiten niet definitief. Bij een vernietiging van de bestreden besluiten, zal de verwerende partij ertoe gehouden zijn rechts-herstel te verlenen, hetgeen onder meer impliceert dat verzoeker bij een herneming van de bevorderingsprocedure alsnog kan worden voorgedragen en met terugwerkende kracht in de graad van luitenant-kolonel kan worden benoemd. 7.
  24. Verzoeker argumenteert voorts dat hij door de bestreden besluiten “onmiddellijk in zijn morele en professionele belangen [wordt] geschaad”. IX-9971-9/13 Mogelijk wordt dit door verzoeker subjectief als zodanig ervaren, maar hij maakt niet aan de hand van objectieve elementen aannemelijk dat het aangevoerde nadeel niet afdoende zou kunnen worden verholpen door een eventuele schorsing van de bestreden beslissing in het kader van een gewone schorsingsprocedure of zelfs door een eventueel vernietigingsarrest. 7.
  25. Verzoeker voert ook aan dat zijn imago sterk wordt aangetast door het voorbijgaan aan zijn kandidatuur, omdat hij over de grootste graadanci-enniteit beschikt, omdat hij gunstige adviezen van zijn hiërarchische oversten heeft gekregen en omdat het zijn laatste kans op bevordering was. Een verzoekende partij die een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wenst te bekomen, moet aantonen dat hij zich in een toestand met onherroepelijke schadelijke gevolgen zal bevinden wanneer de definitieve be-slechting van een geschil moet worden afgewacht. Daargelaten de vraag of de hiervóór aangehaalde elementen aantonen dat het imago van verzoeker er sterk door wordt aangetast, lijkt het in ieder geval zo dat dit geen onherroepelijk schadelijk gevolg is vermits dit in voorkomend geval door de vernietiging van de bestreden besluiten ongedaan kan worden gemaakt. 7.
  26. Voor zover verzoeker aanvoert dat hij ingevolge de bestreden besluiten geen andere professionele keuze kan maken en dat hij de verloren graad op geen enkele doelgerichte wijze kan opvangen of compenseren, is dit een niet meteen duidelijk argument. Zo begrepen dat verzoeker beoogt aan te voeren dat hij geen andere met de graad van luitenant-kolonel gelijkgestelde functie kan uitoefenen, moet erop worden gewezen dat elke deelnemer aan een selectieprocedure rekening moet houden met de kans of het risico dat hij niet geschikt wordt bevonden voor de IX-9971-10/13 geambieerde betrekking en dat hij in voorkomend geval een andere wending aan zijn loopbaan moet geven. Dit gegeven op zich toont niet aan dat verzoeker daardoor in omstandigheden verkeert die de zaak uiterst dringend maken. 7.
  27. Het argument van verzoeker dat in een gewone schorsingspro-cedure geen “snel eindoordeel wordt geveld” en dat hij in zijn belangen wordt geschaad elke dag dat hij niet benoemd is, toont enkel aan dat verzoeker belang heeft bij zijn beroep. Hoewel iedereen recht heeft op een snelle definitieve uitspraak, moet een verzoeker die een uitspraak wil versnellen, aantonen aan de hand van precieze en concrete elementen dat hij zich, bij ontstentenis van een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, in een toestand met onherroepelijke schadelijke gevolgen zal bevinden. In casu ontbreken die precieze en concrete elementen. 7.
  28. In de mate dat verzoeker argumenteert dat bij een eventuele vernietiging de kans bestaat dat de bevorderingsprocedure moet worden overgedaan, hetgeen niet in het belang is van de benoemde kandidaten omdat dit tot gevolg kan hebben dat dan andere kandidaten batig worden gerangschikt, noch in het belang van de goede werking van de dienst, is dit geen argument dat kan worden ingeroepen ter staving van de uiterst dringende noodzakelijkheid. De uiterst dringende noodzakelijkheid kan immers enkel worden aangetoond met verwijzing naar de nefaste gevolgen die verzoeker persoonlijk ondergaat ingevolge de uitvoering van de bestreden besluiten. Gevolgen voor derden, zoals in casu voor de benoemde kandidaten en de verwerende partij, kunnen dit niet aantonen. 7.
  29. Verzoeker voert ook aan dat ingevolge de bestreden besluiten er “ook het verlies [is] van een kans op benoeming, daarmee gepaard gaand het verlies van een jaar opleiding/werk in een hogere graad”. Hij verwijst daarbij naar de rechtspraak van de Raad van State in verband met “het verlies van een opleidingsjaar op school”. IX-9971-11/13 Verzoeker gaat er echter aan voorbij dat bij een vernietiging van de bestreden besluiten – zoals hiervóór sub 7.1 is uiteengezet – de verwerende partij ertoe gehouden zal zijn rechtsherstel te verlenen, hetgeen onder meer impliceert dat verzoeker bij een herneming van de bevorderingsprocedure alsnog kan worden voorgedragen en met terugwerkende kracht in de graad van luitenant-kolonel kan worden benoemd. Bij de vernietiging van een beslissing die het verlies van een schooljaar tot gevolg heeft daarentegen, is dit niet het geval; daar is een tijdige uitspraak de enige mogelijkheid om het verlies van een schooljaar te voorkomen. 7.
  30. In zoverre verzoeker ten slotte nog aanvoert dat hij voldoende diligent heeft gehandeld door zijn vordering bij uiterst dringende noodzakelijkheid in te dienen op 12 november 2021, hetzij binnen veertien dagen na de bekendma-king van de besluiten in het Belgisch Staatsblad, kan hij worden bijgevallen, in acht genomen dat hij ook in die tussenperiode aan de minister van Defensie heeft gevraagd naar de motieven van de bestreden besluiten – wat dit laatste betreft echter zonder resultaat. Dat verzoeker diligent heeft gehandeld doet evenwel geen af-breuk aan de vaststelling dat hij geen concrete elementen aanbrengt die de uiterst dringende noodzakelijkheid van zijn vordering aantonen.
  31. Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden toegewezen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. IX-9971-12/13 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vierentwintig november tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bruno Seutin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Bruno Seutin IX-9971-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.252.201 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.125 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.