id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 december 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.252.318 Rolnummer: A. 230858/X-17721 Zaak: Arrest 252318 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 03/12/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-12-10 Raadplegingen: 75 - laatst gezien 2026-06-12 14:53 Fiche Arrest nr 252.318 van 3 december 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 252.318 van 3 december 2021 in de zaak A. 230.858/X-17.721 In zake : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Paul Aerts kantoor houdend te 9000 Gent Coupure 5 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de GEMEENTE RAVELS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Thomas Ryckalts kantoor houdend te 1000 Brussel Wolvengracht 38 bus 2 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 24 april 2020, strekt tot de nietigverklaring van: “
- Het besluit van 25 februari 2020 van de Gemeente Ravels waarbij de Gemeente Ravels geen rekening heeft gehouden met de op 3 februari 2020 overeenkomstig art. 2.2.16 VCRO genomen schorsingsbeslissing van de Vlaamse Regering.
- Het besluit van de Gemeenteraad van de Gemeente Ravels van 9 december 2019 houdende definitieve vaststelling van het gRUP ‘Zonevreemde bedrijven fase 4’.” II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. X-17.721-1/12 Eerste auditeur An Van den broeck heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 november
- Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Paul Aerts, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Thomas Ryckalts, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur An Van den broeck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Op 19 februari 2018 wordt een plenaire vergadering gehouden over het voorontwerp van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Zonevreemde bedrijven fase 4’ (hierna: het gemeentelijk RUP). 3.
- Op 8 januari 2018 besluit de dienst Milieueffectrapportage van de Vlaamse overheid (hierna: de dienst Mer) dat de opmaak van een planmilieueffectrapport (hierna: plan-MER) niet nodig is. 3.
- Op 4 februari 2019 stelt de gemeenteraad van de gemeente Ravels het ontwerp van het gemeentelijk RUP voorlopig vast. X-17.721-2/12 3.
- Tijdens het openbaar onderzoek dat van 18 maart 2019 tot en met 16 mei 2019 over het ontwerp van het gemeentelijk RUP wordt gehouden, worden elf bezwaarschriften ingediend en brengt de provincie Antwerpen een advies uit. 3.
- In haar zitting van 6 juni 2019 bespreekt de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (hierna: de Gecoro) de bezwaren en brengt zij een voorwaardelijk gunstig advies uit. 3.
- Op 9 december 2019 stelt de gemeenteraad van de gemeente Ravels het gemeentelijk RUP definitief vast. Dit is het tweede bestreden besluit. 3.
- Met een aangetekende brief van 24 december 2019 maakt de gemeente Ravels het tweede bestreden besluit aan het departement Omgeving, Ruimte Vlaanderen en de provincie Antwerpen over. 3.
- Bij besluit van 3 februari 2020 schorst de Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme de uitvoering van het tweede bestreden besluit (hierna: het schorsingsbesluit van 3 februari 2020). 3.
- Het voormelde schorsingsbesluit wordt per aangetekende brief van 4 februari 2020 aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Ravels overgemaakt. 3.
- Op 25 februari 2020 richt de gemeente Ravels een schrijven aan de verzoekende partij waarbij meegedeeld wordt dat geen gevolg wordt gegeven aan het onder randnummer 3.8 vermelde schorsingsbesluit van 3 februari 2020, gelet op de laattijdigheid van deze beslissing. Dit is het eerste bestreden besluit. X-17.721-3/12 3.
- Het tweede bestreden besluit wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 3 maart
- IV. Onderzoek van het eerste middel Standpunt van de partijen 4.
- De verzoekende partij voert in een eerste middel de schending aan van de artikelen 2.2.15, 2.2.16, §§ 1 en 3, en 2.2.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (hierna: VCRO) en van het zorgvuldigheids-, rechtszekerheids- en materiëlemotiveringsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Zij zet uiteen dat zij op 3 januari 2020 kennis kreeg van het tweede bestreden besluit en dat de uitvoering daarvan werd geschorst met het schorsingsbesluit van 3 februari
- Dit schorsingsbesluit werd ter kennis gebracht van de verwerende partij met een aangetekende zending van 4 februari
- Met een schrijven van 25 februari 2020, ontvangen op 2 maart 2020, deelt de verwerende partij haar mee dat zij alsnog zal overgaan tot de publicatie van het tweede bestreden besluit in het Belgisch Staatsblad, daar het schorsingsbesluit laattijdig is. Volgens de unieke barcode van de beveiligde zending zou de zending met het tweede bestreden besluit uitgereikt zijn op 27 december 2019, midden in het kerstverlof. Aangezien verzoeksters gebouwen op dat ogenblik gesloten waren, is dit echter onmogelijk. Bpost bevestigt dit in een mail van 5 maart
- Uit deze mail blijkt dat de info op basis van de unieke barcode geenszins klopt. Bpost erkent dat zij de beveiligde zending tijdens het kerstverlof in bewaring had en stelt dat zij deze pas na de feestdagen heeft bezorgd. De bezorging op de eerstvolgende werkdag is evenwel onmogelijk, nu het onthaal van het departement Omgeving op tweede nieuwjaarsdag nog steeds gesloten was. Het is pas op 3 januari 2020 dat de zending door haar diensten is afgetekend. Bpost kan echter niet achterhalen wanneer de effectieve bezorging zou zijn gebeurd, nu deze gegevens niet zijn opgeslagen. De verzoekende partij meent dat de effectieve bezorging van de beveiligde zending op 3 januari 2020 heeft plaatsgehad. X-17.721-4/12 De schorsingstermijn van 30 dagen kon echter de dag na de voormelde ontvangst van de zending niet ingaan, nu de gemeente Ravels heeft nagelaten om het volledige advies van de Gecoro over te maken. De verwerende partij heeft de bespreking van de adviezen en bezwaren pas na herhaaldelijk aandringen overgemaakt, met een mail van 21 januari
- Ook het door de gemeente Ravels betekende gemeentelijk RUP was onvolledig. De kaartenbundel, de beslissing over de milieueffectbeoordeling en het register over de bestemmingswijzigingen ontbraken. De verzoekende partij heeft deze pas met een mailbericht van 23 januari 2020 ontvangen. Aangenomen moet worden dat de vervaltermijn om een schorsingsbesluit te nemen slechts ingaat wanneer de aangetekende zending correct en volledig is gebeurd. Aangezien zij pas over het volledige dossier beschikte op 23 januari 2020, en hoewel het volledige dossier werd overgemaakt per mail en niet per aangetekende zending zoals vereist door de VCRO, kan worden aangenomen dat de vervaltermijn slechts een aanvang nam op 24 januari 2020, om te eindigen op 23 februari
- Zij voegt hier nog aan toe dat de regelgever geen sanctie verbindt aan het feit dat de kennisgeving van het schorsingsbesluit aan de verwerende partij buiten deze termijn is gebeurd. 4.
- De verwerende partij stelt in haar memorie van antwoord dat navraag bij Bpost leert dat de beveiligde zending op 27 december 2019 afgeleverd werd op het adres van Ruimte Vlaanderen. Het feit dat de Vlaamse administratie gesloten was op het ogenblik dat de beveiligde zending afgeleverd werd, doet geen afbreuk aan het feit dat de zending regelmatig werd aangeboden op 27 december
- De termijn van dertig dagen begint zodoende te lopen op 28 december
- De e-mail van Bpost die de verzoekende partij bijbrengt, is volgens de verwerende partij strijdig met het bewijs van aflevering van de zending op 27 december 2019, en is allerminst van aard om afbreuk te doen aan de vaste rechtspraak van de Raad van State dat het “bezorgen” van een aangetekende zending regelmatig geschiedt door het achterlaten van een bericht van de aangetekende zending in de brievenbus. Maar zelfs indien de zienswijze van de verzoekende partij bijgetreden zou worden, dient vastgesteld te worden dat Bpost expliciet aangeeft dat de zending minstens op 2 januari 2020 overhandigd werd. Dit heeft tot gevolg dat het schorsingsbesluit van 3 februari 2020 nog steeds laattijdig is. De termijn X-17.721-5/12 van dertig dagen zou dan immers een aanvang nemen op 3 januari 2020, zodat 1 februari 2020 de laatste dag van de termijn is. Het is niet omdat het onthaal van het departement Omgeving op tweede nieuwjaarsdag gesloten was, dat de postdiensten verhinderd waren om de zending op 2 januari 2020 te betekenen. Zelfs indien de aanbieding pas op 3 januari 2020 zou zijn gebeurd, is de laatste dag van de dertigdagentermijn 2 februari 2020 en is de schorsingsbeslissing van 3 februari 2020 nog steeds te laat genomen. Het feit dat 2 februari 2020 een zondag is, doet de vervaldag niet verplaatsen naar de eerste nuttige werkdag, dit is 3 februari 2020, nu geen enkele decretale bepaling in een verlenging voorziet. De verwerende partij besluit dat in elk van de geschetste scenario’s de schorsingsbeslissing van de verzoekende partij van 3 februari 2020 laattijdig is genomen. Volledigheidshalve merkt zij op dat binnen de termijn van dertig dagen niet alleen het schorsingsbesluit moet genomen zijn, maar dat dit besluit tevens per beveiligde zending ter kennis dient te zijn gebracht. In het verzoekschrift wordt expliciet toegegeven dat het schorsingsbesluit van 3 februari 2020 slechts op 4 februari 2020 per aangetekende zending werd verzonden. De bewering van de verzoekende partij dat het aan haar bezorgde dossier onvolledig was, wordt niet bewezen. Dat een gemeentelijke ambtenaar de vermeend “ontbrekende” stukken aan de verzoekende partij per e-mail heeft bezorgd, houdt nog geen erkenning van een niet-rechtsgeldige betekening in. Gelet op het adagium “actori incumbit probatio”, dient de verzoekende partij aan te tonen dat zij niet de vereiste documenten heeft ontvangen. Maar zelfs indien de kwestieuze documenten ontbraken, hebben deze geen enkele invloed gehad op de mogelijkheid van de verzoekende partij om het gemeentelijk RUP te beoordelen en haar schorsingsbevoegdheid met kennis van zaken uit te voeren. Dit komt volgens de verwerende partij ook tot uiting in de argumentatie van het schorsingsbesluit van 3 februari
- In het licht van deze motivering wordt niet ingezien welke belangenschade de verzoekende partij geleden zou hebben doordat zij niet onmiddellijk over het volledige advies van de Gecoro zou hebben beschikt. Wat de afwezigheid van de beslissing van de dienst Mer over de milieueffectbeoordeling betreft, wijst de verwerende partij erop dat X-17.721-6/12 deze beslissing gepubliceerd wordt in de MER-databank. Bovendien valt deze dienst onder de bevoegdheid van de verzoekende partij. De verwerende partij stelt verder niet in te zien in welke mate de verzoekende partij, die niet de plannende overheid is, belang heeft bij de overmaking van het register van de bestemmingswijzigingen, gelet op het feit dat de planschadevergoeding verschuldigd is door de overheid die het RUP opmaakt. De verzoekende partij kon ook zonder dit register de inhoud van het gemeentelijk RUP beoordelen. Gelet op de niet-tijdige schorsing van de tweede bestreden beslissing, kon zij terecht besluiten tot publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad. 4.
- De verzoekende partij stelt in haar memorie van wederantwoord dat uit de verklaring van Bpost van 5 maart 2020 volgt dat de zending niet werd afgegeven en dat op 27 december 2019 geen bericht van afgifte op het adres van de Vlaamse administratie werd achtergelaten. De zending werd pas de eerste maal aangeboden op 3 januari
- De schorsingstermijn kon derhalve ten vroegste vanaf 4 januari 2020 aanvangen. De verzoekende partij erkent dat zelfs dan het schorsingsbesluit van 3 februari 2020 mathematisch te laat zou zijn, maar meent dat dit te dezen niet relevant en zeker niet decisief is voor de beoordeling van de rechtsgeldigheid van haar schorsingsbesluit van 3 februari 2020, omdat de aangetekende zending van 24 december 2019 onvolledig was. De verwerende partij kan niet ernstig voorhouden dat de onvolledige zending niet zou zijn bewezen en dat zij overeenkomstig het adagium “actori in cumbit probatio” hiervan het bewijs zou moeten leveren. Het leveren van een negatief bewijs is niet eens mogelijk. Uit de latere toezending van de ontbrekende dossierstukken via e-mails van 21 en 23 januari 2020 van de verwerende partij, blijkt zonder enige twijfel dat het oorspronkelijk overgemaakte dossier onvolledig was. Indien de verwerende partij het tegendeel voorhoudt, dan komt het juist aan haar toe om te bewijzen welke documenten bij haar zending van 24 december 2019 werden gevoegd. De verwerende partij bewijst niets. De stelling van deze partij dat het schorsingsbesluit van 3 februari 2020 perfect had kunnen genomen worden op basis van de stukken van de eerste zending is niet relevant. Het komt niet aan de verwerende partij toe om te bepalen welke documenten nuttig of dienstig kunnen zijn voor de hogere overheid. Zij dient een volledig en correct X-17.721-7/12 dossier over te maken, waarna de Vlaamse regering en de deputatie hun schorsingsbevoegdheid kunnen aanwenden. 4.
- De verwerende partij stelt in haar laatste memorie dat de gemeentelijke ambtenaar die de stukken per mail heeft bezorgd “vanzelfsprekend” niet wist of deze stukken daadwerkelijk ontbraken, maar dat hij de verzoekende partij ter wille wilde zijn. Hoe dan ook waren de opgevraagde stukken niet onontbeerlijk om te oordelen over de schorsing. Wanneer het niet naleven van het vormvoorschrift van de betekening het bereiken van het normdoel niet in de weg heeft gestaan, kan dit niet tot nietigheid leiden. Vormvereisten dienen immers in beginsel niet te worden vervuld om reden van zichzelf, maar om reden van het doel dat zij moeten dienen. In het licht van de motivering van het schorsingsbesluit van 3 februari 2020, kan niet ingezien worden welke belangenschade de verzoekende partij geleden heeft doordat zij niet onmiddellijk zou hebben beschikt over het volledige advies van de Gecoro. De verwerende partij onderstreept dat de opmaak van een gemeentelijk RUP een lange, technische en kostelijke procedure betreft. Zij meent dat de verzoekende partij allesbehalve diligent is opgetreden, doordat zij geen advies heeft verstrekt in het kader van de ontwerpprocedure van het gemeentelijk RUP, doordat zij laattijdig tot de schorsing van dit plan heeft besloten, en omdat zij heeft nagelaten “schorsingsmotieven op te werpen die gestoeld zijn op de ‘ontbrekende stukken’ uit het overgemaakte dossier”, “zodat er van enige belangenschade geen sprake is en het normdoel van art. 2.2.15 […] VCRO ontegensprekelijk bereikt is”. Beoordeling 5.
- De te dezen toepasselijke bepalingen van de VCRO luiden: “Art. 2.2.
- Het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan wordt samen met het besluit van de gemeenteraad en het volledige advies van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening onmiddellijk na de definitieve vaststelling per beveiligde zending bezorgd aan de deputatie van de provincie waarin de gemeente is gelegen en aan de Vlaamse Regering. Art. 2.2.
- §
- De Vlaamse Regering en de deputatie beschikken over een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de betekening, vermeld in X-17.721-8/12 artikel 2.2.15 of in paragraaf 3, tweede lid, om de uitvoering van het besluit van de gemeenteraad tot definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan te schorsen en om het college van burgemeester en schepenen daarvan per beveiligde zending in kennis te stellen. Binnen dezelfde termijn bezorgt de Vlaamse Regering een afschrift van het schorsingsbesluit aan de deputatie. Indien de deputatie een schorsingsbesluit neemt, bezorgt zij hiervan binnen dezelfde termijn een afschrift aan de Vlaamse Regering. Wanneer het gemeenteraadsbesluit tot definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan wordt geschorst, is het schorsingsbesluit gemotiveerd. §
- Het besluit van de gemeenteraad tot definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan kan alleen worden geschorst: 1° als het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan kennelijk onverenigbaar is met een structuurplan of, in voorkomend geval, een ontwerp van structuurplan; […] §
- In geval van schorsing beschikt de gemeenteraad over een termijn van zestig dagen die ingaat de dag na de verzending van het schorsingsbesluit aan de gemeente, om het ruimtelijk uitvoeringsplan opnieuw definitief vast te stellen. Onverminderd artikel 2.2.14, § 6, tweede lid, kunnen bij de definitieve vaststelling van het plan ten opzichte van het geschorste plan slechts wijzigingen worden aangebracht, die gebaseerd zijn op of voortvloeien uit het schorsingsbesluit. Het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan wordt samen met het nieuwe besluit van de gemeenteraad onmiddellijk na de definitieve vaststelling per beveiligde zending bezorgd aan de deputatie van de provincie waarin de gemeente is gelegen en aan de Vlaamse Regering. Indien de gemeenteraad binnen de voormelde termijn van zestig dagen geen nieuw besluit tot definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan neemt, vervalt het geschorste gemeenteraadsbesluit en het ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Art. 2.2.
- Als het besluit van de gemeenteraad tot definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan niet tijdig werd geschorst, wordt de gemeenteraadsbeslissing houdende definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.” 5.
- Gelet op het geciteerde artikel 2.2.16, § 1, VCRO, beschikte de Vlaamse regering te dezen over een termijn van dertig dagen om de uitvoering van het tweede bestreden besluit te schorsen. Die termijn ging in de dag na de betekening, vermeld in artikel 2.2.15 VCRO. De betekening die in dat artikel wordt vermeld, is de bezorging per beveiligde post van het gemeentelijk RUP, samen met het besluit van de gemeenteraad en het volledige advies van de Gecoro. X-17.721-9/12 5.
- Aangenomen moet worden dat de dertigdagentermijn bedoeld in artikel 2.2.16, § 1, VCRO geen aanvang neemt zolang, naast het besluit van de gemeenteraad, niet ook het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan – met inbegrip van de verordenende stedenbouwkundige voorschriften en de verordenende grafische plannen – en het volledige advies van de Gecoro per beveiligde post aan de Vlaamse regering werden bezorgd. 5.
- Uit de stukken van het dossier blijkt dat de aangetekende brief die de verwerende partij op 24 december 2019 aan de verzoekende partij heeft verstuurd, enkel vergezeld was van het tweede bestreden besluit. Met een mailbericht van 16 januari 2020 werden de volgende stukken overgemaakt aan de verzoekende partij: de nota “onderzoek naar compensatiemogelijkheden HAG te Ravels”, alsook de stedenbouwkundige voorschriften, de verordenende grafische plannen en de toelichtingsnota van het gemeentelijk RUP. Na een nieuwe vraag vanwege de verzoekende partij, werden vervolgens met een mailbericht van 21 januari 2020 nogmaals de nota “onderzoek naar compensatie-mogelijkheden HAG te Ravels” en de verordenende grafische plannen aan de verzoekende partij overgemaakt, alsook de adviezen uitgebracht naar aanleiding van de plenaire vergadering en de tijdens het openbaar onderzoek uitgebrachte adviezen en bezwaren en de behandeling ervan, met integratie van het advies van de Gecoro. Met een mailbericht van 23 januari 2020 worden ten slotte ook de registers van de percelen waarvoor planbaten, planschade, kapitaalschade of gebruikersschade kan verschuldigd zijn aan de verzoekende partij overgemaakt, alsook de beslissing van de dienst Mer luidens welke de opmaak van een plan-MER niet nodig is, en de kaartenbundel per site. 5.
- Daar de verwerende partij pas tussen 16 januari en 23 januari 2020 voor het eerst essentiële onderdelen van het gemeentelijk RUP, meer bepaald de verordenende stedenbouwkundige voorschriften en de verordenende grafische plannen, evenals het advies van de Gecoro, aan de verzoekende partij heeft bezorgd, en gezien het gestelde onder randnummer 5.3, moet aangenomen worden dat het schorsingsbesluit van 3 februari 2020 binnen de in artikel 2.2.16, § 1, VCRO bedoelde dertigdagentermijn is genomen. Evenzeer X-17.721-10/12 tijdig is de betekening van dat besluit aan de verwerende partij bij aangetekende brief van 4 februari
- Het betoog van de verwerende partij dat de ontbrekende stukken niet onontbeerlijk waren om te oordelen over de schorsing, dat de opmaak van een gemeentelijk RUP een lange, technische en kostelijke procedure betreft, dat de verzoekende partij geen advies heeft verstrekt in het kader van de ontwerpprocedure van het gemeentelijk RUP en dat zij heeft nagelaten “schorsingsmotieven op te werpen die gestoeld zijn op de ‘ontbrekende stukken’ uit het overgemaakte dossier”, “zodat er van enige belangenschade geen sprake is en het normdoel van art. 2.2.15 […] VCRO ontegensprekelijk bereikt is”, doet niet anders besluiten. 5.
- Uit de tijdige schorsing van het tweede bestreden besluit volgt dat, gelet op het toepasselijke artikel 2.2.16, § 3, eerste lid, VCRO, de gemeenteraad van de verwerende partij over een termijn van zestig dagen beschikte om het gemeentelijk RUP opnieuw definitief vast te stellen. Aangezien de verwerende partij niet binnen die termijn een nieuw besluit tot definitieve vaststelling van het gemeentelijk RUP heeft genomen, vindt de sanctie van artikel 2.2.16, § 3, derde lid, VCRO toepassing: het geschorste tweede bestreden besluit en het ontwerp van gemeentelijk RUP zijn vervallen. Het brengt met zich mee dat het eerste bestreden besluit onwettig is en moet vernietigd worden. Gelet op het verval van rechtswege van het tweede bestreden besluit, past het om dit besluit om redenen van duidelijkheid in het rechtsverkeer evenzeer te vernietigen. 5.
- Het middel is gegrond. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Ravels van 9 december 2019 houdende de definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Zonevreemde bedrijven fase 4’, en het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Ravels van 25 februari 2020 waarbij wordt beslist dat de gemeente geen rekening houdt X-17.721-11/12 met de beslissing van de Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme van 3 februari 2020 tot schorsing van het voormelde besluit.
- Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als de vernietigde besluiten.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drie december tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.721-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.252.318 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div