id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 december 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.252.322 Rolnummer: A. 229964/X-17648 Zaak: Arrest 252322 - Provinciale en lokale reglementen (behalve fiscaal) - 03/12/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-12-10 Raadplegingen: 77 - laatst gezien 2026-06-12 14:56 Fiche Arrest nr 252.322 van 3 december 2021 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Provinciale en lokale reglementen (behalve fiscaal) Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 252.322 van 3 december 2021 in de zaak A. 229.964/X-17.648 In zake : John CROMBEZ bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Simon Bekaert kantoor houdend te 8700 Tielt Hoogstraat 34 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD OOSTENDE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Bronders kantoor houdend te 8400 Oostende Zandvoordestraat 444, bus1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 11 januari 2020, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de gemeenteraad van de stad Oostende van 18 november 2019 tot invoeging in de stedelijke verordening betreffende orde en veiligheid van een artikel II. 005, met betrekking tot het gebruik van rolschaatsen en -planken, skateboards, skeelers, bmx fietsen en andere aanverwante toestellen op het openbaar domein van de stad en op openbare plaatsen.
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld. Verzoeker heeft een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. X-17.648-1/7 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 juni
- Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Simon Bekaert, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Peter De Roover, die loco advocaat Bart Bronders verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Aanleiding tot het bestreden besluit is de vaststelling dat het kunstwerk onder de luifel van het Casino-Kursaal te Oostende een aantrekkingskracht uitoefent op de gebruikers van rolschaatsen, skeelers, rolplanken, skateboards en bmx fietsen. De activiteiten veroorzaken schade aan het Casino-Kursaal, het kunstwerk en het straatmeubilair. Omdat de hinder – gevaarlijke situatie en beschadiging – zich kan verleggen “naar andere locaties”, beslist de gemeenteraad van de stad Oostende op 18 november 2019 om in de stedelijke verordening betreffende orde en veiligheid een bepaling II. 005 toe te voegen: “Het is verboden op het openbaar domein van de stad en op openbare plaatsen gebruik te maken van rolschaatsen en -planken, skateboards, skeelers, bmx fietsen en andere aanverwante toestellen (niet-limitatieve lijst) indien dit overlast veroorzaakt zoals onder andere de veiligheid van andere personen in het gedrang brengen, de vlotte doorgang van andere X-17.648-2/7 personen belemmeren of indien dit schade kan berokkenen aan straatmeubilair, monumenten of openbare gebouwen.” Overtreding van het verbod kan tot een gemeentelijke administratieve sanctie en een inbeslagname van de skate of andere toestellen leiden. IV. Onderzoek van het derde middel Standpunt van de partijen
- Verzoeker betoogt in een derde middel: “De bestreden beslissing houdt een verbod en een strafbepaling in. De bepaling is niet voldoende precies en niet voldoende voorzienbaar. Het wettigheidsbeginsel is geschonden.” Het wettigheidsbeginsel, zo wordt toegelicht, is een algemeen rechtsbeginsel en zit vervat in onder meer het rechtszekerheidsbeginsel. Het vereist dat de regelgever in voldoende nauwkeurige, duidelijk en rechtszekerheid biedende bewoordingen bepaalt welke feiten sanctioneerbaar worden gesteld, zodat wie de feiten begaat vooraf op afdoende wijze kan inschatten wat het gevolg van zijn daden kan zijn en zodat aan de sanctionerende ambtenaar of rechter geen al te grote beoordelingsbevoegdheid wordt gelaten. In de eerste plaats worden volgens verzoeker de gebruikstoestellen niet voldoende precies gedefinieerd. Het is niet duidelijk op welke voortbewegingstoestellen het besluit van toepassing is en of bijvoorbeeld ook andere fietsen dan bmx fietsen, en gemotoriseerde toestellen beoogd worden. Voorts wordt geen definiëring gegeven van wat wordt verstaan onder “overlast veroorzaken” en “wordt enkel ten titel van voorbeeld een niet-limitatieve opsomming van gedragingen gegeven”. Bovendien is er sprake van het “kunnen” berokkenen van schade aan onder andere straatmeubilair. Dat is te vaag. “Is het met rolschaatsen van trappen afrijden bv. beschadigend?” X-17.648-3/7
- In de memorie van antwoord reageert de verwerende partij dat in het kader van het bestreden besluit “de vormen van overlast” “beperkt[ zijn] tot deze waarbij [gebruik] wordt gemaakt van rolschaatsten en -planken, skateboards, skeelers, bmx fietsen en andere aanverwante toestellen, waarbij de veiligheid van andere personen in het gedrang wordt gebracht, de vlotte doorgang van andere personen [wordt] belemmerd of indien dit schade kan berokkenen aan straatmeubilair, monumenten of openbare gebouwen”. Het gaat in wezen om “laakbare handelingen die door een ‘redelijke en voorzichtige mens in dezelfde omstandigheden geplaatst’ of ‘een goede huisvader’ niet worden gesteld op het openbaar domein of openbare plaatsen”. Bijgevolg laat de bepaling eenieder toe vooraf te weten welk gedrag zijn aansprakelijkheid in het gedrang kan brengen. Voorts argumenteert de verwerende partij dat de omschrijving niet vaag is, wat echter niet uitsluit dat de sanctionerend ambtenaar en de politierechter (of jeugdrechter) in beroep (met volle rechtsmacht) steeds een beoordelingsvrijheid hebben omtrent de invulling van het begrip ‘overlast’ in de zin van artikel 135, § 2, 7°, van de nieuwe gemeentewet. Zoals het Grondwettelijk Hof heeft aangenomen, is aan het vereiste dat een strafbaar feit duidelijk moet worden omschreven voldaan wanneer de rechtzoekende “op basis van de bewoording van de relevante bepaling, en indien nodig, met behulp van de interpretatie daarvan door de rechtscolleges” kan weten welke handelingen zijn strafrechtelijke aansprakelijkheid meebrengen.
- In de laatste memorie zet de verwerende partij uiteen dat het uiteindelijk de rechter zal zijn die, in geval van betwisting, op doorslaggevende wijze uitlegt wat het beoogde gedrag is. Er zijn in het strafrecht en ook het bestuursrecht wel meer “‘open’ begrippen”, die evolutief door de rechtspraak worden uitgelegd en door eenieder met een normaal verstandelijk vermogen kunnen worden begrepen. Beoordeling
- Het is, gelet op het in het middel aangevoerde wettigheidsbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel, voor de verwerende partij zaak X-17.648-4/7 om in voldoende nauwkeurige, duidelijke en rechtszekerheid biedende bewoordingen te bepalen welke feiten zij strafbaar stelt, opdat eenieder, op het moment waarop hij een gedrag aanneemt, kan uitmaken of het al dan niet strafbaar is. Naar het oordeel van de Raad van State is die minimaal vereiste duidelijkheid te dezen niet voorhanden.
- Het bestreden verbod geldt niet alleen voor de welbepaalde, opgesomde toestellen, maar ook voor “andere aanverwante toestellen”. Wanneer er van een “aanverwant”, soortgelijk of vergelijkbaar toestel kan worden gesproken, is niet apert. Het is allesbehalve helder of daar ook een gewone stadsfiets of een mountainbike mee bedoeld wordt of kan zijn.
- Volgens de bestreden bepaling geldt het verbod voor het gebruik van de betrokken toestellen “indien dit overlast veroorzaakt”. Ten onrechte doet de verwerende partij het in de memorie van antwoord voorkomen alsof het uitsluitend gaat om overlast “waarbij de veiligheid van andere personen in het gedrang wordt gebracht, de vlotte doorgang van andere personen [wordt] belemmerd of indien dit schade kan berokkenen aan straatmeubilair, monumenten of openbaar gebouwen”. In tegenstelling tot wat de verwerende partij beweert, is blijkens het bestreden voorschrift zelf (“zoals onder andere”) de overlast geenszins tot die drie verschijningsvormen “beperkt”, al worden de andere vormen volkomen onbepaald gelaten. Met haar verweer staaft de verwerende partij alleen maar de verwarring waartoe de bestreden bepaling aanleiding geeft. Valt het gebruik van de toestellen indien het voor een hinderlijk lawaai zorgt, nu al dan niet onder het verbod?
- De conclusie is dat de omschrijving van het verboden gedrag in het aangevochten voorschrift te algemeen en weinig precies is opdat de X-17.648-5/7 rechtzoekende voldoende duidelijk kan weten welke concrete gedragingen strafbaar worden gesteld. Het middel is gegrond. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt het besluit van de gemeenteraad van de stad Oostende van 18 november 2019 tot invoeging in de stedelijke verordening betreffende orde en veiligheid van een artikel II. 005, met betrekking tot het gebruik van rolschaatsen en -planken, skateboards, skeelers, bmx fietsen en andere aanverwante toestellen op het openbaar domein van de stad en op openbare plaatsen.
- Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan verzoeker. X-17.648-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drie december tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.648-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.252.322 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div