id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 december 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.252.333 Rolnummer: Zaak: Arrest 252333 - O.C.M.W. - 07/12/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-12-15 Raadplegingen: 82 - laatst gezien 2026-06-12 15:03 Fiche Arrest nr 252.333 van 7 december 2021 Sociale zaken en volksgezondheid - O.C.M.W. Beslissing : Samenvoeging Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 252.333 van 7 december 2021 in de zaken A. 228.521/IX-9583 (I) A. 229.401/IX-9637 (II) In zake: I.+II. de VZW WILDBEHEEREENHEID DE PERELEER woonplaats kiezend te 3890 Gingelom Boekhoutstraat 31 tegen: I.+II. het OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN VAN SINT-TRUIDEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bert Beelen kantoor houdend te 3000 Leuven Justus Lipsiusstraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de beroepen 1.
- Het beroep in de zaak A. 228.521/IX-9583, ingesteld op 3 juli 2019, strekt tot de nietigverklaring van: “de beslissing genomen door het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn van de Stad Sint-Truiden […] op 29-04-2019 […] tot openbare verpachting van het jachtrecht blok 10 - lot nr. 35 op de gronden van het OCMW en van de Kerkfabrieken van Onze-Lieve-Vrouw, Sint Jacobus, Sint-Pieter en Sint-Martinus van Sint-Truiden, met een totale oppervlakte van 91ha82a44ca en zulks aan de hand van een lastenboek dat vermeldt dat het op dezelfde datum van 29-04-2019 werd opgesteld en/of goedgekeurd door het OCMW doch dat evenwel afwijkt van de voorwaarden van een eerdere openbare verpachting aan de VZW Wildbeheereenheid De Pereleer, verpachting welke door het nalaten van het OCMW administratief werd herroepen en als gevolg waarvan de reeds eerder toegekende jachtpacht ten IX-9583-1/5 voordele van [de vzw Wildbeheereenheid De Pereleer] vanaf 01-07-2019 een einde zou hebben genomen.” 1.
- Het beroep in de zaak A. 229.401/IX-9637, ingesteld op 24 oktober 2019, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van het vast bureau van het OCMW van Sint-Truiden van 19 juli 2019 waarbij het jachtrecht op blok 10 – lot 35 wordt toegewezen aan M.P. voor de jaarlijkse som van 2500 euro. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend in de beide zaken. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld in de beide zaken. Dat verslag werd in de beide zaken aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 22 januari
- Op respectievelijk 22 en 23 maart 2021 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, in de beide zaken aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft in de beide zaken niet gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn in de beide zaken opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 oktober
- Staatsraad Bert Thys heeft in de beide zaken verslag uitgebracht. IX-9583-2/5 Eerste auditeur Iris Verheven heeft in de beide zaken een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Samenvoeging
- Met het oog op de goede rechtsbedeling is het aangewezen de zaken A. 228.521/IX-9583 en A. 229.401/IX-9637 met toepassing van artikel 60, derde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ samen te voegen. IV. Beoordeling
- In de beide zaken wordt in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. De verzoekende partij heeft in geen van de beide zaken een verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. IX-9583-3/5
- Het vermoeden van afstand van geding is te dezen in de beide zaken van toepassing. V. Rechtsplegingsvergoeding
- De verwerende partij verzoekt de Raad van State in haar memorie van antwoord in de beide zaken om aan de verzoekende partij de betaling van een rechtsplegingsvergoeding op te leggen ten bedrage van 700 euro.
- In het auditoraatsverslag over de beide zaken wordt dit verzoek als volgt beoordeeld: “De verwerende partij kan in beide zaken als de in het gelijk gestelde partij […] worden beschouwd zodat zij aanspraak kan maken op een rechtsplegingsvergoeding. De rechtsplegingsvergoeding kan evenwel beperkt blijven tot 700 euro aangezien het verweer in beide zaken nagenoeg hetzelfde is.”
- Na kennis te hebben genomen van het auditoraatsverslag over de beide zaken en “het schrijven van [de verzoekende partij] waarin deze verklaart afstand te doen”, vermeldt de verwerende partij in een brief van 23 maart 2021 aan de Raad van State: “De verwerende partij dringt aan op een RPV van 700 [euro] in de zaak 229.401/IX-9637 en een RPV van 700 [euro] in de zaak G/A 228.521/IX-9583.”
- Uitgenodigd om hun respectieve standpunten “met betrekking tot de kosten” toe te lichten of te laten kennen op de openbare terechtzitting van 25 oktober 2021, stelt de Raad van State vast dat noch de verzoekende partij, noch de verwerende partij op die terechtzitting aanwezig of vertegenwoordigd was. In de gegeven omstandigheden sluit de Raad van State zich, na eigen onderzoek, aan bij het voormelde voorstel van het auditoraatsverslag, dat erop neerkomt dat de verzoekende partij in elk van de beide zaken aan de IX-9583-4/5 verwerende partij een rechtsplegingsvergoeding verschuldigd is die telkens wordt verminderd tot 350 euro. BESLISSING
- De zaken A. 228.521/IX-9583 en A. 229.401/IX-9637 worden samengevoegd.
- De Raad van State spreekt in de beide zaken de afstand van geding uit.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de beroepen tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 40 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeven december tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bert Thys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Bert Thys IX-9583-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.252.333 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.