id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 december 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.252.360 Rolnummer: A. 232510/VII-40980 Zaak: Arrest 252360 - Natuurbehoud - Vergunningen - 09/12/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-12-23 Raadplegingen: 76 - laatst gezien 2026-06-14 02:37 Fiche Arrest nr 252.360 van 9 december 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Natuurbehoud - Vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 252.360 van 9 december 2021 in de zaak A. 232.510/VII-40.980 In zake :
- Frank STROBBE
- Eddy LEBON bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Elias Gits kantoor houdend te 8500 Kortrijk President Kennedypark 31 A bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Willem Slosse en Stijn Brusselmans kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 64, bus 201 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : Jürgen DEWULF bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart De Becker kantoor houdend te 8500 Kortrijk Loofstraat 39 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Nicolaas Vinckier kantoor houdend te 8800 Roeselaere Hoogleedsesteenweg 7 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 18 december 2020, strekt tot de nietigverklaring van het ministerieel besluit van 15 oktober 2020 waarbij de administratieve beroepen ingesteld tegen de beslissing van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (hierna: OVAM) van 15 juni 2020 om het VII-40.980-1/10 bodemsaneringsproject met als titel “Bodemsaneringsproject, Vlabotex VZW, Noordlaan 78B te 8800 Roeselare” conform te verklaren aan de bepalingen van het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (hierna: bodemdecreet), ontvankelijk en gegrond worden verklaard en de beroepen beslissing van OVAM wordt opgeheven. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekers hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Jürgen Dewulf heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 8 maart
- De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Auditeur Benny De Sutter heeft op 4 augustus 2021 een verslag opgesteld. De verzoekers hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 november
- Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Thomas Quintens, die loco advocaat Elias Gits verschijnt voor de verzoekers, advocaat Stijn Brusselmans, die verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Nicolaas Vinckier, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. VII-40.980-2/10 Auditeur Benny De Sutter heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoekers zijn eigenaars en bewoners van de woningen aan de Nachtegaalstraat 1 A (tweede verzoeker) en 3 (eerste verzoeker) in Roeselare. Hun eigendommen grenzen aan een terrein gelegen langs de Noordlaan 78B, waar sinds 1969 een wasserij wordt uitgebaat. In 1975 werd er tevens gestart met nieuwkuisactiviteiten. 3.
- Op 16 februari 2018 ontvangt OVAM een beschrijvend bodemonderzoek met betrekking tot het voormelde terrein. Met een beslissing van 12 april 2018 verklaart OVAM het beschrijvend bodemonderzoek conform aan de bepalingen van het bodemdecreet. Omtrent de aard en ernst van de bodemverontreiniging, besluit OVAM: “VOCl’s - ref. 1-2 Historische bodemverontreiniging - bodemsanering nodig Uit het beschrijvend bodemonderzoek blijkt dat er een historische bodemverontreiniging met VOCl’s in het vaste deel van de aarde en het grondwater aanwezig is. Deze bodemverontreiniging vormt, gelet op de bodemkenmerken en de functie van het terrein, een ernstige bodemverontreiniging op de gronden die kadastraal bekend staan als: […] Minerale olie - ref. 3-4 Historische bodemverontreiniging - geen bodemsanering nodig VII-40.980-3/10 Uit het beschrijvend bodemonderzoek blijkt dat er een historische bodemverontreiniging met minerale olie in het vaste deel van de aarde en het grondwater aanwezig is. Deze bodemverontreiniging vormt, gelet op de bodemkenmerken en de functie van het terrein, geen ernstige bodemverontreiniging op de gronden die kadastraal bekend staan als: […]”. Deze beslissing wordt niet met een bestuurlijk beroep bestreden. 3.
- Op 18 maart 2020 ontvangt OVAM een bodemsaneringsproject voor het betrokken terrein. De eigenaars en de gebruikers van de gronden waarop werkzaamheden noodzakelijk zijn worden hiervan op de hoogte gebracht. De verzoekers behoren niet tot deze categorie. Met een brief van 4 mei 2018 bezorgt het hoofd van de afdeling Bodeminformatiebeheer bij OVAM hen een bodemattest, waarin wordt vermeld: “2 Inhoud van het bodemattest Deze grond is opgenomen in het grondeninformatieregister. 2.1 Informatie uit de gemeentelijke inventaris De OVAM heeft voor deze grond geen gegevens uit de gemeentelijke inventaris. 2.2 Uitspraak over de bodemkwaliteit Volgens het Bodemdecreet moeten op deze grond nog verdere maatregelen worden uitgevoerd. Voor deze grond zijn er gebruiksadviezen van toepassing. Deze kunnen worden geconsulteerd in bijlage van dit bodemattest. 2.2.1 Historische verontreiniging Volgens het Bodemdecreet moet er een bodemsanering uitgevoerd worden op deze grond. De OVAM baseert zich voor deze uitspraak op het beschrijvend bodemonderzoek van 06.02.2018 en op de hierin opgenomen bodemkenmerken en functie van de grond. De bodemverontreiniging, aangetroffen in dit bodemonderzoek, is niet tot stand gekomen op deze grond. De saneringsplicht rust bij de eigenaar of gebruiker van de grond waar de bodemverontreiniging tot stand kwam. U vindt meer informatie op www.ovam.be/verspreidingsperceel. 2.3 Documenten over de bodemkwaliteit 2.3.1 Historische verontreiniging DATUM: 06.02.2018 TYPE: Beschrijvend bodemonderzoek VII-40.980-4/10 TITEL: Beschrijvend bodemonderzoek - Vlabotex VZW - Noordlaan 78B te 8800 Roeselare AUTEUR: Envirosoil NV Dit bodemattest vervangt alle vorige bodemattesten. Opmerkingen: 1 Risicogronden kunnen slechts overgedragen worden als er vooraf een oriënterend bodemonderzoek aan de OVAM is bezorgd. 2 Meer informatie over de gemeentelijke inventaris en de toepasbaarheid op delen van percelen vindt u op www.ovam.be/gemeentelijke-inventaris. 3 Bijkomende informatie over de overdrachtsregeling: www.overdracht.ovam.be. 4 Als er bodem wordt uitgegraven, afgevoerd of ontvangen, gelden de regels van grondverzet. Meer informatie: www.ovam.be/grondverzet. 5 Meer informatie over de gegevensstromen die door de OVAM worden gebruikt vindt u op http://www.ovam.be/disclaimer. 6 De OVAM staat niet in voor de juistheid van de aan haar verstrekte gegevens. 7 Voor inzage van de bovenstaande documenten: www.ovam.be/inzage”. In het schrijven wordt tevens melding gemaakt van gebruiksadviezen in het geval van grondverzet, onttrekking en/of gebruik van grondwater en wijziging in terreingebruik. 3.
- Van 29 april 2020 tot 29 mei 2020 wordt een openbaar onderzoek georganiseerd over het bodemsaneringsproject. 3.
- Met een beslissing van 15 juni 2020 verklaart OVAM het bodemsaneringsproject conform aan de bepalingen van het bodemdecreet. 3.
- Met een aangetekende brief van 15 juni 2020 wordt eerste verzoeker op de hoogte gebracht van de conformverklaring van het bodemsaneringsproject. Tweede verzoeker wordt met een gewone brief van dezelfde datum eveneens op de hoogte gebracht. 3.
- De verzoekers stellen administratief beroep in tegen de conformverklaring van het bodemsaneringsproject. VII-40.980-5/10 3.
- Bij besluit van 15 oktober 2020 verklaart de Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme de beroepen gegrond en beslist zij de conformverklaring op te heffen. Dit is het bestreden besluit dat concludeert dat: - het eerste middel van de verzoekers betreffende de classificatie van de bodemverontreiniging als historische bodemverontreiniging ongegrond is; - het tweede middel van de verzoekers gegrond is: het staat niet vast dat de voorgestelde bodemsanering voldoet aan de bepalingen van het bodemdecreet zodat de conformverklaring door OVAM kennelijk onredelijk is. Het beroep van de verzoekers wordt gegrond verklaard en het beroepen besluit van OVAM wordt opgeheven. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunt van de partijen 4.
- In het verzoekschrift lichten de verzoekers hun belang als volgt toe: “[...] Verzoekende partijen worden getroffen door de bestreden beslissing aangezien hun administratief beroep, in zoverre het betrekking heeft op de foutieve kwalificatie van de bodemverontreiniging als historisch van aard, niet gegrond werd bevonden. De kwalificatie als historische verontreiniging is zeer nadelig voor verzoekende partijen, aangezien dit met zich meebrengt dat de uit te voeren bodemsanering veel minder verregaand is, dan indien de verontreiniging op correcte wijze als nieuwe bodemverontreiniging zou gekwalificeerd zijn. De saneringseisen bij historische verontreiniging zijn namelijk veel minder streng dan deze bij nieuwe verontreiniging. Een en ander impliceert dat de bodemverontreiniging op de percelen van verzoekende partijen, die werd veroorzaakt door de exploitatie van de kwestieuze nieuwkuis, niet afdoende zal gesaneerd worden, en verzoekende partijen aldus met verontreinigde gronden zullen opgescheept blijven. Een vernietiging van de bestreden beslissing brengt met zich mee dat de Minister een nieuw besluit dient te nemen, waarbij zij kan oordelen dat het beschrijvend bodemonderzoek, waarbij de verontreiniging als historisch werd gekwalificeerd, ten onrechte conform werd verklaard. VII-40.980-6/10 Een correcte kwalificatie van de bodemverontreiniging als nieuw van aard, zal tot gevolg hebben dat een bodemsaneringsproject slechts conform zal kunnen worden verklaard indien het voldoet aan de daarvoor geldende strengere saneringsnormen”. 4.
- Zowel de verwerende partij als de tussenkomende partij betwisten de ontvankelijkheid van het beroep. 4.
- De verwerende partij wijst erop dat het bestreden besluit gunstig is voor de verzoekers vermits de beroepen beslissing van OVAM van 15 juni 2020 wordt opgeheven. Het doel dat zij met hun administratief beroep beoogden, werd aldus bewerkstelligd. De omstandigheid dat de opheffing van de conformverklaring van het bodemsaneringsproject niet plaatsvond op grond van het beroepsargument waarvan de verzoekers menen dat de opheffing had moeten gebeuren, betekent niet dat zij een rechtstreeks nadeel lijden door de bestreden beslissing. Voorts merkt de verwerende partij op dat de verzoekers geen direct voordeel kunnen halen uit de nietigverklaring van de bestreden beslissing, vermits in dat geval de beslissing van OVAM zou herleven. 4.
- De exceptie van de tussenkomende partij komt in de eerste plaats overeen met die van de verwerende partij. Zij voegt daar verder nog aan toe dat de verzoekers streven naar een nieuwe beoordeling, door de minister, van de aard van de bodemverontreiniging. De aard van de bodemverontreiniging kan echter niet worden bepaald op basis van een bodemsaneringsproject, zodat het vernietigingsberoep hen niet tot voordeel kan strekken. Tot slot wijst de tussenkomende partij erop dat de bodemsaneringsnormen voor historische en nieuwe bodemverontreiniging identiek zijn, zodat de verzoekers evenmin een belang hebben bij hun vordering in de mate dat zij de toepassing van strengere saneringsnormen beogen. 4.
- De verzoekers dupliceren dat een vernietiging met zich meebrengt dat de minister de beroepschriften volledig opnieuw moet beoordelen, met inbegrip van het middel omtrent de kwalificatie van de bodemverontreiniging. Dit levert een voordeel op in hoofde van de verzoekers, aangezien dit kan leiden tot VII-40.980-7/10 het oordeel van de minister dat het beschrijvend bodemonderzoek, waarin de bodemverontreiniging als historisch werd gekwalificeerd, ten onrechte conform werd verklaard. De stelling dat de beslissing van OVAM na een gebeurlijke vernietiging zou herleven, kan niet worden bijgetreden. Na een vernietiging zal de minister zich immers opnieuw moeten uitspreken over de ingestelde administratieve beroepen. Er zijn bovendien geen argumenten voorhanden die met zich zouden meebrengen dat de minister anders zou oordelen over het gegrond bevonden beroepsargument. Beoordeling 4.
- De verzoekers enten hun belang op de omstandigheid dat hun middel in administratief beroep omtrent de kwalificatie van de bodemverontreiniging als een ‘historische’ bodemverontreiniging niet gegrond werd bevonden. Zij menen ook dat de verontreiniging slechts als een ‘nieuwe’ bodemverontreiniging kon worden gekwalificeerd. Met het voorliggende beroep beogen de verzoekers in wezen dat de minister ertoe zou worden gebracht zich opnieuw uit te spreken over het middel in administratief beroep, opdat zij hun argumentatie omtrent de kwalificatie van de bodemverontreiniging alsnog gegrond zou (kunnen) bevinden. 4.
- Om als toereikend te worden beschouwd, moet het belang onder meer rechtstreeks zijn en de verzoekende partij een voordeel verschaffen dat voldoende direct verband houdt met de finaliteit van een nietigverklaring, namelijk het doen verdwijnen van de bestreden rechtshandeling uit de rechtsorde. 4.
- Het aldus door de verzoekers beoogde voordeel is niet rechtstreeks verbonden aan het verdwijnen van de bestreden beslissing uit het rechtsverkeer, maar aan het gegrond horen verklaren van hun middel waarin ze aanvoeren dat de minister hun grieven omtrent de “verkeerde kwalificatie” van de aard van de bodemverontreiniging in haar beoordeling had moeten betrekken. VII-40.980-8/10 De finaliteit van een annulatieberoep bij de Raad van State is er evenwel in gelegen te beletten dat de bestreden beslissing definitief rechtsgevolgen zou krijgen. Met de thans bestreden beslissing wordt het administratief beroep van de verzoekers gegrond verklaard en wordt het in administratief beroep bestreden conformiteitsattest voor het bodemsaneringsproject opgeheven, zodat OVAM een nieuwe beslissing moet nemen over het betrokken bodemsaneringsproject. De bestreden beslissing is derhalve gunstig voor de verzoekers. De verzoekers hebben in beginsel geen belang bij een voor hen gunstige beslissing, tenzij zij aantonen dat de uitkomst van de beslissing nog gunstiger had moeten zijn. Dit is hier niet het geval. Het gegeven dat de minister het conformiteitsattest niet heeft opgeheven op grond van het middel dat de voorkeur van de verzoekers genoot, levert hen op zich niet het vereiste belang op bij de nietigverklaring van de bestreden beslissing. Het belang van de verzoekers is onrechtstreeks en kan niet toereikend worden beschouwd in het licht van artikel 19 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- 4.
- De excepties zijn gegrond. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekers worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, elk voor de helft, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. VII-40.980-9/10 De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen december tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Eric Brewaeys VII-40.980-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.252.360 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div