← België

Arrest 252365 - Sluitingen van vestigingen - 09/12/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 december 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.252.365 Rolnummer: A. 229619/VII-40753 Zaak: Arrest 252365 - Sluitingen van vestigingen - 09/12/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-12-20 Raadplegingen: 73 - laatst gezien 2026-06-12 15:25 Fiche Arrest nr 252.365 van 9 december 2021 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Sluitingen van vestigingen Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 252.365 van 9 december 2021 in de zaak A. 229.619/VII-40.753 In zake: CSC C&A BELGIE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Victor Vandebeek kantoor houdend te 1050 Brussel F.D. Rooseveltlaan 89, bus 7 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ivan-Serge Brouhns kantoor houdend te 1170 Brussel Terhulpsesteenweg 185 bij wie woonplaats wordt gekozen en tevens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gregory Verhelst kantoor houdend te 2000 Antwerpen Bouwmeestersstraat 11 ------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 18 november 2019, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van het Milieucollege van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 9 september 2019 met betrekking tot het beroep tegen de beslissing van Leefmilieu Brussel betreffende het bevel tot stopzetting van de activiteiten gelegen te 1030 Schaarbeek, de Genèvestraat 512 (genoemd: Site Genève), zoals dit werd meegedeeld bij e-mail en aangetekende zending, ontvangen op 16 september
  2. VII-40.753-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
  3. Bij arrest nr. 247.526 van 11 mei 2020 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verzoekende partij heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Benny De Sutter heeft op 4 augustus 2021 een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 12 augustus
  4. Op 28 september 2021 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 2 december
  5. Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat John Toury, die loco advocaat Victor Vandebeek verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Vladimir Thunis, die loco VII-40.753-2/4 advocaten Ivan-Serge Brouhns en Gregory Verhelst verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Benny De Sutter heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  6. III. Beoordeling
  7. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
  8. De loutere bewering in het verzoek om te worden gehoord dat de verzoekende partij nooit kennis zou hebben gekregen van het auditoraatsverslag volstaat niet om de gegevens van de postdiensten te weerleggen. Daaruit blijkt dat de kennisgeving van het verslag wel degelijk aangetekend werd verzonden naar de raadsman van de verzoekende partij, en dat een bericht van aanbieding werd achtergelaten. De omstandigheid dat de zending niet werd afgehaald is zonder invloed. VII-40.753-3/4
  9. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. BESLISSING
  10. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
  11. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 40 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 840 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen december tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.753-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.252.365 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.526 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.