← België

Arrest 252367 - Dierenwelzijn - 09/12/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 december 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.252.367 Rolnummer: A. 221403/VII-39909 Zaak: Arrest 252367 - Dierenwelzijn - 09/12/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-12-20 Raadplegingen: 73 - laatst gezien 2026-06-12 15:26 Fiche Arrest nr 252.367 van 9 december 2021 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 252.367 van 9 december 2021 in de zaak A. 221.403/VII-39.909 In zake : XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dina Ayoubi kantoor houdend te 3220 Holsbeek Leuvensebaan 42 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jan Bergé en Kristien Vanderheiden kantoor houdend te 3000 Leuven Diestsevest 47 bus 001 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 2 februari 2017 , strekt tot de nietigverklaring van “de bestemmingsbeslissing van 7 december 2016 van Dr. […], inspecteur-dierenarts bij de Inspectie Dierenwelzijn van het Vlaamse Gewest, Departement Leefmilieu, Natuur en Energie, waarbij 24 schapen en 5 geiten van [XXXX] in toepassing van artikel 42 §2 van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren definitief in volle eigendom worden gegeven aan het Vogel- en zoogdierenopvangcentrum te Heusden-Zolder dat daarmee instemt (dossiernummer G-16-3656)”. II. Verloop van de rechtspleging 2. Bij arrest nr. 250.610 van 17 mei 2021 worden het eerste, derde, vierde en vijfde middel van het beroep verworpen, heropent de Raad van State het VII-39.909-1/5 debat wat betreft het tweede en zesde middel en wordt het door de auditeur-generaal aan te stellen lid van het auditoraat gelast met het verder onderzoek van de zaak. Auditeur Frederic Eggermont heeft op 1 september 2021 een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 2 december 2021. Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Dina Ayoub, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Jutte Nijs, die loco advocaten Jan Bergé en Kristien Vanderheiden verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Beoordeling van het tweede en zesde middel A. Tweede middel 3. In arrest nr. 250.610 van 17 mei 2021 overweegt de Raad van State: VII-39.909-2/5 “Het middel steunt onder meer op de premisse dat het proces-verbaal nr. G-16-3656-YvO/AWF/101016 “valse verklaringen” bevat. De strafrechtelijke klacht die daarop betrekking had werd geseponeerd. De auditeur zal in het licht van dit gegeven een volledig onderzoek aan dit middelonderdeel willen wijden. […]. Het tweede middel is deels onontvankelijk, deels ongegrond. In de mate dat het middel steunt op de bewering dat het proces-verbaal valse verklaringen bevat, wordt de auditeur belast met een aanvullend onderzoek”. De procureur des Konings te Leuven heeft op 26 januari 2021 gemeld inzake de strafrechtelijke klacht: “De feiten in uw dossier werden onderzocht. Het onderzoek heeft echter onvoldoende bewijzen naar voren gebracht om de verdachte(

  1. n)te kunnen vervolgen als dader van het misdrijf. Ik heb daarom beslist het dossier af te sluiten zonder verder gevolg”. Uit de beslissing van de procureur volgt dat de ingeroepen schending van “de regels betreffende de bewijswaarde van processen-verbaal [en] de bewijsplicht” wegens valse verklaringen niet aannemelijk is gemaakt. Ook die kritiek kan niet worden aangenomen, waardoor het middel in zijn geheel moet worden verworpen. B. Zesde middel 4. In hetzelfde tussenarrest overweegt de Raad van State: “De bestreden beslissing steunt onder meer op de vaststellingen van 10 oktober 2016 opgenomen in proces-verbaal nr. G-16-3656-YvO/AWF/101016, dat door verzoeker van valsheid werd beticht. Deze klacht werd intussen geseponeerd. Het stuk is van wezenlijk belang voor de oplossing van het geschil omdat verzoeker onder meer inroept dat de bestreden beslissing steunt op een proces-verbaal dat “geen bewijskracht, noch bewijswaarde” heeft. Nu de auditeur, gelet op het bepaalde in artikel 51 van het algemeen procedurereglement, nog geen standpunt heeft kunnen innemen over alle grieven opgenomen in het tweede middel, is het aangewezen dat de Raad van State daarover ook een aanvullend onderzoek oplegt”. VII-39.909-3/5 De Raad van State heeft al voor recht gezegd: “Verzoeker maakt met zijn betoog dus niet aannemelijk dat de bestreden beslissing inhoudelijk dermate van het normale beslissingspatroon afwijkt dat geen andere overheid in dezelfde omstandigheden die beslissing zou nemen, noch wordt hiermee aangetoond dat de verwerende partij onzorgvuldig zou hebben opgetreden”. 5. Gelet op wat is overwogen inzake het tweede middel en het oordeel van de Raad van State bij de beoordeling van het vijfde middel in het tussenarrest, dat niet aannemelijk is gemaakt dat de bestreden beslissing dermate van het normale beslissingspatroon afwijkt dat geen andere overheid in dezelfde omstandigheden die beslissing zou nemen, is ook het zesde middel ongegrond. BESLISSING 1. De Raad van State verwerpt het beroep. 2. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. 3. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoeker niet bekendgemaakt. VII-39.909-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen december tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-39.909-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.252.367 Gerelateerde publicatie(
  2. s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.610 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.