← België

Arrest 252394 - Niet begeleide minderjarigen - 10/12/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 december 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.252.394 Rolnummer: A. 233320/XIV-38645 Zaak: Arrest 252394 - Niet begeleide minderjarigen - 10/12/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-12-22 Raadplegingen: 75 - laatst gezien 2026-06-12 15:43 Fiche Arrest nr 252.394 van 10 december 2021 Vreemdelingen - Niet begeleide minderjarigen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 252.394 van 10 december 2021 in de zaak A. é.320/XIV-38.645 In zake : Ahmad HASSANKHEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Anthony Demol kantoor houdend te 8700 Tielt Deinsesteenweg 131 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ine De Cneudt kantoor houdend te 3054 Oud-Heverlee Maurits Noëstraat 145 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 30 maart 2021, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de Federale Overheidsdienst Justitie, dienst Voogdij, van 27 januari 2021 waarbij wordt beslist verzoeker te beschouwen als ouder dan 18 jaar en dat verzoeker geen voogd zal krijgen. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. XIV-38.645-1/11 Overeenkomstig artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de voorzitter van de XIVe kamer bij beschikking van 16 september 2021 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 27 oktober
  3. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Verzoeker komt België binnen en hij dient een verzoek om internationale bescherming in op 13 oktober
  6. Hij verklaart alsdan van Afghaanse nationaliteit te zijn en geboren te zijn op 25 juli
  7. Verzoeker wordt onder de hoede geplaatst van de dienst Voogdij doch de dienst Vreemdelingenzaken uit twijfels over de leeftijd van betrokkene. In het Universitair Ziekenhuis Antwerpen ondergaat verzoeker op 4 november 2020 een medisch onderzoek om na te gaan of hij al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. De arts besluit dat verzoeker ouder is dan 18 jaar. Op 10 november 2020 beslist de dienst Voogdij verzoeker te beschouwen als ouder dan 18 jaar en dat verzoeker geen voogd zal krijgen. XIV-38.645-2/11 3.
  8. Verzoekers raadsman stuurt op 7 december 2020 foto’s van een Afghaanse identiteitskaart (taskara) en een voor eensluidend verklaarde vertaling hiervan naar de verwerende partij. Nadien wordt ook de originele taskara bezorgd. Op 27 januari 2021 beslist de dienst Voogdij opnieuw verzoeker te beschouwen als ouder dan 18 jaar en dat verzoeker geen voogd zal krijgen. Dit is de bestreden beslissing. IV. Onderzoek van het enige middel Uiteenzetting van het middel
  9. Verzoeker werpt in een enig middel de schending op van de zorgvuldigheidsplicht als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur en van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van administratieve bestuurshandelingen’. Hij licht dit toe als volgt: “Artikel 7 van de wet van 24 december 2002 met betrekking tot de voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen bepaalt: ‘Wanneer de dienst Voogdij of de overheden bevoegd voor asiel, toegang tot het grondgebied, verblijf en verwijdering twijfel koesteren omtrent de leeftijd van de betrokken persoon, laat de dienst Voogdij onmiddellijk een medisch onderzoek door een arts uitvoeren teneinde na te gaan of deze persoon al dan niet jonger is dan 18 jaar. Het medisch onderzoek geschiedt onder toezicht van de dienst Voogdij. De kosten van dat medisch onderzoek zijn ten laste van de overheid die het heeft gevraagd Ingeval de dienst Voogdij uit eigen beweging een onderzoek laat verrichten, zijn de kosten ten laste van die dienst. §
  10. Wanneer uit het medisch onderzoek blijkt dat betrokkene minder dan 18 jaar oud is, wordt gehandeld overeenkomstig artikel
  11. Wanneer uit het medisch onderzoek blijkt dat betrokkene meer dan 18 jaar oud is, vervalt de hoede door de dienst Voogdij van rechtswege. De dienst Voogdij stel daarvan onmiddellijk de betrokkene in kennis, alsook de overheden bevoegd voor asiel, toegang tot het grondgebied, verblijf en verwijdering, en iedere andere betrokken overheid §
  12. Ingeval van twijfel over de uitslag van het medisch onderzoek, wordt met de jongste leeftijd rekening gehouden.’ Er werd door de dienst vreemdelingenzaken een proces-verbaal opgemaakt waarbij twijfel geuit werd over de door verzoeker ingeroepen minderjarigheid (stuk 4). Het motief voor de twijfel betreft de fysieke verschijning van verzoeker (stuk 4, p. 2). Verzoeker werd onderworpen aan een drievoudige medische test (stuk 3) ‘Leeftijdsschatting HASSANKHEL Ahmad: • Op basis van de orthopantomogram XIV-38.645-3/11 Radiologisch onderzoek toont dat alle tanden inclusief de aanwezige wijsheidstanden van de bovenkaak volledig afgevormd zijn. Gezien dit gegeven bekomt men volgens Olze (Olze et al. , 2004 Int J Legal Med 118: 170 173) en (Lesotten et al., 2003 Forensic Sci Int 136:52-57) een stadium H met een leeftijd van 22,5 jaar, waarbij een standaardeviatie van 1.7 jaar dient in acht genomen te worden. Volgens dit zelfde onderzoek bestaat er een kans van 75% dat het individu in kwestie ouder is dan 21.4 jaar. • Op basis van de handpolsradiografie (PA opname van de linker zijde) Voor het protocolleren van de handpolsradiografie werd gebruik gemaakt van een combinatie van de ‘Radiographie atlas of skelettal devoelopment of the hand and wrist’ van Greulich en Pyle (second edition 1959), de analyse van Björk ‘Timing of incerptive orthodontic measures based on stages of maturation’ (Trans. Europ. Orthod. Soc. P61, 1972) en van de analyse van Grave en Brown ‘Skelettal ossification and the adolescent growth spurt’ (Am. J Orthod. 69:622, 1976) Blijkt nu bij de betrokkene dat er een volledige fusie is van de distale diaphyse en epiphyse van de radius, wat overeenkomt met een volwassen skelettale leeftijd. • Op basis van de radiografie van het sleutelbeen (PA opname) Radiologisch onderzoek toont dat de mesiale epiphyse van beide sleutelbeenderen verbeend is, met partiële beenderige overbrugging, wat volgens het onderzoek van Schmeling et al. (Int K Legal Med

(2004)18: 5-8) overeenkomt met stadium type 3. Volgens dit onderzoek stamt stadium 3 overeen met een gemiddelde leeftijd van 20.8 met een standaarddeviatie van 1.7 jaar. Conclusie Leeftijdschatting Op basis van het voorgaande onderzoek kunnen we besluiten met een redelijke wetenschappelijke zekerheid dat HASSANKHEL Ahmad op datum van 04.11.2020 een leeftijd heeft van ouder dan 18 jaar, waarbij 22.5 jaar met een standaarddeviatie van een 1.7 jaar een goede schatting is.’ Op basis van deze medische test werd door de dienst Voogdij beslist dat verzoeker meerderjarig was. Teneinde dit te weerleggen werd de originele Taskara van verzoeker uit Afghanistan overgebracht en overgelegd aan de dienst Voogdij (stuk 6). Het identiteitsdocument werd niet aanvaard doordat het verschil tussen de resultaten van de medische test en de leeftijd volgens de documenten te groot zou zijn: ‘We aanvaarden documenten wanneer het verschil tussen de resultaten van de medische test en de leeftijd volgens de documenten redelijk is (niet te groot) Bij u zegt de medische test dat uw jongste leeftijd 20,8 jaar is en volgens uw verklaringen en documenten bent u 16,5 jaar. Er is een verschil van 4,3 jaar, dit vinden we te groot. We aanvaarden uw documenten niet en we baseren ons op de resultaat van de medische test.’ In casu ging louter het om een drievoudig radiografisch onderzoek van het gebit, sleutelbeen en pols. Deze soort van radiologisch onderzoek staat in de medische wereld reeds ernstig ter discussie. (Zie onder andere: J.P. JACQUES, ‘Evaluation de l'âge des mineurs. Quand la science se refroidit, le droit éternue’, J.Dr. Jeun, 2003, 16-26 ; A. AYNSLEY-GREEN, T.j. COLE, H. CRAWLEY, N. LESSOF, L.R. BOAG, en R.M.M WALLACE, ‘Medical statistical, ethical and human rights considerations in the assessment of age in children and youn[g] people subject tot immogration control’. British Medical Bulletin 2012,
(102), 17-42.) Wat betreft de gevoerde onderzoeken geven de ontwikkelaars en andere wetenschappers duidelijk aan dat deze onderzoeken niet betrouwbaar zijn. Zo bestaan er volgende kanttekeningen: XIV-38.645-4/11 • Wat betreft de analyse van de pols blijkt dat wat betreft de atlas die gebruikt wordt ter referentie dat deze reeds sinds aanvang grootschalige beperkingen heeft. Dit referentieatlas dateert uit 1935 en was op dat moment bedoeld om gemiddelde standaardcijfers te bieden inzake de ontwikkeling van blanke jongens en meisjes binnen de Amerikaanse middenklasse. Deze referentieatlas had nooit tot doel om de chronologische leeftijd van minderjarigen op basis van botontwikkeling te achterhalen. (W. GRUELICH en S. PYLE, Radiographie Atlas of Skeletal Development of the Hand and Wrist, Stanfort, Stanford university Press. 1959, 272) Zo worden niet alleen afwijkingen van de standaard voorzien in functie van variaties binnen eenzelfde leeftijdsgroep, maar wordt ook melding gemaakt van mogelijke verschillen in functie van de herkomst van de jongere. Er wordt door de ontwerpers van deze methode aldus zelf expliciet aangegeven dat er op dat vlak van het achterhalen van de leeftijd aanzienlijke afwijkingen kunnen bestaan afhankelijk van de herkomst van de jongere. In casu gaat het om een zestienjarige gevluchte Afgaan, met een geheel andere herkomst dan de Amerikaanse blanke referentiepersonen uit de jaren 30. (R.T. LODER, D.T. ESTLE, K. MORRISON, D. EGGLESTON, D.N. FISCH, M.L. GREENFIELD en K.E. GUIRE, ‘Applicability of the Gruelich and Pyle skeletal age standards to black and white children today’, American journal of Diseases of Children 1993, 147), 1329-1333; F. ONTELL, ‘Bone Age in Children of Diverse Ethnicity’, American Journal of Roentgenology 1996, 1395) • Wat het gebitsonderzoek betreft een visueel onderzoek van het doorkomen van de tanden en een radiografisch onderzoek volgens de methode van Mesotten. Mesotten is in zijn verschillende studies steeds afgegaan op basis van gegevens van blanke Belgen, zonder rekening te houden met de medische voorgeschiedenis en een eventuele tandheelkundige pathologie. Mesotten stelt dat de leeftijd bepalen van jonger jongeren tussen 15,7 en 23,3 jaar op deze manier altijd problematisch blijft. (K. GUNST, K. MESOTTEN, A. CARBONEZ en G. WILLEMS, ‘THird molar root development in relation to chronologica lage: a large sample sized retrospective study’, Forensic Science International 2003
(136), 52-57.) Vele deskundigen zijn van mening dat precieze leeftijdsbepalingen aan de hand van een onderzoek van het gebit onmogelijk is, omdat hierbij onder meer ook het socio-economische kader en de voedingsgewoontes meespelen. (J. THORSON en U. HAGG, ‘The accuracy and precision of the third mandibular molar as an indicator of chronical age’, Swedish Dental Journal 1991,
(15), 15-
  1. Verzoeker is afkomstig uit een Afghaans dorp met beperkte voorzieningen, daarnaast heeft verzoeker 15 maanden op de vlucht geleefd. Het is niet onwaarschijnlijk dat de gebitsverzorging in Afghanistan en op de vlucht hetzelfde is als deze van personen die opgroeien in het westen. Het verschil in socio-economisch kader en de voedings -en hygiënegewoontes kunnen het verschil verklaren. • Wat betreft de analyse van het sleutelbeen, worden door onderzoekers gelijkaardige vraagtekens geplaatst bij de betrouwbaarheid van het medisch onderzoek wat betreft de beoordelingen van de leeftijd van een betrokkene. De radiografie van het sleutelbeen wordt toegepast op basis van de analyse van Schmelig en Kreitner en betreft de evaluatie van de beendervorming in het kraakbeen van het sleutelbeen waaruit afgeleid kan worden of de betrokkene de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt. Ook hier rijst ernstige twijfel over de toepasbaarheid van een test die uitgewerkt werd voor een blanke bevolkingsgroep. XIV-38.645-5/11 Deze test werd evenzeer ontwikkeld op basis van een blanke bevolking en niet op basis van de etnische Afghaan, zoals verzoeker; A. SCHMELING, R. SCHULZ, W. REISINGER, M. MÜHLER, K.D. WERNECKE en G. GESERICK, ‘Studies of the timeframe of ossification of medial clavicular epiphyseal cartilage in conventional radiography’, International Journal of Legal Medicine 2004, (118à, 5-8; A.M. KEUNEN, H.D.C. ROSCAM ABBING en J.H. SCHUMACHER, ‘Age assessment of unaccompanied minor asylum seekers in the Netherlands. Radiological examination of the medical clavicular epiphysis’ The dutch Association of Age Assessment Researchers, mei 2013 Bij de analyse van de ondergane leeftijdstest wordt niet systematisch rekening gehouden met factoren zoals etnische herkomst, socio-economisch midden en eventuele pathologieën die de ontwikkeling kunnen beïnvloeden. Zelfs de Orde van Geneesheren voelt de behoefte om haar bedenkingen wat betreft deze vorm van medische onderzoeken te uiten. (NATIONALE RAAD ORDE VAN GENEESHEREN, Testen voor leeftijdsbepaling bij niet-begeleide minderjarige vreemdelingen, 20 februari
  2. Er zijn ook internationale rapporten, bijvoorbeeld van de internationale vereniging van pediaters.) Het UNHCR beveelt met het oog op de bescherming van de niet-begeleide minderjarige om de leeftijdsbepaling deel te doen uitmaken van een volledige evaluatie, rekening houdende met de fysieke aard en de psychologische maturiteit van de persoon. (UNCHR, Voorstellen inzake de bescherming van vluchtelingen, begunstigden van subsidiaire bescherming en staatslozen in België) De aanvullende psychologische testen, zoals nochtans voorzien in de wetgeving, werden inzake niet toegepast. Een psychologische test kon inzake nochtans meer zekerheid geboden hebben. (Art. 3 KB 23 december 2003 tot uitvoering van Titel XIII, hoof[d]stuk 6, BS 29 januari 2004.) De dienst Voogdij is in geen geval gehouden tot de loutere overname van de resultaten van het medisch onderzoek. De Raad van State heeft aanvaard dat ‘In het kader van het hoger belang van de minderjarige, kunnen andere elementen dan de leeftijdstest in aanmerking worden genomen en dat binnen een redelijke marge, voor zover de elementen in het dossier coherent zijn’ (RvS 4 november 2009, nr. 197.611; RvS 17 mei 2011, nr. 213.297, Sherzad; RvS 23 juni 2011, nr. 214.
  3. zie ook P. VAN ASSCHE. ‘De leeftijdsbeslissing bij een Niet-Begeleide Minderjarige: wetenschappelijke zekerheid versus juridische waarheid’ (noot onder RvS 4 november 2009), TJK 2011/4, 243-247) Het bestuur moet erover waken dat het beschikt over alle feitelijke en juridische gegevens (zorgvuldige feitenvinding). Een zorgvuldige beslissing impliceert dat met kennis van zaken wordt beslist: de overheid moet volledig zijn ingelicht over de belangrijke gegevens die de beslissing kunnen beïnvloeden. (RvS 14 februari 2017, nr. 237.377, X) De juridische en feitelijke aspecten van het dossier moeten deugdelijk geïnventariseerd en gecontroleerd worden. (RvS 1 februari 2013, nr. 222.344, Vekemans) Er is sprake van een schending van het beginsel van behoorlijk bestuur wanneer de beslissing uitgaat van een verkeerde voorstelling van de feiten of het besluit niet gesteund is op een behoorlijk onderzoek van de zaak en het is genomen zonder kennis van alle relevante feitelijke gegevens van het dossier (RvS 7 mei 1982, nr. 22.238, Van den Hende) XIV-38.645-6/11 De dienst voogdij schendt in dat opzicht het zorgvuldigheidsbeginsel als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur samen gelezen met het motiveringsbeginsel wanneer zij weigert rekening te houden met het door verzoeker voorgelegd origineel identiteitsbewijs doordat het verschil van de daarop aangegeven leeftijd te groot zou met de leeftijd van verzoeker op basis van compleet verouderde en achterhaalde medische test waarvan niet met zekerheid kan worden gezegd dat zij in enige mate accuraat zijn. Zo kon de dienst voogdij, teneinde de correcte leeftijd van verzoeker te achterhalen, verzoeker onderwerpen aan aanvullende psychologische testen en kon het door verzoeker aangeleverde identiteitsbewijs op haar echtheid gecontroleerd worden. Niettegenstaande de voorhanden zijnde stukken, besluit de dienst voogdij om de leeftijd van verzoeker te bepalen louter en alleen op basis van het omstreden medisch onderzoek. De dienst voogdij steunt zich ter zake niet op een behoorlijk onderzoek van de zaak en besluit inzake de leeftijd te bepalen zonder kennis van alle relevante feitelijke gegevens van het dossier en schendt daarbij het zorgvuldigheidbeginsel als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur. Om deze redenen dient de bestreden beslissing te worden nietig verklaard.” Beoordeling
  4. Wat het medisch onderzoek betreft, is de bestreden beslissing formeel afdoende gemotiveerd wanneer het resultaat van dat onderzoek in die beslissing wordt vermeld. Te dezen vermeldt de bestreden beslissing dat de dienst Vreemdelingenzaken twijfel heeft geuit over verzoekers voorgehouden leeftijd en geeft ze de conclusie van het leeftijdsonderzoek weer, waaruit blijkt dat verzoeker meer dan 18 jaar oud is. Concreet wordt in de bestreden beslissing vermeld dat “op datum van 04.11.2020 [verzoeker] een leeftijd heeft van ouder dan 18 jaar, waarbij 22.5 jaar met een standaarddeviatie van een 1.7 jaar een goede schatting is”. Het is hierbij niet vereist dat de beslissing eveneens aangeeft welke medische onderzoeken werden uitgevoerd noch dat de resultaten van het medisch onderzoek samen met de bestreden beslissing worden betekend. Verzoeker blijkt trouwens kennis te hebben van het verslag van het deskundig onderzoek vermits hij in het middel de (resultaten van de) verschillende deelonderzoeken vermeldt en zich tegen de beoordeling ervan in de bestreden beslissing verzet. Hij voegt ook een kopie van dat verslag bij het verzoekschrift tot nietigverklaring. Verder wordt in de bestreden beslissing de reden aangegeven waarom de voorgelegde taskara niet wordt aanvaard, meer bepaald omdat het XIV-38.645-7/11 verschil van 4,3 jaar tussen de resultaten van de medische test en de leeftijd, aangegeven in dit document, dat bovendien niet gelegaliseerd is, te groot is. Het enige middel is ongegrond wat de aangevoerde schending van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’ betreft.
  5. Naar luid van artikel 7, § 1, van de van Titel XIII, Hoofdstuk 6 ‘Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen’ van de programmawet (I) van 24 december 2002 (hierna: de voogdijwet) laat de dienst Voogdij, indien hij twijfel koestert omtrent de leeftijd van de betrokken persoon, onmiddellijk een medisch onderzoek door een arts uitvoeren teneinde na te gaan of die persoon al dan niet jonger is dan 18 jaar. Nu de wet zelf het medisch onderzoek als bewijsmiddel heeft ingesteld wanneer twijfel over de leeftijd van de betrokkene bestaat, blijkt geen schending van het zorgvuldigheidsbeginsel uit het feit dat de dienst Voogdij de bestreden beslissing heeft genomen op grond van dergelijk leeftijdsonderzoek. Verzoeker weidt uit over de voorgehouden onnauwkeurigheid van medische onderzoeken voor leeftijdsbepaling. Hij beperkt zich tot algemene kritiek doch hij toont niet aan dat het medisch onderzoek te dezen ondeskundig, onbetrouwbaar of niet correct is. Zo blijkt dat de arts eventuele afwijkingen ten gevolge van genetische, etnische of andere factoren heeft opgevangen door, waar nodig, een standaarddeviatie te hanteren. De wetgever heeft met de medische leeftijdstest overigens niet de bedoeling gehad de exacte leeftijd van de betrokkene te laten achterhalen doch enkel uitsluitsel te krijgen of de betrokkene al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Meer concreet blijkt dat de arts zich steunt op een meervoudig onderzoek, waarvan elk deelonderzoek individueel wordt geïnterpreteerd en waarna een algemene conclusie wordt getrokken met de eigenlijke leeftijdsschatting. Bij het bepalen in de bestreden beslissing of verzoeker al dan XIV-38.645-8/11 niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, is de eindconclusie van de arts op basis van die deelonderzoeken relevant en niet het resultaat van een afzonderlijk deelonderzoek. Die eindconclusie, en niet de conclusie van ieder deelonderzoek afzonderlijk, is derhalve ook bepalend voor de in het voornoemde artikel 7, § 3, van de voogdijwet bedoelde “jongste leeftijd”. Indien de arts voor zijn eindconclusie een deviatiefactor vermeldt, wordt de ondergrens daarvan in aanmerking genomen voor het bepalen van de leeftijd. Te dezen gaat het dus op datum van 4 november 2020 om een leeftijd van “ouder dan 18 jaar, waarbij 22.5 jaar met een standaarddeviatie van een 1.7 jaar een goede schatting is”. Dat er verschillen bestaan tussen de resultaten van de deelonderzoeken, doet geen afbreuk aan het feit dat daaruit een eindconclusie kan worden afgeleid. Verzoeker ontkracht met zijn algemeen geformuleerde twijfel aan de gebruikte onderzoeksmethode derhalve niet dat het medisch onderzoek met de vereiste deskundigheid is gebeurd en dat de arts bij de beoordeling van de objectieve gegevens die hem voorlagen, rekening heeft gehouden met alle gegevens die in de huidige stand van de wetenschap gemeenzaam worden aanvaard. Verder komt het de Raad van State niet toe zijn eigen interpretatie van de onderzoeksresultaten in de plaats te stellen van deze in het deskundig verslag.
  6. Wat de voorgelegde taskara betreft, bepaalt artikel 30 van de wet van 16 juli 2004 ‘houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht’ (hierna: het WIPR) dat een buitenlandse rechterlijke beslissing of authentieke akte moet worden gelegaliseerd om in België geheel of bij uittreksel, in origineel of in afschrift, te worden voorgelegd. Het zorgvuldigheidsbeginsel kan hieraan geen afbreuk doen. Verzoeker betwist niet dat de door hem voorgelegde taskara niet gelegaliseerd is. Bovendien kan gewezen worden op artikel 28, § 2, van het WIPR, naar luid waarvan het tegenbewijs van de door de buitenlandse overheid vastgestelde feiten met alle middelen mag worden aangebracht. Het resultaat van een medische leeftijdsbepaling, waarop de bestreden beslissing is gesteund, vormt XIV-38.645-9/11 dergelijk (tegen)bewijsmiddel. De verwerende partij kon dan ook, zonder schending van het zorgvuldigheidsbeginsel, oordelen dat zij zich baseert op het medisch verslag en verzoekers document niet aanvaardt omdat een verschil van 4,3 jaar tussen de resultaten van de medische test en de leeftijd volgens de documenten en verzoekers verklaringen te groot is. Het enige middel is ongegrond wat de schending van de zorgvuldigheidsplicht als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur betreft.
  7. Artikel 3 van het koninklijk besluit van 22 december 2003 ‘tot uitvoering van Titel XIII, Hoofdstuk 6 “Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen” van de programmawet (I) van 24 december 2002’ voorziet weliswaar de mogelijkheid van psycho-affectieve tests, doch er is geenszins sprake van een verplichting bij het uitvoeren van een medisch onderzoek. Noch deze laatste bepaling, noch het zorgvuldigheidsbeginsel is derhalve geschonden door het niet uitvoeren van psycho-affectieve tests nu de uitslag van het uitgevoerd medisch onderzoek duidelijk is en door verzoeker niet wordt ontkracht met de algemene bewering van het tegendeel. Het enige middel is ook in die mate ongegrond. BESLISSING
  8. De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring.
  9. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 140 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. XIV-38.645-10/11 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tien december tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-38.645-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.252.394 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.