← België

Arrest 252472 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 17/12/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 december 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.252.472 Rolnummer: A. 227362/X-17436 Zaak: Arrest 252472 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 17/12/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-12-22 Raadplegingen: 78 - laatst gezien 2026-06-12 16:36 Fiche Arrest nr 252.472 van 17 december 2021 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 252.472 van 17 december 2021 in de zaak A. 227.362/X-17.436 In zake : de GEMEENTE SINT-LAMBRECHTS-WOLUWE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marc Uyttendaele kantoor houdend te 1060 Brussel Bronstraat 68 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het BRUSSELSE HOOFDSTEDELIJKE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Anthony Poppe en Emmanuel Jacubowitz kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 4 februari 2019, strekt tot “de gedeeltelijke nietigverklaring van het ministerieel besluit van 3 december 2018 van de Minister-president [van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest] in de mate dat zij van de gemeenterekening van dienstjaar 2017 de uitgaven verwerpt betreffende het drukken, het frankeren en verdelen van het gemeentelijk tijdschrift ‘Wolu-Info’ betaald aan drukkerij I.P.M. en VZW La Serre Outil gezien deze kosten illegaal zouden zijn”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. X-17.436-1/12 Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 juni
  3. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Valerie De Schepper, die loco advocaat Marc Uyttendaele verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Daisy Daniels, die loco advocaten Anthony Poppe en Emmanuel Jacubowitz verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Verzoekster publiceert maandelijks het gemeentelijk informatieblad ‘Wolu Info’. Klachten erover geven op 1 september 1993, 19 november 1998 en 16 mei 2014 aanleiding tot adviezen van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht (hierna: VCT), waarin wordt besloten tot tekortkomingen aan de gecoördineerde X-17.436-2/12 wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken (hierna: de bestuurstaalwet) doordat de Nederlandse en de Franse versie van de artikelen niet identiek zijn. Sinds 2015 bestaat het informatieblad uit een Franstalige editie en een Nederlandstalige. De eerste wordt verspreid in de brievenbussen van alle inwoners van de gemeente. De Nederlandstalige editie wordt slechts bezorgd aan de inwoners van de gemeente die tot de Nederlandse taalgroep behoren. Op 27 maart 2015 adviseert de VCT wat volgt: “De VCT heeft betreffende de gemeentelijke informatiebladen steeds het volgende gesteld: Krachtens art. 18 van de bij KB van 18 juli 1966 gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken (SWT) en volgens de vaste rechtspraak van de VCT dienen de plaatselijke diensten (o.a. gemeentebesturen) die in Brussel-Hoofdstad gevestigd zijn alles wat als een ‘bericht en mededeling aan het publiek’ kan worden beschouwd, te publiceren in het Nederlands en het Frans. Hetzelfde geldt voor de door mandatarissen of gemeentelijke personeelsleden gestelde artikels (cfr. advies nr. 24.124 van 1 september 1993). De woorden ‘in het Nederlands en in het Frans’ moeten zo worden geïnterpreteerd dat alle teksten in hun geheel en gelijktijdig in het betrokken document moeten worden opgenomen, en dit op voet van strikte gelijkheid (inhoud en lettertype). Wat de andere rubrieken betreft, die als redactiewerk moeten worden beschouwd, moet er een billijk evenwicht worden bereikt (cfr. advies nr. 24.124 van 1 september 1993). Voor alle informaties betreffende een culturele activiteit die slechts één enkele taalgroep aanbelangt, geldt het stelsel dat voor die taalgroep van toepassing is, dit zoals voorgeschreven door artikel 22 SWT, dat bepaalt: “In afwijking van de bepalingen van deze afdeling (III Brussel-Hoofdstad) zijn de instellingen waarvan de culturele activiteit één enkele taalgroep interesseert, onderworpen aan de regeling die geldt voor het overeenkomstige gebied (cfr. advies nr. 24.124 van 1 september 1993). Doch, de mededeling die uitgaat van een schepen dient in het Nederlands en in het Frans gesteld te zijn, ook al betreft het een mededeling die handelt over een instelling waarvan de culturele activiteit één enkele taalgroep interesseert. In haar advies 46.017 van 16 mei 2014 stelde de VCT dat het gemeentelijk blad ‘Wolu Info’ van januari 2014 niet in overeenstemming met haar vaste rechtspraak en met de SWT was gesteld. Met toepassing van artikel 61, § 3, SWT, werd de toezichthoudende overheid erop gewezen (brief van 29 mei 2014) dat de gemeente Sint-Lambrechts-Woluwe herhaaldelijk de bestuurstaalwet, wat het gemeentelijk blad ‘Wolu Info’ betreft, schendt en geen gevolg heeft gegeven aan de desbetreffende adviezen van de VCT, X-17.436-3/12 o.a. de nummers 30.072/13 van 24 september 1998, 30.034/19 van 19 november 1998 en 30.034/35 van 18 november
  6. De heer Rudi Vervoort, minister-president van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, vroeg aan het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Sint-Lambrechts-Woluwe (brief van 18 juli 2014) hem de maatregelen te willen meedelen die de gemeente zou nemen om het gemeentelijk blad ‘Wolu Info’ in overeenstemming met de adviezen van de VCT te brengen. In haar antwoord (brief van 22 september 2014) stelt de gemeente ondermeer het volgende: • in het budget 2015 zullen kredieten worden voorzien voor de uitgave van twee gemeentelijke bladen, het ene in het Frans en het andere in het Nederlands; • de oplage van deze uitgaven zal bepaald worden volgens het aantal inwoners dat tot de Nederlandse en de Franse taalgroep behoort; • elke uitgave zal een specifieke inhoud hebben, waarbij gemeentelijke informatie opgenomen wordt met betrekking tot het algemeen beleid van de gemeente. De VCT stelt vast dat de uitgave en verspreiding van twee eentalige gemeentebladen (een Nederlandstalige versie en een Franstalige versie met ongelijke inhoud), zoals bevestigd in de brief van de gemeente, een schending inhouden van artikel 18 van de SWT en van de vaste rechtspraak van de VCT betreffende de gemeentelijke informatiebladen. Zij acht de klacht ontvankelijk en gegrond.” Met een brief van 19 mei 2015 wijst de verwerende partij verzoekster erop dat zij bij toekomstige nummers van het informatieblad het nodige moet doen om alle wettelijke voorschriften scrupuleus te eerbiedigen, zo niet zullen de uitgaven met betrekking tot de publicaties uit de rekening worden verworpen. In een brief van 16 september 2016 gelast de verwerende partij verzoekster om de bestuurstaalwet na te leven en op te houden met de eentalige publicatie van ‘Wolu Info’, bij gebreke waaraan de uitgave in het kader van het toezicht op de volgende gemeenterekening zal worden verworpen. Ook in de brief van 6 november 2017 van de verwerende partij wordt meegedeeld dat, indien verzoekster de taalwetgeving blijft overtreden bij de druk, verzending en verdeling van het gemeentelijk informatieblad, zij het risico loopt dat in de toekomst de gemeenterekening wordt hervormd door het schrappen van niet wettelijke uitgaven. X-17.436-4/12 Bij vonnis van 20 juni 2018 beveelt de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel verzoekster, onder oplegging van een dwangsom: “om haar maandelijks informatieblad, dat tot op heden uitgegeven wordt onder de naam ‘Wolu Info’, ongeacht het gebruikte medium (papier, internet, ..): - te publiceren in het Frans en het Nederlands, waarbij de inhoud van beide taalversies identiek moet zijn - op identieke wijze te verspreiden voor zowel de Franstalige als de Nederlandstalige taalversie”. Op 3 december 2018 keurt de verwerende partij de beslissing van 10 september 2018 van verzoekster goed tot vaststelling van de begrotingsrekening 2017, de boekhoudkundige rekening 2017, de resultatenrekening 2017 en de balans die op 31 december 2017 is afgesloten, met dien verstande dat bevelschriften tot betaling van 174.273,73 euro aan nv Imprimerie I.P.M. en vzw La Serre Outil voor het drukken, het frankeren en het verdelen van het gemeentelijke informatieblad ‘Wolu Info’ als onregelmatig worden geschrapt. Gemotiveerd wordt onder meer: “Overwegende […] dat de beperkte oplage van het Nederlandstalig gemeentelijk informatieblad ‘Wolu Info’ (1.700 exemplaren) minstens bewijst dat niet alle Franstalige inwoners van de gemeente Sint-Lambrechts-Woluwe de Nederlandstalige versie hebben ontvangen en dus het gemeentelijk informatieblad niet in het Nederlands én in het Frans hebben ontvangen, wat in strijd is met artikel 18 van de gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken; dat in zijn totaliteit de druk van het gemeentelijk informatieblad ‘Wolu Info’ niet de bezorging voorziet van een Franstalig en Nederlandstalig exemplaar aan elke inwoner van de gemeente en bijgevolg in strijd is met de taalwetgeving; dat derhalve de werkingsuitgaven met betrekking tot de druk, verzending en verdeling van het gemeentelijk informatieblad ‘Wolu Info’ niet wettelijk zijn, omdat het gemeentelijk informatieblad wettelijk gezien niet tweetalig is; […] Overwegende dat Rudi Vervoort, minister-president van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, reeds in zijn brief van 19 mei 2015 met betrekking tot het gemeentelijk informatieblad ‘Wolu Info’ medegedeeld heeft dat elke inwoner van Sint-Lambrechts-Woluwe het recht heeft een tweetalig tijdschrift te ontvangen of in elk geval, de Franstalige en Nederlandstalige editie; dat de gemeente voor de toekomstige edities alle noodzakelijke beschikkingen diende te nemen, opdat de wettelijke X-17.436-5/12 voorschriften strikt zouden worden nageleefd, en dat bij niet-naleving de minister-president verplicht zou zijn de uitgaven met betrekking tot de publicatie van de verschillende edities van ‘Wolu Info’ uit de rekening te verwerpen; dat in de kennisgevingsbrieven bij de goedkeuring van de rekeningen voor de dienstjaren 2015 en 2016 Minister-president Rudi Vervoort opnieuw opmerkte dat bij niet-naleving deze uitgaven uit de toekomstige rekeningen zouden worden verworpen of dit risico liepen; dat uit de rekening van het dienstjaar 2017 blijkt dat de gemeente nog steeds niet de noodzakelijke beschikkingen heeft genomen om de taalwetgeving correct toe te passen; Overwegende dat artikel 15, §2 van de ordonnantie van 14 mei 1998 houdende de regeling van het administratief toezicht op de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bepaalt dat de Regering de begrotingsrekeningen van de gemeenten definitief vaststelt, na indien nodig de uitgaven te hebben verworpen die betaald zijn op basis van onregelmatige bevelschriften; dat de hierboven vermelde uitgaven met betrekking tot het drukken, het frankeren en het verdelen van het gemeentelijke informatieblad ‘Wolu Info’ betaald aan nv Imprimerie I.P.M. en vzw La Serre Outil in strijd zijn met de wet; dat bijgevolg de bevelschriften tot betaling voor een totaal van 174.273,73 euro onregelmatig zijn en de uitgaven betaald op basis van deze mandaten uit de gemeenterekening voor het dienstjaar 2017 van Sint-Lambrechts-Woluwe dienen te worden geschrapt; dat het college van burgemeester en schepenen het tekort in de gemeentekas zal moeten vaststellen ten gevolge van de verwerping van de hierboven vermelde uitgaven door de voogdij en dat de gemeenteontvanger zal worden verzocht een gelijkwaardig bedrag in de gemeentekas te storten in toepassing van artikel 131, §3 van de nieuwe gemeentewet; dat de ontvanger de leden van het college van burgemeester en schepenen die op onregelmatige wijze deze uitgaven gedaan of bevolen hebben, ter verantwoording kan roepen teneinde de beslissing voor hen bindend en tegenstelbaar te laten verklaren in toepassing van artikel 131, §4 van de nieuwe gemeentewet; Overwegende derhalve dat de begrotingsrekening van het dienstjaar 2017 van de gemeente Sint-Lambrechts-Woluwe afgesloten wordt met een overschot op het eigen dienstjaar van 8.289.355,87 euro in plaats van 8.115.082,14 euro, de resultatenrekening 2017 met een batig saldo van het dienstjaar van 8.377.816,50 euro in plaats van 8.203.542,17 euro en dat in de balans afgesloten op 31 december 2017 het overgedragen eindresultaat van het eigen dienstjaar en de toestand van de kas dienen te worden aangepast.” IV. Onderzoek van het enige middel Uiteenzetting van het middel
  7. Verzoekster ontleent een enig middel: X-17.436-6/12 “aan de inbreuk op artikelen 13, 2° en 15, § 2 van de ordonnantie van 14 mei 1998 houdende regeling van het administratief toezicht op de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, van artikelen 18 en 19 van [de bestuurstaalwet], van artikel 136, § 1 alinea 1, 8° van de nieuwe [gemeentewet], van artikelen 56 en 68 van het koninklijk besluit van 2 augustus 1990 houdende het algemeen reglement op de gemeentelijke comptabiliteit, van het principe van wettelijk vertrouwen, van het principe volgens hetwelk de redenen van een administratieve akte dienen exact, pertinent en wettelijk toelaatbaar te zijn, van het principe van een degelijk bestuur en van de buitensporigheid van macht. In die zin dat, door de bestreden akte, de verwerende partij de uitgaven heeft verworpen voor het drukken, het frankeren en de verdeling van het gemeentelijk tijdschrift ‘Wolu-Info’ betaald van de gemeentelijke rekening van boekjaar 2017 van verzoekende partij aan drukkerij I.P.M. en VZW La Serre Outil omdat dergelijke uitgaven zouden betaald zijn volgens onrechtmatige betaalmandaten. Terwijl dat, eerste onderdeel, verzoekende partij [recht]matig heeft geloofd dat de betwiste aangegane uitgaven betaald werden op basis van rechtmatige betaalmandaten op het ogenblik dat zij betaald werden en, tweede onderdeel, de wettelijkheid van deze mandaten is in ieder geval niet betwistbaar.” Met betrekking tot het eerste middelonderdeel wordt toegelicht dat toen de betalingsmandaten werden gegeven, niets toeliet aan te nemen dat ze onrechtmatig waren. Verzoekster heeft, op grond van adviezen van de VCT en van een arrest van het Hof van Cassatie, altijd geoordeeld en verdedigd dat de gepersonaliseerde verdeling van het tijdschrift ‘Wolu Info’ kaderde in haar relaties met particulieren in de zin van artikel 19 van de bestuurstaalwet. Tot op het ogenblik van het vonnis van 20 juni 2018 van de rechtbank van eerste aanleg “was het onmogelijk te voorzien dat een gerechtelijke beslissing de thesis van verzoekende partij ongeldig zou maken”. Verzoekster werd in haar overtuiging dat de betwiste uitgaven rechtmatig waren, gestaafd doordat de gemeenteontvanger de wettigheid van de betrokken mandaten van betaling niet heeft betwist, doordat de VCT haar niet heeft gevraagd de nietigheid vast te stellen van de uitgevoerde akte en ook niet haar bevoegdheid van herziening heeft gebruikt, en doordat de minister-president niet heeft geantwoord op de brieven waarin zij haar standpunt rechtvaardigde. X-17.436-7/12 In verband met het tweede middelonderdeel betoogt verzoekster dat zij conform het voorschrift van artikel 19 van de bestuurstaalwet is overgegaan tot de geïndividualiseerde verdeling van het tijdschrift “volgens de taaleigenheid”, zodat “iedere andere burger van haar gemeente het tijdschrift in zijn taal ontvangt”. De betwiste uitgaven zijn dus betaald op basis van mandaten die regelmatig zijn afgegeven. Het vonnis van 20 juni 2018 doet daar niet aan af. Beoordeling
  8. Een identiek middel is aangevoerd in de zaak A. 227.359/XV-3.
  9. Het is verworpen geworden bij arrest nr. 248.914 van 13 november
  10. De Raad van State ziet geen reden om er te dezen een andere beoordeling op na te houden.
  11. De bestreden beslissing, die in de aanhef verwijst naar artikel 13, 2°, van de ordonnantie van 14 mei 1998 ‘houdende regeling van het administratief toezicht op de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest’, overweegt dat volgens artikel 15, § 2, van dezelfde ordonnantie de regering de begrotingsrekeningen definitief vaststelt na de uitgaven te hebben verworpen die betaald zijn op basis van onregelmatige bevelschriften. Vervolgens worden de uitgaven met betrekking tot het drukken, het frankeren en het verdelen van het gemeentelijke informatieblad ‘Wolu Info’ uit de gemeenterekening voor het dienstjaar 2017 verworpen omdat ze strijdig zijn met de wet. Gemotiveerd wordt dat het gemeentelijk informatieblad “wettelijk gezien niet tweetalig is”, omdat niet alle inwoners het in het Nederlands én in het Frans ontvangen. Dit heet in strijd te zijn met artikel 18 van de bestuurstaalwet.
  12. Artikel 18, eerste lid, van de bestuurstaalwet luidt: “De plaatselijke diensten, die in Brussel-Hoofdstad gevestigd zijn, stellen de berichten, mededelingen en formulieren die voor het publiek bestemd zijn in het Nederlands en in het Frans.” X-17.436-8/12 Artikel 19, eerste lid, van de bestuurstaalwet luidt: “Iedere plaatselijke dienst van Brussel-Hoofdstad gebruikt in zijn betrekkingen met een particulier de door deze gebruikte taal, voor zover die taal het Nederlands of het Frans is.”
  13. Berichten en mededelingen bedoeld in artikel 18 van de bestuurstaalwet zijn inlichtingen die niet-gepersonaliseerd verspreid worden en zich richten tot iedereen, of tot een bepaalde groep van mensen. De vorm doet niet ter zake. Zo kan het bijvoorbeeld gaan om huis aan huis bedeeld drukwerk, aankondigingen via televisie, radio of cinema, publicaties via het internet. De “betrekkingen met een particulier” in artikel 19 van de bestuurstaalwet vormen ten opzichte daarvan, zoals in de bestreden beslissing wordt aangegeven, “een residuaire notie”, waarbij de individualisering van de betrekking vooropstaat.
  14. Met het arrest nr. 248.914 van 13 november 2020 neemt de Raad van State ook te dezen aan dat het tijdschrift ‘Wolu Info’ uitsluitend informatie bevat die het geheel van de inwoners van de gemeente aangaat en die geen dienst betreft die de gemeente levert aan een particulier, als gevolg van een aanvraag van de betrokkene. Het tijdschrift vormt een mededeling in de zin van artikel 18 van de bestuurstaalwet zodat het moet worden opgesteld in het Nederlands en in het Frans.
  15. Kan worden aangenomen, zoals in het arrest nr. 248.914 van 13 november 2020 wordt overwogen, dat de gemeente mag oordelen of zij de inlichtingen van algemeen belang aan haar bevolking communiceert via een enige, tweetalige periodiek, dan wel via twee periodieken, één in het Nederlands en één in het Frans, feit is dat “het publiek”, zonder dat daarbij een onderscheid wordt X-17.436-9/12 gemaakt tussen Nederlandstaligen en Franstaligen, van die inlichtingen kennis moet kunnen nemen in zowel het Nederlands als het Frans. Verzoeksters handelwijze waarbij de Nederlandstalige versie van het tijdschrift alleen wordt bezorgd aan de inwoners van de gemeente die als Nederlandstalig zijn ingeschreven bij de gemeente, laat niet toe te concluderen dat alle inwoners van de gemeente het tijdschrift in de twee talen ontvangen. Er volgt uit dat de verwerende partij in de bestreden beslissing terecht van mening is geweest dat de druk, verzending en verdeling van het gemeentelijk informatieblad tijdens het dienstjaar 2017 in strijd was met artikel 18 van de bestuurstaalwet.
  16. Dat verzoekster tot aan het vonnis van 20 juni 2018 van de rechtbank van eerste aanleg Brussel erop mocht vertrouwen dat haar zienswijze de rechtens juiste was, houdt geen steek. Zij is er meerdere keren op gewezen – door de VCT en de verwerende partij – dat haar zienswijze onterecht was. Dat zij niettemin in haar standpunt volhardde, vormt geen excuus. Het arrest van het Hof van Cassatie, dat verzoekster inroept, is, aldus het meer vermelde vonnis van 20 juni 2018, “naast de kwestie”.
  17. Verzoekster vraagt in de laatste memorie om twee prejudiciële vragen te stellen aan het Grondwettelijk Hof: - “Geïnterpreteerd in die zin dat ze een inwoner van een Brusselse gemeente in staat stellen in digitale vorm kennis te nemen van twee taalkundig onderscheiden en afzonderlijk verspreide berichten, terwijl de inwoner van dezelfde gemeente die geen gebruik maakt van digitale communicatiemethoden, er slechts kennis van kan nemen op basis van een enkel document dat tweetalig is opgesteld, zijn de artikelen 18 en 19 van de gecoördineerde wetten inzake het taalgebruik in bestuurszaken in strijd met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in [samenhang gelezen] met artikelen 41 en 162 van dezelfde Grondwet?” - “Geïnterpreteerd in de zin dat het aan de lokale diensten gevestigd in Brussel-hoofdstad oplegt aan alle burgers, zonder rekening te kunnen houden met hun wil, in het Frans en in het Nederlands de voor het X-17.436-10/12 publiek bestemde aankondigingen, mededelingen en formulieren te sturen, schendt artikel 18 van de gecoördineerde wetten inzake het gebruik van talen in bestuurszaken artikel 30 van de Grondwet?”
  18. De eerste vraag, zo legt verzoekster uit, heeft betrekking op het verschil in behandeling tussen “de inwoners van dezelfde gemeente naargelang ze digitale of ‘papieren’ communicatiemiddelen gebruiken, aangezien ze geen toegang tot hetzelfde document zullen hebben”. De vraag berust op een misvatting. Zowel de digitale als de papieren verspreiding van de mededelingen is toegelaten onder de vorm van hetzij één tweetalig tijdschrift, hetzij twee tijdschriften, één in het Nederlands en één in het Frans (zie sub 10). Wel is het zo dat de inhoud van de meegedeelde inlichtingen telkens identiek moet zijn en dat “het publiek”, ongeacht of het om Nederlandstaligen dan wel Franstaligen gaat, daadwerkelijk van de mededeling kennis moet kunnen nemen in de twee talen. De eerste prejudiciële vraag wordt dan ook niet gesteld.
  19. Wat de tweede voorgestelde prejudiciële vraag betreft, schrijft artikel 30 van de Grondwet voor dat het gebruik van de in België gesproken talen vrij is en dat het “niet [kan] worden geregeld dan door de wet en alleen voor handelingen van het openbaar gezag en voor gerechtszaken”. Terecht merkt de verwerende partij op dat artikel 18 van de bestuurstaalwet ook effectief een wettelijke regeling behelst voor handelingen van het openbaar gezag. Met de tweede prejudiciële vraag wil verzoekster naar eigen zeggen het arrest van de Raad van State nr. 248.914 van 13 november 2020 en het auditoraatsverslag waarin dat arrest wordt bijgevallen, “weerleggen”. De vraag impliceert dat, in weerwil van het arrest van de Raad van State, in de voorliggende zaak artikel 19 van de bestuurstaalwet toepassing moet vinden. Zoals de verwerende partij doet gelden, wil verzoekster met de vraag in essentie de X-17.436-11/12 grondwettigheid van de rechtspraak van de Raad van State getoetst zien worden. Het Grondwettelijk Hof is daar evenwel niet toe bevoegd. Ook de tweede prejudiciële vraag die verzoekster oppert, wordt niet gesteld.
  20. Het enige middel wordt verworpen wat zijn beide onderdelen betreft. BESLISSING
  21. Het beroep wordt verworpen.
  22. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep, begroot op het rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een aan de verwerende partij verschuldigde rechtsplegingsvergoeding van 700 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeventien december tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Stephan De Taeye, staatsraad, Patricia De Somere, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.436-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.252.472 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.