id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 december 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.252.527 Rolnummer: A. 229092/X-17577 Zaak: Arrest 252527 - Bevolkingsregister - 23/12/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-12-29 Raadplegingen: 73 - laatst gezien 2026-06-12 17:12 Fiche Arrest nr 252.527 van 23 december 2021 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Bevolkingsregister Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 252.527 van 23 december 2021 in de zaak A. 229.092/X-17.577 In zake : Oleg FAZULYANOV bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Natalija Antonic kantoor houdend te 2018 Antwerpen Sterstraat 27 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen :
- de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing
- de GEMEENTE SCHOTEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Veerle Vanneuville kantoor houdend te 2660 Antwerpen Catharina Lundenhof 9 bus 13 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 11 september 2019, strekt tot de nietigverklaring van 1° de beslissing van de gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken, Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing van 30 april 2019 over het administratief beroep dat Oleg Fazulyanov instelde tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Schoten van 18 december 2018 om hem van ambtswege uit het vreemdelingenregister af te voeren, en 2° de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Schoten om zijn beslissing tot afvoering van 18 december 2018 te behouden. X-17.577-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld. De eerste verwerende partij en verzoeker hebben een laatste memorie ingediend. Met toepassing van artikel 90, § 1, derde lid van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, is de zaak verwezen naar een kamer met één lid. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting van 17 september 2021, zitting waarop de zaak is uitgesteld naar de terechtzitting die heeft plaatsgevonden op 17 december
- Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Natalija Antonic, die verschijnt voor verzoeker, adviseur Tom Bols en attaché Joris Pasgang, die verschijnen voor de eerste verwerende partij en advocaten Veerle Vanneuville en Robin Beck, loco advocaat Veerle Vanneuville, die verschijnen voor de tweede verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 (hierna: Raad van State-wet). X-17.577-2/4 III. Ontvankelijkheid
- De eerste bestreden beslissing is op 8 april 2021 door de gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken, Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing ingetrokken geworden. Opnieuw uitspraak doende over het beroep dat verzoeker instelde tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Schoten van 18 december 2018, heeft de gemachtigde van de minister op 25 november 2021 beslist dat de collegebeslissing “dient ingetrokken te worden opdat betrokkene ingeschreven blijft […]”. De gemeente heeft hieraan gevolg gegeven, door het rijksregister aan te passen.
- Uit een en ander volgt dat het beroep op vandaag zonder voorwerp is.
- In de gegeven omstandigheden is er reden om de kosten ten laste van de verwerende partijen te leggen.
- Volgens verzoeker dient hem de maximale rechtsplegingsvergoeding van 1.400 euro te worden toegekend gelet “op de financiële draagkracht van de in het ongelijk gestelde partij(en), de complexiteit en tijdrovendheid van de zaak en kennelijk onredelijke aard van de situatie”. Bij de beoordeling van het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding kan, blijkens artikel 30/1, § 2, eerste alinea, 1°, van de Raad van State-wet, alleen met de financiële draagkracht worden rekening gehouden “om het bedrag van de vergoeding te verlagen”. Dat is kennelijk niet wat verzoeker wil. Voorts overtuigt hij er niet van dat de concrete omstandigheden van de zaak of de situatie te dezen van die aard zijn dat een hogere rechtsplegingsvergoeding gerechtvaardigd is dan het basisbedrag van 700 euro. X-17.577-3/4 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verwerende partijen worden, elk voor de helft, verwezen in de kosten van het geding, begroot op het rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een aan verzoeker verschuldigde rechtsplegingsvergoeding van 700 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig december tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.577-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.252.527 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div