id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 08 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ORD.14.129 Rolnummer: A. 232337/XIV-38534 Zaak: Cassatiebeschikking 14129 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 08/01/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-01-12 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-10 03:22 Fiche Beschikking nr 14.129 van 8 januari 2021 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 14.129 van 8 januari 2021 in de zaak A. 232.337/XIV-38.534 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter JP Lips kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 523 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 26 november 2020, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 242.565 van 20 oktober 2020 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 9 december 2020 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- Anders dan verzoekster voorhoudt, heeft het feit dat de vader van verzoeksters dochtertje de Duitse nationaliteit zou hebben, geen invloed op de beoordeling van verzoeksters verzoek om internationale bescherming, dit zowel in hoofde van verzoekster zelf als in hoofde van haar dochtertje. XIV-38.534-1/3 Anders dan verzoekster voorhoudt, worden de voorgehouden verkoop door verzoekster van een stuk grond en de voorgehouden problemen die daaruit zouden zijn gevolgd, wel degelijk betwist in het bestreden arrest waar wordt overwogen dat de “verklaringen aangaande de gebeurtenissen die haar uit haar land van herkomst hebben geleid […] dermate oppervlakkig en vaag [zijn] dat er geen geloof aan kan worden gehecht, meer bepaald herinnerde verzoekster zich niet wanneer ze het stuk land zou hebben verkocht, noch hoeveel tijd er was tussen de verkoop van de grond en haar vertrek naar Italië in september 2017, kon ze niet aangeven hoe haar familie de verkoop ontdekte, legde ze vage en incoherente verklaringen af over de bedreigingen die ze van hen ontving en vertoonde ze geen interesse in de mogelijke gevolgen voor haar, noch was ze op de hoogte van de verdere ontwikkelingen na haar vertrek”. Wat de nood aan internationale bescherming van verzoeksters dochtertje betreft, wordt in het bestreden arrest op wettige wijze overwogen dat “de door verzoekster aangehaalde medische toestand van haar dochter en hiermee gepaard gaande medische zorg […] buiten het toepassingsgebied van het Vluchtelingenverdrag [vallen] en […] evenmin aanleiding [kunnen] geven tot de toekenning van de subsidiaire beschermingsstatus” en dat verzoekster “voor de beoordeling van de medische problemen de geëigende procedure in hoofde van haar dochter [dient] te volgen, met name deze van artikel 9ter van de Vreemdelingenwet”. De verwijzing in het cassatiemiddel naar een hele reeks nationale en supranationale bepalingen doet geen afbreuk aan de voormelde vaststellingen. Het enige middel is kennelijk ongegrond. BESLUIT:
- Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
- Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. XIV-38.534-2/3 Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op acht januari tweeduizend eenentwintig, door: Carlo Adams, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-38.534-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ORD.14.129 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div