← België

Cassatiebeschikking 14160 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 18/01/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 18 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ORD.14.160 Rolnummer: A. 232512/XIV-38550 Zaak: Cassatiebeschikking 14160 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 18/01/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-01-19 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-10 03:27 Fiche Beschikking nr 14.160 van 18 januari 2021 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 14.160 van 18 januari 2021 in de zaak A. 232.512/XIV-38.550 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gérald Gaspart kantoor houdend te 1060 Brussel Berckmansstraat 89 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 17 december 2020, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 243.678 van 5 november 2020 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is aangekomen ter griffie op 6 januari

  1. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  2. Verzoekster houdt in het enige middel voor dat zij niet in kennis was gesteld van het advies van het UNHCR dat op 18 september 2020 zou zijn meegedeeld aan de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. In het bestreden arrest wordt echter vastgesteld dat verzoekster bij haar aanvullende nota van 21 september 2020 “ook een nota neer[legt] van UNHCR die XIV-38.550-1/2 identiek is aan deze die UNHCR in het kader van artikel 57/23 van de Vreemdelingenwet heeft voorgelegd”. Uit het rechtsplegingsdossier blijkt dat verzoekster in haar nota van 21 september 2020 ingaat op de nota van het UNHCR en dat het inderdaad om dezelfde nota gaat als degene die door het UNHCR naar de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen werd gestuurd. Verzoeksters kritiek mist feitelijke grondslag en het enige middel is derhalve kennelijk ongegrond. Het enige middel is kennelijk ongegrond. BESLUIT:
  3. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
  4. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op achttien januari tweeduizend eenentwintig, door: Carlo Adams, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-38.550-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ORD.14.160 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.