id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 05 februari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ORD.14.210 Rolnummer: A. 232492/XIV-38546 Zaak: Cassatiebeschikking 14210 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 05/02/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-02-08 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-10 03:37 Fiche Beschikking nr 14.210 van 5 februari 2021 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 14.210 van 5 februari 2021 in de zaak A. 232.492/XIV-38.546 In zake :
- XXXXX
- XXXXX
- XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gaëlle Jordens kantoor houdend te 1000 Brussel Wynantsstraat 23 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 14 december 2020, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 243.704 van 5 november 2020 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is aangekomen ter griffie op 6 januari
- Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- Uit het proces-verbaal van de terechtzitting van de verenigde kamers van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen van 22 september 2020 blijkt dat de verzoekers er zijn verschenen, bijgestaan door hun raadsman, en dat welbepaalde vragen werden gesteld aan de partijen. In het bestreden arrest wordt ook het antwoord van de XIV-38.546-1/3 verzoekers ter terechtzitting op die vragen vermeld. Uit niets blijkt dat de verzoekers ter terechtzitting uitstel hebben gevraagd of enig voorbehoud hebben geformuleerd met betrekking tot het recht van verdediging of het recht op tegenspraak. Het blijkt ook niet dat zij daartoe niet in de mogelijkheid waren. De verzoekers vermogen dit derhalve niet voor de eerste maal op te werpen in de graad van administratieve cassatie. Het eerste middel is kennelijk niet-ontvankelijk.
- De verzoekers houden voor dat het bestreden arrest tegenstrijdig is gemotiveerd “door de hierboven vermelde vragen tijdens de hoorzitting in verenigde kamers te stellen en aldus impliciet maar zeker toe te geven dat de vrees van de verzoekers in casu vaststaat en, tegelijkertijd, de vraag van de toegang tot de mogelijke bescherming af te wijzen op grond dat verzoekers geen gegronde vrees voor vervolging door bendeleden zou[den] hebben aannemelijk gemaakt”. De vragen betreffende de mogelijkheid tot bescherming vanwege de overheid tegen niet-overheidsactoren in El Salvador en de mogelijkheid van een intern beschermingsalternatief in El Salvador zijn gesteld in de beschikking waarmee de terechtzitting van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen werd bepaald en op die terechtzitting zelf. Het vormt geen tegenstrijdigheid in de motivering dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen nadien in het bestreden arrest oordeelt dat de verzoekers geen gegronde vrees voor vervolging noch een reëel risico op ernstige schade in vluchtelingenrechtelijke zin aannemelijk maken, zodat hij de voormelde vragen inderdaad niet meer hoefde te beantwoorden. Het tweede middel is kennelijk ongegrond. BESLUIT:
- Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
- De verzoekers worden verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 600 euro, ieder voor een derde. XIV-38.546-2/3 Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op * februari tweeduizend eenentwintig, door: Carlo Adams, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-38.546-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ORD.14.210 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.