← België

Cassatiebeschikking 14305 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 13/04/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 13 april 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ORD.14.305 Rolnummer: A. 232977/XIV-38604 Zaak: Cassatiebeschikking 14305 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 13/04/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-04-22 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-10 13:07 Fiche Beschikking nr 14.305 van 13 april 2021 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 14.305 van 13 april 2021 in de zaak A. 232.977/XIV-38.604 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pieter-Jan De Block kantoor houdend te 1060 Brussel Sint-Bernardusstraat 96-98 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 22 februari 2021, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 247.744 van 19 januari 2021 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 17 maart 2021 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. De door artikel 149 van de Grondwet aan de rechter en door artikel 39/65 van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ (hierna: de vreemdelingenwet) specifiek aan de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen opgelegde verplichting om zijn rechterlijke uitspraak te motiveren heeft het karakter van een vormvereiste. Een uitspraak is gemotiveerd in de zin van de voornoemde bepalingen wanneer de rechter duidelijk en XIV-38.604-1/3 ondubbelzinnig de redenen uiteenzet die hem ertoe brengen die beslissing te nemen. Om te voldoen aan de jurisdictionele motiveringsplicht is het niet relevant of die motieven in rechte of in feite juist zijn. Wel moet de rechter expliciet of impliciet antwoorden op elke vraag, elke exceptie, elk middel en elk verweer van de partijen. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen stelt in het bestreden arrest in het algemeen vast dat verzoeker ter staving van zijn voorgehouden identiteit en herkomst geen stukken of documenten bijbrengt en ter verklaring hiervoor geen bevredigende uitleg biedt. Verzoekers bewering dat het in zijn land van herkomst niet gangbaar zou zijn om te beschikken over of gebruik te maken van identiteitsdocumenten wordt niet aanvaard. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen wijst er in dat verband op dat verzoeker op het commissariaat-generaal voor de vluchtelingen de staatlozen heeft verklaard dat hij in Afghanistan wel degelijk een taskara had, dat deze reeds naar hem werd opgestuurd en dat hij deze wel zou ontvangen. Wat de bij verzoekers aanvullende nota gevoegde “attestering van afkomst door het District Said Karam” betreft, stelt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen vast dat bij die nota meerdere stukken zijn gevoegd die allemaal als kopie zijn ingediend, dat er geen bewijswaarde aan kan worden toegekend daar ze gemakkelijk door knip- en plakwerk te fabriceren zijn en dat verzoekers ter staving van zijn voorgehouden identiteit en herkomst geen enkel authentiek stuk bijbrengt. Vervolgens gaat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen uitgebreid in op de gebrekkige kennis van verzoeker over zijn streek van herkomst. Op grond van het geheel van die motieven hecht de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen niet het minste geloof aan verzoekers beweerde herkomst van en activiteiten in het district Sayed Karam. Hiermee geeft de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen duidelijk aan waarom geen bewijswaarde wordt gehecht aan verzoekers kwestieuze “attestering van herkomst”, zodat voldaan is aan de in artikel 149 van de Grondwet en artikel 39/65 van de vreemdelingenwet vervatte jurisdictionele motiveringsplicht. Het eerste en het tweede onderdeel van het enige middel zijn kennelijk ongegrond.
  2. Verzoeker leidt een schending van het recht van verdediging af uit het feit dat uit de motieven van het bestreden arrest niet blijken op welke wijze verzoeker zou kunnen bewijzen te beschikken over argumenten, gegevens of tastbare stukken die een XIV-38.604-2/3 ander licht kunnen werpen op de beoordeling door de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. Daargelaten de vaststelling dat verzoeker zich beperkt tot kritiek tegen de beoordeling van de bewijswaarde van één stuk waarbij hij voorbijgaat aan het geheel van de motivering, kan uit een voorgehouden motiveringsgebrek geen schending van het recht van verdediging worden afgeleid. Verzoeker beperkt zich tot letterlijk dezelfde kritiek die supra bij de behandeling van het eerste en het tweede middelonderdeel kennelijk ongegrond is bevonden. Het derde onderdeel van het enige middel is, voor zover ontvankelijk, kennelijk ongegrond. BESLUIT:
  3. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
  4. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op dertien april tweeduizend eenentwintig, door: Carlo Adams, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-38.604-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ORD.14.305 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.