← België

Cassatiebeschikking 14490 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 29/06/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 29 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ORD.14.490 Rolnummer: A. 233704/XIV-38708 Zaak: Cassatiebeschikking 14490 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 29/06/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-07-01 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-11 01:23 Fiche Beschikking nr 14.490 van 29 juni 2021 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 14.490 van 29 juni 2021 in de zaak A. é.704/XIV-38.708 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tristan Wibault kantoor houdend te 1000 Brussel Congresstraat 49 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Asiel en Migratie ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 21 mei 2021, strekt tot de cassatie van “de beslissing van 23.4.2021 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen”. Het dossier van de zaak is op 16 juni 2021 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 „tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State‟. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. Het cassatieberoep is gericht tegen de door een toegevoegd griffier namens de hoofdgriffier van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen ondertekende brief van 23 april 2021 waarmee aan verzoekster wordt meegedeeld dat haar beroep met toepassing van artikel 39/68-1, § 5, van de wet van 15 december 1980 „betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen‟ (hierna: de vreemdelingenwet) niet op de rol wordt geplaatst omdat het verschuldigde rolrecht niet werd betaald. XIV-38.708-1/2 Naar luid van artikel 14, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State doet de afdeling Bestuursrechtspraak uitspraak, bij wijze van arresten, over de cassatieberoepen ingesteld tegen de door de administratieve rechtscolleges in laatste aanleg gewezen beslissingen in betwiste zaken. De brief van de hoofdgriffier van 23 april 2021 is geen beslissing van een rechter en derhalve geen in laatste aanleg gewezen jurisdictionele beslissing, doch vormt slechts de mededeling van het uit artikel 39/68-1, § 5, van de vreemdelingenwet voortvloeiende gevolg van het niet betalen van het rolrecht door verzoekster. Dat verzoekster een rolrecht verschuldigd was, volgt overigens uit de beschikking houdende vaststelling van het rolrecht van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen van 2 april 2021, die op grond van artikel 39/68-1, § 3, van de vreemdelingenwet niet vatbaar is voor beroep. Het cassatieberoep is kennelijk niet-ontvankelijk. BESLUIT:
  2. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
  3. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op negenentwintig juni tweeduizend eenentwintig, door: Carlo Adams, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-38.708-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ORD.14.490 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.