← België

Cassatiebeschikking 14510 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 16/07/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 16 juli 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ORD.14.510 Rolnummer: A. 233804/XIV-38723 Zaak: Cassatiebeschikking 14510 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 16/07/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-07-19 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-11 03:52 Fiche Beschikking nr 14.510 van 16 juli 2021 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 14.510 van 16 juli 2021 in de zaak A. é.804/XIV-38.723 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Vincent Neerinckx kantoor houdend te 9140 Temse Akkerstraat 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Asiel en Migratie ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 5 mei 2021, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 252.777 van 14 april 2021 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 16 juni 2021 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. De door artikel 149 van de Grondwet aan de rechter opgelegde verplichting om zijn rechterlijke uitspraak te motiveren heeft het karakter van een vormvereiste. Een uitspraak is gemotiveerd in de zin van de voornoemde bepaling wanneer de rechter duidelijk en ondubbelzinnig de redenen uiteenzet die hem ertoe brengen die beslissing te nemen. Om te voldoen aan de jurisdictionele motiveringsplicht is het niet relevant of die motieven in rechte of in feite juist zijn. Wel moet de rechter expliciet of impliciet antwoorden op elke vraag, elke exceptie, elk middel en elk verweer van de partijen. XIV-38.723-1/2 Dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de voor hem bestreden beslissing zou hebben gelezen op een wijze die volgens verzoeker verkeerd is, houdt geen verband met een mogelijke schending van de jurisdictionele motiveringsplicht als vormvereiste. Verzoeker gaat overigens niet in op de uitgebreide motieven in de punten 3.12 en 3.13 van het bestreden arrest met betrekking tot het gevaar dat verzoeker zou vormen voor de openbare orde.
  2. Het enige middel is, voor zover ontvankelijk, kennelijk ongegrond. BESLUIT:
  3. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
  4. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op zestien juli tweeduizend eenentwintig, door: Carlo Adams, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-38.723-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ORD.14.510 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.