← België

Cassatiebeschikking 14515 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 22/07/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 22 juli 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ORD.14.515 Rolnummer: A. 233633/XIV-38697 Zaak: Cassatiebeschikking 14515 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 22/07/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-07-26 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-11 03:52 Fiche Beschikking nr 14.515 van 22 juli 2021 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 14.515 van 22 juli 2021 in de zaak A. é.633/XIV-38.697 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Aniek Bergmans kantoor houdend te 1700 Dilbeek Ninoofsesteenweg 244 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Asiel en Migratie, thans de staatssecretaris voor Asiel en Migratie ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 12 mei 2021, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 250.328 van 4 maart 2021 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 7 juli 2021 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. Uit het rechtsplegingsdossier blijkt dat het bestreden arrest ter kennis werd gebracht van verzoekster met een ter post aangetekende brief, verstuurd op 8 maart 2021 naar verzoeksters gekozen woonplaats bij haar (toenmalige) advocaat. Het rechtsplegingsdossier van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen bevat geen bericht van wijziging van die gekozen woonplaats. De in artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’ XIV-38.697-1/2 voorziene termijn van 30 dagen voor het indienen van het cassatieberoep is de derde werkdag nadien beginnen lopen, hetzij op 11 maart
  2. Het cassatieberoep is ingesteld op 12 mei 2021, hetzij buiten de termijn van 30 dagen die is voorzien in het voornoemde koninklijk besluit van 30 november
  3. Het cassatieberoep is laattijdig en derhalve kennelijk niet- ontvankelijk. BESLUIT:
  4. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
  5. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op tweeëntwintig juli tweeduizend eenentwintig, door: Carlo Adams, staatsraad, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Carlo Adams XIV-38.697-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ORD.14.515 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.