← België

Cassatiebeschikking 14571 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 10/09/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 10 september 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ORD.14.571 Rolnummer: A. 233745/XIV-38717 Zaak: Cassatiebeschikking 14571 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 10/09/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-09-14 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-11 08:34 Fiche Beschikking nr 14.571 van 10 september 2021 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 14.571 van 10 september 2021 in de zaak A. é.745/XIV-38.717 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter JP Lips kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 523 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 25 mei 2021, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 253.377 van 22 april 2021 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 28 juli 2021 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. De door artikel 149 van de Grondwet aan de rechter opgelegde verplichting om zijn rechterlijke uitspraak te motiveren heeft het karakter van een vormvereiste. Een uitspraak is gemotiveerd in de zin van de voornoemde bepalingen wanneer de rechter duidelijk en ondubbelzinnig de redenen uiteenzet die hem ertoe brengen die beslissing te nemen. Om te voldoen aan de jurisdictionele motiveringsplicht is het niet relevant of die motieven in rechte of in feite juist zijn. Wel moet de rechter expliciet of impliciet antwoorden op elke vraag, elke exceptie, elk middel en elk verweer van de partijen. XIV-38.717-1/2 Verzoekers kritiek “dat de eerste rechter kennelijk een verkeerde juridische kwalificatie en/of onjuiste gevolgtrekking op wettelijk vlak maakte”, heeft betrekking op de juistheid van de motieven doch niet op de jurisdictionele motiveringsplicht als vormvereiste.
  2. Verzoeker verwijst naar een medisch attest van 30 april 2021 dat zijn eerdere verklaringen zou bevestigen en waaruit zou blijken dat hij in Afghanistan gefolterd was en derhalve in het verleden reeds werd vervolgd of ernstige schade had ondergaan. Door zijn kritiek uitsluitend te steunen op een medisch attest van 30 april 2021 terwijl het bestreden arrest reeds dateert van 22 april 2021, vermag verzoeker geen onwettigheid in dit arrest aan te tonen.
  3. Het enige middel is, voor zover ontvankelijk, kennelijk ongegrond. BESLUIT:
  4. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
  5. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op 200 euro. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op tien september tweeduizend eenentwintig, door: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-38.717-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ORD.14.571 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.