id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 27 september 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ORD.14.592 Rolnummer: A. 234041/XIV-38756 Zaak: Cassatiebeschikking 14592 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 27/09/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-09-29 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-11 08:38 Fiche Beschikking nr 14.592 van 27 september 2021 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 14.592 van 27 september 2021 in de zaak A. 234.041/XIV-38.756 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tristan Wibault kantoor houdend te 1000 Brussel Congresstraat 49 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 6 juli 2021, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 256.848 van 21 juni 2021 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 28 juli 2021 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- De artikelen 1319, 1320 en 1322 van het oud Burgerlijk Wetboek zijn opgeheven met ingang van 1 november
- Verzoeker verwijst niet naar bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek waarin het door hem aangehaalde beginsel “de bewijskracht van akten” is opgenomen. In de mate dat verzoeker van mening is dat de informatie waarop de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen zich steunt om te stellen dat de informatie van de XIV-38.756-1/2 COI-focus enkel geldt voor leden van PJAK en niet voor sympathisanten “onbetrouwbaar” is, vraagt hij een nieuwe beoordeling van de zaak zelf, waarvoor de Raad van State als administratieve cassatierechter niet bevoegd is. Verzoeker toont hiermee geen schending aan van artikel 8.29 van het Burgerlijk Wetboek. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen beperkt zich in het bestreden arrest niet tot de vaststelling dat de informatie van de COI-focus enkel betrekking heeft op leden van PJAK en niet geldt voor sympathisanten. Hij gaat integendeel verder in op de zogenaamde aanbevelingsbrieven die in Zweden worden opgesteld voor sympathizers van PJAK, zowel in het algemeen als concreet wat verzoeker betreft. Verzoeker gaat dan ook uit van een foutieve, minstens onvolledige lezing van het bestreden arrest. Verder oordeelt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen soeverein of hij al dan niet beschikt over voldoende elementen om zonder aanvullende elementen te komen tot een bevestiging of hervorming van de voor hem aangevochten beslissing.
- Het enige middel is, voor zover ontvankelijk, kennelijk ongegrond. BESLUIT:
- Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op zevenentwintig september tweeduizend eenentwintig, door: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-38.756-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ORD.14.592 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div