← België

Cassatiebeschikking 14617 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 14/10/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 14 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ORD.14.617 Rolnummer: A. 233773/XIV-38720 Zaak: Cassatiebeschikking 14617 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 14/10/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-10-18 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-11 15:23 Fiche Beschikking nr 14.617 van 14 oktober 2021 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 14.617 van 14 oktober 2021 in de zaak A. é.773/XIV-38.720 In zake : XXXXX XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sonila Tuci kantoor houdend te 1200 Brussel Vergoteplein 10 B/1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 27 mei 2021, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 253.147 van 21 april 2021 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 15 september 2021 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. De verzoekers gaan voorbij aan de motivering van het bestreden arrest dat geen enkele van de partijen binnen een termijn van 15 dagen na het versturen van de met toepassing van artikel 39/73 van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ genomen beschikking heeft gevraagd om te worden gehoord, dat de partijen derhalve op grond van artikel 39/73, § 3, van die wet worden geacht in te stemmen met de in XIV-38.720-1/2 de beschikking opgenomen grond en dat het beroep bijgevolg wordt verworpen. De kritiek van de verzoekers is niet gericht tegen het bestreden arrest doch enkel tegen de motieven van de met toepassing van het voornoemde artikel 39/73 van de vreemdelingenwet genomen beschikking. Het enige middel is kennelijk niet-ontvankelijk. BESLUIT:
  2. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
  3. De verzoekers worden verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 400 euro, ieder voor de helft, en een bijdrage van 20 euro. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op veertien oktober tweeduizend eenentwintig, door: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-38.720-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ORD.14.617 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.