id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 14 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ORD.14.621 Rolnummer: A. 234186/XIV-38777 Zaak: Cassatiebeschikking 14621 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 14/10/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-10-18 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-11 15:25 Fiche Beschikking nr 14.621 van 14 oktober 2021 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 14.621 van 14 oktober 2021 in de zaak A. 234.186/XIV-38.777 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter De Lange kantoor houdend te 1030 Schaarbeek A. Lacomblélaan 59-61 bus 5 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Asiel en Migratie ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 19 juli 2021, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 256.695 van 17 juni 2021 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 25 augustus 2021 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft herhaaldelijk en ondubbelzinnig gesteld dat geschillen betreffende de toegang tot, het verblijf op en de verwijdering van het grondgebied niet onder de toepassing van artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, ondertekend te Rome op 4 juni 1950, (hierna: het EVRM) vallen. (zie EHRM (GK) 5 oktober 2000, Maaouia/Frankrijk; EHRM (GK) 4 februari 2005, Mamatkulov en XIV-38.777-1/4 Askolov/Turkije; EHRM 14 februari 2008, Hussain/Roemenië; EHRM 27 februari 2014, Zarmayev/België) Het enige middel is in die mate kennelijk niet-ontvankelijk.
- De schending van artikel 13 van het EVRM betreffende het recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel kan niet op zichzelf worden ingeroepen, maar moet steeds samen met de schending van andere door het verdrag beschermde rechten en vrijheden worden opgeworpen. Te dezen koppelen de verzoekers de schending van artikel 13 van het EVRM enkel aan de schending van artikel 6 van het EVRM. Het middel is wat deze laatste verdragsbepaling betreft echter niet-ontvankelijk bevonden. Vermits de schending van een ander door het EVRM beschermd recht of vrijheid dus niet aan de orde is, is het enige middel kennelijk niet-ontvankelijk wat de voorgehouden schending van artikel 13 van het EVRM betreft.
- Verzoeker betwist niet dat hij niet heeft voldaan aan de in artikel 39/81, vierde lid, van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ (hierna: de vreemdelingenwet) gestelde voorwaarde dat hij verplicht is om binnen een termijn van acht dagen de griffie van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen mee te delen of hij al dan niet een synthesememorie wil indienen. Het Grondwettelijk Hof heeft in zijn arrest nr. 110/2014 van 17 juli 2014 geoordeeld dat “de verplichting om de griffie binnen acht dagen in kennis te stellen van zijn wens om een synthesememorie neer te leggen, opgelegd aan de vreemdeling die een dergelijk beroep instelt, […] daadwerkelijk bij[draagt] tot het waarborgen van de naleving van de termijnen waarbinnen de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen uitspraak moet doen”, dat artikel 39/81 van de vreemdelingenwet “de uitoefening, door de vreemdeling, van het annulatieberoep waarvan de procedure in die bepaling wordt geregeld, niet op onverantwoorde wijze belemmert” en dat die bepaling “dus geen afbreuk [doet] aan het daadwerkelijke karakter van dat annulatieberoep dat door een vreemdeling bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen is ingesteld, in zoverre zij die vreemdeling maar een termijn van acht dagen laten om met kennis van zaken te beslissen over de opportuniteit om een synthesememorie neer te leggen waarin op de argumenten van de tegenpartij wordt geantwoord en om dat rechtscollege in kennis te stellen van die beslissing”. XIV-38.777-2/4 Verzoeker verwijst naar ’s Raads arrest nr. 235.968 van 4 oktober 2016, doch dit betreft de situatie waarin de vreemdeling wel binnen de acht dagen een brief had gestuurd naar de griffie van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, doch niet aangetekend. Te dezen wordt niet betwist dat verzoeker net geen brief had gestuurd. Er blijkt derhalve niet dat verzoekers recht op toegang tot de rechter op disproportionele wijze werd belemmerd met het bestreden arrest. Het enige middel is in die mate kennelijk ongegrond.
- Verzoeker verwijst in het opschrift van het middel naar de artikelen 39/2, § 2, 39/56 en 39/73 van de vreemdelingenwet, evenwel zonder op andere wijze dan met de voorgaande ongegrond bevonden kritiek uiteen te zetten op welke wijze deze bepalingen zouden zijn geschonden met het bestreden arrest. Het enige middel is in die mate, voor zover ontvankelijk, kennelijk ongegrond. BESLUIT:
- Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. XIV-38.777-3/4 Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op veertien oktober tweeduizend eenentwintig, door: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-38.777-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ORD.14.621 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div