← België

Cassatiebeschikking 14622 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 14/10/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 14 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ORD.14.622 Rolnummer: A. 234193/XIV-38779 Zaak: Cassatiebeschikking 14622 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 14/10/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-10-18 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-11 15:26 Fiche Beschikking nr 14.622 van 14 oktober 2021 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 14.622 van 14 oktober 2021 in de zaak A. 234.193/XIV-38.779 In zake : XXXXX XXXXX XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Dominique Andrien en Justine Braun kantoor houdend te 4000 Luik Mont Saint Martin 22 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 30 juli 2021, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 257.591 van 1 juli 2021 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 25 augustus 2021 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. In het bestreden arrest wordt voor wat betreft de beoordeling van de vrees van de verzoeksters “bij terugkeer naar Venezuela [voor] vervolging en discriminatie wegens hun Syrische afkomst” de beoordeling uit het arrest van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen nr. 257.586 van 1 juli 2021 betreffende hun ouders letterlijk overgenomen. XIV-38.779-1/2 In het verzoekschrift tot cassatie nemen de verzoeksters eveneens zo goed als letterlijk het enige middel over uit het verzoekschrift tot cassatie dat hun ouders hebben ingediend tegen het voornoemde arrest van de Raad voor Vreemdelingen- betwistingen. Dat cassatiemiddel is, “voor zover ontvankelijk, kennelijk ongegrond” verklaard met ’s Raads beschikking nr. 14.604 van 1 oktober
  2. Om de in deze laatste beschikking uiteengezette redenen en bij gebrek aan andere kritiek, is het huidige enige middel eveneens, voor zover ontvankelijk, kennelijk ongegrond. BESLUIT:
  3. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
  4. De verzoeksters worden verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 600 euro, ieder voor een derde. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op veertien oktober tweeduizend eenentwintig, door: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-38.779-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ORD.14.622 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.